zondag 11 oktober 2015

Ironie in Helsinki

Oh ironie. Ben ik op 'zakenreis', vind ik eindelijk nog wat tijd om te bloggen ... Mijn voornemen om er weer eens goed in te vliegen met Olijfje, is faliekant de mist ingegaan. Ik heb me blijkbaar toch weer een beetje 'mispakt' en mezelf en de rest voorgelogen dat het dit jaar beter zou gaan. Mooi niet, dus. En zowel mijn oudste als mijn ongeboren dochter herinnerden mij daar fijntjes aan de voorbije twee weken.

Mijn lief vraagt of ik dat stoer vind, zo hard werken, of ik er misschien iets mee hoop te bewijzen? Nee dus, het mag echt wel eens gaan veranderen. Ik weet alleen niet hoe. We hadden het er onlangs over met een paar collega's: zouden we dit van onze partner aanvaarden? Zoveel werken, zoveel koken en kinderzorg naar de wederhelft doorschuiven? Nee, hoegenaamd niet. Ik werk samen met heel gemotiveerde collega's, die er alles voor doen om het goed te doen, maar te veel is gewoon te veel, zoals hier veel beter staat.

En als je het grotere plaatje uit het oog verliest, begin je te twijfelen aan je efficiëntie, aan je vermogen om af te bakenen, goed te plannen, maar daar gaat het allemaal al lang niet meer over. Het gaat niet over verliezen in details, over een te grote drang om het perfect te doen, over de beste willen zijn en het beste voor je studenten willen. Het is gewoon te veel. Structureel te veel.

Als je in het weekend een tiental uur vrijkoopt van je lief die al zoveel op zich neemt, als je drie à vier avonden tot middernacht doorwerkt en daarna nog niet het gevoel hebt dat je meer dan het hoogst noodzakelijke gedaan hebt, zit er structureel iets grondig fout. Weekendwerk en avondwerk horen bij de job, dat weten we maar al te goed, maar als je met dat weekendwerk en avondwerk erbij niet eens een beetje rondkomt, klopt er iets niet.

Als collega's die 80% werken wat werk van je overnemen omdat ze heel goed beseffen hoe dringend het is, en weten dat je er zelf alles aan doet om het rond te krijgen, dan ben je structureel onderbemand en overbevraagd. Als collega's die 100% werken maar geen kinderen of lief hebben, nog wat meer op hun kar laden dan ze al deden, en jij dan nog steeds aan iedereen begrip moet vragen voor werk dat nog op de plank ligt en eigenlijk tegen gisteren, eergisteren of de week voordien al af had moeten zijn, dan loopt er iets grondig mis.

Het werk dat verdeeld wordt over alle collega's in 100 en 80 en 50 procenten neemt elk jaar toe, want het aantal beschikbare lesgevers volgt niet. En je doet je job graag, het werk is vlakbij, het wordt goed betaald, en het is vooral zinvol werk, dus je neemt het allemaal maar aan, maar je beseft dat het zo niet hoort. De taart wordt netjes verdeeld onder alle werkers, maar dat de taart elk jaar een beetje groter wordt, lijkt niemand te zien. Of ja, wij zien het wel, de leidinggevenden vragen begrip en roeien met de riemen die er zijn, maar de overheid blijft blind en bespaart maar door.

Als je dan ook thuis moet zeggen dat je probeert af te bakenen, dat je echt niet méér doet dan het hoogst noodzakelijke, maar dat het hoogst noodzakelijke al zo'n berg is, dat je heus wel weet dat dit niet de normale gang van zaken is, of hoort te zijn, zit je gekneld. Zo gekneld dat 80% werken geen optie is, want dat verschil zou je niet eens voelen, alleen in je portemonnee. 80% werken doen mijn collega's alleen om zonder schuldgevoel het weekend werkvrij te kunnen houden en met een beetje geluk een woensdagnamiddag, maar van echte 100%'en en 80%'en is er al lang geen sprake meer.

Gelukkig krijg ik een fijne collega bij van november tot juli, die halftijds (en meer) aan de slag gaat om mijn drie maanden zwangerschapsverlof en drie maanden (voltijds/halftijds) ouderschapsverlof op te vangen. Het moet mijn overbelaste eerste semester en mijn iets minderbedeelde tweede semester wat compenseren en zou mij wat meer tijd moeten laten voor het nieuwe onderzoeksproject waarvoor ik deze week in Helsinki zit, maar hopen op meer vrije tijd durf ik voorlopig niet. Ik zou me wel eens kunnen vergissen.

En zo kwam het, onder meer, dat Thelma vruchteloos op moeder of vader bleef wachten in de opvang, en uiteindelijk meegegeven is met een heel bereidwillige papa en diens twee bloedjes. Voor haar gelukkig geen traumatische ervaring, want ze wil bijna altijd zo lang mogelijk blijven in de opvang, en vroeg 'Nu al?!' toen ik haar in zeven haasten kwam 'redden', maar mijn moederhart heeft toch meer dan twee tellen stilgestaan en mijn hoofd is aan het denken gegaan.

Het zat zo. Mijn moeder gaat Thelma altijd halen op woensdagmiddag, maar was die dag op reis vertrokken naar Hongarije. Ik had Thelma netjes ingeschreven in de opvang, maar had dat enkel in mijn persoonlijke agenda gezet. In de gemeenschappelijke agenda stond 'H&I op reis', maar uit gewoonte reed Bernard op woensdagavond toch naar mijn ouderlijk huis om daar vooral géén Thelma aan te treffen.

Toen hij uit de badkamer riep dat hij Thelma ging halen, had ik nog vanuit mijn bureau geroepen of ik het niet moest doen (dan had ik toch een beetje frisse lucht binnen, zo dacht ik), maar hij wist dat ik druk doende was en zag niet goed waarom we zo plotseling de rollen zouden omkeren. Een dik uur later vond ik het tijd om toch eens naar beneden te gaan en niet te wachten tot ze me zouden roepen voor het eten, maar mijn verbazing was groot, en sloeg om in verbijstering, toen ik Bernard niet beneden aantrof, maar in een auto zónder Thelma zag aankomen.

Waar is Thelma? Waar is ze? WAAR IS THELMA? Had hij ze afgezet thuis om naar de winkel te gaan, was er iets gebeurd, en had ik dat niet gemerkt? Ik zag dat Bernard kwaad was, wist dat mijn ouders weg waren, wist dat de opvang al een uur gesloten was, dus ik kon maar niet bedenken waar ze zou kunnen zijn. Bernard zweeg, want hij was kwaad. Maar was ze dan? Vertel het mij!

Bernard had iets voor zessen telefoon gekregen van de opvang dat Thelma nog niet was opgehaald. Hij stond ondertussen al in Gentbrugge met de sleutel in zijn hand, toen hij tegelijk besefte dat Thelma daar onmogelijk kon zijn. De begeleiders van de opvang hadden mij al gebeld, maar hadden geen gehoor gevonden. Bernard probeerde mij daarop ook te bellen om snel nog langs de school te gaan, maar enkel mijn voicemail bleek paraat. Mijn iPhone kreeg immers net zijn halfjaarlijkse update en was zo onbereikbaar als wat.

Hij liet de vaste lijn minutenlang rinkelen, maar ik moet zo in mijn werk verzonken zijn geweest dat ik die niet heb gehoord. Bernard kreeg ondertussen ook telefoon van de bereidwillige papa die aan mijn deur stond, aanbelde, maar niemand thuis vond. Ook dat had ik niet gehoord, en er speelde nochtans geen muziek in mijn bureau. Ik was er zo op gebrand om nog zoveel mogelijk werk af te krijgen voor ze thuis waren, dat ik van de buitenwereld afgesloten leek. Geen gsm, geen vaste lijn, geen deurbel die me kon bereiken.

Tom, de bereidwillige vader, was dan maar weer naar zijn eigen huis getrokken om de drie kinderen allemaal een boterham te geven, Bernard was door zoveel onbereikbaarheid van mijn kant in zeven haasten teruggereden, en ik was me van geen kwaad bewust. Toen ik wist hoe de vork aan de steel zat, ben ik op mijn beurt naar Thelma gerend, die het gelukkig allemaal een fijne verrassing vond zo op een doordeweekse avond. Ook Tom had alle begrip, maar ten huize Olijfje is er toch nog een duchtig woordje over gesproken.

En nu zijn er ruwweg twee opties: 1) een nieuwe deurbel met parlofoon installeren, een vast toestel op de tweede verdieping zetten, mijn iPhone niet updaten overdag, duidelijker communiceren wie waarheen gaat en dubbelchecken of het in de agenda staat, of 2) een beetje meer uit mijn ivoren toren a.k.a. werkhol komen en op aarde nederdalen. We hebben ten node voor het eerste gekozen in de hoop de discussie ten gronde nog wat te kunnen uitstellen tot betere tijden, maar beter is het er voorlopig nog niet op geworden.

Meer zelfs, mijn ongeboren dochter heeft mij er op haar beurt aan herinnerd in de vorm van harde buiken en ongemakken allerhande. Omdat ik in september nog eens af en toe ging liggen overdag, dacht ik dat dat misschien de reden was voor mijn achterstand op werkvlak. Ik heb de voorbije week daarom geen uur laten voorbijgaan en klopte makkelijk dagen van 9 uur 's ochtends tot 12 uur 's nachts -- en dan nog sloeg ik enkel mijn pc dicht uit principe, niet omdat ik klaar was met wat er op de planning stond, laat staan dat ik wat op de zaken vooruit had kunnen lopen.

Ik zit toch vooral voor mijn pc, da's toch ook rusten? Niet dus. En ik volg toch anderhalf uur zwangerschapsyoga op dinsdag en anderhalf uur mindful bevallen met Bernard op donderdag? Niet genoeg. De hele voorbije week vraag ik me al af of de elastiek van mijn broek te hard spant, of dit nu harde buiken zijn die pijn doen en dus om rust vragen (maar ik zit toch neer?), of mijn andere broek nu ook al te hard spant, of ik te ver gefietst heb zaterdag met Thelma in de Follow-me, tot ik donderdagavond pas echt heb beseft dat ik gewoon wat meer moet liggen tussendoor. Dat is waar je lijf om vraagt en je zwangere lijf moet je gehoorzamen.

Op vrijdag was het zelfs nog erger: buikkrampen op de fiets, buikkrampen tijdens het lesgeven, buikkrampen tijdens het eten. Ik overwoog zelfs even om de volgende dag niet naar Helsinki te vertrekken als het niet beterde, en mijn moeder spelde mij duchtig de les. Gelukkig bleken het darmkrampen van darmen die nu op plaatsen zitten waarvan ik de locatie nooit eerder had vermoed. Ik ben dus goedgemutst en geheel pijnvrij vertrokken, heb een prima vlucht achter de rug en vond tussen mijn bezoekjes aan oude vrienden die hier wonen en het werkoverleg de volgende dagen tijd om wat te rusten én weer eens te bloggen.