We zijn naar het Insectenfestival geweest in de Tuin van Kina en Thelma heeft een levende meelworm gegeten. Een. Levende. Meelworm. 'Beestje', zo zei ze zelf. Thelma durft soms nog niet te proeven van appeltaart of spaghetti, omdat ze denkt dat het niet lekker zal zijn, en nu nam ze zelf zo'n kronkelend insect tussen haar vingertjes, hield ze dat een paar keer proevend tegen haar lippen en stak ze dat simpelweg in haar mond. Om het simpelweg ook op te eten.
Bernard heeft ook grote gefrituurde wormen gegeten en kleine levende meelwormen, ikzelf hield mij er kordaat van weg. Meestal ga ik wel in op zulke once-in-a-lifetimes, maar nu was er werkelijk niets dat me zelfs ook maar deed twijfelen. Ik ben trouwens ook vegetariër gebleven na mijn tweede Dagen Zonder Vlees. Allez, 't is te zeggen: ik eet nog één keer per week vlees, als ik bij mijn ouders ga eten, en nog heel af en toe eens vis. Maar meelwormen, nee dank u!
zondag 29 april 2012
zaterdag 28 april 2012
Potchefstroom
Over dat potje: we doen het dus niet consequent, maar misschien is dat wel de beste weg, de basisregel van het opvoeden ten spijt. Ze is ook nog maar eenentwintig maanden. Ze plast met enige trots op het potje en krijgt daarvoor bij ons dolfijntjes, die haar niet bovenmatig interesseren. Op haar leeftijd is zelfs een WC-rol of een plastieken doosje een cadeau.
En bij de onthaalmoeder krijgt ze samen met de twee andere musketiers Mira en Ramon fijne stickertjes op een felgekleurd blad, die Thelma er vooral wil afpeuteren, omdat ze denkt dat het herbruikbare raamstickers zijn. Ze legt ook dikke geurende knollen en wordt daarvoor door ons gênant uitbundig geprezen, maar haar ogen blinken niet feller dan anders. En blinken doen ze haast altijd.
Een strak plan is er dus niet echt. 't Is lang weekend morgen, besef ik nu, maar om haar nu al vier dagen zonder pamper te laten lopen, een paar dagen natte broeken te verversen in de hoop dat, lijkt het me toch nog te vroeg. Zou het luiheid zijn of feilloze intuïtie? Of zou ik gewoon wachten op beter weer om haar dan in onderbroek en crocjes te laten rondlopen? Geen strak plan dus. Tips altijd welkom, bevestiging ook!
Wat wel een plan is dat steeds meer vorm krijgt, is ons vertrek naar Zuid-Afrika! Gisterenmiddag om half twaalf is alles plotseling in een stroomversnelling gekomen en kreeg ik na vier maanden mailen en afspreken twee uur de tijd om mijn dossier op de faculteitsraad te krijgen, een maand vroeger dan gepland. Motivatiebrief, schets van het onderzoek, cv, akkoord van de vakgroep en details van de gastinstelling.
Vandaag hebben de leden van de raad voor akkoord getekend, omdat het quorum gisteren niet bereikt was, en veel kan er nu niet meer misgaan. Volgende week moet mijn goedgekeurde aanvraag nog naar de Dienst Onderzoek, die de beslissing van de faculteit voorlegt aan de Algemeen Directeur, en die laatste volgt normaal gezien alle voorgaande adviezen.
Vandaar ook dat ik dit lange weekend niet meer als een zot aan mijn dossier moet werken om die buitenlandse dienstreis rond te krijgen, maar mij voltijds met potty training zou kunnen bezighouden. De kleine wereld versus de grote wereld ... En die grotere wereld luistert naar de naam Potchefstroom, waar wij normaal gezien over vier maanden een half jaar gaan wonen. Een toepasselijke naam in tijden van zindelijkheidstraining, en ook wel yihaaaa!
We gaan niet voor een jaar, zoals eerst gedacht, want dan bestaat de kans dat ik mijn job niet meer heb bij terugkomst. Mijn contract zou zónder Zuid-Afrika immers aflopen op het moment dat onze hogeschool 'inkantelt' bij Universiteit Gent en de huidige beslissers hebben dan niet veel meer in de pap te brokken. Als ik een jaar wil weggaan, moet ik ook loopbaanonderbreking nemen en zou het kunnen dat ik het laatste jaar van mijn contract niet meer mag 'inhalen' of dat het in elk geval niet op tijd geregeld raakt.
En dus gaan we -- als alles goed gaat -- van eind augustus tot eind februari naar een ander werelddeel. Met z'n drieën. Ik ga er werken aan de Noordwes-Universiteit, Bernard gaat voor Thelma zorgen tot we de opvangmogelijkheden een beetje verkend hebben en hij gaat daarna Afrikaans leren, vrijwilligerswerk doen, fotograferen, vissen, en meereizen naar archieven in Pretoria, Bloemfontein en Kaapstad. Binnenkort dus Het leven van Olijfje in Afrika!
En bij de onthaalmoeder krijgt ze samen met de twee andere musketiers Mira en Ramon fijne stickertjes op een felgekleurd blad, die Thelma er vooral wil afpeuteren, omdat ze denkt dat het herbruikbare raamstickers zijn. Ze legt ook dikke geurende knollen en wordt daarvoor door ons gênant uitbundig geprezen, maar haar ogen blinken niet feller dan anders. En blinken doen ze haast altijd.
Een strak plan is er dus niet echt. 't Is lang weekend morgen, besef ik nu, maar om haar nu al vier dagen zonder pamper te laten lopen, een paar dagen natte broeken te verversen in de hoop dat, lijkt het me toch nog te vroeg. Zou het luiheid zijn of feilloze intuïtie? Of zou ik gewoon wachten op beter weer om haar dan in onderbroek en crocjes te laten rondlopen? Geen strak plan dus. Tips altijd welkom, bevestiging ook!
Wat wel een plan is dat steeds meer vorm krijgt, is ons vertrek naar Zuid-Afrika! Gisterenmiddag om half twaalf is alles plotseling in een stroomversnelling gekomen en kreeg ik na vier maanden mailen en afspreken twee uur de tijd om mijn dossier op de faculteitsraad te krijgen, een maand vroeger dan gepland. Motivatiebrief, schets van het onderzoek, cv, akkoord van de vakgroep en details van de gastinstelling.
Vandaag hebben de leden van de raad voor akkoord getekend, omdat het quorum gisteren niet bereikt was, en veel kan er nu niet meer misgaan. Volgende week moet mijn goedgekeurde aanvraag nog naar de Dienst Onderzoek, die de beslissing van de faculteit voorlegt aan de Algemeen Directeur, en die laatste volgt normaal gezien alle voorgaande adviezen.
Vandaar ook dat ik dit lange weekend niet meer als een zot aan mijn dossier moet werken om die buitenlandse dienstreis rond te krijgen, maar mij voltijds met potty training zou kunnen bezighouden. De kleine wereld versus de grote wereld ... En die grotere wereld luistert naar de naam Potchefstroom, waar wij normaal gezien over vier maanden een half jaar gaan wonen. Een toepasselijke naam in tijden van zindelijkheidstraining, en ook wel yihaaaa!
We gaan niet voor een jaar, zoals eerst gedacht, want dan bestaat de kans dat ik mijn job niet meer heb bij terugkomst. Mijn contract zou zónder Zuid-Afrika immers aflopen op het moment dat onze hogeschool 'inkantelt' bij Universiteit Gent en de huidige beslissers hebben dan niet veel meer in de pap te brokken. Als ik een jaar wil weggaan, moet ik ook loopbaanonderbreking nemen en zou het kunnen dat ik het laatste jaar van mijn contract niet meer mag 'inhalen' of dat het in elk geval niet op tijd geregeld raakt.
En dus gaan we -- als alles goed gaat -- van eind augustus tot eind februari naar een ander werelddeel. Met z'n drieën. Ik ga er werken aan de Noordwes-Universiteit, Bernard gaat voor Thelma zorgen tot we de opvangmogelijkheden een beetje verkend hebben en hij gaat daarna Afrikaans leren, vrijwilligerswerk doen, fotograferen, vissen, en meereizen naar archieven in Pretoria, Bloemfontein en Kaapstad. Binnenkort dus Het leven van Olijfje in Afrika!
dinsdag 17 april 2012
Potje
Thelma is voor het eerst op het potje geweest, voor de allereerste keer zonder pamper, en ze heeft een plasje van formaat afgeleverd, waar zelfs de onthaalmoeder van versteld stond. Ik vond dat u dat moest weten. Het was niet op ons eigenste potje, want dat is nog steeds onderweg van de webshop naar ons huis. Geen idee waarom ik dat online heb gekocht, maar ik wou drie weken geleden snel een (dot)potje en dat leek mij het snelst.
Niet dus: het bleek niet in stock, hoewel dat niet vermeld stond op de site, de statustracking werkt niet en het komt na een paar mailtjes pas ergens deze week aan. Gelukkig is het wel een pracht van een potje, al doet dat geheel niet ter zake. Integendeel zelfs. Ik heb gisteren tijdens mijn zoekopdracht 'zindelijkheidstraining' gelezen dat ze het best een stevig potje hebben met een rugleuning en een stukje tussen de beentjes zodat ze zo ontspannen mogelijk zitten.
Ik had er nog helemaal geen idee van hoe ik die zindelijkheidstraining zou aanpakken. Bij Kind & Gezin hadden ze gezegd om haar vanaf de lente af en toe eens met een pamper aan op een potje te zetten, en daarna pas zonder, maar aangezien we nog geen potje hadden, kwam daar niet veel van terecht. Ik heb haar dan maar af en toe eens op ons toilet gezet. Het grote gapende toilet waar virtuele kindjes op het internet bang van zijn en nooit op willen zitten. Thelma vroeg er zelf om, omdat ze de kleine Luce er ook eens een plasje op had zien maken.
Ik wist ook dat kindjes in wasbare luiers vaak sneller zindelijk zijn, maar veel praktische tips leverde die statistische kennis mij niet op. En ik weet ook dat Thelma al heel lang weet wat kaka is en wat pipi, wat een 'stinky kaka' is en wat een 'harde kaka', wat nat is en wat droog, wat een pamper is en wat een toilet, maar ik heb pas gisteren gelezen dat ze die kennis ook echt nodig hebben om zindelijk te worden. Werelden die opengaan, je houdt het niet voor mogelijk.
Het zou ten gepaste tijde wel eens ter sprake komen onder vriendinnen, dus ik stelde het internetschuimen naar tactieken uit. Ik had vaag iets horen waaien over tijdstippen waarop je de pamper uitdoet en wacht op een plasje, over pampers die plotseling miraculeus droog blijken te zijn, maar hoe dat allemaal concreet in zijn werk zou gaan, was mij dus nog een raadsel. Tot ik bij Vertellementen las dat het ook snel en gezwind kan: op vrijdagochtend de pamper uit en op zondagavond zindelijk, al was dat wel op twee jaar en drie maanden.
Plotseling had ik dus begrepen dat er ook op het vlak van potjesplassen heel wat verschillende strategieën zijn. Ik liet die ontdekking zaterdag vallen in het bijzijn van mijn vader, die mij er meteen aan herinnerde dat hij tientallen kindjes zindelijk heeft gekregen. Als sociaal verpleger heeft hij jarenlang therapie gegeven aan kinderen en zindelijkheidstraining en bedplassen waren zowat zijn specialiteit. Hij raadde mij gewoon aan om ze lekker in haar blote poep te laten rondlopen, al kan dat natuurlijk alleen bij ons, bij mooi weer en niet bij de onthaalmoeder.
Van andere specialisten hoorde ik nog de tip om twintig onderbroekjes te kopen en de pamper systematisch uit te laten overdag en haar om de twee uur op een potje te zetten. Liefst nog met een verhaaltje om de boel wat op te leuken. Dat leek me wel een goed plan, zo ergens in een mooi lang weekend, als haar potje was aangekomen en ik eens twintig onderbroekjes op de kop had getikt in een webshop die er dan meer dan drie weken over zou doen om ze op te sturen.
Andere tips waren onderhemdjes kopen in plaats van body's en gemakkelijke broekjes zonder rits of knopen ... En broeken die passen, denk ik zo, want met haar wasbare luiers heeft Thelma meestal ruime broeken aan die al rond een wegwerpluier dreigen af te zakken, laat staan als er enkel een semibloot poepje in zit. De drie Deense broekjes met elastiek die ik vorig jaar gekocht heb in maat 86 en 92, zijn raar-maar-waar nog te groot mét luier, dus zonder luier zakken die helemaal op haar enkels. Ik had ze toen meteen kunnen ruilen, maar had niet durven denken dat Thelma aan een pampervrij leven zou beginnen nog voor ze zouden passen.
Dan maar terug in haar kleertjes voor een eventueel nageslacht duiken om er de smalle gemakkelijke broekjes uit te halen? Of zijn die dan te klein aan de buik en te kort onderaan? Nooit gedacht dat er zoiets bestond als bum size en curve ID voor peuters die uit de luiers groeien! Ik ben lichtjes in snelheid gepakt door mijn dochter en zal voorlopig nog maar even voor de strategie mét pamper gaan, tot haar garderobe aan haar nieuwe levensstijl is aangepast. Al maak ik me voorlopig ook nog geen illusies en kan het best een lucky shot zijn, dat eerste plasje van haar.
Niet dus: het bleek niet in stock, hoewel dat niet vermeld stond op de site, de statustracking werkt niet en het komt na een paar mailtjes pas ergens deze week aan. Gelukkig is het wel een pracht van een potje, al doet dat geheel niet ter zake. Integendeel zelfs. Ik heb gisteren tijdens mijn zoekopdracht 'zindelijkheidstraining' gelezen dat ze het best een stevig potje hebben met een rugleuning en een stukje tussen de beentjes zodat ze zo ontspannen mogelijk zitten.
Ik had er nog helemaal geen idee van hoe ik die zindelijkheidstraining zou aanpakken. Bij Kind & Gezin hadden ze gezegd om haar vanaf de lente af en toe eens met een pamper aan op een potje te zetten, en daarna pas zonder, maar aangezien we nog geen potje hadden, kwam daar niet veel van terecht. Ik heb haar dan maar af en toe eens op ons toilet gezet. Het grote gapende toilet waar virtuele kindjes op het internet bang van zijn en nooit op willen zitten. Thelma vroeg er zelf om, omdat ze de kleine Luce er ook eens een plasje op had zien maken.
Ik wist ook dat kindjes in wasbare luiers vaak sneller zindelijk zijn, maar veel praktische tips leverde die statistische kennis mij niet op. En ik weet ook dat Thelma al heel lang weet wat kaka is en wat pipi, wat een 'stinky kaka' is en wat een 'harde kaka', wat nat is en wat droog, wat een pamper is en wat een toilet, maar ik heb pas gisteren gelezen dat ze die kennis ook echt nodig hebben om zindelijk te worden. Werelden die opengaan, je houdt het niet voor mogelijk.
Het zou ten gepaste tijde wel eens ter sprake komen onder vriendinnen, dus ik stelde het internetschuimen naar tactieken uit. Ik had vaag iets horen waaien over tijdstippen waarop je de pamper uitdoet en wacht op een plasje, over pampers die plotseling miraculeus droog blijken te zijn, maar hoe dat allemaal concreet in zijn werk zou gaan, was mij dus nog een raadsel. Tot ik bij Vertellementen las dat het ook snel en gezwind kan: op vrijdagochtend de pamper uit en op zondagavond zindelijk, al was dat wel op twee jaar en drie maanden.
Plotseling had ik dus begrepen dat er ook op het vlak van potjesplassen heel wat verschillende strategieën zijn. Ik liet die ontdekking zaterdag vallen in het bijzijn van mijn vader, die mij er meteen aan herinnerde dat hij tientallen kindjes zindelijk heeft gekregen. Als sociaal verpleger heeft hij jarenlang therapie gegeven aan kinderen en zindelijkheidstraining en bedplassen waren zowat zijn specialiteit. Hij raadde mij gewoon aan om ze lekker in haar blote poep te laten rondlopen, al kan dat natuurlijk alleen bij ons, bij mooi weer en niet bij de onthaalmoeder.
Van andere specialisten hoorde ik nog de tip om twintig onderbroekjes te kopen en de pamper systematisch uit te laten overdag en haar om de twee uur op een potje te zetten. Liefst nog met een verhaaltje om de boel wat op te leuken. Dat leek me wel een goed plan, zo ergens in een mooi lang weekend, als haar potje was aangekomen en ik eens twintig onderbroekjes op de kop had getikt in een webshop die er dan meer dan drie weken over zou doen om ze op te sturen.
Andere tips waren onderhemdjes kopen in plaats van body's en gemakkelijke broekjes zonder rits of knopen ... En broeken die passen, denk ik zo, want met haar wasbare luiers heeft Thelma meestal ruime broeken aan die al rond een wegwerpluier dreigen af te zakken, laat staan als er enkel een semibloot poepje in zit. De drie Deense broekjes met elastiek die ik vorig jaar gekocht heb in maat 86 en 92, zijn raar-maar-waar nog te groot mét luier, dus zonder luier zakken die helemaal op haar enkels. Ik had ze toen meteen kunnen ruilen, maar had niet durven denken dat Thelma aan een pampervrij leven zou beginnen nog voor ze zouden passen.
Dan maar terug in haar kleertjes voor een eventueel nageslacht duiken om er de smalle gemakkelijke broekjes uit te halen? Of zijn die dan te klein aan de buik en te kort onderaan? Nooit gedacht dat er zoiets bestond als bum size en curve ID voor peuters die uit de luiers groeien! Ik ben lichtjes in snelheid gepakt door mijn dochter en zal voorlopig nog maar even voor de strategie mét pamper gaan, tot haar garderobe aan haar nieuwe levensstijl is aangepast. Al maak ik me voorlopig ook nog geen illusies en kan het best een lucky shot zijn, dat eerste plasje van haar.
zaterdag 14 april 2012
In de hoek
Thelma heeft in de hoek moeten staan. Twintig seconden. Dan waren we het erover eens dat ze het niet meer zou doen. Erg vond ze het niet, want ze gaat soms ook zelf even in de hoek staan als ze niet akkoord gaat met een of andere beslissing en heel erg moet huilen. Dan zegt ze 'Pamma tout' en gaat ze in een hoekje uitrazen tot we haar afleiden.
Wie er echter hoegenaamd niet mee akkoord ging dat Thelma een hoekstraf had gekregen, was mijn moeder. Vandaag op het diamanten huwelijk van mijn grootouders (1952-2012!) hield ze voet bij stuk dat haar kleinkinderen niet stout kunnen zijn. Dat zoiets gewoon onmogelijk is. Ondenkbaar. Er is zonder enige twijfel altijd wel een goeie reden voor hun grensverleggende acties.
Ergens heeft ze gelijk, want Thelma is haast nooit stout. Ze tast heel voorzichtig grenzen af, weet of ziet dat iets niet mag en doet het dan toch, maar heel ostentatief en in slow motion, zodat ik ruimschoots de tijd heb om mijn wenkbrauwen wat op te trekken, mijn ogen wat meer open te sperren, mijn lach te verbijten, en eventueel zelfs ergens een vermanende vinger op te diepen.
Het ergste wat ze doet, is haar boterham een keer op de grond gooien, haar bord soep met een flinke duw wegstoten, haar moeder 'ns zachtjes slaan, achter de tv tussen de kabels kruipen, eten uit haar mond laten vallen, doen alsof ze een knikker of magneetje gaat opeten. Niets ergs dus. Maar waarom moest ze vorige week dan wel in de hoek?
Wel, op een of andere manier heeft ons toilet in de gang een heel grote aantrekkingskracht. Niet alleen als wij erop zitten en ze even op onze billen komt tikken, maar ook om huisje in te spelen, de rollen wc-papier van de houder te halen, de ventilator aan en uit te zetten, speelgoed in te verzamelen, en ga zo maar door.
We lieten dat oogluikend toe, tot het eens een smosboel werd met een wc-borstel en alle obligate onhygiënische toestanden vandien. Sindsdien mag ze niet meer alleen in het toilet spelen. Ik had het haar gezegd, ze had blijkbaar niet geluisterd, en toen het verdacht stil was en ik ging kijken, zag ik haar lustig een verdwaalde maar volle keukenrol in en uit het water soppen.
Dolle pret uiteraard, maar toch iets wat je een heel klein beetje onder stoute kuren kunt klasseren, niet? Ik heb dus zeer pedagogisch gezegd dat het niet mocht, dat ze het wist en dat ze onmiddellijk een beetje in de hoek mocht gaan staan. Ze was niet ontdaan, kon perfect leven met haar ministraf en deed een beetje alsof ze huilde toen ze in de hoek stond. Een hoek die overigens grenst aan ons schuifraam en dus uitkijkt op de tuin ...
Ik was van plan om haar een minuutje te laten staan, maar vond het na 20 seconden al welletjes. Ze had de boodschap begrepen, ze was maar heel even stout geweest en ze toonde geen enkele zin om het opnieuw te doen. Ik had ook een ogenblik getwijfeld toen ik zei dat ze in de hoek moest, maar ik kon het natuurlijk niet maken om meteen nadat ik de straf had uitgesproken al terug te krabbelen.
En dus heeft mijn dochter voor de eerste keer in de hoek gestaan. Dat moest er toch eens van komen. En was mijn moeder geheel (of was het toch gespeeld?) ontdaan om een buitenproportionele strafmaat voor een arm en zielig meisje. Ze wou helpen! Ze wou de pot schoonmaken! Ze doet jullie gewoon na! Het was blijkbaar nodig! Ze vond dat die keukenrol daar niet thuishoorde! Wij hadden maar op tijd wc-papier moeten kopen!
Grappig, hoe de standaarden bij elke generatie vervagen. Hoe grootmoeders er heilig van overtuigd kunnen zijn dat verwennen de beste opvoedingsmethode is, dat grenzen niet belangrijk zijn, dat de mantel der liefde alles wegveegt. Kleinkind, schoon kind!
Oma's mogen natuurlijk hun verwenfunctie naar hartenlust vervullen, laten zien dat andere volwassenen er andere standaarden op nahouden, maar het was grappig om te zien hoe overtuigd ze was van mijn geheel onpedagogische ingreep en niet kon leven met idee van haar kleinkind in de hoek. We hebben dan ook maar gezwegen over onze kleine duimschroefjes.
Wie er echter hoegenaamd niet mee akkoord ging dat Thelma een hoekstraf had gekregen, was mijn moeder. Vandaag op het diamanten huwelijk van mijn grootouders (1952-2012!) hield ze voet bij stuk dat haar kleinkinderen niet stout kunnen zijn. Dat zoiets gewoon onmogelijk is. Ondenkbaar. Er is zonder enige twijfel altijd wel een goeie reden voor hun grensverleggende acties.
Ergens heeft ze gelijk, want Thelma is haast nooit stout. Ze tast heel voorzichtig grenzen af, weet of ziet dat iets niet mag en doet het dan toch, maar heel ostentatief en in slow motion, zodat ik ruimschoots de tijd heb om mijn wenkbrauwen wat op te trekken, mijn ogen wat meer open te sperren, mijn lach te verbijten, en eventueel zelfs ergens een vermanende vinger op te diepen.
Het ergste wat ze doet, is haar boterham een keer op de grond gooien, haar bord soep met een flinke duw wegstoten, haar moeder 'ns zachtjes slaan, achter de tv tussen de kabels kruipen, eten uit haar mond laten vallen, doen alsof ze een knikker of magneetje gaat opeten. Niets ergs dus. Maar waarom moest ze vorige week dan wel in de hoek?
Wel, op een of andere manier heeft ons toilet in de gang een heel grote aantrekkingskracht. Niet alleen als wij erop zitten en ze even op onze billen komt tikken, maar ook om huisje in te spelen, de rollen wc-papier van de houder te halen, de ventilator aan en uit te zetten, speelgoed in te verzamelen, en ga zo maar door.
We lieten dat oogluikend toe, tot het eens een smosboel werd met een wc-borstel en alle obligate onhygiënische toestanden vandien. Sindsdien mag ze niet meer alleen in het toilet spelen. Ik had het haar gezegd, ze had blijkbaar niet geluisterd, en toen het verdacht stil was en ik ging kijken, zag ik haar lustig een verdwaalde maar volle keukenrol in en uit het water soppen.
Dolle pret uiteraard, maar toch iets wat je een heel klein beetje onder stoute kuren kunt klasseren, niet? Ik heb dus zeer pedagogisch gezegd dat het niet mocht, dat ze het wist en dat ze onmiddellijk een beetje in de hoek mocht gaan staan. Ze was niet ontdaan, kon perfect leven met haar ministraf en deed een beetje alsof ze huilde toen ze in de hoek stond. Een hoek die overigens grenst aan ons schuifraam en dus uitkijkt op de tuin ...
Ik was van plan om haar een minuutje te laten staan, maar vond het na 20 seconden al welletjes. Ze had de boodschap begrepen, ze was maar heel even stout geweest en ze toonde geen enkele zin om het opnieuw te doen. Ik had ook een ogenblik getwijfeld toen ik zei dat ze in de hoek moest, maar ik kon het natuurlijk niet maken om meteen nadat ik de straf had uitgesproken al terug te krabbelen.
En dus heeft mijn dochter voor de eerste keer in de hoek gestaan. Dat moest er toch eens van komen. En was mijn moeder geheel (of was het toch gespeeld?) ontdaan om een buitenproportionele strafmaat voor een arm en zielig meisje. Ze wou helpen! Ze wou de pot schoonmaken! Ze doet jullie gewoon na! Het was blijkbaar nodig! Ze vond dat die keukenrol daar niet thuishoorde! Wij hadden maar op tijd wc-papier moeten kopen!
Grappig, hoe de standaarden bij elke generatie vervagen. Hoe grootmoeders er heilig van overtuigd kunnen zijn dat verwennen de beste opvoedingsmethode is, dat grenzen niet belangrijk zijn, dat de mantel der liefde alles wegveegt. Kleinkind, schoon kind!
Oma's mogen natuurlijk hun verwenfunctie naar hartenlust vervullen, laten zien dat andere volwassenen er andere standaarden op nahouden, maar het was grappig om te zien hoe overtuigd ze was van mijn geheel onpedagogische ingreep en niet kon leven met idee van haar kleinkind in de hoek. We hebben dan ook maar gezwegen over onze kleine duimschroefjes.
donderdag 5 april 2012
Thelmataal (9): Namen noemen
Nog een mijlpaal: Thelma zegt haar eigen naam! Ze spreekt het uit als 'Pewma' of 'Pamma', maar ze wijst dus niet langer zwijgend naar zichzelf en zegt niet langer iets als 'ta?', wat ze ook tegen allerlei andere dingen zegt als ze de naam ervan vraagt. 't Is schoon Gents met een vette 'e' die naar een korte 'a' neigt en soms een 'w' meekrijgt zoals in het legendarische Gentse woord 'voebaw' voor voetbal.
De lange rij namen die ze al zei, wordt nu dus eindelijk aangevuld met haar eigen naam. Niet enkel meer Oewiesje (Louise), Tien (tante Lien), Wikke (Willeke) en Uusj (Luce), aangevuld met de onthaalmoeder Pasja (Patricia), haar dochter Iesj (Elise) en de andere kindjes Noor (Noor), Mon (Ramon), Nanna (Anna), Memi (Remi), Nano (Caetano), Pijn (Pepijn) en beebie (Emilie).
En toen ik vanmorgen zei dat ze al een groot meisje was omdat ze alleen zit op een Stokke zonder babybescherming, zei ze beslist: 'Nie meisje'. Bernard vroeg wat ze dan wel was, en ze zei overtuigd 'jonge'. Vanavond zei ze 'Nie meisje, titje', wat 'kindje' betekent. Blij dat ze mijn kindje is!
De lange rij namen die ze al zei, wordt nu dus eindelijk aangevuld met haar eigen naam. Niet enkel meer Oewiesje (Louise), Tien (tante Lien), Wikke (Willeke) en Uusj (Luce), aangevuld met de onthaalmoeder Pasja (Patricia), haar dochter Iesj (Elise) en de andere kindjes Noor (Noor), Mon (Ramon), Nanna (Anna), Memi (Remi), Nano (Caetano), Pijn (Pepijn) en beebie (Emilie).
En toen ik vanmorgen zei dat ze al een groot meisje was omdat ze alleen zit op een Stokke zonder babybescherming, zei ze beslist: 'Nie meisje'. Bernard vroeg wat ze dan wel was, en ze zei overtuigd 'jonge'. Vanavond zei ze 'Nie meisje, titje', wat 'kindje' betekent. Blij dat ze mijn kindje is!
zondag 1 april 2012
Thelmataal (8): Pampen / mussen?
Wij hebben eigenlijk een ontzettend braaf kind. Twee voorbeeldjes om dat te bewijzen: als Thelma op het ververskussen ligt, weet ze dat ze niet in mijn buik mag stampen. Elke keer vraagt ze toch mooi: 'Pampen?', om na te gaan of het vandaag niet even mag.
Als ze aan tafel zit, weet ze dat ze haar beker of bord niet mag omdraaien, want dan morst ze en morsen mag niet, tenzij per ongeluk. En weer gaat ze elke keer de mogelijkheden van het moment af, en vraagt ze lief: 'Mussen? Mussen?'.
Ben benieuwd wat dat later gaat geven. Weglopen? Nee? Liegen? Toe? Stelen? Voor één keer? Binge drinken? Echt niet? Drugs? Even maar? Chantage? Om te spelen? En alles met een poeslief stemmetje natuurlijk.
Als ze aan tafel zit, weet ze dat ze haar beker of bord niet mag omdraaien, want dan morst ze en morsen mag niet, tenzij per ongeluk. En weer gaat ze elke keer de mogelijkheden van het moment af, en vraagt ze lief: 'Mussen? Mussen?'.
Ben benieuwd wat dat later gaat geven. Weglopen? Nee? Liegen? Toe? Stelen? Voor één keer? Binge drinken? Echt niet? Drugs? Even maar? Chantage? Om te spelen? En alles met een poeslief stemmetje natuurlijk.
maandag 26 maart 2012
Thelmataal (7): Die deken
Het slaapliedje dat ik als ultieme redding aangrijp als Thelma niet wil slapen, ook midden in de nacht, wanneer ik me voorneem om niet met haar op te staan, maar liever vijftien keer na elkaar hetzelfde zing, heeft zijn bezwerende kracht tijdelijk verloren. Het is een liedje van de plaat 'Vind je me aardig?', dat Ernie voor
Bert zong toen hij niet kon slapen, en het begint als volgt:
Slaap nu zacht, lieve knulEn het gaat voort met de volgende zin:
't Is twaalf graden onder nuhul
Je deken is heel warm en zachtwaarop Thelma sinds vanavond begint te roepen: 'Die deken!', 'Die deken!', terwijl ze naar haar eigen dekentje wijst. En als ik dan mijn lach onderdruk en geheel toonvast voortzing:
't Schaap loopt buiten zonder vachtroept Thelma, die sinds kort de lente, de tuin en het concept 'buiten' heeft ontdekt: 'buite, buite!'. Ik zing dan voor een dolenthousiast publiek nog de volgende zin:
Thelma ligt onder de wolWaarop ze breed grijzend doet alsof het allemaal té grappig is dat zij in een liedje voorkomt, om dan af te sluiten met:
En dat houdt ze wel tien uur volwaaraan ze toevoegt: 'ook-e-beer, nijntje, koekje, koe, eend, aapje', en ik weer van voren af aan kan beginnen, omdat ze klaarwakker ligt te hupsen in haar bed. Al kan het ook door het zomeruur komen.
O zo heerlijk onder de wol
En dat houdt ze wel tien uur vol
zondag 25 maart 2012
Ticket bis
Ik begin me lichtjes te schamen over al mijn paniekerige ramificaties over Thelma's schoolkeuze ... Niet alleen stonden we bij Victor Carpentier op plaats 7 van de 30 beschikbare plaatsen, we staan nu ook op plaats 11 van de 18 plaatsen bij freinetschool De Loods ... Weg stress om de 115 kandidaten voor 79 plaatsen in de buurt, enter keuzestress! Zoals we destijds het laatste lotje bij een fantastische onthaalmoeder in de buurt hebben verzilverd, hebben we nu ook twee tickets versierd voor onze eerstekeuzescholen in de categorie mét en de categorie zonder voorrang voor niet-GOK'ers.
Al mijn zorgen waren dus om niets, alleen de keuzestress blijft, al hebben we zo ongeveer wel beslist wat we gaan doen. Zo ongeveer, want ik blijf het echt bijzonder sneu vinden voor een fantastische directrice, een supergemotiveerd schoolteam en een enthousiaste groep ouders, die wellicht heel wat kindjes, maximum 7 om precies te zijn, met een ticket voor De Loods gaan zien vertrekken. Ik ben dus niet euforisch, al besef ik dat ik in een luxepositie zit om te mogen kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat Victor Carpentier een hele warme school is met een mooi project, maar we gaan wellicht toch voor onze oorspronkelijke eerste keuze, een school waarvan ik nooit had durven denken dat we er ooit een plekje zouden krijgen in deze barre prescolaire tijden.
Het voelt echt aan alsof ik me moet verantwoorden. Ik supporter meestal voor de underdog, in dit geval de Carpentierploeg, die met al hun moeite maar weinig kansrijke kindjes weten aan te trekken. Allereerst natuurlijk omdat er al bij al weinig kansrijken in onze buurt wonen. De verhouding op de Muide is 30% kansrijk en 70% kansarm, al zegt die term niet veel over kinderen die a) geen Nederlands spreken thuis (was ook zo bij heel wat Franstalige leerlingen in mijn oude school), b) tot een reizende bevolking behoren (Roma, maar ook schippers), c) in een pleeggezin of instelling worden opgevoed (ik wil ook een pleegkind), of van wie d) de moeder geen middelbaar diploma heeft (zegt nog niets over haar capaciteiten) of e) de ouders een vervangingsinkomen krijgen.
Ten tweede wordt het positieve elan van Victor Carpentier dit jaar stokken in de wielen gestoken doordat De Loods een extra klas van 12 kinderen moest organiseren. Normaal gezien had De Loods maar 12 plaatsen waarvan er al 6 door broertjes en zusjes waren ingenomen, en konden wij met plaats 11 van de 18 dus fluiten naar ons ticket. Volgend jaar moet elke school in Gent wellicht de verhouding van de buurt (30/70) of de stad (50/50) respecteren en wordt het tweesporensysteem afgeschaft. We hebben dus zo'n kaartje in handen waarvoor mensen zouden vechten. En de mimetische begeerte werkt aldus, dat zo'n ticket meteen veel begeerlijker wordt ...
Maar uiteraard is het dat niet alleen. Ik was sowieso al lang te vinden voor freinetonderwijs, niet alleen om de principes maar ook een beetje uit ervaring. Mijn petekindje heeft haar hele schoolloopbaan in De Harp en De Wingerd afgelegd en heeft zich daar altijd ontzettend goed gevoeld. Ik kreeg al in het eerste leerjaar handgeschreven briefjes van aan zee waarin ze zo ontroerend en eigenzinnig schreef dat ze me miste. En ze is nu in mijn voetsporen getreden door Engelse en Nederlandse taal- en letterkunde te studeren en doet dat schitterend. Carpentier heeft het ons alleen erg moeilijk gemaakt door ons ervan te overtuigen dat het onderwijs daar even ervaringsgericht, gediversifieerd en vooral heel plezant is.
Er zitten kleuters in De Loods die vóór of samen met Thelma bij dezelfde onthaalmoeder zijn geweest, er zitten kinderen uit de straat en die lijken heel tevreden. We zouden zot zijn om niet voor De Loods te kiezen volgens onze buren. En Thelma's huidige vriendjes, Ramon en Noor, zijn wellicht ook van plan om naar De Loods te gaan. Waardoor we in één klap niemand meer kennen in Carpentier met wie Thelma zou starten, noch hun ouders. Uiteraard leer je meteen nieuwe ouders kennen, en Thelma nieuwe vriendjes, maar het School-In-Zichtproject wou net groepen ouders samen de stap laten nemen, en ik ben zelf te veel aan het twijfelen om de anderen te kunnen meeslepen.
De Loods is trouwens ook een buurtschool uit het School-In-Zichtproject. Aangezien we op plaats 11 staan, wil dat zeggen dat de 10 kindjes vóór ons op minder dan 500 meter van de school wonen en dus echte buurtkindjes zijn. Met Carpentier, dat een eind verder ligt, is dat meteen al helemaal anders. En De Loods is ook geen witte eliteschool. Er zitten 45% GOK-kindjes en 55% niet-GOK-kindjes, al is het niet voorspelbaar wat dit inschrijfjaar gaat geven, aangezien ze geen voorrangsbeleid mochten voeren omdat de percentages de verhouding 60/40 nog niet overschrijden. Het is een kleinere school, dat wel, maar dat lijkt dan weer heel sterk op mijn oude school, waar ik alle kinderen bij naam en toenaam kende en dat heel fijn vond.
De weg naar De Loods is overigens een stuk korter, maar daarom niet veiliger, wat weer in het voordeel van Carpentier pleit. Er zijn op weg naar De Loods drie oversteekplaatsen waar je heel erg uit je doppen moet kijken met de fiets, al zou het kunnen dat we een verkeersluwe omweg gaan maken als Thelma eenmaal zelf begint te fietsen. Te voet naar school kan overigens ook, wat bij Carpentier dan weer uitgesloten is. Tien minuten met de fiets is meteen al een heel eind wandelen, en naar De Loods is het maar 500 meter stappen.
Ik hou het er dus op dat de twee scholen erg aan elkaar gewaagd zijn wat positieve argumenten betreft, maar dat de hierboven opgesomde bedenkingen de doorslag geven. Ik laat me dus niet leiden door onze eigen eerste indrukken tijdens het schoolbezoek, maar meer door de positieve commentaren over beide scholen en de afwegingen over freinetonderwijs, de vriendjes en de afstand. Ik heb me laten vertellen dat het lerarenkorps in De Loods ook heel gemotiveerd is en dat ik me over de sfeer daar helemaal geen zorgen hoef te maken. Maar ik ga morgen toch nog eens een paar mensen bellen of schrijven om helemaal zeker te zijn, en ik weet niet wat ik ga doen als er toch een groep ouders in Carpentier blijft.
Ik vind het heel sneu voor de oudergroep bij Carpentier die ontzettend hun best doet om de school op de kaart te zetten, maar ik vermoed dat zij in mijn plaats hetzelfde zouden hebben gedaan. Bovendien gaan wij niet in ons eentje een gezonde mix creëren, net zoals ik ook niet in mijn eentje het percentage vrouwen in de academische wereld significant omhoog ga krijgen. Alle beetjes helpen, dat is waar, anders zou ik bijvoorbeeld ook niet meedoen aan Dagen Zonder Vlees, en een betere wereld begint bij jezelf, een reden waarom ik wasbare luiers gebruik, maar je moet ook altijd nagaan wat je daarnaast zelf eigenlijk wil. Moeilijk, heel moeilijk, zeker als de twee opties door verschillende aspecten aan elkaar gewaagd lijken. Sjongejonge.
Al mijn zorgen waren dus om niets, alleen de keuzestress blijft, al hebben we zo ongeveer wel beslist wat we gaan doen. Zo ongeveer, want ik blijf het echt bijzonder sneu vinden voor een fantastische directrice, een supergemotiveerd schoolteam en een enthousiaste groep ouders, die wellicht heel wat kindjes, maximum 7 om precies te zijn, met een ticket voor De Loods gaan zien vertrekken. Ik ben dus niet euforisch, al besef ik dat ik in een luxepositie zit om te mogen kiezen. Ik ben ervan overtuigd dat Victor Carpentier een hele warme school is met een mooi project, maar we gaan wellicht toch voor onze oorspronkelijke eerste keuze, een school waarvan ik nooit had durven denken dat we er ooit een plekje zouden krijgen in deze barre prescolaire tijden.
Het voelt echt aan alsof ik me moet verantwoorden. Ik supporter meestal voor de underdog, in dit geval de Carpentierploeg, die met al hun moeite maar weinig kansrijke kindjes weten aan te trekken. Allereerst natuurlijk omdat er al bij al weinig kansrijken in onze buurt wonen. De verhouding op de Muide is 30% kansrijk en 70% kansarm, al zegt die term niet veel over kinderen die a) geen Nederlands spreken thuis (was ook zo bij heel wat Franstalige leerlingen in mijn oude school), b) tot een reizende bevolking behoren (Roma, maar ook schippers), c) in een pleeggezin of instelling worden opgevoed (ik wil ook een pleegkind), of van wie d) de moeder geen middelbaar diploma heeft (zegt nog niets over haar capaciteiten) of e) de ouders een vervangingsinkomen krijgen.
Ten tweede wordt het positieve elan van Victor Carpentier dit jaar stokken in de wielen gestoken doordat De Loods een extra klas van 12 kinderen moest organiseren. Normaal gezien had De Loods maar 12 plaatsen waarvan er al 6 door broertjes en zusjes waren ingenomen, en konden wij met plaats 11 van de 18 dus fluiten naar ons ticket. Volgend jaar moet elke school in Gent wellicht de verhouding van de buurt (30/70) of de stad (50/50) respecteren en wordt het tweesporensysteem afgeschaft. We hebben dus zo'n kaartje in handen waarvoor mensen zouden vechten. En de mimetische begeerte werkt aldus, dat zo'n ticket meteen veel begeerlijker wordt ...
Maar uiteraard is het dat niet alleen. Ik was sowieso al lang te vinden voor freinetonderwijs, niet alleen om de principes maar ook een beetje uit ervaring. Mijn petekindje heeft haar hele schoolloopbaan in De Harp en De Wingerd afgelegd en heeft zich daar altijd ontzettend goed gevoeld. Ik kreeg al in het eerste leerjaar handgeschreven briefjes van aan zee waarin ze zo ontroerend en eigenzinnig schreef dat ze me miste. En ze is nu in mijn voetsporen getreden door Engelse en Nederlandse taal- en letterkunde te studeren en doet dat schitterend. Carpentier heeft het ons alleen erg moeilijk gemaakt door ons ervan te overtuigen dat het onderwijs daar even ervaringsgericht, gediversifieerd en vooral heel plezant is.
Er zitten kleuters in De Loods die vóór of samen met Thelma bij dezelfde onthaalmoeder zijn geweest, er zitten kinderen uit de straat en die lijken heel tevreden. We zouden zot zijn om niet voor De Loods te kiezen volgens onze buren. En Thelma's huidige vriendjes, Ramon en Noor, zijn wellicht ook van plan om naar De Loods te gaan. Waardoor we in één klap niemand meer kennen in Carpentier met wie Thelma zou starten, noch hun ouders. Uiteraard leer je meteen nieuwe ouders kennen, en Thelma nieuwe vriendjes, maar het School-In-Zichtproject wou net groepen ouders samen de stap laten nemen, en ik ben zelf te veel aan het twijfelen om de anderen te kunnen meeslepen.
De Loods is trouwens ook een buurtschool uit het School-In-Zichtproject. Aangezien we op plaats 11 staan, wil dat zeggen dat de 10 kindjes vóór ons op minder dan 500 meter van de school wonen en dus echte buurtkindjes zijn. Met Carpentier, dat een eind verder ligt, is dat meteen al helemaal anders. En De Loods is ook geen witte eliteschool. Er zitten 45% GOK-kindjes en 55% niet-GOK-kindjes, al is het niet voorspelbaar wat dit inschrijfjaar gaat geven, aangezien ze geen voorrangsbeleid mochten voeren omdat de percentages de verhouding 60/40 nog niet overschrijden. Het is een kleinere school, dat wel, maar dat lijkt dan weer heel sterk op mijn oude school, waar ik alle kinderen bij naam en toenaam kende en dat heel fijn vond.
De weg naar De Loods is overigens een stuk korter, maar daarom niet veiliger, wat weer in het voordeel van Carpentier pleit. Er zijn op weg naar De Loods drie oversteekplaatsen waar je heel erg uit je doppen moet kijken met de fiets, al zou het kunnen dat we een verkeersluwe omweg gaan maken als Thelma eenmaal zelf begint te fietsen. Te voet naar school kan overigens ook, wat bij Carpentier dan weer uitgesloten is. Tien minuten met de fiets is meteen al een heel eind wandelen, en naar De Loods is het maar 500 meter stappen.
Ik hou het er dus op dat de twee scholen erg aan elkaar gewaagd zijn wat positieve argumenten betreft, maar dat de hierboven opgesomde bedenkingen de doorslag geven. Ik laat me dus niet leiden door onze eigen eerste indrukken tijdens het schoolbezoek, maar meer door de positieve commentaren over beide scholen en de afwegingen over freinetonderwijs, de vriendjes en de afstand. Ik heb me laten vertellen dat het lerarenkorps in De Loods ook heel gemotiveerd is en dat ik me over de sfeer daar helemaal geen zorgen hoef te maken. Maar ik ga morgen toch nog eens een paar mensen bellen of schrijven om helemaal zeker te zijn, en ik weet niet wat ik ga doen als er toch een groep ouders in Carpentier blijft.
Ik vind het heel sneu voor de oudergroep bij Carpentier die ontzettend hun best doet om de school op de kaart te zetten, maar ik vermoed dat zij in mijn plaats hetzelfde zouden hebben gedaan. Bovendien gaan wij niet in ons eentje een gezonde mix creëren, net zoals ik ook niet in mijn eentje het percentage vrouwen in de academische wereld significant omhoog ga krijgen. Alle beetjes helpen, dat is waar, anders zou ik bijvoorbeeld ook niet meedoen aan Dagen Zonder Vlees, en een betere wereld begint bij jezelf, een reden waarom ik wasbare luiers gebruik, maar je moet ook altijd nagaan wat je daarnaast zelf eigenlijk wil. Moeilijk, heel moeilijk, zeker als de twee opties door verschillende aspecten aan elkaar gewaagd lijken. Sjongejonge.
woensdag 21 maart 2012
Moeder-dochter
't Is toch wel even afkicken van Wijvenweek: ik heb de neiging om over alles uit mijn leven een postje te schrijven of links te delen en daar mijn zegje over te doen. Ik moet weer een beetje de juiste verhouding opzoeken, want het blijft toch Thelma's blog, al gaat er waarschijnlijk hoe langer hoe meer Lott insluipen als Thelma ouder wordt.
Bovendien zou ik veel te veel tijd stoppen in al mijn postjes over mijzelf die bovenop het wekelijkse Thelmapostje komen. Mijn lichte perfectionisme dwingt mij ertoe om zo genuanceerd en volledig mogelijk mijn mening te verwoorden of een toestand te beschrijven, en ik zou die eigenschap beter voorbehouden voor mijn werk of vrienden op café. Die kunnen dat namelijk ook goed gebruiken. En de blog kan best wat kortere berichten gebruiken, denk ik zo ondertussen ...
De Wijvenweek gaf natuurlijk ook een vertekend beeld door de zes postjes op zes dagen, waarmee ik de week voordien toch ook wel een poosje zoet ben geweest. Bovendien schrijf je tijdens zo'n week meteen voor een veel ruimer publiek, dat je in één beweging toch wel een uitnodigend en getrouw beeld wil geven van jezelf. Over een opgelegd onderwerp dan nog, waar nog tweehonderd andere vrouwen ook hun zegje over doen.
Ik vond het wel fijn om aan mee te doen. Heb een paar amusante nieuwe blogs ontdekt, gelijkgestemde zielen, mannen die toch niet zo heel veel van sommige vrouwen verschillen. Heb best wat geleerd over dé Vrouw, die uiteraard net zo min bestaat als Sinterklaas of de Kerstman. En ik heb toch ook wel wat over mezelf bijgeleerd, omdat het toch nog altijd anders is om jezelf eens voor een publiek uit de doeken te doen, in plaats van voor je eigen ik.
Maar nu dus afkicken. Vorige week is de gedachte als een bom gevallen dat Thelma binnenkort twee jaar wordt. Haar eerste verjaardagsfeestje lijkt nog zo dichtbij, ze is ook net anderhalf, wat eigenlijk nog één is. Allez, ze is twintig maanden en twee weken, maar tel daar een paar maanden bij en ze wordt vierentwintig maanden. Wat tot nader order nog altijd twee jaar is. Ongelofeloos. Als elk jaar zo snel gaat, is ze overmorgen twintig.
Ik weet natuurlijk wel dat iedereen altijd zegt dat de tijd vliegt, maar zo snel, dat kan ik amper geloven. Ik dacht dat een jaar-met-kind toch ongeveer even lang zou duren als een jaar-zonder-kind, maar dat klopt dus hoegenaamd niet. Is het omdat de weken toch wat meer op elkaar lijken? Is het omdat ze zoveel aanbrengt en zo snel evolueert dat je bijna geen tijd hebt om stil te staan? Gosh.
***
En omdat ik het toch niet kan laten: nog iets over mezelf. Ik doe voor de tweede keer mee met Dagen Zonder Vlees en dit jaar is het echt een eitje. Vorig jaar deed ik het samen met mijn lief en heb ik de gewoonte overgehouden om geen vlees meer tussen de boterham of op een belegd broodje te dulden en op restaurant zoveel mogelijk vegetarisch te eten.
Dit jaar wou Bernard niet meedoen en was mijn uitdaging dus om te kijken of dat lukt: koken voor twee zonder voor elk stuk vlees simpelweg een groenteburger te bakken. Een keer per week kan dat wel, maar dan heb ik er genoeg van en wil ik vegetarische ovenschotels, stoofpotjes en wokgerechten zonder dat trio vlees-aardappelen-groenten waarvan ik alleen het vlees niet eet.
Volledig gescheiden potten op tafel toveren, lijkt me niet zo tijdsefficiënt. Vorig jaar was het daarom vooral ik die kookte tijdens die veertig dagen omdat ik ooit een reeks Vegetarisch Koken heb gevolgd. Op Dagen Mét Vlees is het vooral Bernard die in de potten roert, en het leek me nu ook niet erg aangewezen om die gewoonte helemaal om te gooien. Ik had me vorig jaar voorgenomen om iets vaker te koken, uitsluitend vegetarisch, maar van dat voornemen is dus niet veel in huis gekomen.
Maar dit jaar lukt het experiment Vleeseter-annex-Vegetariër dus bijzonder goed. Omdat Bernard al eens een Libanese kikkererwten-korianderschotel klaarmaakt om mij plezier te doen, omdat ik gewoon feta, panir, loempia's, nuggets, hempburgers, gevulde pasta en af en toe eens een groenteburgertje in de frigo heb zitten, en omdat Bernard soms toch ook toevallig heel veel zin heeft in die ene vegetarische schotel die ik net wou gaan klaarmaken.
We hebben trouwens ook via lilith het seitangehakt van De Hobbit ontdekt en dat is bijna zeker een blijver in de 'spaghetti à la Bernard' of de best heerlijke 'spruitjespasta van Kerygma'. Alleen de nepvleesjes van Lien heb ik nog niet geprobeerd, omdat ik simpelweg niet weet in welke winkel ze dat verkopen. Online bij Veggie Deluxe, maar niet in Delhaize, Bio-shop, Ayuno of Origino dacht ik.
Het voordeel van die zogenaamde 'vleesvervangers' is bovendien dat je ze een hele tijd kunt bewaren, en dat je dus altijd eten in huis hebt als je bijvoorbeeld ook een groentepakket hebt. Heel handig dat we niet de laatst openblijvende slager, het frietkot of de creativiteit moeten opzoeken op zo'n zondag waar we te lang op een terras of bij vrienden zijn blijven plakken.
En het combineert ook allemaal goed: meestal hebben we wat over van de dag voordien en dan trekken we gewoon een pakketje open met iets anders, serveren we daar een nieuwe groente bij en klaar is kees. Bernard weet nu ook dat hij bij plots opkomende vleesdrang enkel voor zichzelf een stuk moet meebrengen en dat ik mijn plan wel trek.
Ik heb me nu dus eindelijk in eer en geweten kunnen voornemen om vegetariër te blijven en enkel nog bij andere mensen thuis het vlees te eten dat de pot schaft. Ik wou dat trouwens al heel lang, maar iets hield me tegen. Te weinig routine en te veel gemakzucht met een keukenprins die geen vegetariër wil worden en van de Franse keuken houdt. En een verleden als boerenkleindochter van wie de ouders altijd een zelfgeslacht varken of schaap in de diepvries hadden zitten, en van wie de grootouders hun dieren met behoorlijk wat liefde opkweekten.
Maar de Dagen Zonder Vlees laten me zien dat het eigenlijk simpel is om te combineren. Als Bernard nog ergens een gecertificeerde biobiefstuk ziet die hij niet kan laten liggen, een zelfgeslachte uiterst goed gesoigneerde kip, of een zelfgevangen kabeljauw, wijting of schartong, dan maak ik nog eens een uitzondering, maar niet voor het industriële vlees waar om de zoveel tijd een schandaal over losbarst en dat het hele regenwoud in sojabonen doet veranderen.
Bovendien zou ik veel te veel tijd stoppen in al mijn postjes over mijzelf die bovenop het wekelijkse Thelmapostje komen. Mijn lichte perfectionisme dwingt mij ertoe om zo genuanceerd en volledig mogelijk mijn mening te verwoorden of een toestand te beschrijven, en ik zou die eigenschap beter voorbehouden voor mijn werk of vrienden op café. Die kunnen dat namelijk ook goed gebruiken. En de blog kan best wat kortere berichten gebruiken, denk ik zo ondertussen ...
De Wijvenweek gaf natuurlijk ook een vertekend beeld door de zes postjes op zes dagen, waarmee ik de week voordien toch ook wel een poosje zoet ben geweest. Bovendien schrijf je tijdens zo'n week meteen voor een veel ruimer publiek, dat je in één beweging toch wel een uitnodigend en getrouw beeld wil geven van jezelf. Over een opgelegd onderwerp dan nog, waar nog tweehonderd andere vrouwen ook hun zegje over doen.
Ik vond het wel fijn om aan mee te doen. Heb een paar amusante nieuwe blogs ontdekt, gelijkgestemde zielen, mannen die toch niet zo heel veel van sommige vrouwen verschillen. Heb best wat geleerd over dé Vrouw, die uiteraard net zo min bestaat als Sinterklaas of de Kerstman. En ik heb toch ook wel wat over mezelf bijgeleerd, omdat het toch nog altijd anders is om jezelf eens voor een publiek uit de doeken te doen, in plaats van voor je eigen ik.
Maar nu dus afkicken. Vorige week is de gedachte als een bom gevallen dat Thelma binnenkort twee jaar wordt. Haar eerste verjaardagsfeestje lijkt nog zo dichtbij, ze is ook net anderhalf, wat eigenlijk nog één is. Allez, ze is twintig maanden en twee weken, maar tel daar een paar maanden bij en ze wordt vierentwintig maanden. Wat tot nader order nog altijd twee jaar is. Ongelofeloos. Als elk jaar zo snel gaat, is ze overmorgen twintig.
Ik weet natuurlijk wel dat iedereen altijd zegt dat de tijd vliegt, maar zo snel, dat kan ik amper geloven. Ik dacht dat een jaar-met-kind toch ongeveer even lang zou duren als een jaar-zonder-kind, maar dat klopt dus hoegenaamd niet. Is het omdat de weken toch wat meer op elkaar lijken? Is het omdat ze zoveel aanbrengt en zo snel evolueert dat je bijna geen tijd hebt om stil te staan? Gosh.
***
En omdat ik het toch niet kan laten: nog iets over mezelf. Ik doe voor de tweede keer mee met Dagen Zonder Vlees en dit jaar is het echt een eitje. Vorig jaar deed ik het samen met mijn lief en heb ik de gewoonte overgehouden om geen vlees meer tussen de boterham of op een belegd broodje te dulden en op restaurant zoveel mogelijk vegetarisch te eten.
Dit jaar wou Bernard niet meedoen en was mijn uitdaging dus om te kijken of dat lukt: koken voor twee zonder voor elk stuk vlees simpelweg een groenteburger te bakken. Een keer per week kan dat wel, maar dan heb ik er genoeg van en wil ik vegetarische ovenschotels, stoofpotjes en wokgerechten zonder dat trio vlees-aardappelen-groenten waarvan ik alleen het vlees niet eet.
Volledig gescheiden potten op tafel toveren, lijkt me niet zo tijdsefficiënt. Vorig jaar was het daarom vooral ik die kookte tijdens die veertig dagen omdat ik ooit een reeks Vegetarisch Koken heb gevolgd. Op Dagen Mét Vlees is het vooral Bernard die in de potten roert, en het leek me nu ook niet erg aangewezen om die gewoonte helemaal om te gooien. Ik had me vorig jaar voorgenomen om iets vaker te koken, uitsluitend vegetarisch, maar van dat voornemen is dus niet veel in huis gekomen.
Maar dit jaar lukt het experiment Vleeseter-annex-Vegetariër dus bijzonder goed. Omdat Bernard al eens een Libanese kikkererwten-korianderschotel klaarmaakt om mij plezier te doen, omdat ik gewoon feta, panir, loempia's, nuggets, hempburgers, gevulde pasta en af en toe eens een groenteburgertje in de frigo heb zitten, en omdat Bernard soms toch ook toevallig heel veel zin heeft in die ene vegetarische schotel die ik net wou gaan klaarmaken.
We hebben trouwens ook via lilith het seitangehakt van De Hobbit ontdekt en dat is bijna zeker een blijver in de 'spaghetti à la Bernard' of de best heerlijke 'spruitjespasta van Kerygma'. Alleen de nepvleesjes van Lien heb ik nog niet geprobeerd, omdat ik simpelweg niet weet in welke winkel ze dat verkopen. Online bij Veggie Deluxe, maar niet in Delhaize, Bio-shop, Ayuno of Origino dacht ik.
Het voordeel van die zogenaamde 'vleesvervangers' is bovendien dat je ze een hele tijd kunt bewaren, en dat je dus altijd eten in huis hebt als je bijvoorbeeld ook een groentepakket hebt. Heel handig dat we niet de laatst openblijvende slager, het frietkot of de creativiteit moeten opzoeken op zo'n zondag waar we te lang op een terras of bij vrienden zijn blijven plakken.
En het combineert ook allemaal goed: meestal hebben we wat over van de dag voordien en dan trekken we gewoon een pakketje open met iets anders, serveren we daar een nieuwe groente bij en klaar is kees. Bernard weet nu ook dat hij bij plots opkomende vleesdrang enkel voor zichzelf een stuk moet meebrengen en dat ik mijn plan wel trek.
Ik heb me nu dus eindelijk in eer en geweten kunnen voornemen om vegetariër te blijven en enkel nog bij andere mensen thuis het vlees te eten dat de pot schaft. Ik wou dat trouwens al heel lang, maar iets hield me tegen. Te weinig routine en te veel gemakzucht met een keukenprins die geen vegetariër wil worden en van de Franse keuken houdt. En een verleden als boerenkleindochter van wie de ouders altijd een zelfgeslacht varken of schaap in de diepvries hadden zitten, en van wie de grootouders hun dieren met behoorlijk wat liefde opkweekten.
Maar de Dagen Zonder Vlees laten me zien dat het eigenlijk simpel is om te combineren. Als Bernard nog ergens een gecertificeerde biobiefstuk ziet die hij niet kan laten liggen, een zelfgeslachte uiterst goed gesoigneerde kip, of een zelfgevangen kabeljauw, wijting of schartong, dan maak ik nog eens een uitzondering, maar niet voor het industriële vlees waar om de zoveel tijd een schandaal over losbarst en dat het hele regenwoud in sojabonen doet veranderen.
zaterdag 17 maart 2012
Het multitaskende superwijf
Ja, lappes, stoefdag. Stoefen over iets waar ik echt trots op ben met als titel 'Het multitaskende superwijf'. De enige post die niet min of meer klaarstond vorige zondag. Omdat ik eigenlijk niet goed kan multitasken en dus niet wist wat ik zou schrijven. En omdat ik meestal alles ná elkaar doe in de juiste volgorde en dus begonnen was met dag 1 te schrijven, daarna dag 2, dag 3, enzovoort. En dag 6 bleef staan. Ach ja, dan zou het toch weekend zijn, en kon ik zelfs de zondag nog gebruiken.
Ik neem deadline per deadline, ook als er ontzettend veel tijd voor de eerste deadline zit en maar wat luttele ogenblikken voor de tweede. We’ll cross that bridge when we come to it. Ik weet dat ondertussen en probeer af en toe eens van die arbitraire volgorde af te wijken. Ik weet dat ik tijdsdruk nodig heb en probeer daarom bepaalde taken voor te trekken. Maar meestal is het hoge nood en een geforceerd realiteitsbesef die me daartoe moeten aanzetten.
Ook opruimen doe ik het liefst in volgorde. Ik begin bij mijn bureau, dan de salontafel, de speelhoek, het vintage barmeubelke dat een soort magnetische kracht heeft voor brol allerhande, dan de tafel, de keuken, de afwasmachine en de was. First things first. Het geeft mijn warrige geest wat structuur, want ik heb soms ook wel eens last van het verder geniale eekhoorntjessyndroom.
Ik durf op mijn opruimroute wel eens een object uit een andere tijdzone mee te nemen, voor de gein, maar ik keer telkens terug naar het begin. En er blijft ook veel liggen onderweg. Ik heb geleerd om me niet meer druk te maken over dingen die niet op hun rechtmatige plaats liggen en de slinger is misschien zelfs een ietsiepietsie beetje te veel in de andere richting doorgeslagen ...
Vroeger verzon ik dat mijn Rice Krispies het fijn vonden om opgegeten te worden (meer nog: het was volgens mij hun ultieme lotsbestemming) om mijn wrede eetlust en meedogenloze kaakbeenderen te vergoelijken en het bijhorende medelijden met hun dood wat draaglijker te maken. Net zo heb ik mezelf aangeleerd dat een beetje rommel thuishoort in een huishouden waar geleefd wordt, dat dingen ook graag eens op een andere plaats liggen, dat relatieve chaos ook rust kan brengen. De maakbare mens en zelfmanagement, ik heb daar wel wat last van, zoals u ziet.
Het hoogste wat ik op het vlak van multitasken bereik, is tv luisteren terwijl ik blog, haken terwijl ik tv kijk, de Humo lezen of strijken terwijl ik naar de radio luister, nadenken op de fiets, eten met mes en vork. Toen ik vroeger al eens wou studeren voor tv zei mijn vader dat ik beter een halfuur kon studeren en daarnaast een halfuur voluit pulp kon slikken dan een vol uur alles maar half te doen. Sad but true.
Want dan kwam ik nooit aan tv kijken of andere frivoliteiten toe, omdat ik geen tijdsbesef had, nooit klaar was en bleef studeren tot de tijd echt op was. De enige mogelijkheid om toch wat vrije tijd te scoren, was vóór ik aan mijn werk begon, en dat stramien zit er nog altijd in. Meteen een heel plausibele verklaring voor mijn procrastinatiedrang – al had ik er tot vandaag nog niet op die manier naar gekeken. Leve Wijvenweek.
Maar … ondanks mijn verstrooidheid, mijn ontbrekend gen voor synchroon tasken, mijn gebrekkig tijdsbesef, mijn interne saboteur en mijn geliefd uitstelgedrag, heb ik toch maar mooi op drie en een half jaar een doctoraat geschreven, dat achteraf met twee prijzen is bekroond en genomineerd was voor een derde. Stoefen mocht, niet?
Ik kan dat alleen maar verklaren door een mix van perfectionisme, masochisme, schrijfdrang, en veel professionele en emotionele steun. Ik ben dus trots op het resultaat van dat alles: mijn doorzettingsvermogen en het boek dat er ligt. Ondanks moeilijkheden toch blijven doorgaan, soms tegen het subjectieve weten in. Ik besef dat ik hierdoor meedraai in onze neoliberale meritocratie ('alles hangt af van eigen inspanning en talent'), maar ik ben natuurlijk een kind van mijn tijd en begin dat nu pas te doorgronden.
In dezelfde trant vind ik het al bij al ontzettend straf dat ik zes weken nadat ik mijn toenmalig huis, lief en werk verloren had -- omdat mijn lief mij 36 uur nadat mijn doctoraat af was, heeft ingeruild voor een betere partij (hoe neoliberaal) en mij uit ons zelfverbouwde huis heeft gezet--, stond te schitteren voor een vijfkoppige jury met een stralende glimlach en een gezonde dosis zelfvertrouwen.
Pas op, ik ben de dag ervoor duizend doden gestorven door de stress, de emotionele en mentale ellende, de schrik dat ik er niets van ging bakken. En pas nog maar wat beter op, ik heb daarna nog geregeld een zware bons gehad vóór het trauma beetje bij beetje uit mijn lijf was. Maar de dag zelf stond ik daar in volle glorie. Ik hoefde aanvankelijk die doctorstitel niet meer, omdat ik er zoveel bij verloren had, maar toen ik ‘m eenmaal had, was ik toch blij. En het heeft me ondertussen al veel moois opgeleverd.
En in een heel ander register: ik ben ook ontzettend trots op mijn bevalling, als je daar al trots op kan zijn. Ik had zo’n schrik vooraf. Niet voor de pijn, want ik heb zowel mentaal als fysiek een hoge pijngrens, maar wel voor de overweldigende emoties die mij gingen verlammen, zo dacht ik toch. Ik kon geen boek vastnemen over bevallingen, geen foto zien van een zwangere vrouw of daar was die krop in de keel. Het leek me te herinneren aan een vorig leven, een groot meer van verdriet ergens diep in mij, maar uiteindelijk was ik tijdens de weeën zo rustig en zelfzeker dat ik alle pijn zonder veel moeite kon opvangen.
Ik was vooraf ook naar het Geboortehuis gegaan voor een reeks lessen over bevallen, grotendeels gebaseerd op Veilig bevallen van Beatrijs Smulders. Gouden lessen waren dat, omdat je zo goed voorbereid wordt op wat er komt. Weten dat fel licht, koude en adrenaline het bevallingshormoon en de natuurlijke endorfines tegenhouden bijvoorbeeld, en dat je dus moet zorgen voor gedempt licht, zachte muziek, warme sokken en een rustige omgeving. Een vriendin die al bevallen was, had me ook aangeraden om niet te focussen op het abstracte begrip ‘bevalling’, maar wel op de ‘geboorte van mijn kind’.
Ik leerde ook dat sommige lieven de kamer uitgebliksemd worden door hun eega, maar dat anderen de moeder in spe voortreffelijk kunnen helpen door tijdens elke wee in de onderrug te duwen, wat mijn lief uitstekend heeft gedaan. Hij heeft er zelfs een lumbago aan over gehouden, ook omdat de vroedvrouw hem tijdens de eigenlijke bevalling had opgedragen om me bij elke wee mee naar voren te duwen, wat hij deed vanop een schamel krukje aan mijn zijde in plaats van achter mij te komen zitten.
Ik was natuurlijk ook acht dagen over tijd en heb me in alle rust kunnen voorbereiden. Ik heb me geen moment opgejaagd of verveeld, maar heb genoten van die laatste dagen met z’n tweeën. Parkkaffee, terrasjes, tuinfeesten, de absolute heerlijkheid, al ging het allemaal wat trager. Alles stond klaar, tot reuzenonderbroeken, warme sokken en energydrinks toe, al heb ik dat achteraf allemaal ongebruikt weer mee naar huis genomen. En ik ben 's nachts bevallen, mijn geliefde tijdspanne.
Het werd een droombevalling. Ik kreeg bevestigd dat een wee maximum 60 seconden duurt, ik had tijd genoeg tussendoor om geheel zonder pijn een slok thee te drinken en op adem te komen, ik wist dat mijn kindje met elke wee wat dichterbij kwam, en dat ze ook de endorfines kreeg die ik aanmaakte. Een vroedvrouw thuis was er als stille getuige, en ik kon uiteindelijk met 8 cm naar het ziekenhuis gereden worden om een uur later mijn kleintje in mijn armen te houden.
Alles bij elkaar gezien vind ik mezelf dus best wel een goede partij. Goed kunnen doordenken, goed kunnen verwoorden wat ik denk, goed kunnen voelen, dat gevoel zo goed mogelijk proberen te doorgronden, goed kunnen meevoelen, me inleven in een ander, mij empathie in daden kunnen omzetten, goed kunnen anticiperen, en vooral: op tijd en stond alles ook kunnen vergeten en mezelf verliezen in de roes van het leven.
vrijdag 16 maart 2012
Zelfcensuur
Ik blog normaal niet over mezelf, maar over Thelma en alles wat van dicht en ver met haar te maken heeft. Voornamelijk omdat haar lieve meter zo ver weg woont, en in dezelfde beweging ook voor vrienden in het buitenland. Aanvankelijk kwam daar nog de hoop bij om ook haar bomma en bompa, die we minder vaak zien, kleine maar rake verhalen mee te geven, maar die hoop is ijdel gebleken.
Na anderhalf jaar blijkt dat ‘Het leven van Olijfje’ bomma en bompa niet bereikt, maar dat Olijfje wel andere familieleden, vrienden en collega’s tot haar trouwe lezers mag rekenen. En ook voor Thelma moet het natuurlijk geweldig zijn om later een verhaaltje te lezen over elke week van haar leven, over haar taalontwikkeling, haar schattigheid, onze liefde voor haar. En over haar moeder, tijdens Wijvenweek.
Over mezelf schrijf ik al jaren. Over mijn relatie en over mijn lief, en over mezelf in die relatie. Maar dat is alleen voor mijn ogen bestemd. Af en toe geef ik een licht gekuiste versie als brief af aan mijn lief, om hem in mijn hoofd te laten gluren of naar zichzelf te laten kijken. Om vast te houden wat we in gesprekken delen en wat zo vlug vervliegt.
Omdat gewikte en gewogen woorden vaak zoveel zachter zijn. Al slaat het me soms ook met verstomming, die betekenissen en bekentenissen die soms pas weken later hun volle gewicht krijgen. De waarheid die tussen de regels verscholen zit en pas in retrospect haar ware gelaat laat zien.
Behalve een Boek Bernard, heb ik een Boek Bruno, een Boek Klaas en een Boek Jo, dat later mijn eigen naam kreeg omdat er van Jo al gauw geen sprake meer was. De boeken gaan over mijn twijfels, mijn verlangens, de nasleep van een liefde of de storm van een verliefdheid. Ik heb ze recent niet meer herlezen, maar weet dat ze er zijn. Getuigen van wie ik was en wie ik werd. Op de sofa bij mezelf, psychoanalyse zonder kluiten. Rationeel proberen te vatten wat emotioneel aan jezelf ontsnapt.
De zelfcensuur heb ik de voorbije dagen al behoorlijk achterwege gelaten, maar het blijft natuurlijk een publiek persona, de vrouw die ik aan jullie openbaar. De af- en aanwezige Beauty Queen in mij, een relaas van lichte storingen en depressies, mijn visie op vrouwenzaken/zakenvrouwen, mijn allerliefste dromen ...
De uitnodiging vandaag om iets te schrijven over wat mij frustreerde deze week leek mij aanvankelijk moeilijk te worden. Ik ben masochistisch-optimistisch, dus veel probeer ik toch weer van de goede kant te zien. Ik blijf hopen en doorzetten tot ik mezelf erbij verlies. En zelfs dat maar voor heel even, als het even kan. Maar de ergernis of tristesse is er op tijd en stond wel natuurlijk.
Ergernis en tristesse omdat mijn lief ontslagen is na vijf jaar hard werken. Omdat hij enkele fouten had gemaakt die hij heeft toegegeven, maar waarvoor hij terecht niet de volle verantwoordelijkheid heeft willen nemen. Ergernis omdat de muzikanten hem omschreven als plichtbewust, attent, behulpzaam en heel professioneel. En hoezeer ze hem gaan missen. Ergernis omdat hij geen afscheid krijgt, maar simpelweg aan de deur is gezet, net zoals de zovelen anderen die hem voor zijn gegaan.
Ergernis en tristesse om de gepubliceerde foto’s van de omgekomen kinderen bijvoorbeeld. Anderen verwoorden wat ik ook voel. Hoe vreselijk het moet zijn om de allerlaatste herinneringen aan je kind schaamteloos van een blog geplukt te zien. Hoe onrechtvaardig en wraakroepend het moet zijn dat net die laatste foto van je kind zonder jouw toestemming te grabbel wordt gegooid voor een publiek van honderdduizenden lezers. Dat suckte en dat frustreerde mij.
En nog iets. Een kortstondig misantropisch baalmoment gisteravond dat in het niets verdwijnt bij de busramp, maar er uiteindelijk toch meer mee te maken had dan ik dacht. Ouders die niet weten met welke schatten ze morsen, ouders die hun kind als een last of concurrent beschouwen ...
Rond half zes vertrok ik naar mijn ouders, waar Thelma op donderdag met nichtje Louise gaat spelen. Ik had overdag bijlange niet kunnen doen wat ik wou, kon mijzelf zo’n beetje voor de kop schieten, en kon me niet afreageren op de fiets, want mijn lief had me ’s ochtends bij het werk afgezet. Met de tram en bus dan maar naar het ouderlijke huis.
Normaal heb ik geen last van een lichte aversie voor het openbaar vervoer, heb ik literatuur of muziek mee om mij te behoeden voor misantropie, maar nu was het al een tijd geleden, waren de gebruikelijke verbindingen van tram 4 en bus 6 onderbroken, was een halte van tram 1 geschrapt waar ik nog niet van wist, en was ik aan het afwegen of ik te voet zou voortgaan of zou wachten, tot mijn hoge botten beslisten om toch de tram op te springen. De tol van het vrouw-zijn?
Een overvolle tram, waar ik met mijn zware rugzak nog maar net bij kon, maar waar na mij nog vijf meisjes instapten. Drummen dus, terwijl het buiten 20°C was. Instant spijt van mijn beslissing. Te meer omdat de tram in een slakkentempo vooruitkroop in de Nederkouter en zeker een kwartier heeft stilgestaan aan de Ketelvest. Gewoon stil, roerloos, in de file blijkbaar, terwijl ik tal van voetgangers al voor een tweede keer zag passeren met topjes, rokjes maar ook pijnlijk knellende zomerschoenen waar het wintervel nog niet klaar voor was.
Op de tram zat een ziedende roddeltante die verbeten medestanders zocht voor haar visie, en een West-Vlaamse anarchist die overliep van eigenliefde en met luide stem op het hele gebeuren in de tram commentaar gaf. Ik ga het hier niet helemaal uittikken, maar het was gênant, oninteressant, aanstellerig, irrelevant. Het waren dingen die ik allemaal niet hoefde te weten en ondertussen bleef de tram stilstaan en kroop de tijd vooruit.
De bus die ik daarna moest nemen, maakte al wat goed. Onmiddellijk aansluiting, plaats om te zitten, een stevig tempo, maar helaas ook een paar keer bruusk gerem, claxongetoeter, geroep, frustraties. Ik haat frustraties in het verkeer. En dan schuin tegenover mij een moeder met een allerschattigst zoontje van een jaar of acht, dat haar van alles vertelde waar ze ternauwernood op reageerde.
Ik begrijp dat niet. Echt niet. Moeders die geen acht op hun kinderen slaan. Moeders die de verhalen van hun kinderen beantwoorden met stilzwijgen. Die zelfs niet zeggen: ‘Ja, zoetje, ik weet het, allemaal heel interessant wat je wil worden, maar vertel het me later nog eens opnieuw, want ik heb een drukke dag gehad’. Moeders die daarentegen antwoorden met een zucht of een loodzware stilte. Wat voor signaal geef je dan?
Ik kan begrijpen dat het niet ontzettend tof is dat je zoontje zegt dat je wat vroeger moet gaan slapen, omdat je van die dingetjes onder je ogen hebt, maar wegkijken is toch gewoon geen optie? Zo’n lief manneke. En ze had geeneens wallen. Ze leek zelfs een mooie glimlach te hebben. Ze had misschien zorgen in haar hoofd, trauma’s of stil verdriet, maar je hebt als ouder toch de toekomst van je kind in handen. Misschien was het maar voor even, een kleine black-out, maar mij leek het een beproefd patroon. En je ziet het zo vaak.
Ik heb geen kind dat mij de oren van het hoofd zaagt en ik zal dat ook nooit hebben. Ik sta mezelf niet toe om de woorden van mijn kind ooit als gezaag te beschouwen. En ik kan het mij evenmin voorstellen dat er kinderen zijn die oeverloos zeuren als ze op tijd en stond wat echte aandacht krijgen of duidelijke grenzen worden gesteld. Het is zo ontzettend sneu als zoveel enthousiasme in de kiem al wordt gesmoord.
Ik heb zelf een ukkie dat tot mijn grote verbazing en eindeloos plezier zinnen brouwt, terwijl ze eigenlijk nog maar zes woorden hoeft te kennen. Ze is twintig maanden en zei gisteren: ‘Ook-e(en)-keer-(z)waaien-t(r)ein-(L)ouisje?’ Je moest eens weten hoe ontzettend blij ik was om de bus af te stappen, op naar mijn kind en haar grote verhalen.
donderdag 15 maart 2012
Dromendag
Mijn wildste dromen? Mezelf de keel oversnijden zonder bloed, met slechts een beetje pijn, en daarna de wonde laten hechten in een rariteitenkabinet. Een nieuw soort tatoeage zetten bij mijn broer nadat ik eerst de huid van zijn rug heb verwijderd. Een papegaai die letterlijk uit mijn hand eet en doorbijt zodra ik mijn hand wil wegtrekken: oefening in zelfbeheersing, heet dat dan. Een halsketting die ik met cuttermes aanbreng voor ik uitga met mijn maatjes. Een elleboogpiercing nadat ik mijn onderarm heb gestroopt en een prothese heb geplaatst mét piercing. Droomanalyse, iemand?
En verder ben ik nogal een gemakkelijke. Genre 'count your blessings' en 'be thankful for what you’ve got'. Het zou ook nogal pretentieus zijn anderszins, met een zorgeloze jeugd, een eigenzinnig lief, wijze vrienden, een fijn huis, een toffe job en een pracht van een dochter. Ik vraag me ook af of we wel de wildste dromen en meest ambitieuze verlangens hoeven te hebben. Is dat niet een beetje het mantra van de tijd? Hoe wilder, hoe beter, en je hebt het zelf in de hand? Meer willen van hetzelfde, in plaats van gelukkig zijn met wat je hebt?
Ik heb ooit eens gezegd tegen een prof die me suggereerde om te doctoreren, dat ik daar niet van droomde. En als uitleg gaf ik toen dat ik nergens van wou dromen om dan ook niet teleurgesteld te kunnen raken. Een soort zelfbescherming dus. Hij vond dat niet zo’n goede houding, wou liever brandende ambitie zien en zag die lacune waarschijnlijk als typisch vrouwelijk. Hij achtte de kans op succes waarschijnlijk groter als ik wel concrete doelen uitgestippeld zou hebben. En het zou ook best kunnen dat je vastberadener bent als je die ambities eens durft op te schrijven. Maar hoger is niet per definitie beter.
Ooit hoorde ik van een vrouw die een zogenaamde topfunctie had bereikt zonder een of ander hoog diploma. Elke keer was ze een stapje hoger geklommen, elke keer was ze als beste uit de bus gekomen. Maar de onzekerheid bleef. Bij elke stap hoger vroeg ze zich af wanneer ze nu eindelijk door de mand ging vallen, wanneer mensen gingen inzien dat ze niet geschikt was voor de job. Tot het beetje bij beetje tot haar doordrong dat het blijkbaar allemaal volstond. Dat ze alle nodige talenten in huis had en dat onbewust telkens weer bewees.
Ik ken best wel wat ambitieuze vrouwen, maar ken er ook veel die zich stilletjes kritische vragen stellen bij hoogdravende professionele aspiraties, dat als iets oneigenlijks beschouwen, zelf de rem aantrekken. Ik heb ooit op een communicatietraining gehoord dat mannen vaker durven te kiezen voor een job waar ze nog een maatje te klein voor zijn en kunnen in groeien, terwijl vrouwen een job kiezen die hen op het lijf geschreven is en waarvoor ze alle talenten al verworven hebben. En ik zeg niet dat ik het anders doe.
Ik denk dat er net wat meer vrouwen zijn dan mannen die zich door dergelijke afwegingen, door ideeën uit het verleden of door sociale druk laten remmen, door het gevoel dat ze niet genoeg kunnen geven, op het ene of het andere vlak. Maar net daarom is het zo belangrijk dat vooroordelen en angst niet de doorslag geven en de jobs aan mannen overlaten. Omdat onzekere mannen, of erger: incompetente mannen, zich net wel door het rolpatroon gestimuleerd weten. Al moet je natuurlijk eerst nagaan wat je zelf echt wil.
Misschien droomde ik daar ook gewoon niet van omdat ik realistisch was (maar hoe kon ik dat weten?) of dat niet als een ultiem doel kon zien (al weet ik nu dat zo'n absolute term niet nodig is). Bovendien heeft de praktijk, tot dusver althans, uitgewezen dat ik die dromen niet hoefde te hebben om ze opeens te verwezenlijken. Ik heb telkens op het moment zelf beslist dat ik het aan zou durven, ten minste zou proberen, omdat die wens er niet bij voorbaat was. Ik woog de onderdelen een voor een af, probeerde eerlijk te zijn maar ook niet te eerlijk (angst is een slechte raadgever), en begon eraan met het idee dat ik altijd nog kon stoppen (wat ik niet kon, dat is al bewezen).
Intuïtief, want meestal heb ik voor elke optie precies evenveel voor- en nadelen verzameld. Nog zo’n trekje van mijn interne saboteur. Uren opties afwegen en die nauwgezet in ellenlange lijstjes tegenover elkaar zetten, kortom: het proces zo rationeel mogelijk aanpakken, om dan uiteindelijk intuïtief te kiezen uit twee schijnbaar gelijkwaardige opties. Ik zie me nog staan voor de Boekentoren, net afgestudeerd, met de telefoon in mijn hand en mijn vader aan de lijn, een paar minuten voor ik bij mijn toekomstige promotor langs zou gaan. Wel, of niet, of wel, of niet? Welaan dan.
De doorslag gaf de herinnering aan een nachtelijke Aha-Erlebnis toen ik in mijn uppie in Newcastle op Erasmus was. Ik herinnerde mij de overweldigende voldoening toen ik voor het vak ‘The Gothic Novel’ een paper schreef over The Monk van Matthew Lewis, en ik na dagen zwoegen elke zin en elke alinea tot ongekende hoogtes opgetild zag. De gigantische voldoening die dat gaf, de woorden en metaforen die ik keer op keer opnieuw las en die mijn visie beter verwoordden dan ik ooit had durven hopen.
***
Op andere vlakken dan het professionele vlak heb ik evenmin nauwkeurig uitgestippelde dromen die ik wil verwezenlijken voor ik rustig oud kan worden. Dat wil niet zeggen dat ik niet graag eens drie maanden zou reizen, een boot zou willen kopen, een herenhuis in het centrum of boerderijtje op het platteland, maar het is niet zo’n doel waarbij de rest verbleekt. Daar hangt mijn geluk niet van af. Kinderen waren ook geen ultieme droom, omdat ik vooraf hoegenaamd niet kon inschatten hoe dat ooit zou voelen, wat dat zou veranderen, wie ik zelf zou worden. Voor ik de levenslange en oersterke band ontdekte die een kind me bracht, stonden pro en contra op gelijke hoogte. Gek, in retrospect.
Als ik dromen moet oplijsten, zijn het kleinere dromen, die niettemin onbereikbaar lijken, al is dat misschien voorbarig. Ontzettend goed kunnen dansen met mijn lief bijvoorbeeld. Tango, salsa of lindy-hop, ik zeg maar wat. Ik heb tien jaar geleden salsa geleerd van een Griekse aanbidder en vond dat zalig. Ik heb tango geleerd met een ex-lief, wat begrijpelijkerwijs voor vonken zorgde, en zou nu heel graag kunnen lindy-hoppen. Maar dansen is hoegenaamd geen fantasie van mijn huidig lief, dus daar loop ik niet op te hopen. Al verlang ik wel dat hij het gewoon eens wil proberen om er dan geheel door gebeten te zijn.
En een tweede kindje. Mijn denkbeeldige jeugddroom was vier kinderen of helemaal geen, alles of niets. Voluit voor je kinderen gaan, of voor jezelf kiezen, de wereld zien, op andere vlakken je nut bewijzen. De realiteit heeft die droom al een beetje bijgesteld. In mijn nieuwe utopie lopen al een paar jaar twee kindjes en een pleegkind rond. Zodra mijn eerstgeborene in mijn armen lag, kwam ook het verlangen om dat gevoel vast te houden, opnieuw te beleven, te vermenigvuldigen. En elk moment daarna, ook als het lastiger was, bleef dat gevoel aanwezig. Onderhuids. Knagend soms, neuriënd ook, iets wat zachtjes aan mijn arm trekt. Ik heb nog zoveel liefde over.
En ondertussen pas ik mijn dromen zo’n beetje aan de werkelijkheid aan. Ik maak plannen en begin daarvan te dromen. Als ik een huis verbouw, droom ik hoe het zal zijn als het af is. Toen ik een motor kocht, droomde ik ervan om door de bochten te zoeven. Soms worden die dromen abrupt verbroken, soms zet ik ze zelf in de koelkast, soms komen ze min of meer uit. En als de kans erin zit om een jaar naar Zuid-Afrika te gaan, zoals nu, begin ik daarvan te dromen. Het jaagt me een zekere angst aan, uiteraard, maar sommige dromen moet je proberen te vangen als ze voorbijdrijven.
Abonneren op:
Posts (Atom)
