't Zijn rare tijden. Verwarrend, paradoxaal. Toch het fin de siècle en onze nieuwe, neoliberale identiteit? Ik zou het haast denken ... Ik heb vrijdag van drie mensen gehoord dat hun relatie verbroken is. Twee collega's met oudere kinderen, één koppel goeie vrienden van mijn leeftijd met een kleintje van drie. In de vorige maanden zijn ook al drie jonge koppels met kinderen tussen twee en zeven jaar uit elkaar gegaan. Onder hen twee mannen die met een collega in zee zijn gegaan, één vriendin die met een collega verdergaat.
Tegelijk word ik op facebook overladen met kersverse foto's en euforie van dichte en verre vrienden die dolgelukkig zijn met hun eerstgeborenen en daarvoor overspoeld worden met welgemeende, overenthousiaste felicitaties. En zie ik vrienden van vroeger reikhalzend uitkijken om hun eerste kleintje in hun handen te houden, naast vriendinnen die net hun derde kindje hebben gekregen of wachten op hun derde bevalling. Behoorlijk verwarrend vind ik dat. Daadkracht tegenover naïviteit, foute keuzes versus soulmates, zoekers tegenover vinders? Of gewoon een kwestie van tijd, vraagt de cynica in mij zich af.
Voor ik zelf een kind had, vond ik het compleet onbegrijpelijk dat een relatie zo snel na een geboorte - want dat is één, twee, drie jaar toch - op de klippen kon lopen. Van de beslissing om samen een kind op de wereld te zetten naar de beslissing om datzelfde kind apart te gaan opvoeden. Ondertussen weet ik dat het allemaal niet zo eenvoudig is, dat een kind een relatie sterk beïnvloedt, karaktertrekken uitvergroot, verschillen aan het licht brengt, het leven verhevigt, vertraagt, en minder ongedwongen maakt. Dat vechten soms niet volstaat of gewoon niet meer lukt, dat de aantrekkingskracht verdwenen kan zijn, en dat er eindeloos veel dingen bij komen kijken. Dat je met twee moet zijn om het te doen slagen. En dat geldt natuurlijk ook als er geen kinderen zijn.
Het blijft toch altijd schrikken. Ik probeer het niet te veroordelen, want zo'n beslissing neem je, meestal dan toch, niet lichtzinnig. Maar ik vraag me af hoelang je allebei, met een kind voor ogen, moet proberen om de relatie weer op de sporen te krijgen, een tijd wat minder aan jezelf en je eigen genot te denken of voluit voor de ander te gaan. Hoelang je ervan uit kunt gaan dat het gevoel van vroeger ergens op gestoeld was of de hoop mag koesteren dat het nog kan terugkomen ... Hoezeer je het besef laat doorwegen dat een nieuw begin met iemand anders het totale geluk niet altijd vergroot, zeker als het nieuwe er na een tijdje weer af is.
Ik ken de cijfers en gevolgen van een scheiding voor kinderen en ik beschouw dat als hun eerste trauma. Ik weet dat een slechte relatie ook traumatisch is voor kinderen, en ik weet ook dat het niet altijd negatieve gevolgen heeft als ouders op een rustige manier met veel gesprekken uit elkaar gaan. Dat het leven geen Valentijn is en je dat ook niet moet voorhouden aan je kinderen. Ik vind ook dat je niet moet samenblijven om de kinderen alleen, dat je jezelf niet moet wegcijferen voor een kind, maar ik blijf het toch altijd verdomd jammer vinden als er een einde komt aan iets wat ooit zo mooi is geweest. De ex-lieven vinden dat allicht evenzeer, dat spreekt.
Ik betrap mezelf ook altijd op de hoop dat het misschien toch weer goed komt, maar de voorbeelden daarvan ken ik enkel uit 'de boekskes'. Ik ken wel drie bevriende koppels, met twee of drie kinderen, die lang voor ze zelf kleintjes hadden een jaar uit elkaar zijn geweest, één koppel zelfs vijf jaar, om daarna weer met elkaar in zee te gaan en aan kinderen te beginnen. Met succes. En ik hoop dus meestal dat het bij een scheiding mét nageslacht ooit ook weer goed komt. En heel wat kinderen van gescheiden ouders hopen dat ook: denk Charlotte Roche, denk Charlotte Vandermeersch.
Ik ken koppels bij wie de nieuwe relaties zo goed zijn dat er geen haar op hun hoofd denkt om nog naar de situatie van vroeger terug te keren. Maar ik vrees dat in evenveel gevallen de nieuwe relatie ook niet altijd rozengeur en maneschijn blijft. En dat de gezinsculturen van nieuw samengestelde gezinnen soms zo verschillen dat ze weer nieuwe problemen en vragen met zich meebrengen. En als er nog een nieuw kindje bijkomt, dat er dan drie 'soorten' kinderen zijn, aan wie de ouders allebei andere dingen te zeggen hebben.
Het kan heel wat beter uitdraaien, daar zie ik ook genoeg voorbeelden van, maar het is minstens een hele periode ellendig. Je in elkaar gehaakte levens uit elkaar halen, een of twee keer een nieuwe thuis creëren, afspraken maken over de verdeling en de aanpak in de toekomst. Leren alleen zijn, wonden likken, de toekomst proberen te schetsen, nieuwe plannen of goede voornemens maken. Ik ben, zoals velen met mij, ervaringsdeskundige op het vlak van stukgelopen relaties, en ik wil er niet aan denken dat ik dat nog eens moet meemaken met een kind erbij. Maar ik weet heel goed dat het kan, dat het steeds vaker voorkomt, en vaker ook met jonge kinderen.
Is het onrust, rusteloosheid, ontevredenheid? Of niet meer naar het goede willen streven? En is het resultaat echt 'opgebrand', 'doodgebloed' of 'uitgedoofd'? Willen we te veel, of willen we niet genoeg? Hebben we te veel keuzevrijheid, die ons genot bezorgt maar geen geluk? Is het collectieve faalangst, angst voor een leven dat niet op alle vlakken perfect is? Met als opties actieve faalangst die je snel doet handelen en beslissen, of passieve faalangst die je in een depressie of eindeloze lethargie doet belanden? Of zijn het geluk en de energie gewoon opgebruikt op een bepaald moment en kan je dat maar beter erkennen?
Soms zie ik ook wel dat het je een heel ander, minder conventioneel leven bezorgt, dat het nieuwe kansen creëert, nieuwe mogelijkheden biedt. Zoals Rika Ponnet aangaf in De Standaard: voor sommige mensen is het idee heel aantrekkelijk om een week alle geneugten van de kinderen te hebben, en een andere week de vrijheid van een kinderloos bestaan, met tijd voor wilde afspraken, onverwachte etentjes, het werk, jezelf ... Maar geef mij, als ik mag kiezen, maar gewoon de banaliteit van het goede leven, zoals Verhaeghe suggereert.
Is het dat wat zoveel jonge ouders missen? Spanning, ontdekkingen, onvoorspelbaarheid? Of de drive om voor die oude bekende te blijven gaan? Is dat vroegere leven dan voorgoed voorbij, en staat de vader of moeder van je kind alle opties in de weg? Zeker als je weet dat kinderen ook opgroeien, zelfstandig worden, minder zorgtijd nodig zullen hebben ... Willen we minder dagelijkse ergernissen, minder vaste afspraken, minder alledaagsheid? En weegt dat verlangen op tegen een kind dat op twee plaatsen moet wonen, nieuwe lieven, nieuwe oma's, nieuwe gewoontes en karaktertrekken moet leren kennen?
Het klinkt belerend, zo'n opsomming van schijnbaar retorische vragen, maar zo is het niet bedoeld. Ik vraag het me allemaal af. Ik wil niets of niemand veroordelen, weet dat elke situatie particulier en onvoorspelbaar is, dat zulke beslissingen meestal niet zomaar genomen worden, dat mensen veranderen en elk hun eigen weg gaan, maar het confronteert me zo hard met de relativiteit van dat alles, van relaties, van geluk. Het jaagt me angst aan, zeker als ik dergelijke verhalen in contrast zie met dat prille geluk van een pasgeboren baby. Omdat het allebei in de beste families voorkomt ...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Mooi! En heel erg de nagel op de kop.
BeantwoordenVerwijderengevaarlijke denkpiste, ik denk niet dat verhaeghe bedoelt dat mensen zich maar moeten neerleggen bij een relatie die niet juist zit, gewoon omdat er kinderen zijn. Ongelukkig zijn is ongelukkig zijn, neoliberaal of niet, en je kan me niet vertellen dat kinderen het niet voelen dat hun ouders niet blij zijn samen.
BeantwoordenVerwijderenTuurlijk niet. Verhaeghe zegt dat niet en ik ook niet.
BeantwoordenVerwijderen