Ik zit op ons terras, en het geluid van de donder heeft de krekels verstomd. Thelma ligt in bed en haalt wat slaap van de voorbije dagen in. De zwembadpomp is hersteld en het water lijkt niet meer op erwtensoep, de wifi werkt weer nadat Bernard met ons bezoek de modem op het dak van de autobatterij heeft losgekoppeld, de 36 graden van vandaag worden stilletjes gehalveerd, en ik kijk tevreden terug op de administratieve Belgische berg die ik doorploeterd heb tijdens Thelma's middagdut. Nu nog mails inhalen, kerstkaartjes schrijven, het onderzoek van januari voorbereiden, een masterproef nalezen, uitgebreid bijskypen met het thuisfront.
Wat een maand was me dat. Twee weken Kaapstad, een paar dagen Stellenbosch, een nachtje Johannesburg en terug naar Potchefstroom met Belgisch bezoek voor Kerst en Nieuw. Kaapstad met eerst een paar dagen vakantie om de Tafelberg te verkennen, de stranden en haven te keuren, Cape Point te ontdekken, de botanische tuin te bezoeken, cafés en eethuisjes te leren kennen. En daarna drie archieven op het menu, wat ons na die paar volle vakantiedagen alleen na vijf uur wat tijd liet om samen de stad te verkennen. Gelukkig deed Thelma middagdutten van een uur of vier, zodat ze 's avonds mee uit eten kon. De haperende wifi in het surfersparadijs waar we eerst verbleven en het 3G-netwerk op ons volgende adres lieten ons weinig tijd en megabytes over om te bloggen, te skypen of te mailen, maar dat haal ik nu langzaam maar zeker in.
Kaapstad! Wat. Een. Stad. Als ik ooit een nieuwe bestemming voor mijn leven moet kiezen, wordt het Kaapstad. Zoals Berlijn niet Duitsland is, en New York niet de VS, zo is Kaapstad ook niet Zuid-Afrika, dat besef ik best. Het deed aan als een mix van Barcelona, Marrakesh en Hollywood, door de temperaturen, de stranden en de bergen, de straten vol kraampjes, de townships naast de fancy restaurants en cafés. Wat een sfeer, wat een eten, wat een diversiteit aan mensen, wat een natuur, wat een oceaan. Ben een beetje mijn hart verloren daar, zoals zovelen. Ik wil nu al terug!
Stellenbosch was zowat het Utrecht of Sint-Martens-Latem van Zuid-Afrika, maar dan met palmbomen en wijngaarden. Hele mooie huizen, water, terrasjes, restaurants, antiekwinkels en galerijen, een hele mooie campus, en ook een backpackers' waar we na een halfuur overleg toch maar weer zijn weggegaan. Kieskeurig zijn we niet, maar een kamertemperatuur van bijna 40 graden met een fan die je niet voelt, metalen latjes voor de ramen die alle kanten uitgeplooid zijn, uitzicht op een muur en een garage, een geur in de badkamer die je doet fronsen, een vuile frigo en geen bestek of handdoeken was te veel voor die 490 Rand (49 euro) die onze Trotter nochtans vol lof had aangeprezen.
We hebben dan maar snel wat adresjes gebeld en voor het dubbele van de prijs nog een vrije kamer gevonden in een chique spa, waar we verbleven in een soort koetshuis, de goedkoopste kamer van het hele guest house. Helaas zonder microgolf of keukentje, met een krakende vloer waarop er net wat plaats was om Thelma's tentje te zetten, en met een inloopdouche die meer leek op een uitloopdouche, wat het water betreft althans. Een heerlijk ontbijt, klein zwembad en een prachtige tuin, dat wel, maar niet echt een plek waar Bernard en Thelma makkelijk twee dagen konden doorbrengen terwijl ik aan het werk was. We hebben met mijn 3G-modempje de volgende dag dan maar weer iets anders gezocht én nog gevonden ook. Geen wonder dat die eerste backpackers' nog vrij was toen we maanden geleden reserveerden en de uitbater op zijn minst een beetje verrast klonk ...
Thelma is het ondertussen dus heel gewoon om telkens te verhuizen en kijkt met plezier uit naar het volgende huis waar we gaan blijven. Ik hoef de eerste nacht zelfs niet meer op haar kamer te zitten tot ze slaapt, zolang ze maar haar knuffels bij zich heeft en haar reistentje om zich heen. Ze doet ook niets liever dan op restaurant gaan, zegt nog steeds helleuw tegen Jan en alleman, en windt cafébazen en bazinnen probleemloos om haar vinger. Ze wil wel elke avond voorgelezen worden uit Big gaat logeren. Die regelmaat kiest ze zelf. En wij proberen natuurlijk ook om haar tussen al dat reizen door zoveel mogelijk structuur te bieden, haar lievelingslepel en favoriete speelgoed mee te nemen, en af en toe te trakteren op chocolademelk, frietjes, een trip naar de speeltuin of een duik in een fontein.
Ook toen we thuis kwamen met ons huidige bezoek en een paar dagen later alweer naar het wildpark in Pilanesberg vertrokken, was dat geheel naar haar zin. Voor vier uur in de auto zitten draait ze haar hand niet meer om. Een paar uur slapen, wat rondkijken, een boekje lezen, een banaan eten, haar drinkbus bestuderen, liedjes zingen, verhalen vertellen ... Ze doet het alsof het haar lust en haar leven is. Ze heeft wel eens een driftbui in de auto, maar dat vergeven we haar natuurlijk met oeverloos veel liefde, ze pikt een uitverkoren persoon uit die haar doekje en tuut telkens weer moet oprapen (en het is niet ondergetekende!), maar verder gaat het allemaal vlot. Ze slaapt soms wat moeilijker in 's avonds, door de vele indrukken, maar scènes hebben we niet echt meer meegemaakt.
Alleen de zindelijkheid is weer wat op zijn retour. Een droge-broekjes-kaart met twintig vakjes en een girafje als beloning bracht even soelaas, maar nu vindt ze dat toch de moeite niet meer om op tijd op het potje te gaan. Ze steekt liever haar poep achteruit, staat een beetje met haar kont te draaien en te kreunen, en als we dan ingrijpen is het na wat protest meestal al te laat. Doorgaans slechts een paar druppels, maar toch genoeg voor een nieuw onderbroekje, en af en toe een regelrechte ramp. Ik denk erover om haar 's nachts en tijdens haar dut ook geen pamper meer aan te doen zodat alles een beetje eenduidiger wordt, maar ik denk dat ik ga wachten op de Belgische regelmaat, na de kennismaking met haar nieuwe school en het weerzien met ons oude eigen huis.
Een bekende regelmaat die voor mij nog twee maanden mag wegblijven. Ik mis natuurlijk wel het echte contact met familie en vrienden, ik mis de cafés en de feestjes wel wat, de theatercultuur en het stadsleven, maar ik vind het nog steeds zo'n voorrecht om elke avond de krekels te mogen horen, overdag de palmbomen te zien en de zon te voelen, dat ik hier gerust nog een tijd met ons drietjes wil blijven wonen, zeker als we het redelijk saaie Potchefstroom mogen afwisselen met parels als Kaapstad en Stellenbosch, uitstapjes in de fantastische natuur eromheen, onderzoeksverblijven in Bloemfontein en Pretoria, of een paar dagen wilde dieren spotten in Pilanesberg. Ook al hebben we al best voor wat onaangename verrassingen gestaan (later meer!) of swingt de bureaucratie in staatsinstellingen hier de pan uit (later ook meer!).
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Wat een fantastisch avontuur zeg, ik vind het heel fijn om te mogen meelezen. Geniet er nog van daar, en ik wens jullie nog een paar diefstalvrije maanden toe!
BeantwoordenVerwijderen