vrijdag 3 februari 2012

Stuipen

VoilĂ , ik val met de deur in huis. Thelma heeft mij met haar koortsstuipen woensdagavond de daver op het lijf gejaagd. Nooit meer, dank u zeer. Totale paniek met zo'n quasistikkend en quasilevensloos kindje, ik kan het u verzekeren. Ik was alleen thuis, belde de 101 in plaats van de 100 of 112, ben naar buiten gelopen om hulp met haar in mijn armen, en wellicht heeft de koude haar weer bij bewustzijn gebracht.

Alles leek normaal toen ik haar bij de onthaalmoeder ging halen, behalve de twee felrode blosjes op haar wangen, maar dat kon ook van haar wollen kleedje komen of de zon die de kamertemperatuur tot 23° had doen oplopen. Haar eigen temperatuur was nog niet gemeten, maar ze stond te dansen en te zingen van 'nijntjeuh, nijntjeuh, nij-ij-ijntjeuh, kom'. Ik was haar met de auto gaan ophalen en niet met de fiets, want voor zoveel graden onder nul pas ik, zeker met mijn piepke achterop.

Dus dikke jas aan, muts, en de koude auto in, met de verwarming aan, en even in de file gestaan. Was het dat? In elk geval leek er toen nog niets aan de hand. Thuis was het huis nog niet opgewarmd, zo'n 17 graden, dus haar kleedje bleef uiteraard aan. Halfuurtje liedjes gezongen een boekjes gelezen, Petit Gervais'tje in de stoel, een peer na, en even haar koorts gemeten met de voorhoofdsthermometer. Tussen 38,5 en 37,9 graden gaf die aan. Tijd voor een koortsremmer dus.

Ik zette Thelma op de grond, liet haar wat stappen en ze begon te huilen. Niet uit boosheid, niet van de pijn, meer een soort onbehagen. Ik toonde de Nurofen, waarop ze meestal naar me toe komt gesneld, maar ze wou niet. Ik vond toch dat ze iets moest krijgen en nam haar op schoot, maar ze bleef huilen en wou absoluut niet. Ik gaf haar tegen haar wil toch een heel klein beetje, en toen begon het.

Haar hoofd schokte, haar stem haperde, haar lippen trilden alsof er elektriciteit op stond, de Nurofen liep uit haar mondhoek, haar oogjes vielen halfdicht en haar adem stokte. Ik dacht dat ik haar vergiftigd had, of dat ze in iets aan het stikken was, en nam haar in mijn armen mee naar het aanrecht, omdat ik dacht dat ze moest overgeven, maar ze viel helemaal slap en ademde niet meer. Ik ben dan met haar in mijn armen naar de telefoon gespurt om de 100 te bellen, maar ik belde uit gewoonte en paniek de 101. Met antwoordapparaat, want alle medewerkers waren in gesprek!

Ze werd lijkbleek en ook een beetje blauw. Ben dan in paniek naar buiten gelopen met nog steeds een schijndood mensje in mijn armen, om hulp te halen bij de buren, maar die wonen op het eerste, komen altijd traag de deur openen en alles leek nog donker daar. Weer mis dus. Ik kon alleen maar denken 'Ze sterft hier in mijn armen, omdat ik niet weet wat ik moet doen'. Ik prevelde 'kindje, kindje toch' en dacht dat ik ze kwijt was. Dat alle hulp te laat kwam.

En toen zag ik een Combo met Kaat uit de straat, ben ik naar haar toegelopen terwijl ik 'Help, stop, help, help' riep, trok ik het portier open en riep ik 'Ze ademt niet meer, ze ademt niet meer'. Haar eigen bloedjes op de achterbank moeten ook nogal geschrokken zijn. Kaat zei onmiddellijk 'ik bel een ambulance' en ik liep weer naar binnen, nog steeds met Thelma in mijn armen, om mijn sleutels halen en de deur toe te trekken, met het plan om alsnog bij Kaat in de auto te springen en ons naar de spoed te laten brengen.

En gelukkig begon Thelma binnen zachtjes te huilen en naar adem te happen, met haar ogen half gesloten. Ik ben gaan zitten, ben haar blijven observeren met de schrik om mijn hart, hopend dat het niet weer zou beginnen, maar durfde toen al een beetje geloven dat het ergste voorbij was. Ik had ze in elk geval nog even bij me en ze leek weer wat op het kindje dat ik kende.

En toen belde de politie terug en hebben ze me meteen met de 100 doorverbonden, die me vroegen om het hele verhaal te doen, maar al aan de telefoon konden horen dat ze weer bij bewustzijn was, omdat ze wat luider was beginnen te huilen. Oef. Ze gingen toch een ambulance sturen, wat ik alleen maar kon toejuichen. Kaat kon even haar auto gaan parkeren die ze midden op het kruispunt had laten staan, haar kindjes thuis gaan afzetten en mij assisteren. SIS-kaart, sleutels, portefeuille, dekentje voor Thelma, tot de ambulance er was.

Bernard ging gelukkig ook elk moment thuiskomen, even tussendoor, omdat er een gaatje in de tournee was. Hij belde toen Thelma net weer bij bewustzijn kwam en ik kon hem waarschuwen dat hij niet moest schrikken als hij een ambulance zou zien staan. De ambulance kwam aan, Kaat liet me achter in hun handen, en ik heb samen met de ambulanciers Thelma's koorts genomen en die was 38,1°. Niet erg hoog dus, maar koortsstuipen komen blijkbaar vooral als de koorts snel stijgt.

Vreemd wel, want ze leek bij de onthaalmoeder al koorts te hebben. Zou die dan gezakt zijn, om dan weer te stijgen? Geen idee. Thelma kreeg een dekentje om zich heen, want een jas is niet aangeraden bij koorts, en we klommen in de ambulance. Ze huilde de boel bijeen, wat raar is zei de ambulancier, omdat de meeste kindjes zo onder de indruk zijn van die speciale auto dat ze helemaal stil worden.

Thelma heeft nog veel gehuild. Ze haat een thermometer in haar poep en draait zich in duizend bochten om dat te vermijden, ze haat suppo's, ze haat een stethoscoop, ze haat dat oorkijkding, ze haat de spatel om in haar keel te kijken. Ze is meestal ontzettend moedig, maar daarvan wordt ze panisch. Zoals de meeste kindjes misschien, hoewel ze wel haar neus gedwee laat spoelen met fysiologisch water, ze maar heel even huilt als ze een spuitje heeft gekregen, nooit vreemd is geweest en ook niet echt bang is.

Een plakker krijgen nadat ze bloed hadden geprikt, vond ze dan wel weer fijn. De verpleger vroeg of ze een prinses wou, maar dat wou ze niet. Wat zijn dat trouwens, prinsessen? Ik vroeg of hij geen auto had, maar dat bleek er niet tussen te zitten. Winnie de Poeh dan weer wel, en dat was een voltreffer. Voor de eerste keer heb ik een Thelma gezien die glom van trots. En de rest van het verhaal vertel ik morgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten