zaterdag 19 december 2015

Besef

'En? Beseft ze het al?' vragen mensen soms als ze zien dat ik zwanger ben en hen vertel dat mijn oudste dochter al vijf is. Of ze het al beseft? Grappig om net dat te vragen over een kind dat aan de kapper uitlegt dat een vulkaan is ontstaan door aardplaten die tegen elkaar botsen. Dat je slapende vulkanen hebt, maar ook vulkanen die uitbarsten, en dat er dan hete lava vrijkomt uit het diepste van de aarde.

Ik doe dan altijd alsof mijn neus bloedt en antwoord gewoon dat ze gynaecologe wil worden sinds ze is meegegaan op consultatie. Gynaecologe of vroedvrouw, soms twijfelt ze nog. Het doet me denken aan de verpleegster van Kind & Gezin die ooit vroeg of ze al 'ikke doen' zei, nadat ik net een heel relaas over haar talenkennis had gebracht, met perfecte zinsconstructies van acht woorden en meer.

En of ze het al beseft!

Thelma's grote ambachtelijke baby-aftelkalender

woensdag 9 december 2015

U-turn

Joehoe! Ze is gedraaid! En wel op 36,5 weken, maar niet op eigen houtje. Mijn gynaecologe heeft veel goede ervaringen met externe manuele keringen en heeft me overgehaald. Ik was niet helemaal overtuigd, maar ben er dan toch voor gegaan. 'Baat het niet, dan schaadt het niet' gold niet echt in dit geval, want er is altijd een klein risico dat de bevalling op gang komt, en dan uiteindelijk toch met keizersnede moet -- en wie weet wat er nog allemaal mis kon gaan.

Ik was er niet gerust op, heb de nacht voordien slecht geslapen en had er eigenlijk geen rekening mee gehouden dat het ook kon lukken, zo bedacht ik achteraf. Ik was bezig met valiezen en keizersnedes en verplicht blijven in het ziekenhuis, niet met een gelukte kering die een risicovoller keizersnede of stuitbevalling zou uitsluiten. Ik vond het ook wat paradoxaal om in te grijpen in een proces dat ik verder zo natuurlijk mogelijk wil laten verlopen, maar ik ben natuurlijk heel blij nu.

Heftig was het wel, al had ik veel heftiger verhalen gehoord van mijn collega's (vooral door de toenmalige weeënremmers die hartkloppingen als bijwerking gaven), afgewisseld met recente ervaringen van fluitjes-van-een-cent bij anderen. Ik heb vooraf cranio-sacraaltherapie geprobeerd (diepe relaxatie kan nooit kwaad) en zou na de niet-gelukte kering ook nog osteopathie proberen, misschien zelfs de aangeraden moxatherapie of acupunctuur, maar zover hoefde het allemaal niet te komen.

Ik mocht om 8.30 uur nuchter binnengaan, lag een halfuurtje aan de monitor, kreeg toen een instant misselijkmakende weeënremmer, die gelukkig ook even snel weer verdween, en toen kon mijn gynaecologe eraan beginnen. Gelukkig zat Bernard aan mijn hoofdeind om mijn hand vast te houden en door mijn haar te woelen, want pijnloos was het niet. En het moeilijke was dat je niet kunt ontspannen door op je ademhaling te letten, omdat er iemand genadeloos lijkt te porren in je linkerzij.

De eerste helft was het pijnlijkst: poepje opheffen en beginnen duwen -- een beetje zoals een kinesist een verkleefd litteken van een spier probeert af te krijgen. Het moet spectaculair geweest zijn om te zien, zo zei Bernard: een dikke blob die naar rechts werd geduwd en dan helemaal dwars kwam te liggen. Ik heb er uiteraard niets van gezien, want ik kon alleen maar proberen om met gesloten ogen zo veel mogelijk te ontspannen en de experten hun werk te laten doen.

De gynaecologe dacht dat het in een keer zou lukken omdat ons piepke goed op weg was om haar U-turn ineens te maken, maar ze kreeg haar toen toch niet meteen helemaal rondgedraaid. Er werd tussendoor telkens ook een echografie gemaakt, om te zien of alles nog in orde was. En vooraf hadden ze natuurlijk ook gekeken of er geen placenta of navelstreng in de weg zat en geen andere tegenindicaties waren.

De tweede helft was draaglijker, maar het heeft daarna toch nog een halfuur geduurd tot ik besefte dat het goed was, en bedacht dat ik de gynaecologe misschien eens kon bedanken! Ik moest nadien opnieuw een halfuur aan de monitor liggen, en mijn baby'tje lag stil te slapen, terwijl ze anders zo actief is. Ze was wellicht ook zelf behoorlijk overdonderd en nog aan het wennen aan haar nieuwe perspectief op de wereld.

Ik mocht nadien ontbijten in het ziekenhuis, uit voorzorg, mocht er toch nog iets gebeuren, en moest daarna nog een derde halfuur aan de monitor liggen en een inenting krijgen zoals na mijn val met de fiets. Na de middag was ik weer tiptop, zijn we Sinterklaascadeautjes gaan kopen voor Thelma en twee wollen truitjes voor het piepke, hebben we de baby laten erkennen, ongehuwde ouders die we zijn, heb ik zelfs al een kerstcadeautje gekocht voor mijn moeder en vier bollen wol voor een eerste truitje.

Op de consultatie enkele dagen later vertelde de gynaecologe dat ze blij was dat ze haar zo goed geleerd hebben hoe ze zo'n kering moet uitvoeren. Aanvankelijk deed ze dat nooit, maar ze vond het zo'n zonde om telkens meteen tot keizersnede te besluiten bij een stuitligging. In Nederland worden blijkbaar alle baby's gedraaid, of wordt er toch een poging ondernomen, meestal met goed resultaat, en haar ervaringen zijn ook alleen maar positief.

Sinds ze gedraaid is, heb ik wel veel meer last van voorweeën. Haar hoofdje duwt nu op de baarmoederhals en dat geeft beenweeën in mijn rechterlies die me bijna doen dichtklappen. Zitten en liggen is geen probleem, maar staan en stappen was donderdag en de dagen daarna heel pijnlijk. Ik ben dus ook gestopt met werken, officieel dan toch, want ik werk deze week nog alles af van thuis uit om hopelijk vrijdag echt te kunnen uitkijken naar de geboorte, zo ergens in de volgende vier weken.

dinsdag 10 november 2015

Stuitje

Op 28 weken van twee vroedvrouwen te horen krijgen dat je piepke al goed ligt, om op 32 weken van de gynaecologe te horen dat ze gedraaid is en dus in stuit ligt: toch wel even schrikken. Niet tijdens het consult bij de gynaecologe, want ik weet dat 32 weken nog wel wat perspectieven biedt, ook niet toen ze het obligate scenario moest schetsen, maar wel achteraf, als de onrust willens nillens toch een beetje binnensloop ...

Mijn ingebakken optimisme bij Externe Onvoorzienigheden kon aanvankelijk wel weg met het stramien: nieuwe echo op 35 weken, daarna manuele kering proberen, indien geen ommekeer: radiologische bekkenmeting, nog een aantal parameters controleren om te zien of een natuurlijke bevalling überhaupt toegestaan is, nagaan of ik het zelf zie zitten om natuurlijk van een stuit te bevallen, en indien niet: keizerlijke snede. Het zou allemaal zo'n vaart niet lopen ...

Maar een dag later moest ik toegeven dat ik het toch niet zo tof vond. Mijn lief had het eerder zien aankomen, het feit dat het me toch zou bekruipen. Hij weet dat ik eigenlijk niet zo goed om kan met Idiosyncrasieën die de boel niet doen lopen zoals gepland of gewenst. Als ik er meteen een mouw aan kan passen en de dingen kan omgooien, geen probleem, maar nu: gewoon maar afwachten, niet veel kunnen doen behalve elke ochtend checken waar haar hoofdje ligt, en dan telkens weer lichtjes teleurgesteld zijn.

Ik heb ontzettend veel geduld, maar ik weet niet waarom het nu een beetje op lijkt te zijn. Ik voel het aan als een soort boycot of sabotage en kan er onbewust een beetje kregelig van worden. Daar gaat mijn mogelijke plan om thuis te bevallen als er niets verandert. Daar gaat mijn voornemen om medische interventies tot een minimum te beperken. En dat ze nu met haar hoofdje tegen mijn maag aanzit, met alle harde buiken vandien, en met haar voetjes stevig in mijn blaas port als was het een trampoline, heeft er ook wel wat mee te maken.

Bewegen dat dat kleintje doet! En sterk dat ze lijkt. Bij Thelma kon ik de laatste weken mijn buik wat op en neer zien gaan en zachtjes van links naar rechts bewegen, en was het één hieltje dat me af en toe wat pijn deed, maar nu is het in maand zeven al een gestommel, geduw en getrek van jewelste. Als het een jongen was geweest, ik zou nog in intrinsieke aangeboren verschillen gaan geloven! Bernard zegt dat het wellicht goed is, dat ze zoveel beweegt, want dat wil zeggen dat ze een van de volgende weken misschien wel een koprol maakt naar links, maar ik voel toch een beetje wrevel om zoveel gestoei zonder gewenst resultaat.

Ik denk ook dat mijn werk ermee te maken heeft, want het recept om haar te laten draaien is natuurlijk rusten, en dat zit er, driewerf helaas, nog niet meteen in. Rusten, beetje wrijven in wijzerzin, positief denken, én de kind- of kathouding uit de yogalessen elke dag toepassen. Daar zit ik dan, als ik even wegloop van mijn pc, met mijn poep in de lucht en steunend op mijn ellebogen of handen. Elke dag, voor een minuut of twintig, om maximaal de plaats en de kans te geven om te draaien. Onder het bekende adagium 'baat het niet, dan schaadt het niet'.

Ik moet ook meer drinken, want ik heb weinig vruchtwater, en echt bevorderlijk voor een paar onderwatersalto's is dat ook niet. Weinig vruchtwater is op zich geen probleem als de groei goed zit, en dat is gelukkig het geval, maar méér is in dit geval beter. Ik heb in mijn leven al massa's pogingen ondernomen om meer te drinken: fancy waterflessen, een nieuwe thermos, lijstjes bijhouden, een camelbak overwegen, een glas water neerzetten dat uit moet zijn voor het uur om is, maar niets werd ooit een gewoonte. Ik heb gewoon nooit dorst, zelfs niet na een dag wandelen.

Nu heb ik een app geïnstalleerd, hoe kan het ook anders in 2015, en dat lijkt grappig genoeg wel te werken. Op tijd en stond een remindertje, een mooi ontworpen keuzebord en een simpele statistiek met de resultaten per dag of maand. Ik raak aan 78% à 92% van mijn dagelijkse doel van twee liter en begin al wat patronen te zien: als ik 's voormiddags drie grote koppen thee toevoeg aan mijn traditionele koffie van 's ochtends en 's namiddags niet al mijn drinken uitstel tot 's avonds, lijkt het haalbaar om een van de dagen eens echt een 2000 cc'tje te scoren. Of meer misschien, na verloop van tijd?

Ik spreek mezelf ondertussen ook vermanend toe dat er veel ergere dingen zijn, dat het wel een reden zal hebben, dat ik volgende week misschien veel heisa heb gemaakt om niets, dat het misschien goed is om het allebei eens mee te maken, en dat ik het vooral gewoon los moet laten, maar loslaten is dit allemaal niet echt. Slapen, drinken, poep in de lucht, dat moet het nieuwe mantra worden, zoiets.

zaterdag 7 november 2015

Val

Val: niet het nieuwe boek van die Vlaamse schrijver R.S., die de Duitse schrijfster Charlotte Roche eens zo seksistisch-stompzinnig heeft afgekraakt in Knack, maar zo'n haastige val met de fiets die je liever niet wil meemaken als je zeven maanden zwanger bent.

Het was zo'n ochtend waarop ik wist dat ik eigenlijk al vertrokken had moeten zijn om netjes een kwartiertje voor tijd in de aula aan te komen, maar waarop ik toch mijn hele les nog eens wou bekijken vooraf, omdat ik nog een minuutje hier en een minuutje daar kon winnen. Niet slim, wist ik eigenlijk al bij voorbaat.

Het was zo'n ochtend waarop ik dacht een snellere weg te nemen dan de gebruikelijke (die maar liefst vier spoorwegovergangen telt), en dacht wat tijd te winnen door een shortcut over de Dampoort te nemen. Een dag waarop ik de onduidelijke situatie aan de Dampoort in mijn nadeel liet spreken en mij liet verleiden om het onzekere voor het zekere te nemen.

Er is namelijk zo'n stukje fietspad tussen Afrikalaan/Koopvaardijlaan en de Antwerpsesteenweg, waar het nogal onduidelijk is of je er in twee richtingen mag rijden. Op de twee aangrenzende oversteekplaatsen voor fietsers staan dubbele pijlen, maar het fietspad zelf dat ertussen ligt, heeft maar een enkele pijl. Het is ook te smal voor twee fietsers, zeker door alle pendelaars die daar op bus 3 en co. staan te wachten, maar ja, nood breekt wet, zo hield ik me toch voor.

Ik heb een paar dagen geleden gezien dat er wel degelijk één pijl staat op het fietspad, in de tegenovergestelde richting, maar waarom er dan twee staan op de oversteekplaats was mij op het moment van de botsing een raadsel. De enige legale optie daar, dacht ik, is (terug) de Koopvaardijlaan in te rijden, maar wie wil daar nu een U-turn maken? Ondertussen weet ik dat het om de fietsers moet gaan die van Dok-Zuid komen, maar op het moment van de feiten dacht ik daar hoegenaamd nog niet aan. Moedwillige vergetelheid zullen we het maar noemen.

Op de andere oversteekplaats staat de dubbele pijl er voor de fietsers die uit de Antwerpsesteenweg komen en richting Dendermondsesteenweg of Land van Waaslaan willen, al lijkt me dat ook niet echt logisch, want dan was je toch al eerder overgestoken? Anyway, in fietspadland is weinig echt logisch, en wat ik ondertussen wel weet, is dat ik daar eigenlijk toch niet had mogen rijden.

Het was het eerste wat mijn aanrijdster zei: 'Moogt gij hier eigenlijk wel ...?!' tot ik vanonder mijn fiets zei dat ik zeven maanden zwanger was. Twee hulpvaardige mensen wilden me meteen rechthelpen, maar ik zag echt sterretjes en wou even mijn staat van zijn opmaken ... Ken je dat? Die luttele seconden waarin het tot je doordringt dat je wel degelijk tegen de grond ligt, en waarin je wil nagaan waar het allemaal een beetje kapot is.

Maar tot mijn verbazing voelde ik nergens pijn. Wellicht mijn dikke jas? Het feit dat we allebei in de remmen waren gevlogen toen zij de hoek om kwam gesjeesd en de brug onder dook? In elk geval kwam ik er met de schrik vanaf, hebben we nog even gepraat over de onduidelijke situatie daar, al hield zij vol dat ik daar niet had mogen rijden. Fair enough. Ik ben wat verder gestapt, ben toen toch weer mijn fiets opgekropen en ging nog net op tijd aan mijn les in de aula kunnen beginnen, dacht ik.

Tot ik het voorvalletje in de docentenkamer even terloops aan twee collega's wou vertellen en daarbij tranen en trillen niet kon tegenhouden. Uitgestelde shock of zoiets? Mijn ene collega ging meteen mijn studenten verwittigen dat mijn les 10 minuten later zou beginnen, mijn andere collega begon een overtuigingsoffensief dat ik toch echt wel naar het ziekenhuis moest voor controle, ook al voelde ik geen pijn en had ik de baby al weer voelen bewegen, en welke excuses ook die ik ter plekke verzon om die les toch nog zelf te kunnen geven.

Mijn directeur stond er toevallig bij en vroeg wie die les nog gaf, en heeft meteen collega Stijn opgevorderd om de les over te nemen. Welke les is het eigenlijk, riep hij al op weg, en met de woorden 'talige interactie' trok hij ten strijde. Mijn studenten vonden het overigens een geweldige les, zo'n improvisatie (door een hoogst ervaren natuurtalent moet ik wel zeggen).

De collega met de missie mij naar het verloskwartier te krijgen, zette haar offensief voort en werd gesteund door de twee andere collega's, en zij overtuigden de aanwezige directeur en coördinator in mijn plaats. Een vierde collega was uitzonderlijk vrij het lesuur nadien en was voor het eerst met de auto, en zij zou me zelfs meteen kunnen brengen. En zo gezegd, zo gedaan.

Ik weet ondertussen dat ik me in die kwesties niet moet laten leiden door mijn eigen intuïtie en dat ik beter naar mijn omgeving kan luisteren. Ik zou me minder ongerust voelen -- maar ik was niet ongerust, zo zei ik. En toch. Ik ben blij dat ik geweest ben. Halfuurtje monitor, maar ook bloedcontrole, want aangezien ik A- ben, en dat vrij uitzonderlijk is, is de kans groot dat mijn dochter een andere bloedgroep heeft. En als er door de val toch een of ander contact zou zijn tussen ons beider bloed, kon ik antistoffen aanmaken en de baby misschien wel afstoten ... Wist ik veel!

Ik heb dus een bloedstaal gegeven en een preventieve inspuiting gekregen, en kon me na een bezoekje aan de spoed (want mijn pols en enkel deden toch ook wel een heel klein beetje pijn) met een steunverband en de goede raad om nog een dagje thuis te blijven om de onvermijdelijke stijfheid op te vangen, laten ophalen en thuisbrengen.

En toen herinnerde ik me weer de raad van Kind & Gezin en mijn eigen vroedvrouw om bij elke val tijdens de zwangerschap naar het verloskwartier te gaan, bedacht ik me dat ik zonder controle toch ongerust zou zijn geworden tegen 's avonds, en wist ik weer dat ietsje meer over die broodnodige zelfzorg waar ik het vaak zo moeilijk mee heb. Win-win!

zondag 11 oktober 2015

Ironie in Helsinki

Oh ironie. Ben ik op 'zakenreis', vind ik eindelijk nog wat tijd om te bloggen ... Mijn voornemen om er weer eens goed in te vliegen met Olijfje, is faliekant de mist ingegaan. Ik heb me blijkbaar toch weer een beetje 'mispakt' en mezelf en de rest voorgelogen dat het dit jaar beter zou gaan. Mooi niet, dus. En zowel mijn oudste als mijn ongeboren dochter herinnerden mij daar fijntjes aan de voorbije twee weken.

Mijn lief vraagt of ik dat stoer vind, zo hard werken, of ik er misschien iets mee hoop te bewijzen? Nee dus, het mag echt wel eens gaan veranderen. Ik weet alleen niet hoe. We hadden het er onlangs over met een paar collega's: zouden we dit van onze partner aanvaarden? Zoveel werken, zoveel koken en kinderzorg naar de wederhelft doorschuiven? Nee, hoegenaamd niet. Ik werk samen met heel gemotiveerde collega's, die er alles voor doen om het goed te doen, maar te veel is gewoon te veel, zoals hier veel beter staat.

En als je het grotere plaatje uit het oog verliest, begin je te twijfelen aan je efficiëntie, aan je vermogen om af te bakenen, goed te plannen, maar daar gaat het allemaal al lang niet meer over. Het gaat niet over verliezen in details, over een te grote drang om het perfect te doen, over de beste willen zijn en het beste voor je studenten willen. Het is gewoon te veel. Structureel te veel.

Als je in het weekend een tiental uur vrijkoopt van je lief die al zoveel op zich neemt, als je drie à vier avonden tot middernacht doorwerkt en daarna nog niet het gevoel hebt dat je meer dan het hoogst noodzakelijke gedaan hebt, zit er structureel iets grondig fout. Weekendwerk en avondwerk horen bij de job, dat weten we maar al te goed, maar als je met dat weekendwerk en avondwerk erbij niet eens een beetje rondkomt, klopt er iets niet.

Als collega's die 80% werken wat werk van je overnemen omdat ze heel goed beseffen hoe dringend het is, en weten dat je er zelf alles aan doet om het rond te krijgen, dan ben je structureel onderbemand en overbevraagd. Als collega's die 100% werken maar geen kinderen of lief hebben, nog wat meer op hun kar laden dan ze al deden, en jij dan nog steeds aan iedereen begrip moet vragen voor werk dat nog op de plank ligt en eigenlijk tegen gisteren, eergisteren of de week voordien al af had moeten zijn, dan loopt er iets grondig mis.

Het werk dat verdeeld wordt over alle collega's in 100 en 80 en 50 procenten neemt elk jaar toe, want het aantal beschikbare lesgevers volgt niet. En je doet je job graag, het werk is vlakbij, het wordt goed betaald, en het is vooral zinvol werk, dus je neemt het allemaal maar aan, maar je beseft dat het zo niet hoort. De taart wordt netjes verdeeld onder alle werkers, maar dat de taart elk jaar een beetje groter wordt, lijkt niemand te zien. Of ja, wij zien het wel, de leidinggevenden vragen begrip en roeien met de riemen die er zijn, maar de overheid blijft blind en bespaart maar door.

Als je dan ook thuis moet zeggen dat je probeert af te bakenen, dat je echt niet méér doet dan het hoogst noodzakelijke, maar dat het hoogst noodzakelijke al zo'n berg is, dat je heus wel weet dat dit niet de normale gang van zaken is, of hoort te zijn, zit je gekneld. Zo gekneld dat 80% werken geen optie is, want dat verschil zou je niet eens voelen, alleen in je portemonnee. 80% werken doen mijn collega's alleen om zonder schuldgevoel het weekend werkvrij te kunnen houden en met een beetje geluk een woensdagnamiddag, maar van echte 100%'en en 80%'en is er al lang geen sprake meer.

Gelukkig krijg ik een fijne collega bij van november tot juli, die halftijds (en meer) aan de slag gaat om mijn drie maanden zwangerschapsverlof en drie maanden (voltijds/halftijds) ouderschapsverlof op te vangen. Het moet mijn overbelaste eerste semester en mijn iets minderbedeelde tweede semester wat compenseren en zou mij wat meer tijd moeten laten voor het nieuwe onderzoeksproject waarvoor ik deze week in Helsinki zit, maar hopen op meer vrije tijd durf ik voorlopig niet. Ik zou me wel eens kunnen vergissen.

En zo kwam het, onder meer, dat Thelma vruchteloos op moeder of vader bleef wachten in de opvang, en uiteindelijk meegegeven is met een heel bereidwillige papa en diens twee bloedjes. Voor haar gelukkig geen traumatische ervaring, want ze wil bijna altijd zo lang mogelijk blijven in de opvang, en vroeg 'Nu al?!' toen ik haar in zeven haasten kwam 'redden', maar mijn moederhart heeft toch meer dan twee tellen stilgestaan en mijn hoofd is aan het denken gegaan.

Het zat zo. Mijn moeder gaat Thelma altijd halen op woensdagmiddag, maar was die dag op reis vertrokken naar Hongarije. Ik had Thelma netjes ingeschreven in de opvang, maar had dat enkel in mijn persoonlijke agenda gezet. In de gemeenschappelijke agenda stond 'H&I op reis', maar uit gewoonte reed Bernard op woensdagavond toch naar mijn ouderlijk huis om daar vooral géén Thelma aan te treffen.

Toen hij uit de badkamer riep dat hij Thelma ging halen, had ik nog vanuit mijn bureau geroepen of ik het niet moest doen (dan had ik toch een beetje frisse lucht binnen, zo dacht ik), maar hij wist dat ik druk doende was en zag niet goed waarom we zo plotseling de rollen zouden omkeren. Een dik uur later vond ik het tijd om toch eens naar beneden te gaan en niet te wachten tot ze me zouden roepen voor het eten, maar mijn verbazing was groot, en sloeg om in verbijstering, toen ik Bernard niet beneden aantrof, maar in een auto zónder Thelma zag aankomen.

Waar is Thelma? Waar is ze? WAAR IS THELMA? Had hij ze afgezet thuis om naar de winkel te gaan, was er iets gebeurd, en had ik dat niet gemerkt? Ik zag dat Bernard kwaad was, wist dat mijn ouders weg waren, wist dat de opvang al een uur gesloten was, dus ik kon maar niet bedenken waar ze zou kunnen zijn. Bernard zweeg, want hij was kwaad. Maar was ze dan? Vertel het mij!

Bernard had iets voor zessen telefoon gekregen van de opvang dat Thelma nog niet was opgehaald. Hij stond ondertussen al in Gentbrugge met de sleutel in zijn hand, toen hij tegelijk besefte dat Thelma daar onmogelijk kon zijn. De begeleiders van de opvang hadden mij al gebeld, maar hadden geen gehoor gevonden. Bernard probeerde mij daarop ook te bellen om snel nog langs de school te gaan, maar enkel mijn voicemail bleek paraat. Mijn iPhone kreeg immers net zijn halfjaarlijkse update en was zo onbereikbaar als wat.

Hij liet de vaste lijn minutenlang rinkelen, maar ik moet zo in mijn werk verzonken zijn geweest dat ik die niet heb gehoord. Bernard kreeg ondertussen ook telefoon van de bereidwillige papa die aan mijn deur stond, aanbelde, maar niemand thuis vond. Ook dat had ik niet gehoord, en er speelde nochtans geen muziek in mijn bureau. Ik was er zo op gebrand om nog zoveel mogelijk werk af te krijgen voor ze thuis waren, dat ik van de buitenwereld afgesloten leek. Geen gsm, geen vaste lijn, geen deurbel die me kon bereiken.

Tom, de bereidwillige vader, was dan maar weer naar zijn eigen huis getrokken om de drie kinderen allemaal een boterham te geven, Bernard was door zoveel onbereikbaarheid van mijn kant in zeven haasten teruggereden, en ik was me van geen kwaad bewust. Toen ik wist hoe de vork aan de steel zat, ben ik op mijn beurt naar Thelma gerend, die het gelukkig allemaal een fijne verrassing vond zo op een doordeweekse avond. Ook Tom had alle begrip, maar ten huize Olijfje is er toch nog een duchtig woordje over gesproken.

En nu zijn er ruwweg twee opties: 1) een nieuwe deurbel met parlofoon installeren, een vast toestel op de tweede verdieping zetten, mijn iPhone niet updaten overdag, duidelijker communiceren wie waarheen gaat en dubbelchecken of het in de agenda staat, of 2) een beetje meer uit mijn ivoren toren a.k.a. werkhol komen en op aarde nederdalen. We hebben ten node voor het eerste gekozen in de hoop de discussie ten gronde nog wat te kunnen uitstellen tot betere tijden, maar beter is het er voorlopig nog niet op geworden.

Meer zelfs, mijn ongeboren dochter heeft mij er op haar beurt aan herinnerd in de vorm van harde buiken en ongemakken allerhande. Omdat ik in september nog eens af en toe ging liggen overdag, dacht ik dat dat misschien de reden was voor mijn achterstand op werkvlak. Ik heb de voorbije week daarom geen uur laten voorbijgaan en klopte makkelijk dagen van 9 uur 's ochtends tot 12 uur 's nachts -- en dan nog sloeg ik enkel mijn pc dicht uit principe, niet omdat ik klaar was met wat er op de planning stond, laat staan dat ik wat op de zaken vooruit had kunnen lopen.

Ik zit toch vooral voor mijn pc, da's toch ook rusten? Niet dus. En ik volg toch anderhalf uur zwangerschapsyoga op dinsdag en anderhalf uur mindful bevallen met Bernard op donderdag? Niet genoeg. De hele voorbije week vraag ik me al af of de elastiek van mijn broek te hard spant, of dit nu harde buiken zijn die pijn doen en dus om rust vragen (maar ik zit toch neer?), of mijn andere broek nu ook al te hard spant, of ik te ver gefietst heb zaterdag met Thelma in de Follow-me, tot ik donderdagavond pas echt heb beseft dat ik gewoon wat meer moet liggen tussendoor. Dat is waar je lijf om vraagt en je zwangere lijf moet je gehoorzamen.

Op vrijdag was het zelfs nog erger: buikkrampen op de fiets, buikkrampen tijdens het lesgeven, buikkrampen tijdens het eten. Ik overwoog zelfs even om de volgende dag niet naar Helsinki te vertrekken als het niet beterde, en mijn moeder spelde mij duchtig de les. Gelukkig bleken het darmkrampen van darmen die nu op plaatsen zitten waarvan ik de locatie nooit eerder had vermoed. Ik ben dus goedgemutst en geheel pijnvrij vertrokken, heb een prima vlucht achter de rug en vond tussen mijn bezoekjes aan oude vrienden die hier wonen en het werkoverleg de volgende dagen tijd om wat te rusten én weer eens te bloggen.

woensdag 9 september 2015

It's a ...

Ik was u nog een en ander verschuldigd. We krijgen er nog een meisje bij! Thelma wilde eigenlijk graag een jongen, naar analogie van haar nichtje Louise met broertje Leon, maar toen ik in Zuid-Frankrijk naar haar toezwom (ik kreeg aan de rand van het zwembad de resultaten van de NIPT en het geslacht te horen) en zei dat ze een zusje kreeg, was ze lichtjes verbaasd maar reuzeblij. Louise zette het meteen op een huilen, want zij zit in de fase dat ze alles wil wat Thelma wil, en was prompt haar eigen fantastische broer vergeten. Gelukkig niet voor lang.

Thelma is zich al helemaal aan het voorbereiden op mee-moederen. Ze wil een draagdroek van de Sint en wil na onze structurele echo op 22 weken plotseling gynaecoloog worden. Toch haalbaarder dan paardenruiter -- een toekomstdroom waarvoor we nu al met de voorbereidingen zouden mogen beginnen, willen we op latere leeftijd geen kinderdromen aan diggelen slaan!



zondag 23 augustus 2015

Enter: the world

Thelma is steeds meer bezig met de wereld rondom ons. Ze pikte vroeger wel al eens iets op van de radio, maar nu blijft het hangen en stelt ze er ook steeds meer vragen over. Toen ik haar dinsdag ging ophalen bij mijn vader, zat ze ostentatief triest voor het raam met een speelgoedleeuw in de handen. Toen ik met gebaren en gespeeld verbaasd vroeg wat er aan de hand was, schoot ze in slow motion met haar wijsvinger het leeuwtje dood en trok ze een nog triester en theatraler gezicht.

'De leeuw is doodgeschoten, snif snif'. Mijn vader had haar naar aanleiding van de volgens hem licht geniale strip in Humo (opgezette leeuwenkop aan de muur zonder tanden met tandartspatiënt op de voorgrond met dierlijk gebit) verteld van Cecil de leeuw die door de Amerikaanse tandarts een kopje kleiner was gemaakt. Ik heb er geen vegetarisch lesje van gemaakt dat wij ook dieren doden, maar heb haar verdriet beaamd en ben maar doorgegaan op het positieve nieuws dat meer en meer vliegtuigmaatschappijen nu geen jachttrofeeën meer willen vervoeren. En ik heb besloten dat de Humo en het Knuffelbos toch nog beter even gecensureerd worden.

En daarna kwam de ontvoering van het Duitse meisje voor losgeld en haar uiteindelijke moord op het radionieuws in de auto. Je wil een kind dat onheil nog besparen, vandaar dat we bij het televisiejournaal altijd onze vinger op de afstandsbediening houden, maar je wil het tegelijk ook een beetje waarschuwen, zorgen dat ze niet in smoesjes trapt van vreemden en zich echt verweert. En het principe blijven huldigen dat ze oud genoeg zijn voor een antwoord als ze zelf de vraag stellen. Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening. In dit geval nog meer omdat ontvoeringen al bij al uitzonderlijk zijn, ook al komt het soms akelig dichtbij, en omdat je weet dat statistisch gezien bekenden soms de grootste boosdoeners zijn.

En Thelma is al zo vaak bezig met dieven en inbrekers, wellicht door haar prille ervaringen in Zuid-Afrika, en alles wat ze er nadien nog over hoorde. Daarbij komt nog dat ons bootje tijdens onze vakantie is gestolen vanop het bedrijventerrein van mijn lief: het was net helemaal opgeknapt, met een vloertje in restjes tropisch hardhout toe. De motor zat er gelukkig niet op, maar triest bleef het wel. Een projectje van een dik jaar, dat eindelijk af was. Ik ging er al vanuit dat het ooit wel zou gestolen worden, maar dan op het water, omdat je hier op de Muide toch zoveel over diefstallen hoort, maar je hoopt toch dat iedereen eens met zijn fikken van andermans gerief blijft.

Vrijdagnacht was ik nog getuige van een fietsdiefstal toen ik de gordijnen van onze slaapkamer wou dichttrekken. Ik heb nog geroepen, maar net op dat moment hadden twee jongeren de vintage elektrofiets van mijn buurman al losgerukt van de paal. De politie stond hier na mijn oproep toevallig binnen de minuut, zijn met schijnwerpers de buurt afgegaan, maar zonder resultaat. Ik heb een verklaring afgelegd, maar veel zal het allemaal niet baten. Bezit maakt onvrij, zullen we maar denken.

donderdag 6 augustus 2015

YES

Mijn NIPT is normaal, zo mailde mijn gynaecologe een uurtje geleden. Oef! Ik ben opgelucht en blij en opgelucht en blij. Dat het wat voeten in de aarde gehad heeft tot nu toe, is een understatement (zie hieronder) en daar kwam vanmorgen nog wat geharrewar bij. Na alle heisa van de voorbije weken werd ik vandaag tijdens het ontbijt al opgejaagd door mijn tafelgenoten of er nog geen mail was, of er nu nog altijd geen mail was, of ik niet zelf zou bellen, of ik nu echt niet zelf zou bellen, of ik misschien niet durfde zelf te bellen? En of ik me dan niet eens goed kwaad zou maken?

Ik draalde, want de secretaresse had me verzekerd dat ze meteen zou mailen als de resultaten er waren, en er waren opnieuw nog maar net twee weken verstreken ... Groepsdruk zorgde er echter voor dat ik toch belde -- met het gekende antwoord. Er was nog geen fax aangekomen (en ook geen brief dus) en mijn gegevens lagen klaar om me meteen te mailen als er iets binnenrolde. De resultaten konden twee à drie weken op zich laten wachten, dus ik hoefde ook helemaal niet zelf te bellen. Bekende info dus.

Terug aan de ontbijttafel vroeg iedereen waarom ik me niet eens kwaad had gemaakt. Dat ik over me heen liet lopen. Maar wat heeft het nu voor zin om een lieve secretaresse kwaad toe te spreken en zich te laten verontschuldigen, als die zelf geen enkele fout heeft gemaakt? Hopen dat zij die kwaadheid doorgeeft aan de gynaecologe en zij op haar beurt aan het labo? Geen enkele zin had ik daarin en ik werd zelf al kwader en kwader dat ik mezelf zo onder druk had laten zetten.

De enige die een kwade mail verdiende, was het labo dat me sinds de vergissing, zo ergens rond 17 juni, nog niets had laten weten. Dat het ongehoord was, en hoogst onprofessioneel om daar geen enkele duiding noch excuses over aan te bieden. Ik heb het relaas dus nog eens omstandig uit de doeken gedaan in een mail aan het labo met mijn gynaecologe in cc, en gevraagd op welke manier het labo denkt die fout recht te zetten. En daarmee is de kous nu eventjes af.

Een uur later kreeg ik al een mail van mijn gynaecologe dat mijn NIPT normaal was (met dubbel uitroepteken) en dat ze hoopte dat ik nu van dat goede nieuws kon genieten. Wat ik ook volop doe, aan het zwembad met een krant en een tonic sin gin. Of ik nu een dochter of zoon krijg, was het laatste van mijn zorgen, maar groepsdruk heeft er weer maar eens voor gezorgd dat ik toch nog een mailtje heb gestuurd ... En nu naar buiten, terug de zon in!

NIPT

En toen koos ik dus voor NIPT, de Niet-Invasieve Prenatale Test die een punctie vervangt. Waarom weet ik niet echt. Ik ben 36 en Bernard 45, maar een echt risico is dat niet bij een tweede kind. Gewoon omdat het kan? En omdat het 99,8% zekerheid geeft? Al is ook dat relatief, want je moet een papier ondertekenen dat je goed beseft dat niet het hele DNA van je ongeboren kleintje wordt ontrold, maar alleen die drie chromosomatische afwijkingen. En het geslacht, als je dat wil.

We kozen 'ja' omdat we geen echt tegenargument hadden, en de nieuwe gynaecologe vond het ook geen slecht idee nu die test er was, vandaar. Maar ... Wat meer zekerheid moest bieden, heeft tot vandaag net minder zekerheid geboden. De eerste bloedafname gebeurde op een doordeweekse donderdag op 11,5 weken. Zes dagen later kreeg ik een telefoontje dat er niet genoeg foetale cellen in het staal zaten. Geen nood, gebeurt wel vaker, en ik ging die woensdag meteen terug voor een tweede staal, op 12,5 weken.

De resultaten laten normaal gezien zo'n 2 à 3 weken op zich wachten. Twee weken na het tweede bloedstaal vergat ik te bellen, ook al had mijn lief me daar nog lief aan herinnerd. Maar ja, 2 à 3 weken zijn tot nader order nog altijd meer dan twee weken, dus ik zou wel ergens tussen de 2 à 3 weken even bellen, en verwachtte eigenlijk zelf een telefoontje van de gynaecologe in de tussentijd. Ondertussen was ik dus een goeie 15 weken ver.

Op exact drie weken dacht ik eraan om zelf toch eens te bellen. Bleek dat mijn gynaecologe net sinds een dag of zes op reis was, en dat nog voor iets meer dan twee weken ... Dat zou de teller op 17 weken brengen, wat ik toch wel wat veel vond. Ik belde dus naar het ziekenhuis of daar geen resultaten waren aangekomen. Nee dus, want ik had het bloedstaal in de privépraktijk afgeleverd. Ik kon eens proberen bij een van de twee gynaecologen die mijn gynaecologe verving, je wist maar nooit.

Na twee dagen kon ik de vervangende gynaecologe bereiken. De secretaresse kon me ook daar verzekeren dat ze niets had ontvangen. Om het wachten wat te verzachten, raadde ze me aan om rechtstreeks naar het UZ te bellen en te vragen om de resultaten nog eens door te sturen naar het thuisadres van de vervangster. Zo gezegd, zo gedaan. Helaas belde ik op een vrijdag en was de post net weg. Ze zou het meteen in orde brengen en op maandag met de post meegeven. We klokken af op 16 weken.

Als de post haar werk correct deed en de brief vertrok op maandag, zou die op dinsdag aankomen. Ik kon meteen ook dinsdag bellen, en wat bleek: het UZ had geen staal. Geen staal. Huh? Zouden ze nu weer te weinig staal gehad hebben en me dit keer niet hebben gebeld? Zou mijn staal verloren zijn gegaan? De secretaresse kon me niet veel meer aanraden dan bij mijn eigen gynaecologe ten rade te gaan en ze kon me wel al melden dat die laatste al op vrijdag bereikbaar was in het ziekenhuis. Nog drie keer slapen dus.

Dat was echt typisch ik: ervan uitgaan dat alles wel in orde is en dus niet op exact twee weken bellen, toen mijn gynaecologe blijkbaar aan haar laatste werkdag bezig was, maar gewoon nog even aanmodderen. Ik begon me nu toch echt een beetje zorgen te maken. Ik ben meestal de kalmte zelve, maar het zou toch eens ... Stel dat die resultaten niet goed waren, of dat het staal effectief verloren was, dan zouden er weer twee à drie weken bijkomen. En als ik dan nog voor een onderbreking moest kiezen, dan zat ik al op 19 weken. En was ik bovendien op reis, wat de teller op 20 à 21 bracht. En dan nog een verplichte punctie, en weer twee weken wachten op resultaten ...

Nu ja, vooruitlopen had geen zin, en wanhopen nog minder, en er zat niets anders op dan gewoon nog een paar dagen te wachten en dan uitleg te vragen. De telefoon van de afdeling gynaecologie leek wel de hele voormiddag bezet of onderbemand, maar uiteindelijk kon ik toch iemand bereiken. Die kon me vriendelijk melden dat mijn gynaecologe daar inderdaad was geweest, maar ondertussen alweer naar huis vertrokken was. Ik kon dus het best naar de privépraktijk bellen. Maar daar stond natuurlijk nog steeds het antwoordapparaat met de out of office klaar!

Nog een dag wachten ging niet lukken, en ik bedacht me ineens dat ik via-via het e-mailadres had van mijn gynaecologe. Ik heb het hele relaas dus per mail uit de doeken gedaan en kreeg een uur later al telefoon. Dat het labo waarnaar het staal wordt opgestuurd voordat het naar het UZ gaat in eerste instantie ook van niets wist. Dat mijn gynaecologe erop had aangedrongen om toch nog eens goed te zoeken en dat ze dan uiteindelijk een buisje gevonden hadden op mijn naam. Dat het andere buisje blijkbaar naar Frankrijk was gestuurd, omdat ze niet alleen met het UZ maar ook met een Frans ziekenhuis samenwerken ...

Ik vroeg of dat staal nog bruikbaar zou zijn, maar ik kon al bevroeden van niet. Mijn gynaecologe was er het hart van in. Ze had dat nog nooit meegemaakt. Ze liet de resultaten ook altijd naar de patiënte zelf sturen als ze in die periode op reis was, maar aangezien ze mijn resultaten de dag voor haar verlof nog verwachtte, had ze dat in mijn geval niet gevraagd. Dat die brief er niet was de dag voor haar verlof, had natuurlijk ook geen belletje doen rinkelen, en de rest van de saga staat hierboven beschreven ... Er zat dus ook volgens haar niets anders op dan een nieuw staal af te staan.

Ik zou de dag nadien meteen langsgaan, maar de tijd werd wat krap (typisch ik) en ik belde voor ik vertrok (slim). De secretaresse zei me dat ik helemaal niet zelf hoefde te komen: het labo zou de week nadien aan huis komen om het goed te maken. Ook goed. Ze zouden me zelf bellen voor een afspraak. Nog beter. Maar aangezien ik maandagnamiddag nog steeds geen telefoon had gekregen en dinsdag de nationale feestdag was en ik vrijdag al op reis vertrok, belde ik maar zelf. Een afspraak op woensdag ging niet meer, maar donderdag kon wel nog. Donderdag dus. Bijna achttien weken.

Mijn lief vond donderdag te laat. Wat als er nog iets tussenkwam? Hij had gelijk en ik belde dus of ik toch niet zelf kon komen. Geen probleem, maar niet op maandag, want op dinsdag is er geen post. Ook niet op dinsdag, want nationale feestdag. Woensdag dus. Ik moest in de buurt zijn, maar de tijd werd wat krap (typisch ik), dus ik heb het dan toch maar op donderdag gehouden. Ik lag nog maar een paar uur in bed, want Gentse feesten, ah ja, maar ik heb toch maar mooi een alcoholloos staal afgestaan.

En morgen zijn er dus opnieuw twee weken gepasseerd en ben ik bijna twintig weken ver. En als alles goed gaat, haha, krijg ik een mailtje (!) met de resultaten. Dat we dat in deze postmoderne tijden nog mogen meemaken! En dan hoop ik maar dat alles in orde blijkt ... En dan kunnen we hier in de Provence misschien nog eentje drinken op dat jongetje/meisje (schrappen wat niet past) van twintig weken oud. Als dat niet NIPT is.

woensdag 15 juli 2015

Thelmataal (31)

  • Ik zie, ik zie ... wat jij niet ziet, en het is: een papa!
  • Maar mama, 'Billie' is toch een rare naam ... Je hebt 'bil' en dan 'ie' erbij. En wij hebben een bil! Wij hebben dat!
  • (ik:) Wat vind je mooie namen? (Thelma:) Kaka, Bambi, Roodkapje.
  • Maar mama, is dat niet vervelend, superheld zijn? Zo met dat touwtje rond je nek?
  • Ik voel mij zo'n beetje 's morgens.
  • Haha, Studio In Pizza!
  • Mijn leven wordt altijd maar erger! (ze valt de hele tijd op dezelfde knie)
  • Mijn mama is niet zwanger! (tegen de kapster bij Fred & Ginger, toen ze nog niet mocht vertellen dat ik zwanger was)
  • Er zit geen baby in mijn mama haar buik! (tegen Anneke van de opvang)
  • Als ik een baby in mijn buik zou hebben, zou ik de sla vijf keer wassen!
  • (wijst dwingend naar de aardbeien:) Gezond voor de baby!
  • Mag jij dat wel drinken, koffie?
  • Maar jij mag blijven zitten hoor, met die baby in je buik!
  • (ik:) Wil jij dat doen? (Thelma:) Jaa, zeker, omdat jij zwanger bent!
  • Als jullie uit elkaar gaan, ga ik bij mama wonen, want met al dat gezeur bij papa ... (haar eigen gezeur waar Bernard niet tegen kan)
  • Ik zie helemaal dwazig! (met Bernards bril op)
  • (ik:) Wat vind je een mooie naam voor een jongen? (Thelma:) Hans.

zaterdag 11 juli 2015

Vijf!

En toen werd mijn dochter vijf! En kreeg ze vier feestjes! Ze heeft samen met drie andere juli-jarigen een ontbijt gegeven in de klas, vierde afgelopen zondag feest met de familie, kreeg moeder zover om op haar verjaardag naar Plopsaland te gaan en nodigde vandaag vijf vriendjes uit om een waterpistolengevecht te houden in de tuin, waterballonnen van de wasdraad te prikken, wat muffins, bananen en ijs te eten en heel veel te spelen.

En toen besloot ik ook om de draad van deze blog weer op te nemen in de toekomst. Bijna vakantie, bijna een jaar in mijn nieuwe job, helemaal ingewijd in alle vakken die door onze expertisegroep gegeven worden, met daarbovenop de stagebegeleiding, bachelorproeven en mijn rol als taalcoach ... Ik mag volgend jaar voor de volle 100% blijven en deel niet in de kaalslag waardoor het hele hoger onderwijs getroffen wordt, ik geef twee vakken minder, dus daar moet wel wat blogtijd uit te distilleren zijn!

Ik ben noodgedwongen de fakkel aan het doorgeven van het tijdschrift waarvan ik hoofdredacteur was, want het was niet meer gezellig te combineren, en al neem ik volgend academiejaar een nieuw onderzoek op voor 20%, drukker dan het voorbije anderhalf jaar kan het op professioneel vlak niet worden. Hoop ik. Want ik heb ook echt meer tijd nodig thuis ... Er komt immers ... een broertje of zusje aan voor Thelma! Lang verwacht, en al zestien weken intensief gekoesterd. Vandaar dus de buffer die ik langzaam maar zeker inbouw.

Vandaar ook: een hybride post met allerlei nieuws. En als kers op de taart, een nagelnieuw portret van mijn origineel, lief, stoer, enthousiast, bij momenten dramatisch en eigenzinnig Schoon Kind:


woensdag 4 maart 2015

Thelmataal (30)

  • [wiebelt met haar ballon:] 'Mijn ballon hebt er zin in!'
  • [Thelma:] 'Zo zielig, er is een roodborstje tegen het raam gevlogen, en: dood. Weet je welke vogel het was?'
    [ik:] 'Een roodborstje?' [Thelma:] 'Ja, zo met rode borstjes.'
  • [beeldspraak] 'Ik heb zoveel dorst, straks valt mijn keel eruit! Dan ben ik het enige meisje op school zonder kéél!'
  • [de relativiteit van vier jaar zijn:] 'Vroeger had ik een goed geheugen.'
  • 'Ik lust roodborstthee.'
  • [nog aan het dromen:] 'Elke keer als het opstaantijd is, leer ik jou boomklimmen.'
  • 'Moet ik het muzikaal heel mooi maken?'
  • [metataal:] 'Vraag jij mij soms af wat ik wil zeggen?'
  • [over de hoestbacterieën in haar longen:] 'Moeten die beestjes dan zelf ook hoesten?'
  • [Thelma:] 'Vind jij al mijn kleren mooi?' [ik:] 'De meeste' [Thelma:] 'En de minste?'
  • 'Ze spelen ijswockey.'
  • [ik:] 'Zo'n mooie tekening!' [Thelma:] 'Ik heb mij geconcerteerd.'
  • [man met Beatle-coupe:] 'Die lijkt op hoe de Beables eruit zien!'
  • [filosofisch:] ''t Is zo donker dat ik niet meer weet wie ik ben.'
  • [neptelefoongesprek; ik:] 'Wanneer spreken we dan af?'
    [Thelma:] 'Maar we zijn juist aan het afspreken!'
  • 'Wat is een Hamsterdam?'
  • [poëzie bij het opstaan:] 'De uil is de nacht kwijt.'