donderdag 31 mei 2012

Mama tout!

Om Thelma naar de onthaalmoeder te brengen, moeten we altijd het water kruisen. Omrijden kan ook, maar dat is een route waar je triest van wordt. Het fijne alternatief is een spoorwegbrug waar links en rechts voetgangers en fietsers kunnen lopen en fietsen. Kunnen, schrijf ik, want aan elke kant staat een verbodsbord, vier in totaal. Een of andere stupide anomalie, want als daar geen fietser of voetganger mag passeren, wat dan in hemelsnaam wel? Reeën of padden misschien tijdens de grote oversteek van het industrieterrein aan de ene kant naar de woonwijk aan de andere kant?

Soit. De spoorwegbrug met voet- en fietspad kan bijtijds ook wel eens negentig graden draaien om fraaie plezierboten en volgeladen vrachtschepen door te laten. Het eerstvolgende tijdstip waarop die brug voor een kwartiertje kan opengaan als er boten in de buurt zijn, staat altijd netjes aangegeven op een LED-lichtbord. Het water wordt niet erg druk bevaren, dus je moet al geluk hebben om een boot in actie te zien. Maar afgelopen dinsdag was het dus van dat.

Ik reed enigszins gehaast met Thelma langs het water, zag een boot liggen, keek snel naar het LED-bord, zag dat ik nog een volle vijf minuten had voor iets wat amper een halve minuut duurt, trapte wat harder op mijn pedalen, hoorde toen het geluidssignaal, met name een bel en luid gezoem, ondersteund door oranje knipperlichten, zag het fiets- en voetgangerslicht nog net op rood springen om aan te geven dat het menens was, maar dacht toch: 'dat haal ik wel'.

Ah ja. Ik had nog vijf minuten voor de brug zou opengaan. Ik was met de fiets. Ik reed gezwind. Maar neen. Het exacte tijdstip telt niet. Het geluidssignaal betekent 'stop', ook al is het licht nog groen. Een trage voetganger die het rode licht niet meer ziet, moet zijn plan maar trekken onderweg, en met snelle fietsers wordt al helemaal geen rekening gehouden.

En zo kwam het dat ik toch nog de brug opreed. En tijdens mijn flitsende actie het metalen poortje aan de overzijde zag dichtdraaien. Oeps. 't Is zo'n poortje waar geen fiets tussen past, en al zeker niet met een kind achterop. En toen ik omkeek, zag ik het metalen poortje aan de overkant ook dichtdraaien. Nogmaals oeps. Toch niet zo slim van mij, bij nader inzien. En hoewel ik al stilletjes uitkeek naar een bescheiden avontuur op een draaiende brug die perfect horizontaal zou blijven, een stevige reling had langs weerszijden en erop gebouwd was om een volledige trein te kunnen dragen, speelde mijn moederlijke schuldgevoel toch wat op.

Gelukkig was er vlak voor het poortje een grote betonnen boord waar ik mijn fiets netjes op kon dwarsen. Er was zelfs nog plaats voor een tweede fiets, mocht er nog iemand dezelfde onzalige oversteekdrang hebben gehad. De bel ging ondertussen nog steeds en het luide gezoem ook. Ik zei tegen Thelma dat we niet door konden en dus even moesten wachten tot de brug open en weer dicht was en het poortje ons opnieuw door zou laten.

Ook best spannend, want we zouden dat hele brug- en bootgebeuren van héél dichtbij meemaken. Thelma zat stevig in haar fietsstoel, de zon scheen, de vogeltjes floten, het alarm ging, en ik hield de fiets stevig vast. De brug zou iets omhoog gaan, rustig draaien, en kon ons op geen enkele manier raken. We zouden weliswaar vlak aan het water staan zonder reling, maar dat is langs het kanaal ook zo. En in nood zou ik wel over het poortje klimmen en Thelma uit de fietsstoel hijsen. Piece of cake, alles onder controle.

Maar dat was allemaal buiten Big Brother gerekend. Ik hoorde een mannenstem door een luidspreker en zag in mijn verbeelding de (vaste) camera's in mijn richting draaien. De stem gaf strenge bevelen, alleen kon ik die voor geen meter verstaan omdat het geluidssignaal vlakbij veel sterker was. Ik deed teken naar de camera's in de lucht dat ik er niets van verstond en hield mij van de domme. Ik zou gewoon wachten met Thelma tot het over was en legde haar nog eens uit wat er aan de hand was. Maar toen was er weer die strenge stem met zijn onbegrijpelijke bevelen, die klonken als een rockzanger onder water die zijn micro opat. Verloren moeite dus.

Tot ik zag dat het metalen poortje aan de overkant weer open was. Aan de overkant, want burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet beloond worden. Ik draaide dus mijn fiets in de juiste richting, reed gezwind maar licht beschaamd naar de overkant, en besloot om mij snel uit de voeten te maken. Het fietspad af, de Muidebrug over, de Muidepoort door, het Neuseplein af, de brug over de Nieuwe Vaart over, de Wiedauwkaai af, om Big Brother met zijn opzichtige camera's, flutluidsprekers en belachelijke geluidssignaal voorbij te rijden, terwijl het plezierbootje en het lange vrachtschip elkaar net kruisten. 'Mama is een beetje stout geweest', zei ik tegen Thelma, en dat heeft ze die dag nog een paar keer in mijn soep gedraaid.

vrijdag 25 mei 2012

Vreemd

Thelma is nog nooit vreemd of eenkennig geweest: niet rond de gebruikelijke negen maanden, niet ervoor, niet erna. Tot nu. Maandag- en dinsdagochtend kwamen we bij de onthaalmoeder en klampte ze zich vast aan mijn benen. Toen haar lievelings-Patricia zei: 'Dag Thelma!', antwoordde ze verongelijkt: 'Nie Pemma'. Ik vroeg wie ze dan wel was, en ze zei: 'Ouisje'. En de volgende dag hetzelfde: 'Nie Pemma. Ouisje.' Patricia moest haar van me overnemen en ik moest me vlug uit de voeten maken, of het werd een scène uit de boekjes die het moederhart verscheurt.

Ook voor onze babysit Melis, die ze al maanden kent, had ze geen genade. Ze snelde niet naar de deur om open te doen, ze kroop weg toen ze binnenkwam en het heeft heel lang geduurd voor ze haar een blik gunde. Gelukkig hadden we ons wekelijkse filmavondje geruild voor een terrasje en konden we dus blijven zitten tot het ijs weer een beetje gebroken was. Maar toen we kordaat onze fietsen namen uit de tuin, kwamen er toch traantjes aan te pas. Ik heb nog aan de andere kant van de tuinmuur gewacht tot ik hoorde dat het goed was, maar ik zat toch met de kriebels. En dat terwijl Thelma ons vroeger haast geen blik waard achtte toen er een babysit kwam!

We hebben gelukkig een heel laconieke babysit. Ze heeft Thelma gewoon wat laten doen tot ze vanzelf weer binnenkwam. Of dat uit onhandigheid of intuïtief aanvoelen was, weet ik niet. Een ideale strategie was het wel, want aandringen heeft geen zin. Nieuw was ook dat Thelma op het potje gaat voor ze gaat slapen en *elke* avond een knol legt in de strijd tegen haar gebruikelijke constipatie. Ik wist niet of ze dat met de babysit ook zou doen, maar het droge, licht gegeneerde antwoord 'Ja. Van alles' toen ik 's nachts vroeg of ze ook pipi of kaka had gedaan, sprak boekdelen ...

dinsdag 15 mei 2012

Thelma telt

Ee
Wee
Wie
Wie
Wie
Vijver
Tien!

zaterdag 12 mei 2012

Slaapwel

Thelma ligt net in bed. En wat horen we? 'POESJEUH! HONDJEUH! (korte pauze) POESJEUH! HONDJEUH! (korte pauze) POESJE NIET! POESJE NIET! En: AAPJEUH! AAPJEUH! En ook: MAMAAA! PAPAA! (pauze) PAPAAA! MAMAAA! PEMMAAA! en: AAAAAAAH! AAAAAH! AAAAAAH! Geen gehuil omdat ze niet wil slapen, geen gezang om zichzelf in slaap te sussen, maar strenge bevelen die keihard door de babyfoon schallen. Hopelijk lukt het binnenkort eens om er een mp3'tje van te maken!

maandag 7 mei 2012

Nederlandse les

Een kleine taalkundige update van de voorbije weken:
  • Thelma heeft nieuwe verbuigingen ontdekt, met name de verkleinwoorden. Ze snapt dat je met een achtervoegsel zoals '-tje' verkleinwoorden kan maken: haar slaapdoekje dat ze 'koekje' noemt, wordt dan 'koekjetje' als ze echt heel lief wil zijn. Hoewel we verkleinwoorden vermijden als ze niet echt nodig zijn, sluipen er toch een paar binnen en die maakt ze dan naar believen nog kleiner.
  • Om haar af te leren om 'Toel. Toel. Toel. Toel' of 'Fesje. Fesje. Fesje' of 'Oepjeuh. Oepjeuh. Oepjeuh' te debiteren (ze zaagt dus toch bij momenten, Lies!'), hebben we haar geleerd dat ze 'Mag ik (op de stoel), (een flesje), (een snoepje)?' moet vragen. Ze zegt dus vanaf nu met een hoog stemmetje 'Makik toel?', 'Makik fesje?', 'Makik oepje?'. Maar ze zegt ook: 'Pemma makik tsjoebamme (=boterham) okko?'. Heel grappig.
  • Ze heeft ook de voltooid deelwoorden ontdekt. Als ze haar armen door de mouwen van haar jas steekt en vraagt om de randen om te 'pooien', zegt ze daarna triomfantelijk: 'epooid'! En zo zegt ze ook 'maken' -- 'emaakt' en 'pakken' -- 'epakt'. 'Edaan' en 'evajje' kende ze al, maar die verbindt ze natuurlijk in geen honderd jaar met 'doen' of 'vallen'. Gelukkig maar.
  • Andere schattigheden die ze uit het hoofd kent: 'wakajaja' = vrachtwagen, 'sjalu' = salut, 'sjeet' = scheet, 'omaatje' = tomaat, 'kohie' = koffie, 'papaaje' = papegaai, 'mool' = mol, 'ehel' = egel, 'het' = hert, 'seepaatje' = zeepaardje.
  • Vogels zijn ondertussen opgesplitst in meeuwen, duiven, eenden en pinguins, en onderwaterdieren, vroeger vissen genaamd, zijn nu dolfijnen, krabben, haaien en zeesterren. Ongelofeloos.
Thelma smeekt om woorden. Op haar potje vraagt ze dus: 'ta?, ta?, ta?' en moet ik achtereenvolgens 'buis', 'kraan' en 'sifon' antwoorden. Volgende keer zeg ik 'zwanenhals' of 'waterslot' om de woordenschat van een bijna tweejarige nog duchtiger op zijn grondvesten te doen daveren!

dinsdag 1 mei 2012

Jongetje

Op drie dagen tijd hebben drie mensen tegen Thelma 'manneke', 'voor hem gaat dat nog een beetje moeilijk zijn' of 'jongetje' gezegd. Drie generaties: een puber, een collega van mijn leeftijd en een oudere vrouw. Wellicht omdat Thelma zwarte botjes, een jeansbroek en een felrode jas met felblauwe mouwomslagen aanhad. Erg vind ik dat niet, anders zou ik haar wel roze en geel aantrekken, maar raar vind ik het wel.

Felrood en felblauw zijn blijkbaar al zo 'gegendered' dat het meteen aan jongens doet denken. Toegegeven, vrijdagavond had ze ook haar lievelingsauto vast, maar toch. Ik vind dat een vreemde evolutie. Ik wil mijn kind niet in een of andere richting duwen, ik laat haar ook in jurkjes en pofrokjes rondlopen en heb zomerschoentjes gekocht met een bandje over de wreef, maar voor schoenen en jassen probeer ik toch een beetje neutrale kleuren te kiezen.

Ik ben niet tegen roze en pinkels en prinsessen, maar ik wil toch ergens de grenzen bewaken. In de V.S. bijvoorbeeld lijkt het mij echt de pan uit te swingen met kleuren die gelimiteerd zijn tot een of andere sekse: daar zijn er blauw/rood/grijze M&M's voor jongens en wit/groen/roze M&M's voor meisjes. Daar is de prinsessencultuur en de rozecultus buitenaardse proporties aan het aannemen, met hakken, strings en schoonheidsbehandelingen voor kleuters.

Ik lak Luce haar nageltjes als ze komt spelen, ik schmink kindjes naar believen in prinsessen, ik wrijf Thelma helemaal in met bodylotion als ze uit bad komt, maar ik zou hetzelfde doen als ik een zoon had en hij daarom vroeg. Ik weet nog altijd ontzettend goed hoe blij Berend was, een zoontje van vrienden, met zijn T-shirt met 'pailletjes' en de ketting van zijn mama. Kinderen moeten vooral veel keuze hebben, veel vrijheid en niet te veel maatschappelijk opgelegde grenzen, al weet ik dat het hier in België nog niet zo'n vaart loopt.

Gelukkig is er in de V.S. ook een tegenbeweging op gang die ingaat tegen Toddlers & Tiara's en andere missverkiezingen voor dotjes van amper drie jaar oud. Pigtail Pals, bijvoorbeeld, is zo'n moeder van een meisje van zes die ervoor ijvert om dochters wat minder grenzen op te leggen. Ze is anti-limitation zoals ze het zelf stelt en ze kan het verdomd goed uitleggen. Ze ijvert voor een echte kindertijd voor kinderen en gaat in tegen de steeds vroegere seksualisering van kinderen.

Ze is niet anti-pink of anti-princess, maar ze wil aantonen dat er ontzettend veel manieren zijn om een meisje te zijn, ze wil meisjes meer zelfvertrouwen geven en laten geloven in zichzelf. Ze gaat ook in tegen Fat Talk en geeft moeders tips om hun eigen negatieve lichaamsbeeld niet op hun kinderen over te dragen. Moet wel, in een land waarin kinderen vanaf acht jaar zich al zorgen maken over hun gewicht.

Ze wil kinderen ook weerbaar maken tegen ongewenste aanrakingen. Haar strijd komt vanuit haar eigen verleden waarin ze is verkracht en ze leert haar kinderen daarom 'the rules of their body': dat bijvoorbeeld alleen ouders en dokters iets over hun lichaam mogen zeggen of hen aanraken, en verder niemand, en dat ze ook dan steeds hun buikgevoel moeten volgen. Dat het nooit fout kan zijn om veel kabaal te maken als iemand anders ongewild aan hun lichaam zit.

En wat ze haar dochter daarom onder meer leert, zijn alle juiste benamingen van haar lichaamsdelen, om ze van schaamte te ontdoen en haar dochter onbeschroomd te laten spreken over haar eigen lijf. Ook bijvoorbeeld 'vagina'. Ik snap wat ze bedoelt en wil bereiken, maar ik vind het toch niet zo simpel om dat te doen. Thelma kent ondertussen haast alle delen van haar lichaam, maar bij haar 'vagina' twijfelen we toch altijd. Dat klinkt echt te volwassen. Niet dat ik wil wachten tot ze volwassen is om daarover te spreken, maar toch.

'Muisje' dan maar? Dat vind ik lief, maar dat associeert zij natuurlijk met iets anders. En 'blijf van mijn muisje', daarmee maak je geen indruk, niet? 'Spleetje' dan maar? Dat zeiden ze vroeger bij mij op school en vond ik maar raar. 'Kutje' heb ik thuis geleerd, misschien wel vanuit een gelijkaardige overtuiging, maar 'kut' heeft zo'n negatieve lading gekregen de laatste jaren, dat het ook niet echt een optie is. 'Mietje' zeggen vrienden van ons, maar dat heeft ook een rare bijklank. Ik kan natuurlijk altijd eens te rade gaan bij Jules Deelder, maar wat denken jullie?