dinsdag 13 maart 2012

Guilty pleasures en kleine kantjes

Bon. Dingen die ik alleen tegen vriendinnen vertel, heb ik niet. Ik heb geen dingen die ik tegen vriendinnen vertel en niet tegen mijn vrienden: eerlijk is eerlijk. Misschien wel dingen die ik tegen niemand vertel, dat wel, maar die zijn niet zo bloggable, behalve vandaag. Hm. Even denken ... Meeleven met ‘Steracteur Sterartiest’ of ‘Idool’? Potje huilen bij ‘Mijn bevalling’? Kortstondige ‘Thuis’-verslaving? Meekwelen met Arid of Birdy en dan tranen in je ogen krijgen omdat je je mond te wijd opent? Niets van! Geheel onmogelijk, zeg ik u!

En guilty pleasures op eetvlak? Hmm, valt echt mee. Ik snoep niet buitensporig veel, kan chips weerstaan als ik mijzelf eventjes bezig zie, en ik krijg tandpijn van chocolade ook al heb ik geen gaatjes, dat helpt. IJsjes, altijd, maar als ik er te veel aan denk, verdwijnt de goesting. En als de goesting blijft, eet ik een ijsje zonder mij daar schuldig over te voelen. Of chocolade, of chips, of suikerwafels. Maar mij door een heel pak of een halve taart heenvreten is mij nog nooit overkomen. Aperitiefkes op terras, pintjes op café: een zaligheid. Ik pleit geheel schuldig, maar aanzie dat niet voor een zonde.

En kleine kantjes? Ik roddel niet graag, en hoef daarmee al zeker geen onzekerheden te maskeren. Mensen punten geven vanop een terrasje? Ik mag er niet aan denken. Ik ben niet jaloers of nieuwsgierig, heb niet al te veel aandacht nodig en al zeker niet uitsluitend van mijn lief. Ik kom dwangmatig mijn beloftes na, erger mij niet al te snel, bedek veel met de mantel der liefde, kan mijn ongelijk zonder problemen toegeven als ik ongelijk heb en ik de gelijkhebber in kwestie graag zie. Bóóóring!

Maar er is nog meer! Ik voel mij niet zondig als ik mezelf eens verwen of het huishouden verwaarloos. Ik verveel mij gauw met romantische komedies en de Flair, en ik ben al helemaal niet geïnteresseerd in prinsessen en royalties, al had dat ook anders gekund. Ik huil niet vaak, als je vochtige ogen bij tal van ontegensprekelijk diepemotionele taferelen niet meetelt en het rechtgeaarde verdriet evenmin, en ik ben haast van niets bang. En ik denk bovendien niet te veel slechts over andere vrouwen en zaag niet tegen mijn lief over pietluttigheden. Ah, maar wacht eens, de stoefpost was pas zaterdag, nee?

Oké dan: ik kan niet zo goed tegen gibbertrienen, hersenloze praat, volwassen vrouwen die zich als pubers gedragen, collega’s die mij iets vragen wat ze zelf beter weten, misplaatste arrogantie, macho’s die zichzelf te serieus nemen. Ik heb het moeilijk om sociaal, voornaam en welopgevoed te zijn tegen mensen die ik niet al te fijn vind, en vraag me soms af wat ik met te veel vriendelijkheid aanmoet. Ik ontmoet gelukkig veel fijne mensen en de anderen krijgen het voordeel van de twijfel, maar als ik eenmaal mijn oordeel heb, kan ik het moeilijk verstoppen.

Maar of je dat nu kleine kantjes kunt noemen? Ik ben daar eigenlijk nogal redelijk trots op. Ergernis is mij trouwens in het geheel niet vreemd: ik erger mij aan rochels, geclaxonneer, sluikstorten, chauffeurs die zich opwinden om niets, maar probeer die ergernis niet de overhand te laten nemen. En ik durf soms wel eens halflachend mijn dochtertje gade te slaan als ze onredelijk kwaad is om een prul. Maar sadistisch wordt dat uiteraard nooit.

En ik moet toegeven, nu we toch bezig zijn: tegen mijn moeder ben ik niet altijd even lief, en het meest nog op momenten dat ik eigenlijk blij zou moeten zijn met haar hulp. Als ze mij eens uit de nood helpt in huis, bijvoorbeeld, omdat die hulp me met mijn eigen nalatigheid of prioriteiten confronteert, of als ze mee gaat shoppen (doen we niet meer), omdat ik dan met mijn besluiteloosheid en perfectionisme word geconfronteerd. Ik kon vroeger trouwens kribbig, hyperongeduldig en hoogst onverdraagzaam worden als ik honger had, maar vreemd genoeg is dat vanzelf weggegaan. Ouder worden, moeder worden? Ik word soms fysiek nog wel wat slapjes bij zo'n suikerval, maar mentaal heeft het geen desastreuze invloed meer.

Ik heb tot slot, zoals veel vrouwen blijkbaar, iets met to-do-lijstjes, lijstjes om valiezen te pakken of de babysit te briefen (en daardoor mijn verstrooid- en vergeetachtigheid te lijf te gaan), maar als ik dat briefje dan toch eens aan de kant leg, loopt het gegarandeerd mis, wat al meermaals bewezen is. Mijn lief zwiert namelijk het liefst alles meteen in de auto zonder mijn lijstje af te vinken, zodat ik niet kan zien of we de babyfoon, handdoeken, al mijn schoenen, of de onderlakens, hoeslakens en kussenslopen wel degelijk niet hebben achtergelaten. De lijst is niet toevallig!

***

En ik heb ook nog een geheel ander pakket met kleine kantjes, maar die doos laat ik liever zo lang mogelijk gesloten. Luistert en aanschouwt. Ik zal eens iets openbaren in het kader van ‘Te Gek!?’ en het taboe op psychische flippartijen. Ik heb namelijk een interne saboteur. Owla, even wachten, ik zie meteen in gedachten Standaardredacteur Tom Heremans opduiken, op zoek naar sappige verhalen om vrouwen nog eens in hun blootje te zetten.

Lees gerust verder, zou ik zeggen, maar lees net dat ietsje meer voor u stopt bij de clichés, beste Tom. Monster de diversiteit op een en dezelfde blog, aanschouw de verschillen tussen vrouwen onderling (morgen meer daarover), eigen u de humor en ironie niet schaamteloos toe, lees ook de schaarse mannenblogs in deze wijvenweek. Wees een beetje eerlijk met al die eerlijkheid. Dank u.

Soit, we kunnen voort met de hoogdravende bekentenissen over mijn persoonlijke interne saboteur. Let wel: hij komt maar af en toe opduiken. En ook: het is al lang geleden. Ik ben ondertussen de meeste van mijn neuroses kwijt, heb mijn hinderlijke perfectionisme tot aanvaardbare proporties herleid, kan daardoor de ergste ellende maar vooral de energievretende details relativeren, en neem de kwalijke overblijfselen er met veel liefde bij.

Soms blijft het bij elke pagina van de krant willen omslaan als ik ergens op tijd moet zijn, om middernacht nog een blogbericht schrijven als ik eigenlijk al een hele week moet bijslapen, dwaze details die er niet toe doen op het laatste moment veranderen, zoeken tot ik iets vind wat ik eigenlijk niet nodig heb, een broodbakmachine voor het eerst in gang steken na middernacht, mijn trui verzuimen aan te doen als ik te koud heb, niet naar toilet gaan als ik moet, of beter nog: voor ik de deur uit ga, eten opscheppen als ik eigenlijk genoeg heb en dat dan nog opeten ook, aan alle shampoo’s in de supermarkt wel iets fouts vinden, geen Dafalgan nemen als ik met een gigantische kater zit …

Maar het neemt veel gedaantes aan, hoewel ik ‘m steeds beter de baas kan. Het gaat ook om deadlines uitdagen: een derde van het werk doen in de eerste helft van de tijd, zodat er nog maar één helft overblijft voor de laatste twee derden. Uitstelgedrag dus. Een boek uitlezen dat je niet interesseert. Vakliteratuur heel grondig lezen terwijl je niet weet of je het artikel ooit zult gebruiken.

De kabel van de beamer te hard vastdraaien in je laptop, zodat je nog een kwartier in het leslokaal moet nablijven om die kleine prutsvijsjes zonder schroevendraaier weer los te krijgen. En dingen alleen doen waarvoor je eigenlijk met z’n tweeën moet zijn, zoals een tv in een kast schuiven waarvan je ondertussen een plank naar boven moet duwen omdat de tv er eigenlijk niet inpast.

En soms neemt die saboteur geheel de overhand. Dat is mij al een paar keer overkomen, maar gelukkig ligt die periode al een hele tijd achter mij. Dan gaf iets in mij heel stellig en samenzweerderig aan dat mijn zintuigen niet te vertrouwen zijn, dat ik dingen hoor op de radio die zo van de pot gerukt zijn dat ik mijn oren niet mag geloven, dat ik dingen lees in de krant die te gek voor woorden zijn en er niet meer zullen staan als ik mijn zinnen terug heb.

Of dat ik in de douche de temperatuur van het water niet kan inschatten. Ik vreesde dan ook werkelijk dat het water kouder zou worden als ik aan de warme kraan zou draaien. Om dan bij de praktijktest ook niet meer kunnen beoordelen of het nu zo was of niet. Brrr. Ik geloofde in die periodes ook vaak niet wat mensen me zegden. Dacht dat ik dingen hoorde die hoegenaamd niet konden kloppen als er maar een beetje gezond verstand aan te pas kwam. Wat natuurlijk geheel contradictorisch was. Ah ja.

Ik heb zoiets telkens meegemaakt in periodes van grote stress: toen ik terugkwam van Erasmus en flipte op de keuzevakken, toen ik te veel papers moest schrijven in mijn postgraduaat, en toen ik na jaren opzoekwerk moest beginnen te schrijven aan mijn doctoraat en dacht dat ik niets interessants verzameld had. Lost, verloren, zeker omdat het intellectueel werk is wat je moet doen. Ik moet je allicht niet vertellen dat het behoorlijk angstaanjagend is dat je je eigen oordeel en zintuiglijke indrukken niet meer gelooft, dat je details niet meer van hoofdzaken kunt onderscheiden. Alles komt op je af en je zet als een ware drama queen jezelf klem omdat je geen prioriteiten kunt bepalen. Zoals de blokjes in Tetris die aan het eind steeds sneller vallen tot het game over is.

Sindsdien herken ik het gevoel wanneer het opkomt en ben ik er zo mee vertrouwd dat het mij geen angst meer aanjaagt. Ik weet dat het weer weggaat als ik doe alsof er niets aan de hand is, gewoon de orde van de dag volg en genoeg slaap. Het begint altijd ’s ochtends met onverklaarbare zenuwen en ik die mezelf vanuit het perspectief van een buitenstaander lijk gade te slaan. Ik probeer dan geen acht te slaan op mijn gewaarwordingen en geen belang te hechten aan wat ik allemaal aan uitzonderlijks opmerk.

Maar sinds de laatste periode uit 2004 heeft het zich nooit meer tot na de middag voortgezet. Dat was daarvoor wel even anders. Een week tot tien dagen kon het duren en het bracht een groot onbehagen, stress en uiteraard ook benauwdheid met zich mee. Ik begon dan ook alles van vroeger in twijfel te trekken. Wist 100% zeker dat mijn scriptie toch niet zo goed was, dat ik mij door vriendschappen had laten bedotten, dat ik hoegenaamd geen talenten had, dat ik maar wat aanmodderde, dat ik mensen feilloos had bedot en zij mij daarin gedwee hadden gevolgd.

Een tijdelijke depressie dus en lichte paranoia. Mijn moeder dacht dat er zich traag maar zeker een psychose ontwikkelde en nam dan tijdelijk mijn leven in handen door mij een lijst met taken te laten afwerken in de door haar opgedragen volgorde (schildpad in winterverblijf steken, tandarts bellen, groepstaak afwerken, boeken naar de bib brengen ...). Mijn vader toonde evenveel begrip, maar weet het aan een vorm van bewustzijnsvernauwing. Grappig genoeg de kwaal waarmee negentiende-eeuwse vrouwen om hun oren werden geslagen …

Ondertussen heb ik ook de minder kwalijke trucs van mijn interne saboteur al goed doorgrond en laat ik me steeds minder vangen. Ik heb namelijk de ultieme strategie gevonden: ik probeer de hele zaak op de spits te drijven, mijn défauts in sterktes om te zetten en … mijn interne saboteur te saboteren! Ha! Als dat niet het toppunt van neurose is … En ondertussen denk ik er zelfs niet meer na bij die tweevoudige pootje-lap, maar ben ik spontaan mijn betere zelf geworden. Meestal dan toch.

Dat wil zeggen: bij belangrijke afspraken een bus en een trein vroeger vertrekken om onmogelijk te laat te kunnen zijn, alvast heel even aan een taak beginnen om daarna weer te stoppen (wetende dat ik er toch aan voortdoe als ik eenmaal begonnen ben), een onnodige activiteit in het midden van de actie prompt onderbreken (omdat ik weet dat ik de draad later niet meer ga opnemen).

Of op automatische piloot de tafel afruimen als ik mezelf dreig te overeten, in het geheel geen goede voornemens maken, mezelf geen dieet opleggen (verboden vrucht, weetjewel), maar alles toelaten en voortdurend aan verbodsmiddelen denken, zodat de zin erin verdwijnt. Zo slim ben ik ondertussen wel, al lukt zo'n dubbele houdgreep uiteraard niet altijd.

En met een kind weet ik ondertussen dat ik een deadline voor een deadline moet inbouwen, want dat het niet enkel meer van mij afhangt. Lijkt te lukken voor echt belangrijke deadlines, de andere hoor ik nog graag eens voorbij zoeven. Alleen incalculeren dat dochterlief ’s nachts ook wel eens kan wakker worden als ik er lichtjes doorzit en dan vroeg genoeg gaan slapen, lukt nog niet. Maar ja, wie zei er dat perfectie de norm moet worden? Ik alvast niet.

Bovendien haal ik er mijn empathie uit voor verstokte procrastineerders en depressieven, mijn zelfrelativering, een motto zoals ‘moeilijk gaat ook’, en een groot doorzettingsvermogen. Ik geef haast nooit iets op omdat het te moeilijk lijkt. Ik heb er dus ook veel aan te danken: ik heb klussen aangepakt die mij niet haalbaar leken, maar die ik uiteindelijk toch maar geklaard heb. Ik kan ondertussen veel aan, zolang ik ervoor waak dat ik de balans een beetje in het oog houd.

En ging u dan nu in de commentaren zeggen dat u dat allemaal herkent en ik daar maar niet te veel mee moet inzitten?

1 opmerking:

  1. Not really. Ik herken er de ballen van. Maar ik vind het wel ongelooflijk knap dat je het zo uitgebreid hebt uitgeschreven. Zo duidelijk dat zelfs een onbekendeling als ik, die niets ervan in zichzelf herkent, begrijpt wat je bedoelt. Dat vind ik straf. Echt, amai. Bedankt voor die eerlijke blik in je hoofd!

    BeantwoordenVerwijderen