Ik las onlangs op een blog bedenkingen over hoe moeilijk het moet zijn als je kind verdriet wordt aangedaan: kleine verdrietjes als een vriendje geen vriendje meer wil zijn, grotere verdrietjes als er iemand gemene dingen zegt, als een verliefdheid niet wederzijds is, als ze tegen haar eigen grenzen aanbotst ... Hoe moeilijk het dan is om te beseffen dat je kind triest is, en dat je daar als mama weinig aan kunt doen. Je kunt ze weerbaar proberen op te voeden, genoeg bevestiging geven, zelfvertrouwen aanwakkeren, maar uiteindelijk moet je hen zelf hun eigen weg laten gaan en hopen dat ze zich meer dan heelhuids door die verdrietjes slaan.
Als ouder hoop je dat je kinderen niet te veel vernietigende oordelen zullen te horen krijgen, en in overtreffende trap, dat ze niet gepest zullen worden. Pesten slaat zulke diepe gaten, heeft zo'n ontzettende invloed op het latere leven, is zo'n flagrant machtsmisbruik dat nergens op gestoeld is, behalve op de eigen onmacht en frustraties van de pester. Maar wat ik eigenlijk ook hoop, als mijn kind in een warm en weerbaar nest opgroeit en daaraan kan ontsnappen, is dat ze zelf geen pester wordt. Dat we haar genoeg respect en empathie kunnen bijbrengen dat ze zelf niet pest, dat ze niet meeheult met een pester en dat ze misschien wel mondig genoeg is om ertegenin te gaan.
Ik heb zelf in de lagere school meegedaan met een paar pesters en schaam me daar nog altijd voor. Nathalie was een meisje van wie de moeder met moeite de eindjes aan elkaar kon knopen, die er 'anders' uitzag en snel heel boos werd. Ik was zo'n mondige kleine die niet het voortouw nam, maar ook nooit in de bres gesprongen is voor haar. Ik heb lange tijd nadien gedacht en gehoopt om daar ooit nog iets aan te kunnen doen en misschien wel mijn excuses te kunnen aanbieden, maar dat is me nooit meer gelukt. We zijn elkaar uit het oog verloren. Maar ik heb halverwege het middelbaar beseft hoe fout dat pesten was, toen ik zag dat 'anders' en 'arm' voor haar ook nog eens het stigma van gepeste met zich mee hadden gebracht.
Ik kan het nu niet meer zien hoe kinderen op straat op hun kop krijgen van zussen, buurjongens of pubers en probeer er meestal iets over te zeggen. Ik hoop dat die jonge daders ook snel zullen beseffen dat het allemaal geen zin heeft, tot kortstondig plezier leidt, henzelf verlaagt tot iets waar ze nooit eigenwaarde uit zullen kunnen halen. Ik hoop dat ze als volwassenen ten minste het besef zullen hebben dat het fout was. Maar als ik dan die volwassen mannen zie bij Mactac die hun collega negen jaar lang de meest vernederende dingen hebben aangedaan, dan weet ik het even niet meer. En dat zowel een christelijke als socialistische vakbond die pesters steunt, maakt me diep beschaamd in hun plaats. Je zou van minder beginnen te hopen op een flinke dosis immanente gerechtigheid.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Het is hallucinant te beseffen hoe veel leed in deze wereld puur voortkomt uit wat mensen elkaar aandoen. Hoeveel beter, mooier, vrijer, gemakkelijker zou het niet zijn, als we net dat beetje meer zorg droegen voor elkaar?
BeantwoordenVerwijderen