zaterdag 17 maart 2012

Het multitaskende superwijf


Ja, lappes, stoefdag. Stoefen over iets waar ik echt trots op ben met als titel 'Het multitaskende superwijf'. De enige post die niet min of meer klaarstond vorige zondag. Omdat ik eigenlijk niet goed kan multitasken en dus niet wist wat ik zou schrijven. En omdat ik meestal alles ná elkaar doe in de juiste volgorde en dus begonnen was met dag 1 te schrijven, daarna dag 2, dag 3, enzovoort. En dag 6 bleef staan. Ach ja, dan zou het toch weekend zijn, en kon ik zelfs de zondag nog gebruiken.

Ik neem deadline per deadline, ook als er ontzettend veel tijd voor de eerste deadline zit en maar wat luttele ogenblikken voor de tweede. We’ll cross that bridge when we come to it. Ik weet dat ondertussen en probeer af en toe eens van die arbitraire volgorde af te wijken. Ik weet dat ik tijdsdruk nodig heb en probeer daarom bepaalde taken voor te trekken. Maar meestal is het hoge nood en een geforceerd realiteitsbesef die me daartoe moeten aanzetten.

Ook opruimen doe ik het liefst in volgorde. Ik begin bij mijn bureau, dan de salontafel, de speelhoek, het vintage barmeubelke dat een soort magnetische kracht heeft voor brol allerhande, dan de tafel, de keuken, de afwasmachine en de was. First things first. Het geeft mijn warrige geest wat structuur, want ik heb soms ook wel eens last van het verder geniale eekhoorntjessyndroom.

Ik durf op mijn opruimroute wel eens een object uit een andere tijdzone mee te nemen, voor de gein, maar ik keer telkens terug naar het begin. En er blijft ook veel liggen onderweg. Ik heb geleerd om me niet meer druk te maken over dingen die niet op hun rechtmatige plaats liggen en de slinger is misschien zelfs een ietsiepietsie beetje te veel in de andere richting doorgeslagen ...

Vroeger verzon ik dat mijn Rice Krispies het fijn vonden om opgegeten te worden (meer nog: het was volgens mij hun ultieme lotsbestemming) om mijn wrede eetlust en meedogenloze kaakbeenderen te vergoelijken en het bijhorende medelijden met hun dood wat draaglijker te maken. Net zo heb ik mezelf aangeleerd dat een beetje rommel thuishoort in een huishouden waar geleefd wordt, dat dingen ook graag eens op een andere plaats liggen, dat relatieve chaos ook rust kan brengen. De maakbare mens en zelfmanagement, ik heb daar wel wat last van, zoals u ziet.

Het hoogste wat ik op het vlak van multitasken bereik, is tv luisteren terwijl ik blog, haken terwijl ik tv kijk, de Humo lezen of strijken terwijl ik naar de radio luister, nadenken op de fiets, eten met mes en vork. Toen ik vroeger al eens wou studeren voor tv zei mijn vader dat ik beter een halfuur kon studeren en daarnaast een halfuur voluit pulp kon slikken dan een vol uur alles maar half te doen. Sad but true.

Want dan kwam ik nooit aan tv kijken of andere frivoliteiten toe, omdat ik geen tijdsbesef had, nooit klaar was en bleef studeren tot de tijd echt op was. De enige mogelijkheid om toch wat vrije tijd te scoren, was vóór ik aan mijn werk begon, en dat stramien zit er nog altijd in. Meteen een heel plausibele verklaring voor mijn procrastinatiedrang – al had ik er tot vandaag nog niet op die manier naar gekeken. Leve Wijvenweek.

Maar … ondanks mijn verstrooidheid, mijn ontbrekend gen voor synchroon tasken, mijn gebrekkig tijdsbesef, mijn interne saboteur en mijn geliefd uitstelgedrag, heb ik toch maar mooi op drie en een half jaar een doctoraat geschreven, dat achteraf met twee prijzen is bekroond en genomineerd was voor een derde. Stoefen mocht, niet?

Ik kan dat alleen maar verklaren door een mix van perfectionisme, masochisme, schrijfdrang, en veel professionele en emotionele steun. Ik ben dus trots op het resultaat van dat alles: mijn doorzettingsvermogen en het boek dat er ligt. Ondanks moeilijkheden toch blijven doorgaan, soms tegen het subjectieve weten in. Ik besef dat ik hierdoor meedraai in onze neoliberale meritocratie ('alles hangt af van eigen inspanning en talent'), maar ik ben natuurlijk een kind van mijn tijd en begin dat nu pas te doorgronden.

In dezelfde trant vind ik het al bij al ontzettend straf dat ik zes weken nadat ik mijn toenmalig huis, lief en werk verloren had -- omdat mijn lief mij 36 uur nadat mijn doctoraat af was, heeft ingeruild voor een betere partij (hoe neoliberaal) en mij uit ons zelfverbouwde huis heeft gezet--, stond te schitteren voor een vijfkoppige jury met een stralende glimlach en een gezonde dosis zelfvertrouwen.

Pas op, ik ben de dag ervoor duizend doden gestorven door de stress, de emotionele en mentale ellende, de schrik dat ik er niets van ging bakken. En pas nog maar wat beter op, ik heb daarna nog geregeld een zware bons gehad vóór het trauma beetje bij beetje uit mijn lijf was. Maar de dag zelf stond ik daar in volle glorie. Ik hoefde aanvankelijk die doctorstitel niet meer, omdat ik er zoveel bij verloren had, maar toen ik ‘m eenmaal had, was ik toch blij. En het heeft me ondertussen al veel moois opgeleverd.

En in een heel ander register: ik ben ook ontzettend trots op mijn bevalling, als je daar al trots op kan zijn. Ik had zo’n schrik vooraf. Niet voor de pijn, want ik heb zowel mentaal als fysiek een hoge pijngrens, maar wel voor de overweldigende emoties die mij gingen verlammen, zo dacht ik toch. Ik kon geen boek vastnemen over bevallingen, geen foto zien van een zwangere vrouw of daar was die krop in de keel. Het leek me te herinneren aan een vorig leven, een groot meer van verdriet ergens diep in mij, maar uiteindelijk was ik tijdens de weeën zo rustig en zelfzeker dat ik alle pijn zonder veel moeite kon opvangen.

Ik was vooraf ook naar het Geboortehuis gegaan voor een reeks lessen over bevallen, grotendeels gebaseerd op Veilig bevallen van Beatrijs Smulders. Gouden lessen waren dat, omdat je zo goed voorbereid wordt op wat er komt. Weten dat fel licht, koude en adrenaline het bevallingshormoon en de natuurlijke endorfines tegenhouden bijvoorbeeld, en dat je dus moet zorgen voor gedempt licht, zachte muziek, warme sokken en een rustige omgeving. Een vriendin die al bevallen was, had me ook aangeraden om niet te focussen op het abstracte begrip ‘bevalling’, maar wel op de ‘geboorte van mijn kind’.

Ik leerde ook dat sommige lieven de kamer uitgebliksemd worden door hun eega, maar dat anderen de moeder in spe voortreffelijk kunnen helpen door tijdens elke wee in de onderrug te duwen, wat mijn lief uitstekend heeft gedaan. Hij heeft er zelfs een lumbago aan over gehouden, ook omdat de vroedvrouw hem tijdens de eigenlijke bevalling had opgedragen om me bij elke wee mee naar voren te duwen, wat hij deed vanop een schamel krukje aan mijn zijde in plaats van achter mij te komen zitten.

Ik was natuurlijk ook acht dagen over tijd en heb me in alle rust kunnen voorbereiden. Ik heb me geen moment opgejaagd of verveeld, maar heb genoten van die laatste dagen met z’n tweeën. Parkkaffee, terrasjes, tuinfeesten, de absolute heerlijkheid, al ging het allemaal wat trager. Alles stond klaar, tot reuzenonderbroeken, warme sokken en energydrinks toe, al heb ik dat achteraf allemaal ongebruikt weer mee naar huis genomen. En ik ben 's nachts bevallen, mijn geliefde tijdspanne.

Het werd een droombevalling. Ik kreeg bevestigd dat een wee maximum 60 seconden duurt, ik had tijd genoeg tussendoor om geheel zonder pijn een slok thee te drinken en op adem te komen, ik wist dat mijn kindje met elke wee wat dichterbij kwam, en dat ze ook de endorfines kreeg die ik aanmaakte. Een vroedvrouw thuis was er als stille getuige, en ik kon uiteindelijk met 8 cm naar het ziekenhuis gereden worden om een uur later mijn kleintje in mijn armen te houden.

Alles bij elkaar gezien vind ik mezelf dus best wel een goede partij. Goed kunnen doordenken, goed kunnen verwoorden wat ik denk, goed kunnen voelen, dat gevoel zo goed mogelijk proberen te doorgronden, goed kunnen meevoelen, me inleven in een ander, mij empathie in daden kunnen omzetten, goed kunnen anticiperen, en vooral: op tijd en stond alles ook kunnen vergeten en mezelf verliezen in de roes van het leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten