[Edit: het onderstaande klinkt somberder dan bedoeld. Het gaat slecht. Verder gaat het goed!]
De titel van deze post was eerst 'Thelmataal', maar ik wou eigenlijk schrijven dat de wereld om zeep is. Dat ik mij bij momenten weer wat fin-de-siècle voel. Dat het solliciteren niet vlot en het einde van mijn contract dichterbij komt. Dat ik dubbel zo hard werk als ik betaald word. Dat een koppel dat tot mijn beste vrienden behoort, de brokken moet lijmen, of ten minste de tijd moet nemen om te zien wat ze allemaal hadden samen, en wat daar nog van overblijft. Dat al dat rechtse gestem, in Vlaanderen en Europa, mij een beetje moedeloos maakt. Ik schreef het gisteren onder een post van Kerygma, en herhaal het hier nog even.
donderdag 29 mei 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)
Mijn ouders hebben *** gestemd. Mijn vader, die altijd links heeft gestemd (eerst VU, dan rood en groen), die altijd vrouw heeft gestemd (en nu ook weer), die mij heeft meegenomen naar communes en anti-rakettenbetogingen en kinderboerderijen met overnachtingen in het hooi, die voor verpleger heeft gestudeerd en directeur is in de zorgsector, die sinds kort zijn auto vier dagen aan de kant zet en een uur vroeger opstaat om met de fiets te gaan werken, heeft ‘een beetje rechtser’ gestemd, zo stelt hij zelf, uit onvrede met het beleid van de voorbije jaren. En ik heb het niet uit zijn hoofd kunnen praten.
Mijn moeder, die als eerste uit haar dorp aan de universiteit ging studeren, die meer dan 35 jaar psychologe is in Borgerhout, die zonder dat ze het weet feministe is, hoewel ze eigenlijk gewoon haar zin doet, die nog altijd iemand is bij wie ik raad sprokkel of mijn ideeën toets, is gewoon mijn vader gevolgd: ‘hij heeft daar meestal een goed zicht op’. En: 'Kijk Lotje, dat is democratie'. En ik heb het niet uit haar hoofd kunnen praten.
Ik snap het niet, ik weet niet wat zij lezen en ik niet, wat zij horen en ik niet. Ik weet niet wat ze hopen en waar ze de oplossingen zien, maar ik voel me wel een beetje eenzamer nu.
Of om Virginie Loveling te citeren (10 mei 1920):
En Gerard van het Reve, nu we toch bezig zijn: