woensdag 4 maart 2015

Thelmataal (30)

  • [wiebelt met haar ballon:] 'Mijn ballon hebt er zin in!'
  • [Thelma:] 'Zo zielig, er is een roodborstje tegen het raam gevlogen, en: dood. Weet je welke vogel het was?'
    [ik:] 'Een roodborstje?' [Thelma:] 'Ja, zo met rode borstjes.'
  • [beeldspraak] 'Ik heb zoveel dorst, straks valt mijn keel eruit! Dan ben ik het enige meisje op school zonder kéél!'
  • [de relativiteit van vier jaar zijn:] 'Vroeger had ik een goed geheugen.'
  • 'Ik lust roodborstthee.'
  • [nog aan het dromen:] 'Elke keer als het opstaantijd is, leer ik jou boomklimmen.'
  • 'Moet ik het muzikaal heel mooi maken?'
  • [metataal:] 'Vraag jij mij soms af wat ik wil zeggen?'
  • [over de hoestbacterieën in haar longen:] 'Moeten die beestjes dan zelf ook hoesten?'
  • [Thelma:] 'Vind jij al mijn kleren mooi?' [ik:] 'De meeste' [Thelma:] 'En de minste?'
  • 'Ze spelen ijswockey.'
  • [ik:] 'Zo'n mooie tekening!' [Thelma:] 'Ik heb mij geconcerteerd.'
  • [man met Beatle-coupe:] 'Die lijkt op hoe de Beables eruit zien!'
  • [filosofisch:] ''t Is zo donker dat ik niet meer weet wie ik ben.'
  • [neptelefoongesprek; ik:] 'Wanneer spreken we dan af?'
    [Thelma:] 'Maar we zijn juist aan het afspreken!'
  • 'Wat is een Hamsterdam?'
  • [poëzie bij het opstaan:] 'De uil is de nacht kwijt.'