vrijdag 28 september 2012

Kleuterplaas

Maandag was het Heritage Day in Zuid-Afrika, een dag waarop de verschillende origines van de Zuid-Afrikanen in de verf worden gezet. Een vrije dag voor mij, want de universiteit was dicht, maar de meeste winkels waren open, de straatwerkers waren actief en het huispersoneel deed zaterdagdienst. Omdat het concept voor veel mensen nogal vaag blijft, heeft men het ondertussen in de volksmond National Braai Day genoemd, ofte nationale barbecuedag, een activiteit die alle Zuid-Afrikanen met elkaar moet verbinden ... Als ze tenminste vlees kunnen betalen, denk ik dan, of betaald vrijaf hebben ...

Zelf ben ik deel van de gefortuneerden, dat besef ik maar al te goed, maar een barbecue hebben we toch aan ons voorbij laten gaan. Het vlees op de befaamde braais hier is soms ook maar een flauw afkookseltje van onze bourgondische zevengangenbarbecues, al wil ik dat niet hardop gezegd hebben! De ribbetjes, worsten, steaks of koteletjes worden hier niet opgediend als ze net à point zijn, maar allemaal ineens gebakken, zo goed zelfs dat een medium van bij hen een ontzettende bien cuit is van bij ons. Daarna wordt het vlees op een schaal gelegd met flink wat zout erop en tussen de rest van het buffet geschoven. Even wennen dus voor de bleu chaud-liefhebbers die de meeste Belgen zijn. De bijgerechten waren wel overheerlijk tot dusver: aardappelen in de schil met avocado-olie, braaikruiden, boter en kaas onder de grill, of 'pap' (een soort couscous of sémoule), een groente-fruitslaatje (typische mix hier) en overheerlijke chutney.

Maar niet voor ons dus. Wij zijn op Heritage Day naar een Zuid-Afrikaanse kinderboerderij geweest, ook wel 'kleuterplaas' genoemd (spreek uit: 'kluterplaus'), want plaas = boerderij. Het heeft ons best wat moeite gekost om er te geraken. Twee dagen ervoor hadden we voor het eerst gebeld rond een uur of negen om te vragen of het open was, en toen zei een sympathieke vrouw aan de lijn dat ze eigenlijk naar Klerksdorp wilde gaan, maar dat ze gerust kon wachten tot na ons bezoek. Druk zou het er dus niet zijn ... We spraken om tien uur af, maar we zijn zozeer verkeerd gereden, bijna tot in Klerksdorp, en moesten via een zandweg terug, dat de enige impressionante dieren die we die dag gezien hebben, twee eenzame struisvogels waren, naast de gigantische kuddes grazende koeien, waar men hier goedkoop barbecuevlees van maakt.

Twee dagen later hebben we het dus nog een keer geprobeerd, en toen met meer succes. We zijn er zonder bellen naartoe gereden, werden vriendelijk uitgenodigd om te claxonneren voor het hek, en konden toen het domein oprijden. Het erf stond vol felgekleurde metalen speeltuigen, een autowrak met houten zeteltjes in, een glijbaan in een betonnen buis waar je via een zelfgemaakte loopbrug of een trap van boomstronken bij moest komen, een kabelliftje over een ondiep meer ... Avontuurlijke speeltuigen waar je in België waarschijnlijk twintig vergunningen voor moet aanvragen (om ze dan uiteindelijk niet te krijgen), maar authentiek én sympathiek. Hier moeten de kinderen geen cursus gaan volgen om weer buiten te leren spelen ...

Na de speeltuigen werd onze aandacht meteen getrokken door twee paarden, die elkaar in een helse vaart achterna zaten rond het meer. Geen braaf grazende paarden op deze kinderboerderij, maar een wilde kermiskoers waarbij we op de eerste rij zaten, weliswaar achter een hek. We mochten bij de paarden gaan, zo verzekerde men ons, maar we moesten Thelma wel op de arm houden, want de hengst durfde wel eens te stampen als we te dicht bij zijn merrie kwamen. Ik ben dus niet binnengegaan, wat dacht je? Paarden die je niet kent en die zo-even voorbijzoefden, een duo dat een kop groter is dan jezelf, waarvan de hengst nogal protectionistische trekjes heeft, vind ik niet meteen uitnodigend voor een bezoekje. Bernard is even wat actiefoto's gaan nemen, maar voelde toch ook de adrenaline toen ze hem rakelings voorbijscheerden.

Tussen de andere dieren hebben we uiteraard wel zorgeloos rondgelopen: de zwarte biggetjes die zich gewillig lieten krabben, de bokkende geiten die uit je hand aten, een kalkoen die zich voor je neervlijde om gestreeld te worden, nieuwsgierige kippen, hupse konijntjes, eenden, een troep landschildpadden ... Ik weet niet wie het allemaal het leukst vond: Thelma of ik. Er stond ook eten klaar voor de dieren: een emmer maïs die we aan eender welke dieren mochten geven, en een kom sla met aubergines voor de biggen. Thelma was aanvankelijk niet zo happig om mee te doen, omdat de mannetjeskalkoen toch iets te parmantig voorbijliep en zo'n zwart zwijntje tot halverwege haar benen kwam, maar toen een klein kleutertje van een jaar of drie haar op sleeptouw nam, was ze vertrokken.

'Het Pablootje' noemde ze hem, omdat hij haar deed denken aan het zoontje van vrienden uit Gent, maar eigenlijk heette hij Duncan. Een lief mannetje dat maar wat graag andere kinderen zijn boerderijtje toonde. Bruin vel, zwart piekhaar, vuile botten en een snotneus. Hij sprak een mengeling van Afrikaans en universele kleutertaal en leek helemaal niet op de witte maar getaande man die hem af en toe optilde. 'He's not our real child', vertrouwde de boer ons toe, 'his mother left him here'. Zijn moeder was een prostituee die hem niet meer hoefde, zijn vader was onbekend. Sinds december had het koppel hem bij zich en de procedure voor adoptie was in gang gezet. 'So we're old people with a young child now', voegde boer Bruce er nog aan toe, want hij had blijkbaar al twee dochters die het huis uit waren, en zelfs al een kleinkind.

Hij had grootse plannen met de boerderij. Ongeveer een jaar geleden hadden ze de boel overgenomen van een oude vrouw die de dieren nogal verwaarloosde. Ze kregen nu veel scholen over de vloer, soms tot 250 kinderen per keer, ze lieten hen vrij spelen met de dieren of op de speeltuin, lieten hen elk om beurt over het meertje glijden met de stoeltjeslift, of een rit maken met de pony die al vijftien jaar lang kinderen vervoert. Een mak beest dat Duncan gewillig achternaliep. Bruce ging ook nog een terrarium maken met wat slangen en andere reptielen, een klein terrasje om iets te kunnen drinken en zijn dochter, die lerares is, zou er het jaar nadien een play group beginnen voor kinderen van achttien maanden tot vijf jaar, waar Duncan bij kon aansluiten.

Het was een wonderlijke plek voor een kind om op te groeien, zei ik, en ik bewonderde hun keuze om dat jochie te adopteren, ook al waren ze ondertussen al aan kleinkinderen toe. Het was een ontzettend warme man, 'and Duncan was wonderful', zo zei hij. Misschien wat overenthousiast of bazig als hij andere kinderen 'zijn' dieren toonde, maar verder een echt schatje. En vlak voor we de auto instapten om naar huis toe te gaan, toen we wat geld gedoneerd hadden om zijn project te steunen en Bernard een uitnodiging op zak had om samen eens te gaan vissen, zei hij dat ze hun enige zoon waren verloren in een auto-ongeluk. Dertien was hij, en Duncan maakt een beetje van dat gemis goed. 'My wife feels very blessed having another son', en ik kon alleen maar zielsgelukkig zijn voor dat jochie om in zo'n nest te mogen opgroeien.

1 opmerking: