Maar een portie Thelmataal moest ik dringend eens serveren:
- [tijdens de Wereldbeker:] 'Maar mama, wanneer komen de voetballers een vlag aan ons huis hangen?'
- [als het echt heel veel is, is het:] 'Honderdduizend miljoen tachtig veertig vijftig zeven achtig eenentien!'
- [Thelma telt:] 'Honderd plus honderd is tweeënhonderd.' [Bernard:] 'Plus honderd is driehonderd.' [Thelma:] 'Neuh! Dat bestaat niet!'
- [ik:] 'Jij kunt al alles: zonder tuut slapen, zonder pamper ...' [Thelma:] 'Behalve snoeien.' [ik:] 'Snoeien? Bedoel je bomen snoeien?' [Thelma:] 'Ja, dat kan ik nog niet hè?'
- [ik:] 'Nee, pakjes van Mega Mindy verkopen ze daar niet.' [Thelma:] 'En wel Mega Toby?' [ik:] 'Nee, ook niet. Wil je dat?' [Thelma:] 'Ja. Maar wel de maat van papa.'
- 'Op mijn school heeft ReyhanNur een keer met krijt op zijn nagels gevingerd als nagellak.'
- [over voetballers:] 'Die hebben lapknieën!'
- 'Steen op jou!' [na diverse bedreigingen van Bernard het grote kindjesmonster]
- 'Met allemaal kleine bedjes?' [ik vertel over studenten die mondeling examen historische Nederlandse letterkunde komen doen, m.a.w. een verhaal vertellen over alle boeken die toen geschreven zijn en hoe de wereld er toen uitzag]
- 'Ik ga onder het deken zitten en dan denk jij dat daar iemand zit en dat is ook waar!'
- [roept naar boven:] 'Mama, ik ga je verrassen!' (pauze) 'Verrassen is onderaan aan de trap staan!' (pauze) 'Ik sta onderaan aan de trahap!'
- [raadseltje:] ''t Is zwart en geel gestreept en heeft een stick op zijn poep!' (een wesp)
- 'Ik vond het géén leuke dag. 't Was niet mijn dagje.'
- [ze ligt bij mij in bed en hoort mijn wekker:] 'Waarom doet mijn geluid tik tak tik tak en jouw tokke tikke tokke tikke?'
- [zomaar aan het ontbijt:] 'Ben je blij dat mijn hart nog klopt?' (en toen stond het mijne bijna stil)
- 'Hebben apen een staart?' [ik:] 'Sommige wel.' [Thelma:] 'Ik had twee keer gelijk! Apen hebben een staart, apen hebben geen staart.'
- 'Ik heb alleen het kruis van Jezus gezien, niet Jezus die eraan is genaaid, da's goed hè?'
- [na vier uur wandelen zeg ik:] 'Amai, ik ben wel heel trots op jou: zoveel gewandeld, zonder zeuren, zonder huilen!' [Thelma:] 'Maar ik was wel moe hè!' [ik:] 'Ja, 'tuurlijk, iedereen was moe hè.' [Thelma:] 'Met al dat gebabbel!'
- [in het bijzijn van twintig vrienden:] 'Mama, jij mag naast papa zitten, want jullie zijn toch verliefd?'
- [tegen mij over Diego van Dora:] 'Da's een schoon manneke hè!'
- ik: 'Waar is Thelma?'
- Bernard: 'Ze zit nu op het vliegtuig naar Canada.'
- ik: 'Echt? Amai, en heeft ze dan haar kleren mee?'
- Bernard: 'Jaja, één onderbroek.'
- ik: 'Aha, en is ze dan zelf naar het station gegaan en het vliegveld?'
- Bernard: 'Ja.'
- ik: 'En heeft ze al een ticket?'
- Bernard: 'Ja, ze heeft een cent op zak.'
- ik: 'En heeft ze vooraf gegeten?'
- Bernard: 'Jaja, boterhammen met choco.'
- [Thelma, vanonder een kussen:] 'En kaas!'




Mijn ouders hebben *** gestemd. Mijn vader, die altijd links heeft gestemd (eerst VU, dan rood en groen), die altijd vrouw heeft gestemd (en nu ook weer), die mij heeft meegenomen naar communes en anti-rakettenbetogingen en kinderboerderijen met overnachtingen in het hooi, die voor verpleger heeft gestudeerd en directeur is in de zorgsector, die sinds kort zijn auto vier dagen aan de kant zet en een uur vroeger opstaat om met de fiets te gaan werken, heeft ‘een beetje rechtser’ gestemd, zo stelt hij zelf, uit onvrede met het beleid van de voorbije jaren. En ik heb het niet uit zijn hoofd kunnen praten.
Mijn moeder, die als eerste uit haar dorp aan de universiteit ging studeren, die meer dan 35 jaar psychologe is in Borgerhout, die zonder dat ze het weet feministe is, hoewel ze eigenlijk gewoon haar zin doet, die nog altijd iemand is bij wie ik raad sprokkel of mijn ideeën toets, is gewoon mijn vader gevolgd: ‘hij heeft daar meestal een goed zicht op’. En: 'Kijk Lotje, dat is democratie'. En ik heb het niet uit haar hoofd kunnen praten.
Ik snap het niet, ik weet niet wat zij lezen en ik niet, wat zij horen en ik niet. Ik weet niet wat ze hopen en waar ze de oplossingen zien, maar ik voel me wel een beetje eenzamer nu.
Of om Virginie Loveling te citeren (10 mei 1920):
En Gerard van het Reve, nu we toch bezig zijn: