- 'Ik wil ook flauwballen. Ik lust dat!' (nadat ik net een kom muesli was gaan halen, omdat ik anders bijna zou flauwvallen)
- 'Ik ben gefusteerd.' (in het zwembad, waar ze de hele tijd aan het zeuren was dat ze nog niet kon zwemmen en ik tegen Bernard zei dat ze gefrustreerd was omdat ze Louis en Pieter-Jacob zag)
- 'Ik wil niet naar school, want dan kan mij jij niet zien.' (poging om mijn moederhart te vermurwen)
- 'Mijn arm is een beetje gepluujd.' (toen ik haar om te spelen aan haar voeten van het bed trok -- en elke keer als ze een minipijntje aan haar arm heeft)
- 'Als het regent, word ik groot.' (klopt natuurlijk, maar niet helemaal)
- 'Papa is een gewone man.' (nadat ik gezegd had dat papa een 'soepenman' is, omdat hij zulke lekkere soep maakt)
- 'Opa Johannesburg is een stad.' (Opa Johann + Johannesburg in een vreemd huwelijk)
- En verder: ventilator, trampoline, plasticine, België, Nederlands, Bloemfontein, Kaapstad, Stellenbosch ...
- Maar ook: 'blablief' voor wablief, 'fwemmen' voor zwemmen, 'jonne' voor jongen, 'vinner' voor vinger, 'sozijntjes' voor rozijntjes.
vrijdag 18 januari 2013
Thelmataal (17)
donderdag 17 januari 2013
Hoedje af
Ik blijf het toch maar raar vinden, die ontgroeningsrituelen voor de eerstejaarsstudenten ... De zomervakantie is hier voorbij (al is dat niet aan de temperaturen te merken!), het academiejaar trekt zich traag op gang, en dat gebeurt traditiegetrouw met een 'ontgroeningsweek'. Geen braspartijen zoals in Gent, dat niet, want de eerstejaars mogen niet drinken. Ook geen witte kielen beplakt met mayonaise, kikkerdril en keukenzout, maar iets helemaal anders. Ik probeer het te beschrijven, maar dat is natuurlijk met de blik van een buitenstaander en die kan nooit snappen wat het eigenlijk echt is.
Adri, mijn allerliefste collega, had gezegd dat het nogal 'militair' getint was. En dat is niet eens overdreven. De eerstejaars lopen per 'squad' in een soort uniform van hun 'koshuis' rond. Voor de meisjes is dat een short, T-shirt en zo'n zonneklak of hoedje met een logo en een slogan, soms ook een rugzakje, voor de jongens een short, T-shirt en pet, met opnieuw een logo en een slogan. De kleuren verschillen van koshuis tot koshuis, maar dat is het zowat. Getooid in zo'n plunje moeten de studenten een hele week bevelen opvolgen, opdrachtjes voltooien, in slagorde staan en vooral terugschreeuwen.
Van ver klinkt dat behoorlijk beangstigend, die spreekkoren die hard en snel weerklinken over de hele campus, maar vandaag hoorde ik een groep meisjes het volgende schreeuwen: 'IK WIL JOU 'N DRUKKIE GEEF! MAAR IK MAG NIET! BOEHOE!' - mét bijhorende gebaren. De bevelen van de bevelhebsters heb ik nog nooit kunnen ontcijferen, en van de jongens heb ik al evenmin iets verstaan, behalve 'DAG DAMES!', als ze een meisjesgroep passeren. De jongens moeten ook de hele week hun pet oplichten als ze een vrouw of meisje zien. Stel het je maar eens voor: elke gast die je passeert, steekt zijn pet in de lucht, en als je een heel cordon passeert of het cordon passeert een groep vrouwen, gaan al die petjes elk om beurt omhoog, en dan weer terug.
Adri zegt dat het heel wat verbondenheid creëert, die ontgroeningsweek. Dat zal ook wel, als je een hele week met een groep van zestig in rijtjes van drie de campus doorkruist ... Maar ik ken er natuurlijk niets van, en vang enkel een glimp op van wat er overdag gebeurt. Ik hoor 's avonds ook wel de bevelen en antwoorden weergalmen vanop het rugbyveld hier vlakbij, maar veel concreters kan ik mij daar niet bij voorstellen. Er zullen ook wel wedstrijdjes onderling zijn, en geënsceneerde flirtpartijtjes, maar daar weet ik allemaal niets van. Toch nog maar eens navragen bij collega's die het zelf hebben meegemaakt.
De meeste studenten kijken er overigens echt naar uit, naar die ontgroeningsweek, want de NWU in Potchefstroom staat bekend om zijn hoge graad van studentikositeit en veel studenten kiezen gericht voor deze universiteit om haar bloeiende studentenleven. En het creëert natuurlijk ook een band tussen zwart en wit. De studenten worden onderverdeeld in kosthuizen, dragen een hele week dezelfde kleren, moeten dezelfde opdrachten doen en dezelfde liedjes schreeuwen, dus veel verschillen zie je niet meer na verloop van tijd, en naar men zegt, creëert het een band voor het leven.
Ik heb al een klein beetje last van vervangende schaamte, en zou er alles aan doen om aan die week-in-short-en-T-shirt te ontsnappen, zeker bij de aanvang van een universitair traject. Wat was ik blij dat we in de Germaanse door onze praeses Freek Braekman enkel maar collectief gedoopt zijn en geen bevelen en onnozele spelletjes moesten uitvoeren. Ik zou stilletjes al subversieve plannen beginnen te smeden om het gezag te ondermijnen. Maar dat doen zij misschien ook wel ...
Adri, mijn allerliefste collega, had gezegd dat het nogal 'militair' getint was. En dat is niet eens overdreven. De eerstejaars lopen per 'squad' in een soort uniform van hun 'koshuis' rond. Voor de meisjes is dat een short, T-shirt en zo'n zonneklak of hoedje met een logo en een slogan, soms ook een rugzakje, voor de jongens een short, T-shirt en pet, met opnieuw een logo en een slogan. De kleuren verschillen van koshuis tot koshuis, maar dat is het zowat. Getooid in zo'n plunje moeten de studenten een hele week bevelen opvolgen, opdrachtjes voltooien, in slagorde staan en vooral terugschreeuwen.
Van ver klinkt dat behoorlijk beangstigend, die spreekkoren die hard en snel weerklinken over de hele campus, maar vandaag hoorde ik een groep meisjes het volgende schreeuwen: 'IK WIL JOU 'N DRUKKIE GEEF! MAAR IK MAG NIET! BOEHOE!' - mét bijhorende gebaren. De bevelen van de bevelhebsters heb ik nog nooit kunnen ontcijferen, en van de jongens heb ik al evenmin iets verstaan, behalve 'DAG DAMES!', als ze een meisjesgroep passeren. De jongens moeten ook de hele week hun pet oplichten als ze een vrouw of meisje zien. Stel het je maar eens voor: elke gast die je passeert, steekt zijn pet in de lucht, en als je een heel cordon passeert of het cordon passeert een groep vrouwen, gaan al die petjes elk om beurt omhoog, en dan weer terug.
Adri zegt dat het heel wat verbondenheid creëert, die ontgroeningsweek. Dat zal ook wel, als je een hele week met een groep van zestig in rijtjes van drie de campus doorkruist ... Maar ik ken er natuurlijk niets van, en vang enkel een glimp op van wat er overdag gebeurt. Ik hoor 's avonds ook wel de bevelen en antwoorden weergalmen vanop het rugbyveld hier vlakbij, maar veel concreters kan ik mij daar niet bij voorstellen. Er zullen ook wel wedstrijdjes onderling zijn, en geënsceneerde flirtpartijtjes, maar daar weet ik allemaal niets van. Toch nog maar eens navragen bij collega's die het zelf hebben meegemaakt.
De meeste studenten kijken er overigens echt naar uit, naar die ontgroeningsweek, want de NWU in Potchefstroom staat bekend om zijn hoge graad van studentikositeit en veel studenten kiezen gericht voor deze universiteit om haar bloeiende studentenleven. En het creëert natuurlijk ook een band tussen zwart en wit. De studenten worden onderverdeeld in kosthuizen, dragen een hele week dezelfde kleren, moeten dezelfde opdrachten doen en dezelfde liedjes schreeuwen, dus veel verschillen zie je niet meer na verloop van tijd, en naar men zegt, creëert het een band voor het leven.
Ik heb al een klein beetje last van vervangende schaamte, en zou er alles aan doen om aan die week-in-short-en-T-shirt te ontsnappen, zeker bij de aanvang van een universitair traject. Wat was ik blij dat we in de Germaanse door onze praeses Freek Braekman enkel maar collectief gedoopt zijn en geen bevelen en onnozele spelletjes moesten uitvoeren. Ik zou stilletjes al subversieve plannen beginnen te smeden om het gezag te ondermijnen. Maar dat doen zij misschien ook wel ...
woensdag 9 januari 2013
Thelmataal (16): Thelma goes meta
Thelma, op het potje: 'Waar is mijn onderbroek?'
ik: 'In de was.'
Thelma: '*IN* de was?'
ik: 'Ja ... In de was.'
Thelma: 'Niet *OP* de was?'
ik: 'Nee, niet op de was.'
Thelma: 'Ah ... En wat is een Hadeda?'
ik: 'Euh, een ibis. Een soort ibis.'
Thelma: 'Een ibis. Geen *abas*?'
Thelma, in haar bedje: 'Mama, hoe heet ik?'
ik, traag en duidelijk: 'Jij heet Thelma Lucia Cosemans.'
Thelma, traag en duidelijk: 'Ik heet Lucia Thelma Cosemans Aapje.'
ik: 'In de was.'
Thelma: '*IN* de was?'
ik: 'Ja ... In de was.'
Thelma: 'Niet *OP* de was?'
ik: 'Nee, niet op de was.'
Thelma: 'Ah ... En wat is een Hadeda?'
ik: 'Euh, een ibis. Een soort ibis.'
Thelma: 'Een ibis. Geen *abas*?'
Thelma, in haar bedje: 'Mama, hoe heet ik?'
ik, traag en duidelijk: 'Jij heet Thelma Lucia Cosemans.'
Thelma, traag en duidelijk: 'Ik heet Lucia Thelma Cosemans Aapje.'
maandag 31 december 2012
Calamiteiten in 2012
Is het wel het juiste moment om nu over calamiteiten te beginnen? Misschien wel, want dan kunnen we ze achterlaten in 2012. En het waren enkel materiële calamiteiten, dus erger dan een beetje gevloek en ik-kan-mezelf-wel-voor-de-kop-schieten, werd het niet. Ik beperk het overzicht tot de voorbije vier maanden, de tijd dat we in Zuid-Afrika zaten.
Zuid-Afrika wordt gepercipieerd als een gevaarlijk land. Een land met hoge criminaliteitscijfers, dodelijk verkeer, werkloosheid en armoede. Geweld hebben we gelukkig haast nog niet gezien of meegemaakt, en ik duim met vingers en tenen dat het zo blijft. We hebben in Houtbay een gevecht gezien tussen 'coloureds', maar dergelijk geweld hadden we de voorbije twee jaar op de Muide helaas ook meer dan genoeg gezien.
Ik heb een witte ploegbaas een zwarte werknemer achterna zien zitten met een ladder, en ik zag aan zijn vluchtgedrag dat die laatste er al vaker onzacht mee in aanraking was gekomen. Maar verder niets. Mijn vingers en tenen schieten nog wat verder in een kramp. Waar we ondertussen wel lichtjes onze buik van vol hebben, is diefstal en verlies. Meestal hebben we er zelf een klein aandeel in en kan je dus echt niet voorzichtig genoeg zijn, maar dat het ons zo vaak zou overkomen, hadden we niet gedacht.
Het begon met onze fietsen. Drie dagen na aankoop bleken ze 's ochtends plots van ons terras verdwenen. Oké, ze stonden niet op slot omdat Bernard niet dacht dat iemand in het donker een hele oprijlaan zou afgaan, het automatische hek zou omzeilen, de tuin zou doorkruisen, het hekje over zou springen om onze gloednieuwe fietsen erover te heisen en ermee weg te rijden. Wel dus. Ik kan alleen maar hopen dat de dief er zijn kinderen mee te eten heeft gegeven of het schoolgeld heeft betaald.
We hadden overigens ook Barbiesloten, dus veel had het niet uitgehaald. Een U-slot willen ze hier blijkbaar alleen maar verkopen aan fietsers na veel ooggerol en wat gegniffel, en bij voorkeur aan een man die een dag later kordaat teruggaat, omdat zijn vrouw de dag ervoor niet genoeg overtuigingskracht had. Mijn tweede fiets, die we gekocht hebben met het verzekeringstegoed van onze eerste twee fietsen, heeft dus een U-slot. En als ik vertel dat ik in België ook een brommerslot heb, omdat er zo veel fietsen worden gestolen, kijken ze je met grote ogen aan. 'Want wie steelt er dan in België? Daar zijn toch geen zwarten?' (ongelooflijk maar waar)
Ons tweede transportmiddel dat eraan moest geloven, was onze auto. Een tweedehands Golf, gekocht voor 4200 euro, met maar 85.000 km op de teller, beveiligd met immobiliser, stuurslot, pookslot, transponder in de sleutel en anti-carjackingknop. Bedoeld om weer te verkopen aan het eind van ons verblijf, maar zover is het niet gekomen. Ons eerste avondje uit zonder Thelma, toen mijn ouders hier waren, op het eindejaarsetentje van mijn werk, eindigde in mineur. Zo vreemd om naar je auto toe te stappen en dan enkel een leegte te zien. Blijkbaar een misdaadsyndicaat uit Johannesburg dat steelt op bestelling. En een witte Citi Golf is hier zo populair, dat het een geliefd doelwit is.
Gelukkig ook verzekerd, dus dat geld krijgen we terug met een vermindering van 10%, maar wat het nog minder maakt, is dat er ook een autostoel inzat, visgerief van Bernard, én zijn paspoort, internationaal rijbewijs en visum. We zijn dus al naar de Belgische ambassade in Johannesburg mogen rijden voor een nieuw paspoort en moeten binnenkort ook nog naar de Home Affairs in Potchefstroom.
En toen we een week later onze valiezen pakten voor Pilanesberg en we Bernards fleece zochten, beseften we dat die ook in de auto lag, samen met mijn lievelings leren vest, die ik hier hoegenaamd nog niet nodig had gehad, maar beter dan een fleece paste bij mijn outfit van die avond ... De diefstal van de auto heb ik stoïcijns aanhoord, maar mijn leren vest, dat hebben ze toch wel geweten hierboven! Met het verzekeringsgeld, dat voorlopig nog virtueel is, huren we nu af en toe een auto en met het oude tweepersoons-pick-up'je van Annette doen we boodschappen, brengt Bernard Thelma naar school en gaat hij soms vissen.
In ons eerste gasthuis in Kaapstad zijn Bernards Campers dan weer spoorloos verdwenen, wat we pas gemerkt hebben toen we inpakten na ons tweede Kaapse huis, en in Stellenbosch hebben we gemerkt dat onze tas met Nutella, koffie, Weet-Bix, muesli, amandelen, cashewnoten, gedroogde mango en wie-weet-wat-nog ook spoorloos verdwenen was. Misschien per abuis bij het vuilnis gezet, omdat het ook in een plastic zak zat, maar zeker niet achtergelaten. Het huis leek spic-en-span toen we vertrokken, we kregen er zelfs een compliment van de eigenares bovenop, die het nog eens helemaal had gecontroleerd.
Soit, erg was dat niet, alleen hopen we dat het eten niet op een vuilnisbelt is beland, maar in de magen van zij die het nodig hadden. We hebben in Stellenbosch opnieuw een gelijkaardige voorraad eten moeten kopen, voor drie dagen maar, en we hebben de rest dan maar weggegeven aan een parkingwachter op de luchthaven van Kaapstad. De twee gehavende jongeren met de winkelkar vol zakken en plastiek in Stellenbosch waren al te ver weg voor we hen konden roepen, en de zwarte man met zijn zakje sperzieboontjes uit de hand te koop stond langs een veel te drukke weg om te kunnen stoppen.
In de luchthaven van Johannesburg zijn we dan weer echt gerold. Ongelooflijk hoe dat is kunnen gebeuren met vier volwassenen in de buurt, maar lepe trucs, een tweejarig kind, een blij weerzien met vrienden en geen communicatie over zijn raar gedrag verklaren veel. Het was een zwarte man, netjes gekleed, die ons op de parking van de huurwagens zag zoeken naar onze huurauto. Hij nam ons op sleeptouw, greep een trolley voor de bagage hoewel de standplaats niet ver was en we met gemak zelf onze valiezen konden dragen of trekken, maar zo kon hij al eens kijken wat voor vlees hij in de kuip had.
In ons busje begon hij alle valiezen op de zetels te ploffen, omgekeerd en geheel onlogisch, zodat Isabelle en ik de handen vol hadden om alles een beetje beter te schikken. Ondertussen zat Thelma in haar buggy te kijken, keek ik Isabelle ongelovig aan en dacht ik dat het gewoon een uitslover was die moeite deed om een fooi te krijgen en geen kaas had gegeten van bagageschikking. Bernard zat ondertussen al aan het stuur wat paperassen door te nemen en Geert liep ook rond, dus iedereen dacht dat de rest wel een oogje in het zeil hield. Niet dus.
Hij had alle bagage, dus ook onze handtassen, in de auto gezet en was die blijkbaar haastig aan het doorzoeken, onder het alziend oog van ... niemand. Hij had er wel niet op gerekend dat mijn handtas zo vol zou zitten en mijn portefeuille niet zo makkelijk te vinden was, maar zelfs daarvoor had hij een snood plan ontwikkeld. Hij bood me met verwilderde blik mijn handtas aan, vroeg om een fooi ('Give me one euro!') en wist nadien dus mijn portefeuille te spotten. Ik hield mijn tas aanvankelijk bij me, en zei zelfs 'No, I'll keep my bag' toen hij die weer in de auto wou zetten, tot hij die min of meer uit mijn handen snokte en ik hem naïefweg liet doen. Als hij echt wou kiezen waar ik zat, gunde ik hem dat pleziertje wel.
Tot hij er bedaard vandoor ging, Isabelle een fotootje van Thelma uit mijn portefeuille op de grond van ons huurbusje zag liggen en ik op zoek ging naar mijn portefeuille om het terug te steken ... En langzaam maar zeker begon te denken dat hij er met mijn geld vandoor zou zijn ... En toen zelfs moest toegeven dat hij er met mijn hele portefeuille vandoor was! Gelukkig geen kredietkaarten, paspoort of bankkaart, enkel geld, een postzegel en een ander fotootje van Thelma. Mijn kassaticketjes die ik terugbetaald krijg van mijn werk had hij er ook nog uitgeschud, maar mijn groen leren vintage portefeuilleke had hij mee met 700 rand (70 euro) en zonder euro's.
Isabelle zat natuurlijk met de piepers om in haar sacoche te voelen, maar haar portefeuille zat er nog in. Gelukkig maar, want bij haar zaten al haar bankkaarten, lidkaarten, identiteitskaart, SIS-kaart, euro's, rands en wat-nog-al wel nog samen. En voor de rest was er niets weg. Vanaf nu neem ik dus de raad van doorgewinterde reisgezel Geert over dat er niemand aan zijn spullen komt de eerste dagen in een nieuw land en zeker niet in een luchthaven. Dat ik hier al vier maanden zit, had me dus wat nonchalanter gemaakt, zeker omdat zich 's ochtends in ons guest house vrijwel een gelijkaardig tafereel had afgespeeld, waarbij een nette man zeer hulpvaardig al onze valiezen in het shuttle busje had getild, zonder erg.
En het laatste euvel was onze eigen dikke fout, maar heeft een happy ending. Op de terugweg van de Cradle of Humankind, een grot met resten van het eerste leven op aarde, moest Thelma plots pipi doen. We stappen uit aan de kant van de weg, ik laat Thelma plassen en vraag aan Bernard een papieren zakdoekje uit mijn tas. Bernard kan niet meteen iets vinden, zet mijn tas op de koffer en zoekt verder, tot Isabelle een zakdoekje aanreikt. Bernard kruipt terug achter het stuur, ik zet Thelma terug in de autostoel, ga naast haar zitten, sla het portier dicht en we rijden verder. Tot ik vijf minuten later mijn Kindle wil nemen uit een tas die niet meer aan mijn voeten staat ...
Ik besef meteen dat mijn tas echt weg is, Bernard beseft dat hij die op de koffer heeft laten staan, en drie rechtsommekeren later vinden we het plekje waar Thelma heeft geplast, maar geen tas, tot Bernard een paar tiental meter verder mijn gecamoufleerde tas in het gras vindt ... Met alles erin en niets gebroken, wat een klein wonder is in Zuid-Afrika, waar velen zonder fiets of auto kilometers te voet langs de baan afleggen en zo'n goedgevulde tas op hun pad best wel hadden weten te appreciëren. Mijn Kindle was dus mijn redding, en ik ben blij dat ik niet even een dutje wou doen toen.
En dat was onze laatste calamiteit van 2012, en laten we het daar nu maar bij houden. Gelukkig 2013 allemaal, met hoogstens wat materieel verlies, wat meer onthechting, en geen lichamelijke of emotionele verliezen!
Zuid-Afrika wordt gepercipieerd als een gevaarlijk land. Een land met hoge criminaliteitscijfers, dodelijk verkeer, werkloosheid en armoede. Geweld hebben we gelukkig haast nog niet gezien of meegemaakt, en ik duim met vingers en tenen dat het zo blijft. We hebben in Houtbay een gevecht gezien tussen 'coloureds', maar dergelijk geweld hadden we de voorbije twee jaar op de Muide helaas ook meer dan genoeg gezien.
Ik heb een witte ploegbaas een zwarte werknemer achterna zien zitten met een ladder, en ik zag aan zijn vluchtgedrag dat die laatste er al vaker onzacht mee in aanraking was gekomen. Maar verder niets. Mijn vingers en tenen schieten nog wat verder in een kramp. Waar we ondertussen wel lichtjes onze buik van vol hebben, is diefstal en verlies. Meestal hebben we er zelf een klein aandeel in en kan je dus echt niet voorzichtig genoeg zijn, maar dat het ons zo vaak zou overkomen, hadden we niet gedacht.
Het begon met onze fietsen. Drie dagen na aankoop bleken ze 's ochtends plots van ons terras verdwenen. Oké, ze stonden niet op slot omdat Bernard niet dacht dat iemand in het donker een hele oprijlaan zou afgaan, het automatische hek zou omzeilen, de tuin zou doorkruisen, het hekje over zou springen om onze gloednieuwe fietsen erover te heisen en ermee weg te rijden. Wel dus. Ik kan alleen maar hopen dat de dief er zijn kinderen mee te eten heeft gegeven of het schoolgeld heeft betaald.
We hadden overigens ook Barbiesloten, dus veel had het niet uitgehaald. Een U-slot willen ze hier blijkbaar alleen maar verkopen aan fietsers na veel ooggerol en wat gegniffel, en bij voorkeur aan een man die een dag later kordaat teruggaat, omdat zijn vrouw de dag ervoor niet genoeg overtuigingskracht had. Mijn tweede fiets, die we gekocht hebben met het verzekeringstegoed van onze eerste twee fietsen, heeft dus een U-slot. En als ik vertel dat ik in België ook een brommerslot heb, omdat er zo veel fietsen worden gestolen, kijken ze je met grote ogen aan. 'Want wie steelt er dan in België? Daar zijn toch geen zwarten?' (ongelooflijk maar waar)
Ons tweede transportmiddel dat eraan moest geloven, was onze auto. Een tweedehands Golf, gekocht voor 4200 euro, met maar 85.000 km op de teller, beveiligd met immobiliser, stuurslot, pookslot, transponder in de sleutel en anti-carjackingknop. Bedoeld om weer te verkopen aan het eind van ons verblijf, maar zover is het niet gekomen. Ons eerste avondje uit zonder Thelma, toen mijn ouders hier waren, op het eindejaarsetentje van mijn werk, eindigde in mineur. Zo vreemd om naar je auto toe te stappen en dan enkel een leegte te zien. Blijkbaar een misdaadsyndicaat uit Johannesburg dat steelt op bestelling. En een witte Citi Golf is hier zo populair, dat het een geliefd doelwit is.
Gelukkig ook verzekerd, dus dat geld krijgen we terug met een vermindering van 10%, maar wat het nog minder maakt, is dat er ook een autostoel inzat, visgerief van Bernard, én zijn paspoort, internationaal rijbewijs en visum. We zijn dus al naar de Belgische ambassade in Johannesburg mogen rijden voor een nieuw paspoort en moeten binnenkort ook nog naar de Home Affairs in Potchefstroom.
En toen we een week later onze valiezen pakten voor Pilanesberg en we Bernards fleece zochten, beseften we dat die ook in de auto lag, samen met mijn lievelings leren vest, die ik hier hoegenaamd nog niet nodig had gehad, maar beter dan een fleece paste bij mijn outfit van die avond ... De diefstal van de auto heb ik stoïcijns aanhoord, maar mijn leren vest, dat hebben ze toch wel geweten hierboven! Met het verzekeringsgeld, dat voorlopig nog virtueel is, huren we nu af en toe een auto en met het oude tweepersoons-pick-up'je van Annette doen we boodschappen, brengt Bernard Thelma naar school en gaat hij soms vissen.
In ons eerste gasthuis in Kaapstad zijn Bernards Campers dan weer spoorloos verdwenen, wat we pas gemerkt hebben toen we inpakten na ons tweede Kaapse huis, en in Stellenbosch hebben we gemerkt dat onze tas met Nutella, koffie, Weet-Bix, muesli, amandelen, cashewnoten, gedroogde mango en wie-weet-wat-nog ook spoorloos verdwenen was. Misschien per abuis bij het vuilnis gezet, omdat het ook in een plastic zak zat, maar zeker niet achtergelaten. Het huis leek spic-en-span toen we vertrokken, we kregen er zelfs een compliment van de eigenares bovenop, die het nog eens helemaal had gecontroleerd.
Soit, erg was dat niet, alleen hopen we dat het eten niet op een vuilnisbelt is beland, maar in de magen van zij die het nodig hadden. We hebben in Stellenbosch opnieuw een gelijkaardige voorraad eten moeten kopen, voor drie dagen maar, en we hebben de rest dan maar weggegeven aan een parkingwachter op de luchthaven van Kaapstad. De twee gehavende jongeren met de winkelkar vol zakken en plastiek in Stellenbosch waren al te ver weg voor we hen konden roepen, en de zwarte man met zijn zakje sperzieboontjes uit de hand te koop stond langs een veel te drukke weg om te kunnen stoppen.
In de luchthaven van Johannesburg zijn we dan weer echt gerold. Ongelooflijk hoe dat is kunnen gebeuren met vier volwassenen in de buurt, maar lepe trucs, een tweejarig kind, een blij weerzien met vrienden en geen communicatie over zijn raar gedrag verklaren veel. Het was een zwarte man, netjes gekleed, die ons op de parking van de huurwagens zag zoeken naar onze huurauto. Hij nam ons op sleeptouw, greep een trolley voor de bagage hoewel de standplaats niet ver was en we met gemak zelf onze valiezen konden dragen of trekken, maar zo kon hij al eens kijken wat voor vlees hij in de kuip had.
In ons busje begon hij alle valiezen op de zetels te ploffen, omgekeerd en geheel onlogisch, zodat Isabelle en ik de handen vol hadden om alles een beetje beter te schikken. Ondertussen zat Thelma in haar buggy te kijken, keek ik Isabelle ongelovig aan en dacht ik dat het gewoon een uitslover was die moeite deed om een fooi te krijgen en geen kaas had gegeten van bagageschikking. Bernard zat ondertussen al aan het stuur wat paperassen door te nemen en Geert liep ook rond, dus iedereen dacht dat de rest wel een oogje in het zeil hield. Niet dus.
Hij had alle bagage, dus ook onze handtassen, in de auto gezet en was die blijkbaar haastig aan het doorzoeken, onder het alziend oog van ... niemand. Hij had er wel niet op gerekend dat mijn handtas zo vol zou zitten en mijn portefeuille niet zo makkelijk te vinden was, maar zelfs daarvoor had hij een snood plan ontwikkeld. Hij bood me met verwilderde blik mijn handtas aan, vroeg om een fooi ('Give me one euro!') en wist nadien dus mijn portefeuille te spotten. Ik hield mijn tas aanvankelijk bij me, en zei zelfs 'No, I'll keep my bag' toen hij die weer in de auto wou zetten, tot hij die min of meer uit mijn handen snokte en ik hem naïefweg liet doen. Als hij echt wou kiezen waar ik zat, gunde ik hem dat pleziertje wel.
Tot hij er bedaard vandoor ging, Isabelle een fotootje van Thelma uit mijn portefeuille op de grond van ons huurbusje zag liggen en ik op zoek ging naar mijn portefeuille om het terug te steken ... En langzaam maar zeker begon te denken dat hij er met mijn geld vandoor zou zijn ... En toen zelfs moest toegeven dat hij er met mijn hele portefeuille vandoor was! Gelukkig geen kredietkaarten, paspoort of bankkaart, enkel geld, een postzegel en een ander fotootje van Thelma. Mijn kassaticketjes die ik terugbetaald krijg van mijn werk had hij er ook nog uitgeschud, maar mijn groen leren vintage portefeuilleke had hij mee met 700 rand (70 euro) en zonder euro's.
Isabelle zat natuurlijk met de piepers om in haar sacoche te voelen, maar haar portefeuille zat er nog in. Gelukkig maar, want bij haar zaten al haar bankkaarten, lidkaarten, identiteitskaart, SIS-kaart, euro's, rands en wat-nog-al wel nog samen. En voor de rest was er niets weg. Vanaf nu neem ik dus de raad van doorgewinterde reisgezel Geert over dat er niemand aan zijn spullen komt de eerste dagen in een nieuw land en zeker niet in een luchthaven. Dat ik hier al vier maanden zit, had me dus wat nonchalanter gemaakt, zeker omdat zich 's ochtends in ons guest house vrijwel een gelijkaardig tafereel had afgespeeld, waarbij een nette man zeer hulpvaardig al onze valiezen in het shuttle busje had getild, zonder erg.
En het laatste euvel was onze eigen dikke fout, maar heeft een happy ending. Op de terugweg van de Cradle of Humankind, een grot met resten van het eerste leven op aarde, moest Thelma plots pipi doen. We stappen uit aan de kant van de weg, ik laat Thelma plassen en vraag aan Bernard een papieren zakdoekje uit mijn tas. Bernard kan niet meteen iets vinden, zet mijn tas op de koffer en zoekt verder, tot Isabelle een zakdoekje aanreikt. Bernard kruipt terug achter het stuur, ik zet Thelma terug in de autostoel, ga naast haar zitten, sla het portier dicht en we rijden verder. Tot ik vijf minuten later mijn Kindle wil nemen uit een tas die niet meer aan mijn voeten staat ...
Ik besef meteen dat mijn tas echt weg is, Bernard beseft dat hij die op de koffer heeft laten staan, en drie rechtsommekeren later vinden we het plekje waar Thelma heeft geplast, maar geen tas, tot Bernard een paar tiental meter verder mijn gecamoufleerde tas in het gras vindt ... Met alles erin en niets gebroken, wat een klein wonder is in Zuid-Afrika, waar velen zonder fiets of auto kilometers te voet langs de baan afleggen en zo'n goedgevulde tas op hun pad best wel hadden weten te appreciëren. Mijn Kindle was dus mijn redding, en ik ben blij dat ik niet even een dutje wou doen toen.
En dat was onze laatste calamiteit van 2012, en laten we het daar nu maar bij houden. Gelukkig 2013 allemaal, met hoogstens wat materieel verlies, wat meer onthechting, en geen lichamelijke of emotionele verliezen!
zondag 30 december 2012
Wowie
Ik zit op ons terras, en het geluid van de donder heeft de krekels verstomd. Thelma ligt in bed en haalt wat slaap van de voorbije dagen in. De zwembadpomp is hersteld en het water lijkt niet meer op erwtensoep, de wifi werkt weer nadat Bernard met ons bezoek de modem op het dak van de autobatterij heeft losgekoppeld, de 36 graden van vandaag worden stilletjes gehalveerd, en ik kijk tevreden terug op de administratieve Belgische berg die ik doorploeterd heb tijdens Thelma's middagdut. Nu nog mails inhalen, kerstkaartjes schrijven, het onderzoek van januari voorbereiden, een masterproef nalezen, uitgebreid bijskypen met het thuisfront.
Wat een maand was me dat. Twee weken Kaapstad, een paar dagen Stellenbosch, een nachtje Johannesburg en terug naar Potchefstroom met Belgisch bezoek voor Kerst en Nieuw. Kaapstad met eerst een paar dagen vakantie om de Tafelberg te verkennen, de stranden en haven te keuren, Cape Point te ontdekken, de botanische tuin te bezoeken, cafés en eethuisjes te leren kennen. En daarna drie archieven op het menu, wat ons na die paar volle vakantiedagen alleen na vijf uur wat tijd liet om samen de stad te verkennen. Gelukkig deed Thelma middagdutten van een uur of vier, zodat ze 's avonds mee uit eten kon. De haperende wifi in het surfersparadijs waar we eerst verbleven en het 3G-netwerk op ons volgende adres lieten ons weinig tijd en megabytes over om te bloggen, te skypen of te mailen, maar dat haal ik nu langzaam maar zeker in.
Kaapstad! Wat. Een. Stad. Als ik ooit een nieuwe bestemming voor mijn leven moet kiezen, wordt het Kaapstad. Zoals Berlijn niet Duitsland is, en New York niet de VS, zo is Kaapstad ook niet Zuid-Afrika, dat besef ik best. Het deed aan als een mix van Barcelona, Marrakesh en Hollywood, door de temperaturen, de stranden en de bergen, de straten vol kraampjes, de townships naast de fancy restaurants en cafés. Wat een sfeer, wat een eten, wat een diversiteit aan mensen, wat een natuur, wat een oceaan. Ben een beetje mijn hart verloren daar, zoals zovelen. Ik wil nu al terug!
Stellenbosch was zowat het Utrecht of Sint-Martens-Latem van Zuid-Afrika, maar dan met palmbomen en wijngaarden. Hele mooie huizen, water, terrasjes, restaurants, antiekwinkels en galerijen, een hele mooie campus, en ook een backpackers' waar we na een halfuur overleg toch maar weer zijn weggegaan. Kieskeurig zijn we niet, maar een kamertemperatuur van bijna 40 graden met een fan die je niet voelt, metalen latjes voor de ramen die alle kanten uitgeplooid zijn, uitzicht op een muur en een garage, een geur in de badkamer die je doet fronsen, een vuile frigo en geen bestek of handdoeken was te veel voor die 490 Rand (49 euro) die onze Trotter nochtans vol lof had aangeprezen.
We hebben dan maar snel wat adresjes gebeld en voor het dubbele van de prijs nog een vrije kamer gevonden in een chique spa, waar we verbleven in een soort koetshuis, de goedkoopste kamer van het hele guest house. Helaas zonder microgolf of keukentje, met een krakende vloer waarop er net wat plaats was om Thelma's tentje te zetten, en met een inloopdouche die meer leek op een uitloopdouche, wat het water betreft althans. Een heerlijk ontbijt, klein zwembad en een prachtige tuin, dat wel, maar niet echt een plek waar Bernard en Thelma makkelijk twee dagen konden doorbrengen terwijl ik aan het werk was. We hebben met mijn 3G-modempje de volgende dag dan maar weer iets anders gezocht én nog gevonden ook. Geen wonder dat die eerste backpackers' nog vrij was toen we maanden geleden reserveerden en de uitbater op zijn minst een beetje verrast klonk ...
Thelma is het ondertussen dus heel gewoon om telkens te verhuizen en kijkt met plezier uit naar het volgende huis waar we gaan blijven. Ik hoef de eerste nacht zelfs niet meer op haar kamer te zitten tot ze slaapt, zolang ze maar haar knuffels bij zich heeft en haar reistentje om zich heen. Ze doet ook niets liever dan op restaurant gaan, zegt nog steeds helleuw tegen Jan en alleman, en windt cafébazen en bazinnen probleemloos om haar vinger. Ze wil wel elke avond voorgelezen worden uit Big gaat logeren. Die regelmaat kiest ze zelf. En wij proberen natuurlijk ook om haar tussen al dat reizen door zoveel mogelijk structuur te bieden, haar lievelingslepel en favoriete speelgoed mee te nemen, en af en toe te trakteren op chocolademelk, frietjes, een trip naar de speeltuin of een duik in een fontein.
Ook toen we thuis kwamen met ons huidige bezoek en een paar dagen later alweer naar het wildpark in Pilanesberg vertrokken, was dat geheel naar haar zin. Voor vier uur in de auto zitten draait ze haar hand niet meer om. Een paar uur slapen, wat rondkijken, een boekje lezen, een banaan eten, haar drinkbus bestuderen, liedjes zingen, verhalen vertellen ... Ze doet het alsof het haar lust en haar leven is. Ze heeft wel eens een driftbui in de auto, maar dat vergeven we haar natuurlijk met oeverloos veel liefde, ze pikt een uitverkoren persoon uit die haar doekje en tuut telkens weer moet oprapen (en het is niet ondergetekende!), maar verder gaat het allemaal vlot. Ze slaapt soms wat moeilijker in 's avonds, door de vele indrukken, maar scènes hebben we niet echt meer meegemaakt.
Alleen de zindelijkheid is weer wat op zijn retour. Een droge-broekjes-kaart met twintig vakjes en een girafje als beloning bracht even soelaas, maar nu vindt ze dat toch de moeite niet meer om op tijd op het potje te gaan. Ze steekt liever haar poep achteruit, staat een beetje met haar kont te draaien en te kreunen, en als we dan ingrijpen is het na wat protest meestal al te laat. Doorgaans slechts een paar druppels, maar toch genoeg voor een nieuw onderbroekje, en af en toe een regelrechte ramp. Ik denk erover om haar 's nachts en tijdens haar dut ook geen pamper meer aan te doen zodat alles een beetje eenduidiger wordt, maar ik denk dat ik ga wachten op de Belgische regelmaat, na de kennismaking met haar nieuwe school en het weerzien met ons oude eigen huis.
Een bekende regelmaat die voor mij nog twee maanden mag wegblijven. Ik mis natuurlijk wel het echte contact met familie en vrienden, ik mis de cafés en de feestjes wel wat, de theatercultuur en het stadsleven, maar ik vind het nog steeds zo'n voorrecht om elke avond de krekels te mogen horen, overdag de palmbomen te zien en de zon te voelen, dat ik hier gerust nog een tijd met ons drietjes wil blijven wonen, zeker als we het redelijk saaie Potchefstroom mogen afwisselen met parels als Kaapstad en Stellenbosch, uitstapjes in de fantastische natuur eromheen, onderzoeksverblijven in Bloemfontein en Pretoria, of een paar dagen wilde dieren spotten in Pilanesberg. Ook al hebben we al best voor wat onaangename verrassingen gestaan (later meer!) of swingt de bureaucratie in staatsinstellingen hier de pan uit (later ook meer!).
Wat een maand was me dat. Twee weken Kaapstad, een paar dagen Stellenbosch, een nachtje Johannesburg en terug naar Potchefstroom met Belgisch bezoek voor Kerst en Nieuw. Kaapstad met eerst een paar dagen vakantie om de Tafelberg te verkennen, de stranden en haven te keuren, Cape Point te ontdekken, de botanische tuin te bezoeken, cafés en eethuisjes te leren kennen. En daarna drie archieven op het menu, wat ons na die paar volle vakantiedagen alleen na vijf uur wat tijd liet om samen de stad te verkennen. Gelukkig deed Thelma middagdutten van een uur of vier, zodat ze 's avonds mee uit eten kon. De haperende wifi in het surfersparadijs waar we eerst verbleven en het 3G-netwerk op ons volgende adres lieten ons weinig tijd en megabytes over om te bloggen, te skypen of te mailen, maar dat haal ik nu langzaam maar zeker in.
Kaapstad! Wat. Een. Stad. Als ik ooit een nieuwe bestemming voor mijn leven moet kiezen, wordt het Kaapstad. Zoals Berlijn niet Duitsland is, en New York niet de VS, zo is Kaapstad ook niet Zuid-Afrika, dat besef ik best. Het deed aan als een mix van Barcelona, Marrakesh en Hollywood, door de temperaturen, de stranden en de bergen, de straten vol kraampjes, de townships naast de fancy restaurants en cafés. Wat een sfeer, wat een eten, wat een diversiteit aan mensen, wat een natuur, wat een oceaan. Ben een beetje mijn hart verloren daar, zoals zovelen. Ik wil nu al terug!
Stellenbosch was zowat het Utrecht of Sint-Martens-Latem van Zuid-Afrika, maar dan met palmbomen en wijngaarden. Hele mooie huizen, water, terrasjes, restaurants, antiekwinkels en galerijen, een hele mooie campus, en ook een backpackers' waar we na een halfuur overleg toch maar weer zijn weggegaan. Kieskeurig zijn we niet, maar een kamertemperatuur van bijna 40 graden met een fan die je niet voelt, metalen latjes voor de ramen die alle kanten uitgeplooid zijn, uitzicht op een muur en een garage, een geur in de badkamer die je doet fronsen, een vuile frigo en geen bestek of handdoeken was te veel voor die 490 Rand (49 euro) die onze Trotter nochtans vol lof had aangeprezen.
We hebben dan maar snel wat adresjes gebeld en voor het dubbele van de prijs nog een vrije kamer gevonden in een chique spa, waar we verbleven in een soort koetshuis, de goedkoopste kamer van het hele guest house. Helaas zonder microgolf of keukentje, met een krakende vloer waarop er net wat plaats was om Thelma's tentje te zetten, en met een inloopdouche die meer leek op een uitloopdouche, wat het water betreft althans. Een heerlijk ontbijt, klein zwembad en een prachtige tuin, dat wel, maar niet echt een plek waar Bernard en Thelma makkelijk twee dagen konden doorbrengen terwijl ik aan het werk was. We hebben met mijn 3G-modempje de volgende dag dan maar weer iets anders gezocht én nog gevonden ook. Geen wonder dat die eerste backpackers' nog vrij was toen we maanden geleden reserveerden en de uitbater op zijn minst een beetje verrast klonk ...
Thelma is het ondertussen dus heel gewoon om telkens te verhuizen en kijkt met plezier uit naar het volgende huis waar we gaan blijven. Ik hoef de eerste nacht zelfs niet meer op haar kamer te zitten tot ze slaapt, zolang ze maar haar knuffels bij zich heeft en haar reistentje om zich heen. Ze doet ook niets liever dan op restaurant gaan, zegt nog steeds helleuw tegen Jan en alleman, en windt cafébazen en bazinnen probleemloos om haar vinger. Ze wil wel elke avond voorgelezen worden uit Big gaat logeren. Die regelmaat kiest ze zelf. En wij proberen natuurlijk ook om haar tussen al dat reizen door zoveel mogelijk structuur te bieden, haar lievelingslepel en favoriete speelgoed mee te nemen, en af en toe te trakteren op chocolademelk, frietjes, een trip naar de speeltuin of een duik in een fontein.
Ook toen we thuis kwamen met ons huidige bezoek en een paar dagen later alweer naar het wildpark in Pilanesberg vertrokken, was dat geheel naar haar zin. Voor vier uur in de auto zitten draait ze haar hand niet meer om. Een paar uur slapen, wat rondkijken, een boekje lezen, een banaan eten, haar drinkbus bestuderen, liedjes zingen, verhalen vertellen ... Ze doet het alsof het haar lust en haar leven is. Ze heeft wel eens een driftbui in de auto, maar dat vergeven we haar natuurlijk met oeverloos veel liefde, ze pikt een uitverkoren persoon uit die haar doekje en tuut telkens weer moet oprapen (en het is niet ondergetekende!), maar verder gaat het allemaal vlot. Ze slaapt soms wat moeilijker in 's avonds, door de vele indrukken, maar scènes hebben we niet echt meer meegemaakt.
Alleen de zindelijkheid is weer wat op zijn retour. Een droge-broekjes-kaart met twintig vakjes en een girafje als beloning bracht even soelaas, maar nu vindt ze dat toch de moeite niet meer om op tijd op het potje te gaan. Ze steekt liever haar poep achteruit, staat een beetje met haar kont te draaien en te kreunen, en als we dan ingrijpen is het na wat protest meestal al te laat. Doorgaans slechts een paar druppels, maar toch genoeg voor een nieuw onderbroekje, en af en toe een regelrechte ramp. Ik denk erover om haar 's nachts en tijdens haar dut ook geen pamper meer aan te doen zodat alles een beetje eenduidiger wordt, maar ik denk dat ik ga wachten op de Belgische regelmaat, na de kennismaking met haar nieuwe school en het weerzien met ons oude eigen huis.
Een bekende regelmaat die voor mij nog twee maanden mag wegblijven. Ik mis natuurlijk wel het echte contact met familie en vrienden, ik mis de cafés en de feestjes wel wat, de theatercultuur en het stadsleven, maar ik vind het nog steeds zo'n voorrecht om elke avond de krekels te mogen horen, overdag de palmbomen te zien en de zon te voelen, dat ik hier gerust nog een tijd met ons drietjes wil blijven wonen, zeker als we het redelijk saaie Potchefstroom mogen afwisselen met parels als Kaapstad en Stellenbosch, uitstapjes in de fantastische natuur eromheen, onderzoeksverblijven in Bloemfontein en Pretoria, of een paar dagen wilde dieren spotten in Pilanesberg. Ook al hebben we al best voor wat onaangename verrassingen gestaan (later meer!) of swingt de bureaucratie in staatsinstellingen hier de pan uit (later ook meer!).
zondag 2 december 2012
Thelmataal (15)
- 'De hond blaft.' [wij: 't is een duif] 'De duif blaft.'
- 'Waar is jouw gaatje?' [ik: hier in mijn trui, 't is nog niet genaaid] 'Moet 't naaien. Dokter?'
- 'Oh, een tandpasta!' [toen ze een nieuwe tandenborstel kreeg]
- 'Haha, die bollen op jouw buik!' [toen ze mij in kikvorsperspectief in bloot bovenlijf zag]
- 'Papa heeft mijn teen gebroken.' [toen ze een minipijntje aan haar teen had]
- 'Ik heeft met mijn blootje in bad gegaan.'
- 'Is dit jouw zwembroek?' [ziet mijn bikinibroekje] 'En is dit jouw borstel?' [ziet mijn bovenstuk]
- 'Dit zijn mijn borstelens.' [wijzend op haar bloot bovenlijfje]
- 'Ik wil een hapje met zonder banaan.' [telkens als ze een hap Weet-Bix wil, zonder banaan]
- 'Donkere wolken pakken samen aan de hemel.' [citaat uit Kikker is een held, toen de lucht betrok en er wat regen viel ...]
- 'Ik heef mijn knopje weggedaan.' [toen ze geen zin meer had in een eetspelletje waarbij opa op een imaginair knopje duwde om haar mond te doen opengaan; inclusief veegbeweging]
- 'Je moet niet kusjes geven op mijn jeuk.'
- [ik, nog een beetje triest omdat mijn ouders net zijn vertrokken: 'Ik hou van jou ... En papa houdt ook van jou. En oma en opa ook.'; Thelma, blij verrast:] 'Alle mensen houden van mij.'
donderdag 29 november 2012
Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse (2): water
Het kraantjeswater smaakt en ruikt hier naar schimmel, en soms een beetje naar chloor. Aanvankelijk ging ik op zoek naar de schimmelhaard in badkamer en keuken, maar na een tijd heb ik beseft dat het dat water zelf was dat zo rook. Potchefstroom heeft dan wel een Blue Drop-label voor kwaliteitsvol water, maar ik ben toch blij met het aparte kraantje voor geurloos water dat in de keuken is geïnstalleerd.
Het belang van gewoon water wordt hier trouwens zwaar onderschat. Gewoon simpel spuitwater vind je moeilijker dan in België en tijdens de lunch zie je vooral grote cola's, cream soda's (groene mierzoete limonade, niet te drinken) of rock shandy's (limonade met spuitwater). In het eethuis op de campus en het studentencentrum is zelfs geen apart spuitwater te krijgen en ook het water in Thelma's drinkbus is na een dagje school telkens vervangen door kersensap of nectar.
Aan het kraantjeswater zit een reukje en aan het spuitwater zit haast altijd een smaakje: aardbei, litchi, papaya, appel, druif ... Het staat subtiel vermeld op de fles zodat je geheel onwetend de grootste rommel koopt. Vandaar dat we ooit onze dorst hebben moeten lessen met warmgeworden aardbeienwater toen we lichtjes verdwaald waren op zoek naar de kinderboerderij, en daardoor had ik ook bijna litchiwater meegegrist uit een tankstation op de terugweg van Bloemfontein.
Onze huisgenoot/bioloog Niels zegt dat Zuid-Afrika over tien jaar al in grote problemen zal raken door een nijpend tekort aan water, maar daar lijkt niemand zich voorlopig veel van aan te trekken. Rugbypleinen, grasmatten, gazonnen en bloemenperken worden hier overvloedig besproeid, lekkende kranen en toiletten lijken geen prioriteit en onze huisgenoot Johan staat met plezier een uurtje met een spuitende tuinslang in de hand de dingen te groeten.
Dit is een tweede postje in een reeks over dagelijkse bedenkingen zoals ik er nog honderden heb. Ik spaar ze niet op voor één onsamenhangende blogpost en laat ze niet oud worden op mijn eigen pc, maar geef ze af en toe eens tussendoor onder de titel 'Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse'.
Het belang van gewoon water wordt hier trouwens zwaar onderschat. Gewoon simpel spuitwater vind je moeilijker dan in België en tijdens de lunch zie je vooral grote cola's, cream soda's (groene mierzoete limonade, niet te drinken) of rock shandy's (limonade met spuitwater). In het eethuis op de campus en het studentencentrum is zelfs geen apart spuitwater te krijgen en ook het water in Thelma's drinkbus is na een dagje school telkens vervangen door kersensap of nectar.
Aan het kraantjeswater zit een reukje en aan het spuitwater zit haast altijd een smaakje: aardbei, litchi, papaya, appel, druif ... Het staat subtiel vermeld op de fles zodat je geheel onwetend de grootste rommel koopt. Vandaar dat we ooit onze dorst hebben moeten lessen met warmgeworden aardbeienwater toen we lichtjes verdwaald waren op zoek naar de kinderboerderij, en daardoor had ik ook bijna litchiwater meegegrist uit een tankstation op de terugweg van Bloemfontein.
Onze huisgenoot/bioloog Niels zegt dat Zuid-Afrika over tien jaar al in grote problemen zal raken door een nijpend tekort aan water, maar daar lijkt niemand zich voorlopig veel van aan te trekken. Rugbypleinen, grasmatten, gazonnen en bloemenperken worden hier overvloedig besproeid, lekkende kranen en toiletten lijken geen prioriteit en onze huisgenoot Johan staat met plezier een uurtje met een spuitende tuinslang in de hand de dingen te groeten.
Dit is een tweede postje in een reeks over dagelijkse bedenkingen zoals ik er nog honderden heb. Ik spaar ze niet op voor één onsamenhangende blogpost en laat ze niet oud worden op mijn eigen pc, maar geef ze af en toe eens tussendoor onder de titel 'Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse'.
woensdag 28 november 2012
Thelmataal (14): A real asjassie
In de twee weken waarin mijn ouders bij ons in Potchefstroom waren, was Thelma een echt schatje. Ondeugend, dat wel, een vlegelke met wat streken, een echt 'asjassie' (deugniet), maar lief en ontwapenend, en meestal redelijk gehoorzaam. Eerst was ze helemaal overdonderd door het reuzegeschenk in opa-en-omavorm dat we hadden laten overkomen, en kroop ze bij hen op schoot, genoot ze van de knuffels, de aandacht, de cadeautjes, de oude en nieuwe verhalen.
Later kwamen er wat meer krachtmetingen bij, keek ze hoever ze kon gaan, waar de grenzen lagen, maar alles bleef binnen de perken. Oma overtuigen voor een extra snoepje of een kom Choco Pops toen haar favoriete Weet-Bix nog niet op was; opa overhalen om onaangekleed, met pamper en tuut mee naar beneden te gaan; erop staan dat zij naast oma mocht zitten in de auto, want oma had dat beloohoofd.
Een duidelijke 'nee' is vaak de katalysator. Ik had mandarijntjes gesneden en ontpit, maar er was een pitje blijven zitten. Thelma spuwde het stuk uit en mocht het van mij in de vuilbak gooien. Wat ze uitermate tof vond en daarom ook het volgende 'billetje' na één keer kauwen de vuilbak inkegelde. Waarop ik natuurlijk kordaat zei dat ze dat niet mocht doen, dat we geen eten weggooien en dat ik dat niet meer wou zien, en zij in één beweging haar hele schaaltje vol ontpitte en doorgesneden mandarijntjes de vuilbak inkieperde. Zo gaat dat met duidelijke grenzen stellen aan een tweejarige. Ze besefte uiteindelijk wel wat ze had gedaan en als zoenoffer heeft ze haar tweede mandarijn braaf naarbinnen gespeeld.
Maar sinds maandag gaat Thelma weer naar Asjassies, en we zullen het geweten hebben. Soep uitsmeren op tafel, haar lepel op de grond gooien, flesje omgekeerd houden, hartverscheurend huilen om papa terwijl ik haar meestal probleemloos in bed krijg, huilen om dit, en huilen om dat. Gelukkig tussen het vrolijke play dough'en en de waterspelletjes door, maar toch.
Gisteravond net voor bedtijd wou ze haar stoeltje overal mee naartoe nemen om erop te klimmen: bij het grote bed voor een verhaal (oké), bij de lavabo om haar tanden te poetsen (oké), bij haar bed in haar slaapkamer (niet oké). Een stoeltje dat eigenlijk te zwaar is voor haar om het huis door te dragen, waar ze in de deuropening net niet over struikelde, waarvan ze mij dan de schuld gaf, en ga zo maar door. Haar hele lijf tot een boogje gekruld, horizontale grondoefeningen, en schreeuwen maar. Het schaap.
Vanmorgen weer van dat. Om twintig over zeven nog diep in slaap, gewekt iets voor half acht (te laat dus), aangemaand om kleren aan te doen en haar fles te drinken, maar o wee, ik had (zoals altijd) haar fles gehaald, en niet Bernard. En 'pahapa moehoet mijhijn flehesje halen! Niet mama!' Bernard ging even mee in haar grillen en stapte de kamer buiten met het flesje en meteen weer binnen, maar hij zal toch vroeger moeten opstaan om Thelma om te tuin te leiden. Hij deed later de oefening nog eens opnieuw met meer tijd tussen buiten- en binnengaan, maar noppes. Weet-Bix zou het worden en geen fles, tot ze tijdens het aankleden dan toch weer jammerde om haar fles. Het schaap.
Vanavond verliep beter, alleen het ein-de-lo-ze treuzelen was er weer bij. Een uur om van boven naar beneden te gaan. Onze aanmaningen negeren, oud speelgoed plotseling herontdekken, nog iets op een andere plaats willen zetten, op elke trede blijven stilstaan, vragen om haar naar beneden te dragen, tot je dat effectief ook wil doen, en dan heel verontwaardigd of onthutst weigeren. Oh boy.
Ik vraag me af waardoor dat komt, maar dat het schoolregime er voor iets tussenzit, staat in elk geval vast. Komt het doordat ze daar de helft minder slaapt dan tijdens haar super-de-luxe middagdut thuis, komt het doordat ze zoveel prikkels krijgt of foute voorbeelden ziet, of komt het doordat ze daar moet luisteren en gehoorzamen en dan thuis de boel wat op stelten probeert te zetten? Of alles samen?
En oh, on a completely different note: de Afrikaanse 'dubbele nie' is gearriveerd: 'de krokodil bijt nie in mijn bil nie!', 'ik wil nie slapen nie!', en 'moenie mij kriebelen nie!'. Het schatje.
Later kwamen er wat meer krachtmetingen bij, keek ze hoever ze kon gaan, waar de grenzen lagen, maar alles bleef binnen de perken. Oma overtuigen voor een extra snoepje of een kom Choco Pops toen haar favoriete Weet-Bix nog niet op was; opa overhalen om onaangekleed, met pamper en tuut mee naar beneden te gaan; erop staan dat zij naast oma mocht zitten in de auto, want oma had dat beloohoofd.
Een duidelijke 'nee' is vaak de katalysator. Ik had mandarijntjes gesneden en ontpit, maar er was een pitje blijven zitten. Thelma spuwde het stuk uit en mocht het van mij in de vuilbak gooien. Wat ze uitermate tof vond en daarom ook het volgende 'billetje' na één keer kauwen de vuilbak inkegelde. Waarop ik natuurlijk kordaat zei dat ze dat niet mocht doen, dat we geen eten weggooien en dat ik dat niet meer wou zien, en zij in één beweging haar hele schaaltje vol ontpitte en doorgesneden mandarijntjes de vuilbak inkieperde. Zo gaat dat met duidelijke grenzen stellen aan een tweejarige. Ze besefte uiteindelijk wel wat ze had gedaan en als zoenoffer heeft ze haar tweede mandarijn braaf naarbinnen gespeeld.
Maar sinds maandag gaat Thelma weer naar Asjassies, en we zullen het geweten hebben. Soep uitsmeren op tafel, haar lepel op de grond gooien, flesje omgekeerd houden, hartverscheurend huilen om papa terwijl ik haar meestal probleemloos in bed krijg, huilen om dit, en huilen om dat. Gelukkig tussen het vrolijke play dough'en en de waterspelletjes door, maar toch.
Gisteravond net voor bedtijd wou ze haar stoeltje overal mee naartoe nemen om erop te klimmen: bij het grote bed voor een verhaal (oké), bij de lavabo om haar tanden te poetsen (oké), bij haar bed in haar slaapkamer (niet oké). Een stoeltje dat eigenlijk te zwaar is voor haar om het huis door te dragen, waar ze in de deuropening net niet over struikelde, waarvan ze mij dan de schuld gaf, en ga zo maar door. Haar hele lijf tot een boogje gekruld, horizontale grondoefeningen, en schreeuwen maar. Het schaap.
Vanmorgen weer van dat. Om twintig over zeven nog diep in slaap, gewekt iets voor half acht (te laat dus), aangemaand om kleren aan te doen en haar fles te drinken, maar o wee, ik had (zoals altijd) haar fles gehaald, en niet Bernard. En 'pahapa moehoet mijhijn flehesje halen! Niet mama!' Bernard ging even mee in haar grillen en stapte de kamer buiten met het flesje en meteen weer binnen, maar hij zal toch vroeger moeten opstaan om Thelma om te tuin te leiden. Hij deed later de oefening nog eens opnieuw met meer tijd tussen buiten- en binnengaan, maar noppes. Weet-Bix zou het worden en geen fles, tot ze tijdens het aankleden dan toch weer jammerde om haar fles. Het schaap.
Vanavond verliep beter, alleen het ein-de-lo-ze treuzelen was er weer bij. Een uur om van boven naar beneden te gaan. Onze aanmaningen negeren, oud speelgoed plotseling herontdekken, nog iets op een andere plaats willen zetten, op elke trede blijven stilstaan, vragen om haar naar beneden te dragen, tot je dat effectief ook wil doen, en dan heel verontwaardigd of onthutst weigeren. Oh boy.
Ik vraag me af waardoor dat komt, maar dat het schoolregime er voor iets tussenzit, staat in elk geval vast. Komt het doordat ze daar de helft minder slaapt dan tijdens haar super-de-luxe middagdut thuis, komt het doordat ze zoveel prikkels krijgt of foute voorbeelden ziet, of komt het doordat ze daar moet luisteren en gehoorzamen en dan thuis de boel wat op stelten probeert te zetten? Of alles samen?
En oh, on a completely different note: de Afrikaanse 'dubbele nie' is gearriveerd: 'de krokodil bijt nie in mijn bil nie!', 'ik wil nie slapen nie!', en 'moenie mij kriebelen nie!'. Het schatje.
dinsdag 27 november 2012
Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse (1): tanken
Weet je wat grappig is? In een benzinestation word je hier nog bediend. En als je 'fill it up, please' vraagt, vullen ze je tank tot het laatste druppeltje om je net dat ietsje meer te kunnen verkopen. Dat het een hele tijd duurt, al dat gepriegel om er nog vijf druppels bij te krijgen tot de tank net overloopt, maakt niets uit, als je tank maar vol is. Want een beetje vol bestaat niet.
Dit is een eerste postje in een reeks over dagelijkse bedenkingen zoals ik er nog honderden heb. Ik spaar ze niet op voor één onsamenhangende blogpost en laat ze niet oud worden op mijn eigen pc, maar geef ze af en toe eens tussendoor onder de titel 'Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse'.
Dit is een eerste postje in een reeks over dagelijkse bedenkingen zoals ik er nog honderden heb. Ik spaar ze niet op voor één onsamenhangende blogpost en laat ze niet oud worden op mijn eigen pc, maar geef ze af en toe eens tussendoor onder de titel 'Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse'.
zondag 25 november 2012
zaterdag 24 november 2012
Pilanesberg
En toen gingen we samen met mijn ouders naar het wildpark Pilanesberg met als gids en chauffeur onze house lady Annette a.k.a. ex-prof Engelse literatuur a.k.a. ex-vicerector van de NWU a.k.a. huidige directeur Internationale Relaties van de universiteit a.k.a. Oma'Nette, en werden we teruggereden door de nieuwe burgemeester van Potchefstroom. U leest het goed. De laatste nacht van ons verblijf daar in dat wildpark is onze, overigens voortreffelijke, gids en chauffeur tot burgemeester verkozen van Potchefstroom, een stad met ongeveer 350.000 inwoners.
Er waren al lang politieke spanningen in de gemeenteraad en de week voordien hadden ANC-schepenen een motion of no confidence ingediend tegen de huidige zwarte ANC-burgemeester, die van fraude en misbruik allerhande werd verdacht. Ze wilden hem laten vervangen door een ander lid van de ANC. Wat ze echter niet wisten, was dat de oppositiepartij Democratic Alliance in het geniep voor een tegenkandidaat had gezorgd, die uiteindelijk met 20 stemmen tegen 19 is verkozen.
En reed Annette ons niet rond in Pilanesberg, dan waren er zelfs 21 stemmen geteld ... Ze wist dat de woelige marathonvergadering van de week ervoor zou worden voortgezet zonder haar aanwezigheid, ze hield haar iPhone de hele avond in de gaten, maar dat het zo'n vaart zou lopen, had ze niet gedacht. Anders was ons geleide tripje wellicht ook in het water gevallen ... De publiekstribune zat rond middernacht bomvol en er steeg applaus op vanop alle banken toen haar verkiezing bekend gemaakt werd. Apart gevoel wellicht voor iemand die ons de hele dag wegwijs had gemaakt in de verschillende soorten antilopes en andere vreemde vogels.
Dat Annette de oppositie heeft weten te verenigen, verbaast ons niet. We hadden al van alle kanten zoveel goeds over haar gehoord. Ze straalt een natuurlijke autoriteit uit, heeft mensenkennis en levenswijsheid vergaard in haar voorbije leven en carrières, combineert humor met een gezond cynisme, zit in talrijke raden van bestuur, zorgt voor charity voor armblanke die met 130 euro staatspensioen moeten rondkomen, steunt haar vijf zwarte huisbedienden en hun kinderen waar ze kan, wil haar liefde voor Zuid-Afrika met iedereen delen en wil ervoor strijden om de corruptie het land uit te helpen en de zaken grondig en met een langetermijnvisie aan te pakken.
Haar partij is zeer gekant tegen president Zuma die bekend staat om zijn corruptie, genoemd wordt in een verkrachtingszaak en niet alleen zijn middelbaar niet heeft afgerond, maar zelfs zijn lagere school niet heeft beëindigd. Hij blijft enkel aan de macht door de historische erfenis van Mandela en zijn kennis van het doen en laten van haast alle ANC-partijleden.
Het voelde bijzonder raar, zo zei ze, om uit de handen van de vorige burgemeester de sleutels van zijn kantoor te krijgen, voorgesteld te worden aan de staff en meteen een wagen met kogelvrije ruiten, een chauffeur en lijfwacht te krijgen. Niet dat ze schrik heeft voor fysieke dreigementen: 'it will be a purely political threat'. 'Interesting times coming ahead', zo stelt ze ook, en 'it was a very very eventful day', toen ze de eerste keer terug thuis kwam. Blijkbaar heeft de overgang ook op nationaal niveau heel wat DA-hoop en ANC-alertheid gecreëerd.
Mijn ouders deelden een chalet met haar en wisten niet wat er aan de hand was woensdagnacht. Ze heeft de laatste nacht van ons verblijf daar ge-sms't en getelefoneerd, gaf 's ochtends al een radio-interview, werd op de terugweg gebeld door de DA-leider Helen Zille, en werd aan de kant van de weg nog eens geïnterviewd voor de radio over de gang van zaken en haar beleidsvisie. Diezelfde avond kwam ze op het regionale televisienieuws (en de regio's zijn hier groot!) en de dag erna stond ze op het voorblad van twee kranten. Thelma begreep niet goed wat er aan de hand was met haar Oma'Nette, die plotseling zowel op tv verscheen als naast haar fier stond mee te kijken.
Het ANC heeft een minuut na haar verkiezing al een motion of no confidence ingediend tegen haar. Haar mandaat loopt wellicht ook maar voor een drietal maanden, precies de rest van ons verblijf hier, maar het kan ook worden verlengd. Ze is zelf in elk geval overtuigd dat ze op die tijd de toon kan zetten, is van plan om de bekwame members of the municipal committee van het ANC opnieuw te benoemen, mensen te verzoenen en enkel de rotte appels weg te werken. Ze hoopt op drie maanden tijd het verschil te maken en haar mandaat te verlengen als eerste vrouwelijke burgemeester van Potchefstroom en eerste DA-burgemeester van het land (als ik me niet vergis).
Een groot contrast, dat hele politieke schouwspel, met onze eindeloze ritten door het wildpark. The Big Five hebben we niet gezien: enkel neushoorns en olifanten in alle soorten en maten, geen leeuw, luipaard of buffel. Maar de zebra's ver weg en heel dichtbij, de giraffen ver weg en ook zo dichtbij, de eenzame krokodil, de nijlpaarden, de water-, bos- en springbokken, bavianen, jakhals, zeearenden, wrattenzwijnen, impala's, kudu's, gnoes, maraboes, secretarisvogels enzovoort compenseerden dat moeiteloos.
Wat ik zeker ga onthouden: de twee zwart-geel-rode vogeltjes die zaten te kwelen op de rug van een zebra, het nijlpaard dat voor onze neus (we zaten in een hide waarin het ons niet goed kon zien) om zijn as rolde in het water en zijn keikoddige poten en roze buik liet zien, de optocht van zes wrattenzwijnen met de moeder vooraan, de vier kleintjes in het midden en de vader achteraan met hun dunne staartjes kaarsrecht in de lucht, de babyzebra en het wrattenbiggetje van ik schat een paar dagen oud, de gigantische olifantenstier die zijn ene achterpoot voor de andere schoof en zijn slurf op zijn slagtand legde voor de foto ...
En ook de uitgestrekte landschappen, het onweer dat de ongebruikelijke 39 graden brak zodat er nog een twintigtal graden overbleven, de heerlijke braais met mijn ouders en Annette (vis en papillotte met courgette, scampi, kerstomaat; kip en papillotte met olijven en citroen), de aapjes die de suikertjes kwamen stelen in het restaurant waar we bij aankomst iets aten, Thelma in het grote zwembad waar 's nachts de kikkers in kwaakten ... Mijn eerste echte dagen vakantie hier waren uitermate geslaagd, al voelt elk weekend hier als vakantie aan.
Over tien dagen gaan we twee weken naar Kaapstad en neem ik ook een paar dagen vrij voor mijn archiefwerk begint en daarna pikken we in Johannesburg twee vrienden op uit België om hier -- in de zomervakantie -- kerstmis, mijn verjaardag en oudejaar te vieren. Nog zo'n paradox: kerstbomen, poedersneeuw, elanden, slingers, kerstmutsen en kerstlichtjes in een land waar het stilaan elke dag een graad of dertig is, waar alles in bloei staat, waar ze smeken om de tropische 'donderstormen' die de watervoorraad van het volgende jaar moeten aanvullen.
Er waren al lang politieke spanningen in de gemeenteraad en de week voordien hadden ANC-schepenen een motion of no confidence ingediend tegen de huidige zwarte ANC-burgemeester, die van fraude en misbruik allerhande werd verdacht. Ze wilden hem laten vervangen door een ander lid van de ANC. Wat ze echter niet wisten, was dat de oppositiepartij Democratic Alliance in het geniep voor een tegenkandidaat had gezorgd, die uiteindelijk met 20 stemmen tegen 19 is verkozen.
En reed Annette ons niet rond in Pilanesberg, dan waren er zelfs 21 stemmen geteld ... Ze wist dat de woelige marathonvergadering van de week ervoor zou worden voortgezet zonder haar aanwezigheid, ze hield haar iPhone de hele avond in de gaten, maar dat het zo'n vaart zou lopen, had ze niet gedacht. Anders was ons geleide tripje wellicht ook in het water gevallen ... De publiekstribune zat rond middernacht bomvol en er steeg applaus op vanop alle banken toen haar verkiezing bekend gemaakt werd. Apart gevoel wellicht voor iemand die ons de hele dag wegwijs had gemaakt in de verschillende soorten antilopes en andere vreemde vogels.
Dat Annette de oppositie heeft weten te verenigen, verbaast ons niet. We hadden al van alle kanten zoveel goeds over haar gehoord. Ze straalt een natuurlijke autoriteit uit, heeft mensenkennis en levenswijsheid vergaard in haar voorbije leven en carrières, combineert humor met een gezond cynisme, zit in talrijke raden van bestuur, zorgt voor charity voor armblanke die met 130 euro staatspensioen moeten rondkomen, steunt haar vijf zwarte huisbedienden en hun kinderen waar ze kan, wil haar liefde voor Zuid-Afrika met iedereen delen en wil ervoor strijden om de corruptie het land uit te helpen en de zaken grondig en met een langetermijnvisie aan te pakken.
Haar partij is zeer gekant tegen president Zuma die bekend staat om zijn corruptie, genoemd wordt in een verkrachtingszaak en niet alleen zijn middelbaar niet heeft afgerond, maar zelfs zijn lagere school niet heeft beëindigd. Hij blijft enkel aan de macht door de historische erfenis van Mandela en zijn kennis van het doen en laten van haast alle ANC-partijleden.
Het voelde bijzonder raar, zo zei ze, om uit de handen van de vorige burgemeester de sleutels van zijn kantoor te krijgen, voorgesteld te worden aan de staff en meteen een wagen met kogelvrije ruiten, een chauffeur en lijfwacht te krijgen. Niet dat ze schrik heeft voor fysieke dreigementen: 'it will be a purely political threat'. 'Interesting times coming ahead', zo stelt ze ook, en 'it was a very very eventful day', toen ze de eerste keer terug thuis kwam. Blijkbaar heeft de overgang ook op nationaal niveau heel wat DA-hoop en ANC-alertheid gecreëerd.
Mijn ouders deelden een chalet met haar en wisten niet wat er aan de hand was woensdagnacht. Ze heeft de laatste nacht van ons verblijf daar ge-sms't en getelefoneerd, gaf 's ochtends al een radio-interview, werd op de terugweg gebeld door de DA-leider Helen Zille, en werd aan de kant van de weg nog eens geïnterviewd voor de radio over de gang van zaken en haar beleidsvisie. Diezelfde avond kwam ze op het regionale televisienieuws (en de regio's zijn hier groot!) en de dag erna stond ze op het voorblad van twee kranten. Thelma begreep niet goed wat er aan de hand was met haar Oma'Nette, die plotseling zowel op tv verscheen als naast haar fier stond mee te kijken.
Het ANC heeft een minuut na haar verkiezing al een motion of no confidence ingediend tegen haar. Haar mandaat loopt wellicht ook maar voor een drietal maanden, precies de rest van ons verblijf hier, maar het kan ook worden verlengd. Ze is zelf in elk geval overtuigd dat ze op die tijd de toon kan zetten, is van plan om de bekwame members of the municipal committee van het ANC opnieuw te benoemen, mensen te verzoenen en enkel de rotte appels weg te werken. Ze hoopt op drie maanden tijd het verschil te maken en haar mandaat te verlengen als eerste vrouwelijke burgemeester van Potchefstroom en eerste DA-burgemeester van het land (als ik me niet vergis).
Een groot contrast, dat hele politieke schouwspel, met onze eindeloze ritten door het wildpark. The Big Five hebben we niet gezien: enkel neushoorns en olifanten in alle soorten en maten, geen leeuw, luipaard of buffel. Maar de zebra's ver weg en heel dichtbij, de giraffen ver weg en ook zo dichtbij, de eenzame krokodil, de nijlpaarden, de water-, bos- en springbokken, bavianen, jakhals, zeearenden, wrattenzwijnen, impala's, kudu's, gnoes, maraboes, secretarisvogels enzovoort compenseerden dat moeiteloos.
Wat ik zeker ga onthouden: de twee zwart-geel-rode vogeltjes die zaten te kwelen op de rug van een zebra, het nijlpaard dat voor onze neus (we zaten in een hide waarin het ons niet goed kon zien) om zijn as rolde in het water en zijn keikoddige poten en roze buik liet zien, de optocht van zes wrattenzwijnen met de moeder vooraan, de vier kleintjes in het midden en de vader achteraan met hun dunne staartjes kaarsrecht in de lucht, de babyzebra en het wrattenbiggetje van ik schat een paar dagen oud, de gigantische olifantenstier die zijn ene achterpoot voor de andere schoof en zijn slurf op zijn slagtand legde voor de foto ...
En ook de uitgestrekte landschappen, het onweer dat de ongebruikelijke 39 graden brak zodat er nog een twintigtal graden overbleven, de heerlijke braais met mijn ouders en Annette (vis en papillotte met courgette, scampi, kerstomaat; kip en papillotte met olijven en citroen), de aapjes die de suikertjes kwamen stelen in het restaurant waar we bij aankomst iets aten, Thelma in het grote zwembad waar 's nachts de kikkers in kwaakten ... Mijn eerste echte dagen vakantie hier waren uitermate geslaagd, al voelt elk weekend hier als vakantie aan.
Over tien dagen gaan we twee weken naar Kaapstad en neem ik ook een paar dagen vrij voor mijn archiefwerk begint en daarna pikken we in Johannesburg twee vrienden op uit België om hier -- in de zomervakantie -- kerstmis, mijn verjaardag en oudejaar te vieren. Nog zo'n paradox: kerstbomen, poedersneeuw, elanden, slingers, kerstmutsen en kerstlichtjes in een land waar het stilaan elke dag een graad of dertig is, waar alles in bloei staat, waar ze smeken om de tropische 'donderstormen' die de watervoorraad van het volgende jaar moeten aanvullen.
maandag 19 november 2012
Ode aan mijn ouders
Ik ben weer dochter, en niet alleen moeder en lief en onderzoeker, want mijn ouders zijn sinds vorige zondag op bezoek. Een hele week al, en ik heb ze nog nooit zo gemist als nu. Het klinkt paradoxaal, maar zo voelt het. Nu weet ik pas hoe fijn het is om ze weer dichtbij te hebben, om over politiek en familie en wijn en de wereld te praten, en samen versteld te staan van Thelma's spraakwaterval, haar dansjes, haar ellenlange liedjes met zelfverzonnen woorden, haar spitsvondige opmerkingen. Om hen ons verleden hier voor te stellen, terwijl ze deel uitmaken van ons 'nu'.
Toen we vertrokken in Zaventem tweeënhalf maanden geleden, had ik het ook even lastig. De tranen prikten toen ik zag wat mijn ouders voor Thelma hadden meegebracht: een vierkant kleuterboekje met alle foto's van haar lievelingsplekjes bij oma en opa thuis. Haar badspeelgoed, haar lievelingsboekjes, de tomaatjes in de tuin, de paprika's waar ze aan ging ruiken, de okkernoten die ze samen met opa kraakt, en natuurlijk ook foto's van de hele familie. Het zat samen in een tasje met Thelma's favoriete Playmobilhondje en een plastieken Nijntje waar ze zo graag mee speelt, en toen ik dat zag, moest ik vechten tegen de tranen.
Het deed me wat, die kleine speelgoedjes waar Thelma zo aan gehecht was, als symbool voor de enorme band die ze heeft met haar grootouders. Het attente gebaar om een boekje samen te stellen met het verhaal van haar leven thuis, om samen in te bladeren als de herinneringen vervagen. Een boekje waar Thelma aanvankelijk niet zoveel in keek, omdat alles nog zo vers in haar geheugen lag, maar waar ze de laatste weken vaker om vroeg. Het deed me denken aan de oeverloze liefde die ik zelf altijd gekregen heb, en de steun en raad bij alles wat ik ondernam. Ook het project Zuid-Afrika. Mijn moeder had het moeilijk met mijn plannen, dat wel, maar ze wist dat ze me niet kon tegenhouden.
Het was een once in a lifetime experience die we niet mochten laten schieten, de kans om ergens anders te leven en te werken, in een cultuur die tegelijk vreemd en vertrouwd aanvoelt. De kans om ons leven in België eens vanop een afstand te bekijken, wat er goed zat en wat fout, wat we verkeerd inschatten en wat niet. De kans om nieuwe mensen te leren kennen, maar ook met z'n drieën wat dichter op elkaars vel te zitten. Ik ben blij dat ik er alles aan gedaan heb om die kans realiteit te laten worden, blij dat we het onzekere voor het zekere hebben gekozen, blij dat het hier tot dusver zo goed meevalt.
Tijdens alle voorbereidingen in augustus heb ik de emotionele kant van ons vertrek een beetje uit de weg geduwd. Want je weet toch niet wat er komt, en je moet van alles regelen, en zes maanden zijn zo voorbij, en er is Skype, en we krijgen bezoek, en zo'n sterke band vervaagt toch niet. En hier in Zuid-Afrika kwam er ook van alles op ons af, is elke week weer anders, ben ik nieuw onderzoek gestart en maken we ons nieuwe gewoontes eigen, zijn we blij om tussendoor te kunnen bloggen en skypen, om dan voort te gaan met de orde van de dag, die dringend geplukt moet worden.
En dan zijn plots je ouders hier, maken ze deel uit van de alledaagsheid, en staat je vorige leven even on hold. Ik ging nog wel werken de voorbije week, maar ik had veel meer zin om 's middags met hen op een terras te zitten, om hun interactie met Thelma gade te slaan, om samen te winkelen, of over koetjes en kalfjes te praten in een eindeloos Skypegesprek van topkwaliteit. En dat ga ik missen. Ik weet dat twee weken bij ons inwonen van een intensiteit is die we zelfs in België niet meemaken, maar ze hebben ondertussen wel een plek verworven in ons grote huis die leeg gaat aanvoelen na volgende week.
Toen we vertrokken in Zaventem tweeënhalf maanden geleden, had ik het ook even lastig. De tranen prikten toen ik zag wat mijn ouders voor Thelma hadden meegebracht: een vierkant kleuterboekje met alle foto's van haar lievelingsplekjes bij oma en opa thuis. Haar badspeelgoed, haar lievelingsboekjes, de tomaatjes in de tuin, de paprika's waar ze aan ging ruiken, de okkernoten die ze samen met opa kraakt, en natuurlijk ook foto's van de hele familie. Het zat samen in een tasje met Thelma's favoriete Playmobilhondje en een plastieken Nijntje waar ze zo graag mee speelt, en toen ik dat zag, moest ik vechten tegen de tranen.
Het deed me wat, die kleine speelgoedjes waar Thelma zo aan gehecht was, als symbool voor de enorme band die ze heeft met haar grootouders. Het attente gebaar om een boekje samen te stellen met het verhaal van haar leven thuis, om samen in te bladeren als de herinneringen vervagen. Een boekje waar Thelma aanvankelijk niet zoveel in keek, omdat alles nog zo vers in haar geheugen lag, maar waar ze de laatste weken vaker om vroeg. Het deed me denken aan de oeverloze liefde die ik zelf altijd gekregen heb, en de steun en raad bij alles wat ik ondernam. Ook het project Zuid-Afrika. Mijn moeder had het moeilijk met mijn plannen, dat wel, maar ze wist dat ze me niet kon tegenhouden.
Het was een once in a lifetime experience die we niet mochten laten schieten, de kans om ergens anders te leven en te werken, in een cultuur die tegelijk vreemd en vertrouwd aanvoelt. De kans om ons leven in België eens vanop een afstand te bekijken, wat er goed zat en wat fout, wat we verkeerd inschatten en wat niet. De kans om nieuwe mensen te leren kennen, maar ook met z'n drieën wat dichter op elkaars vel te zitten. Ik ben blij dat ik er alles aan gedaan heb om die kans realiteit te laten worden, blij dat we het onzekere voor het zekere hebben gekozen, blij dat het hier tot dusver zo goed meevalt.
Tijdens alle voorbereidingen in augustus heb ik de emotionele kant van ons vertrek een beetje uit de weg geduwd. Want je weet toch niet wat er komt, en je moet van alles regelen, en zes maanden zijn zo voorbij, en er is Skype, en we krijgen bezoek, en zo'n sterke band vervaagt toch niet. En hier in Zuid-Afrika kwam er ook van alles op ons af, is elke week weer anders, ben ik nieuw onderzoek gestart en maken we ons nieuwe gewoontes eigen, zijn we blij om tussendoor te kunnen bloggen en skypen, om dan voort te gaan met de orde van de dag, die dringend geplukt moet worden.
En dan zijn plots je ouders hier, maken ze deel uit van de alledaagsheid, en staat je vorige leven even on hold. Ik ging nog wel werken de voorbije week, maar ik had veel meer zin om 's middags met hen op een terras te zitten, om hun interactie met Thelma gade te slaan, om samen te winkelen, of over koetjes en kalfjes te praten in een eindeloos Skypegesprek van topkwaliteit. En dat ga ik missen. Ik weet dat twee weken bij ons inwonen van een intensiteit is die we zelfs in België niet meemaken, maar ze hebben ondertussen wel een plek verworven in ons grote huis die leeg gaat aanvoelen na volgende week.
Abonneren op:
Posts (Atom)