maandag 31 december 2012

Calamiteiten in 2012

Is het wel het juiste moment om nu over calamiteiten te beginnen? Misschien wel, want dan kunnen we ze achterlaten in 2012. En het waren enkel materiële calamiteiten, dus erger dan een beetje gevloek en ik-kan-mezelf-wel-voor-de-kop-schieten, werd het niet. Ik beperk het overzicht tot de voorbije vier maanden, de tijd dat we in Zuid-Afrika zaten.

Zuid-Afrika wordt gepercipieerd als een gevaarlijk land. Een land met hoge criminaliteitscijfers, dodelijk verkeer, werkloosheid en armoede. Geweld hebben we gelukkig haast nog niet gezien of meegemaakt, en ik duim met vingers en tenen dat het zo blijft. We hebben in Houtbay een gevecht gezien tussen 'coloureds', maar dergelijk geweld hadden we de voorbije twee jaar op de Muide helaas ook meer dan genoeg gezien.

Ik heb een witte ploegbaas een zwarte werknemer achterna zien zitten met een ladder, en ik zag aan zijn vluchtgedrag dat die laatste er al vaker onzacht mee in aanraking was gekomen. Maar verder niets. Mijn vingers en tenen schieten nog wat verder in een kramp. Waar we ondertussen wel lichtjes onze buik van vol hebben, is diefstal en verlies. Meestal hebben we er zelf een klein aandeel in en kan je dus echt niet voorzichtig genoeg zijn, maar dat het ons zo vaak zou overkomen, hadden we niet gedacht.

Het begon met onze fietsen. Drie dagen na aankoop bleken ze 's ochtends plots van ons terras verdwenen. Oké, ze stonden niet op slot omdat Bernard niet dacht dat iemand in het donker een hele oprijlaan zou afgaan, het automatische hek zou omzeilen, de tuin zou doorkruisen, het hekje over zou springen om onze gloednieuwe fietsen erover te heisen en ermee weg te rijden. Wel dus. Ik kan alleen maar hopen dat de dief er zijn kinderen mee te eten heeft gegeven of het schoolgeld heeft betaald.

We hadden overigens ook Barbiesloten, dus veel had het niet uitgehaald. Een U-slot willen ze hier blijkbaar alleen maar verkopen aan fietsers na veel ooggerol en wat gegniffel, en bij voorkeur aan een man die een dag later kordaat teruggaat, omdat zijn vrouw de dag ervoor niet genoeg overtuigingskracht had. Mijn tweede fiets, die we gekocht hebben met het verzekeringstegoed van onze eerste twee fietsen, heeft dus een U-slot. En als ik vertel dat ik in België ook een brommerslot heb, omdat er zo veel fietsen worden gestolen, kijken ze je met grote ogen aan. 'Want wie steelt er dan in België? Daar zijn toch geen zwarten?' (ongelooflijk maar waar)

Ons tweede transportmiddel dat eraan moest geloven, was onze auto. Een tweedehands Golf, gekocht voor 4200 euro, met maar 85.000 km op de teller, beveiligd met immobiliser, stuurslot, pookslot, transponder in de sleutel en anti-carjackingknop. Bedoeld om weer te verkopen aan het eind van ons verblijf, maar zover is het niet gekomen. Ons eerste avondje uit zonder Thelma, toen mijn ouders hier waren, op het eindejaarsetentje van mijn werk, eindigde in mineur. Zo vreemd om naar je auto toe te stappen en dan enkel een leegte te zien. Blijkbaar een misdaadsyndicaat uit Johannesburg dat steelt op bestelling. En een witte Citi Golf is hier zo populair, dat het een geliefd doelwit is.

Gelukkig ook verzekerd, dus dat geld krijgen we terug met een vermindering van 10%, maar wat het nog minder maakt, is dat er ook een autostoel inzat, visgerief van Bernard, én zijn paspoort, internationaal rijbewijs en visum. We zijn dus al naar de Belgische ambassade in Johannesburg mogen rijden voor een nieuw paspoort en moeten binnenkort ook nog naar de Home Affairs in Potchefstroom.

En toen we een week later onze valiezen pakten voor Pilanesberg en we Bernards fleece zochten, beseften we dat die ook in de auto lag, samen met mijn lievelings leren vest, die ik hier hoegenaamd nog niet nodig had gehad, maar beter dan een fleece paste bij mijn outfit van die avond ... De diefstal van de auto heb ik stoïcijns aanhoord, maar mijn leren vest, dat hebben ze toch wel geweten hierboven! Met het verzekeringsgeld, dat voorlopig nog virtueel is, huren we nu af en toe een auto en met het oude tweepersoons-pick-up'je van Annette doen we boodschappen, brengt Bernard Thelma naar school en gaat hij soms vissen.

In ons eerste gasthuis in Kaapstad zijn Bernards Campers dan weer spoorloos verdwenen, wat we pas gemerkt hebben toen we inpakten na ons tweede Kaapse huis, en in Stellenbosch hebben we gemerkt dat onze tas met Nutella, koffie, Weet-Bix, muesli, amandelen, cashewnoten, gedroogde mango en wie-weet-wat-nog ook spoorloos verdwenen was. Misschien per abuis bij het vuilnis gezet, omdat het ook in een plastic zak zat, maar zeker niet achtergelaten. Het huis leek spic-en-span toen we vertrokken, we kregen er zelfs een compliment van de eigenares bovenop, die het nog eens helemaal had gecontroleerd.

Soit, erg was dat niet, alleen hopen we dat het eten niet op een vuilnisbelt is beland, maar in de magen van zij die het nodig hadden. We hebben in Stellenbosch opnieuw een gelijkaardige voorraad eten moeten kopen, voor drie dagen maar, en we hebben de rest dan maar weggegeven aan een parkingwachter op de luchthaven van Kaapstad. De twee gehavende jongeren met de winkelkar vol zakken en plastiek in Stellenbosch waren al te ver weg voor we hen konden roepen, en de zwarte man met zijn zakje sperzieboontjes uit de hand te koop stond langs een veel te drukke weg om te kunnen stoppen.

In de luchthaven van Johannesburg zijn we dan weer echt gerold. Ongelooflijk hoe dat is kunnen gebeuren met vier volwassenen in de buurt, maar lepe trucs, een tweejarig kind, een blij weerzien met vrienden en geen communicatie over zijn raar gedrag verklaren veel. Het was een zwarte man, netjes gekleed, die ons op de parking van de huurwagens zag zoeken naar onze huurauto. Hij nam ons op sleeptouw, greep een trolley voor de bagage hoewel de standplaats niet ver was en we met gemak zelf onze valiezen konden dragen of trekken, maar zo kon hij al eens kijken wat voor vlees hij in de kuip had.

In ons busje begon hij alle valiezen op de zetels te ploffen, omgekeerd en geheel onlogisch, zodat Isabelle en ik de handen vol hadden om alles een beetje beter te schikken. Ondertussen zat Thelma in haar buggy te kijken, keek ik Isabelle ongelovig aan en dacht ik dat het gewoon een uitslover was die moeite deed om een fooi te krijgen en geen kaas had gegeten van bagageschikking. Bernard zat ondertussen al aan het stuur wat paperassen door te nemen en Geert liep ook rond, dus iedereen dacht dat de rest wel een oogje in het zeil hield. Niet dus.

Hij had alle bagage, dus ook onze handtassen, in de auto gezet en was die blijkbaar haastig aan het doorzoeken, onder het alziend oog van ... niemand. Hij had er wel niet op gerekend dat mijn handtas zo vol zou zitten en mijn portefeuille niet zo makkelijk te vinden was, maar zelfs daarvoor had hij een snood plan ontwikkeld. Hij bood me met verwilderde blik mijn handtas aan, vroeg om een fooi ('Give me one euro!') en wist nadien dus mijn portefeuille te spotten. Ik hield mijn tas aanvankelijk bij me, en zei zelfs 'No, I'll keep my bag' toen hij die weer in de auto wou zetten, tot hij die min of meer uit mijn handen snokte en ik hem naïefweg liet doen. Als hij echt wou kiezen waar ik zat, gunde ik hem dat pleziertje wel.

Tot hij er bedaard vandoor ging, Isabelle een fotootje van Thelma uit mijn portefeuille op de grond van ons huurbusje zag liggen en ik op zoek ging naar mijn portefeuille om het terug te steken ... En langzaam maar zeker begon te denken dat hij er met mijn geld vandoor zou zijn ... En toen zelfs moest toegeven dat hij er met mijn hele portefeuille vandoor was! Gelukkig geen kredietkaarten, paspoort of bankkaart, enkel geld, een postzegel en een ander fotootje van Thelma. Mijn kassaticketjes die ik terugbetaald krijg van mijn werk had hij er ook nog uitgeschud, maar mijn groen leren vintage portefeuilleke had hij mee met 700 rand (70 euro) en zonder euro's.

Isabelle zat natuurlijk met de piepers om in haar sacoche te voelen, maar haar portefeuille zat er nog in. Gelukkig maar, want bij haar zaten al haar bankkaarten, lidkaarten, identiteitskaart, SIS-kaart, euro's, rands en wat-nog-al wel nog samen. En voor de rest was er niets weg. Vanaf nu neem ik dus de raad van doorgewinterde reisgezel Geert over dat er niemand aan zijn spullen komt de eerste dagen in een nieuw land en zeker niet in een luchthaven. Dat ik hier al vier maanden zit, had me dus wat nonchalanter gemaakt, zeker omdat zich 's ochtends in ons guest house vrijwel een gelijkaardig tafereel had afgespeeld, waarbij een nette man zeer hulpvaardig al onze valiezen in het shuttle busje had getild, zonder erg.

En het laatste euvel was onze eigen dikke fout, maar heeft een happy ending. Op de terugweg van de Cradle of Humankind, een grot met resten van het eerste leven op aarde, moest Thelma plots pipi doen. We stappen uit aan de kant van de weg, ik laat Thelma plassen en vraag aan Bernard een papieren zakdoekje uit mijn tas. Bernard kan niet meteen iets vinden, zet mijn tas op de koffer en zoekt verder, tot Isabelle een zakdoekje aanreikt. Bernard kruipt terug achter het stuur, ik zet Thelma terug in de autostoel, ga naast haar zitten, sla het portier dicht en we rijden verder. Tot ik vijf minuten later mijn Kindle wil nemen uit een tas die niet meer aan mijn voeten staat ...

Ik besef meteen dat mijn tas echt weg is, Bernard beseft dat hij die op de koffer heeft laten staan, en drie rechtsommekeren later vinden we het plekje waar Thelma heeft geplast, maar geen tas, tot Bernard een paar tiental meter verder mijn gecamoufleerde tas in het gras vindt ... Met alles erin en niets gebroken, wat een klein wonder is in Zuid-Afrika, waar velen zonder fiets of auto kilometers te voet langs de baan afleggen en zo'n goedgevulde tas op hun pad best wel hadden weten te appreciëren. Mijn Kindle was dus mijn redding, en ik ben blij dat ik niet even een dutje wou doen toen.

En dat was onze laatste calamiteit van 2012, en laten we het daar nu maar bij houden. Gelukkig 2013 allemaal, met hoogstens wat materieel verlies, wat meer onthechting, en geen lichamelijke of emotionele verliezen!

1 opmerking:

  1. Beste wederwensen voor een boeiend 2013 zonder al te veel calamiteiten!

    BeantwoordenVerwijderen