Om Thelma naar de onthaalmoeder te brengen, moeten we altijd het water kruisen. Omrijden kan ook, maar dat is een route waar je triest van wordt. Het fijne alternatief is een spoorwegbrug waar links en rechts voetgangers en fietsers kunnen lopen en fietsen. Kunnen, schrijf ik, want aan elke kant staat een verbodsbord, vier in totaal. Een of andere stupide anomalie, want als daar geen fietser of voetganger mag passeren, wat dan in hemelsnaam wel? Reeën of padden misschien tijdens de grote oversteek van het industrieterrein aan de ene kant naar de woonwijk aan de andere kant?
Soit. De spoorwegbrug met voet- en fietspad kan bijtijds ook wel eens negentig graden draaien om fraaie plezierboten en volgeladen vrachtschepen door te laten. Het eerstvolgende tijdstip waarop die brug voor een kwartiertje kan opengaan als er boten in de buurt zijn, staat altijd netjes aangegeven op een LED-lichtbord. Het water wordt niet erg druk bevaren, dus je moet al geluk hebben om een boot in actie te zien. Maar afgelopen dinsdag was het dus van dat.
Ik reed enigszins gehaast met Thelma langs het water, zag een boot liggen, keek snel naar het LED-bord, zag dat ik nog een volle vijf minuten had voor iets wat amper een halve minuut duurt, trapte wat harder op mijn pedalen, hoorde toen het geluidssignaal, met name een bel en luid gezoem, ondersteund door oranje knipperlichten, zag het fiets- en voetgangerslicht nog net op rood springen om aan te geven dat het menens was, maar dacht toch: 'dat haal ik wel'.
Ah ja. Ik had nog vijf minuten voor de brug zou opengaan. Ik was met de fiets. Ik reed gezwind. Maar neen. Het exacte tijdstip telt niet. Het geluidssignaal betekent 'stop', ook al is het licht nog groen. Een trage voetganger die het rode licht niet meer ziet, moet zijn plan maar trekken onderweg, en met snelle fietsers wordt al helemaal geen rekening gehouden.
En zo kwam het dat ik toch nog de brug opreed. En tijdens mijn flitsende actie het metalen poortje aan de overzijde zag dichtdraaien. Oeps. 't Is zo'n poortje waar geen fiets tussen past, en al zeker niet met een kind achterop. En toen ik omkeek, zag ik het metalen poortje aan de overkant ook dichtdraaien. Nogmaals oeps. Toch niet zo slim van mij, bij nader inzien. En hoewel ik al stilletjes uitkeek naar een bescheiden avontuur op een draaiende brug die perfect horizontaal zou blijven, een stevige reling had langs weerszijden en erop gebouwd was om een volledige trein te kunnen dragen, speelde mijn moederlijke schuldgevoel toch wat op.
Gelukkig was er vlak voor het poortje een grote betonnen boord waar ik mijn fiets netjes op kon dwarsen. Er was zelfs nog plaats voor een tweede fiets, mocht er nog iemand dezelfde onzalige oversteekdrang hebben gehad. De bel ging ondertussen nog steeds en het luide gezoem ook. Ik zei tegen Thelma dat we niet door konden en dus even moesten wachten tot de brug open en weer dicht was en het poortje ons opnieuw door zou laten.
Ook best spannend, want we zouden dat hele brug- en bootgebeuren van héél dichtbij meemaken. Thelma zat stevig in haar fietsstoel, de zon scheen, de vogeltjes floten, het alarm ging, en ik hield de fiets stevig vast. De brug zou iets omhoog gaan, rustig draaien, en kon ons op geen enkele manier raken. We zouden weliswaar vlak aan het water staan zonder reling, maar dat is langs het kanaal ook zo. En in nood zou ik wel over het poortje klimmen en Thelma uit de fietsstoel hijsen. Piece of cake, alles onder controle.
Maar dat was allemaal buiten Big Brother gerekend. Ik hoorde een mannenstem door een luidspreker en zag in mijn verbeelding de (vaste) camera's in mijn richting draaien. De stem gaf strenge bevelen, alleen kon ik die voor geen meter verstaan omdat het geluidssignaal vlakbij veel sterker was. Ik deed teken naar de camera's in de lucht dat ik er niets van verstond en hield mij van de domme. Ik zou gewoon wachten met Thelma tot het over was en legde haar nog eens uit wat er aan de hand was. Maar toen was er weer die strenge stem met zijn onbegrijpelijke bevelen, die klonken als een rockzanger onder water die zijn micro opat. Verloren moeite dus.
Tot ik zag dat het metalen poortje aan de overkant weer open was. Aan de overkant, want burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet beloond worden. Ik draaide dus mijn fiets in de juiste richting, reed gezwind maar licht beschaamd naar de overkant, en besloot om mij snel uit de voeten te maken. Het fietspad af, de Muidebrug over, de Muidepoort door, het Neuseplein af, de brug over de Nieuwe Vaart over, de Wiedauwkaai af, om Big Brother met zijn opzichtige camera's, flutluidsprekers en belachelijke geluidssignaal voorbij te rijden, terwijl het plezierbootje en het lange vrachtschip elkaar net kruisten. 'Mama is een beetje stout geweest', zei ik tegen Thelma, en dat heeft ze die dag nog een paar keer in mijn soep gedraaid.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
O jee.... Maar ergens toch ook wel een beetje grappig. Ik heb ook al eens in een gelijkaardige situatie gezeten, maar ik kan me voorstellen dat je je met een kind achterop net dat beetje meer bewust bent van het gênante kantje van de situatie... ;)
BeantwoordenVerwijderen