zaterdag 25 februari 2012

't Is een wijfje!


Welkom Wijvenweek'ers!
'Het is een vrouwtje!', zo kondigde prins Filip zijn eerstgeborene destijds aan. Wel, bij mij is het een wijfje, mijn Olijfje. En omdat ik meedoe aan de Wijvenweek, wil ik even mijn kleine bedenking geven bij het woord 'wijf'. Ik weet dat er destijds een hele discussie over gevoerd is, met felle voor- en tegenstanders en wil dat hier niet dunnetjes overdoen, zeker niet omdat je dan meteen weer een open doel creëert om de 'catfights' en 'sjakossengevechten' weer van stal te halen, en die clichés lezen we al genoeg.

Ik hou wel van geuzennamen en vind 'wijf' dus eigenlijk tof, zolang het een geuzennaam blijft tenminste. Dat wil zeggen: zolang je het gebruikt met de nodige ironie (en liefde, dat vooral!) en weet dat het een kritiek is op het denigrerende 'wijf' van vroeger. Je eigent je het woord toe en maakt het daardoor onschadelijk. Dat wil dus ook zeggen: niet zoals het heerschap dat zaterdag bij ons over de vloer kwam en over een fijne kennis sprak als was het 'een bitch van een wijf', zonder ironie of greintje liefde dus -- en zonder dat hij wist dat ik haar kende ...

En ook niet gewoon als een doordeweeks alternatief voor 'vrouw', omdat je je onwennig voelt bij die term of denkt dat het alleen maar op seuten wijst, zoals Tom Naegels al eens treffend verwoordde in De Standaard toen het over 'straffe madammen' ging:
Als er nu nog iemand het woord 'madammen' gebruikt, dan sleep ik hem voor de rechter voor tergend en roekeloos gebruik van debiele synoniemen. Wat is er mis met vrouwen, dat ze nooit gewoon zo genoemd kunnen worden? Er moet altijd iets bij, om ons gerust te stellen: het zijn niet zòmaar vrouwen hoor, nee-hee, het zijn stoute vrouwen, sterke vrouwen, straffe grieten, grrrrrls, madammen. De term is ondertussen zo uitgehold dat hij zelfs kan verwijzen naar een programma met Anja Daems op Radio 2. Ik vind die stoere-synoniemen-drang denigrerend. Lezen we over Jef Geeraerts dat hij een 'stoute man' is? Het heeft iets geweldig in-tegenstelling-tots: in tegenstelling tot de overgrote meerderheid van suffe, saaie, slappe, brave kwezels, krijgt u hier een straffe madam. Waarmee bedoeld wordt: een vrouw die werk heeft, een vrouw die porno schrijft, een vrouw die kan koken met pastinaak.
Voilà. Ik kon het niet beter hebben gezegd, al vind ik koken met pastinaak zeker in deze Dagen Zonder Vlees nu ook weer niet zo straf. En bij nader inzien: porno schrijven en werk hebben ook niet. En ik wil 'wijf' noch 'madam' naar de eeuwigheid verbannen, want zoveel goeie alternatieven zijn er nu ook niet. Alvast niet 'dame' of 'juffrouw' ...

Maar soit, er is dus veelwijverij op komst, hoera. En als de lichte ironie van de uitnodiging een voorafspiegeling is van wat komt, zullen we alleen maar gniffelend in ons vuistje lachen:
Dames en aanverwanten!

In de vooravond, net voor wij het eten voor ons gezin op tafel moesten zetten en nadat we het stof in de living hadden afgenomen, is http://wijvenweek.be/ online gegaan, met een eerste hap informatie over de wijvenweek 2012. Hoera!

Deze keer is er een thema, zo zult u zien, en de dagthema's komen heel binnenkort ook online. We zijn daar mee bezig, maar ik moest eerst dringend onder de zonnebank en lilith wilde per se ook haar nagels laten manicuren. Prioriteiten, ge kent dat wel.
Enfin. Op de site vinden jullie een linkje naar een formulier, waar je kunt opgeven of en hoe je vermeld wilt worden op de site. Doen!

Voor de rest: lees het, en zeg het voort! En begin misschien al eens te denken over wat ge gaat aandoen.

zondag 19 februari 2012

Thelmataal (5): Dierengeluiden

Vanmorgen aan tafel een klassieker:
  • Wat zegt de koe? Beu!
  • Wat zegt het schaap? Mè!
  • Wat zegt het hondje? Ouf!
  • Wat zegt een eend? Kwak!
  • Wat zegt de vis? (doet een vis na)
  • Wat zegt een olifant? Proe! (iets wat lijkt op trompetteren)
  • Wat zegt een leeuw? Waw!
  • Wat zegt het konijn? (doet een konijn na)
  • Wat zegt de slang? Ssss!
  • Wat zegt de uil? Oe-oe!
  • Wat zegt de kikker? Kwak!
En ik dacht: ik zal ze eens liggen hebben met een vraag die haar petje te boven gaat:
  • Wat zegt mama? ... Papa!
Tot daar dus de visie van mijn dochter op mijn mentale tijdsbesteding en verbale expressie. En om nog even terug te komen op mijn vorige post: ik heb geprobeerd mijn eigenste twijfel en angst te verwoorden, maar het klonk onderhuids misschien als 'waar een wil is, is een weg'. Ik ben erover blijven nadenken, en ik wil nu ook niet als een Louise Hay door het leven gaan.

Vandaar dat een quote van een vriendin op facebook blijft hangen in mijn voluntaristische geest, een geest die tegelijk ver weg wil blijven van new age, 'willen is kunnen', het neoliberale gedachtegoed. Een selectie uit haar stelling, waar ik de voorgeschiedenis niet van ken:

De antwoorden die Louise Hay geeft, zijn te simplistisch, te new age, te veel mind over matter, en in die zin te neoliberaal. In wezen zijn ze niet anders dan de American Dream: als je wil, kan je alles bereiken, als je maar positief genoeg denkt (dankbaar bent, vergeeft, whatever).

Ons westers denken scheidt lichaam en geest. Onze maatschappij geeft de voorkeur aan de materie, new age draait het net om, geeft de voorkeur aan de geest ('positief denken zal je genezen'). Beide blijven in gebreke als je dag in dag uit probeert te leven met die dualiteit(en).

Heel veel problemen ontstaan omdat we stukken van onszelf veroordelen, weg willen. Het antwoord is ze te verwelkomen, te integreren, te luisteren naar wat ze te zeggen hebben. Niet er nog eens een schep bovenop doen.

Ik staak dus even het filosofisch gepieker en hou het dus voorlopig maar bij de volgende geniale wijsheid: 'Wat zegt mama?' 'Papa!'.

zondag 12 februari 2012

Uitersten

't Zijn rare tijden. Verwarrend, paradoxaal. Toch het fin de siècle en onze nieuwe, neoliberale identiteit? Ik zou het haast denken ... Ik heb vrijdag van drie mensen gehoord dat hun relatie verbroken is. Twee collega's met oudere kinderen, één koppel goeie vrienden van mijn leeftijd met een kleintje van drie. In de vorige maanden zijn ook al drie jonge koppels met kinderen tussen twee en zeven jaar uit elkaar gegaan. Onder hen twee mannen die met een collega in zee zijn gegaan, één vriendin die met een collega verdergaat.

Tegelijk word ik op facebook overladen met kersverse foto's en euforie van dichte en verre vrienden die dolgelukkig zijn met hun eerstgeborenen en daarvoor overspoeld worden met welgemeende, overenthousiaste felicitaties. En zie ik vrienden van vroeger reikhalzend uitkijken om hun eerste kleintje in hun handen te houden, naast vriendinnen die net hun derde kindje hebben gekregen of wachten op hun derde bevalling. Behoorlijk verwarrend vind ik dat. Daadkracht tegenover naïviteit, foute keuzes versus soulmates, zoekers tegenover vinders? Of gewoon een kwestie van tijd, vraagt de cynica in mij zich af.

Voor ik zelf een kind had, vond ik het compleet onbegrijpelijk dat een relatie zo snel na een geboorte - want dat is één, twee, drie jaar toch - op de klippen kon lopen. Van de beslissing om samen een kind op de wereld te zetten naar de beslissing om datzelfde kind apart te gaan opvoeden. Ondertussen weet ik dat het allemaal niet zo eenvoudig is, dat een kind een relatie sterk beïnvloedt, karaktertrekken uitvergroot, verschillen aan het licht brengt, het leven verhevigt, vertraagt, en minder ongedwongen maakt. Dat vechten soms niet volstaat of gewoon niet meer lukt, dat de aantrekkingskracht verdwenen kan zijn, en dat er eindeloos veel dingen bij komen kijken. Dat je met twee moet zijn om het te doen slagen. En dat geldt natuurlijk ook als er geen kinderen zijn.

Het blijft toch altijd schrikken. Ik probeer het niet te veroordelen, want zo'n beslissing neem je, meestal dan toch, niet lichtzinnig. Maar ik vraag me af hoelang je allebei, met een kind voor ogen, moet proberen om de relatie weer op de sporen te krijgen, een tijd wat minder aan jezelf en je eigen genot te denken of voluit voor de ander te gaan. Hoelang je ervan uit kunt gaan dat het gevoel van vroeger ergens op gestoeld was of de hoop mag koesteren dat het nog kan terugkomen ... Hoezeer je het besef laat doorwegen dat een nieuw begin met iemand anders het totale geluk niet altijd vergroot, zeker als het nieuwe er na een tijdje weer af is.

Ik ken de cijfers en gevolgen van een scheiding voor kinderen en ik beschouw dat als hun eerste trauma. Ik weet dat een slechte relatie ook traumatisch is voor kinderen, en ik weet ook dat het niet altijd negatieve gevolgen heeft als ouders op een rustige manier met veel gesprekken uit elkaar gaan. Dat het leven geen Valentijn is en je dat ook niet moet voorhouden aan je kinderen. Ik vind ook dat je niet moet samenblijven om de kinderen alleen, dat je jezelf niet moet wegcijferen voor een kind, maar ik blijf het toch altijd verdomd jammer vinden als er een einde komt aan iets wat ooit zo mooi is geweest. De ex-lieven vinden dat allicht evenzeer, dat spreekt.

Ik betrap mezelf ook altijd op de hoop dat het misschien toch weer goed komt, maar de voorbeelden daarvan ken ik enkel uit 'de boekskes'. Ik ken wel drie bevriende koppels, met twee of drie kinderen, die lang voor ze zelf kleintjes hadden een jaar uit elkaar zijn geweest, één koppel zelfs vijf jaar, om daarna weer met elkaar in zee te gaan en aan kinderen te beginnen. Met succes. En ik hoop dus meestal dat het bij een scheiding mét nageslacht ooit ook weer goed komt. En heel wat kinderen van gescheiden ouders hopen dat ook: denk Charlotte Roche, denk Charlotte Vandermeersch.

Ik ken koppels bij wie de nieuwe relaties zo goed zijn dat er geen haar op hun hoofd denkt om nog naar de situatie van vroeger terug te keren. Maar ik vrees dat in evenveel gevallen de nieuwe relatie ook niet altijd rozengeur en maneschijn blijft. En dat de gezinsculturen van nieuw samengestelde gezinnen soms zo verschillen dat ze weer nieuwe problemen en vragen met zich meebrengen. En als er nog een nieuw kindje bijkomt, dat er dan drie 'soorten' kinderen zijn, aan wie de ouders allebei andere dingen te zeggen hebben.

Het kan heel wat beter uitdraaien, daar zie ik ook genoeg voorbeelden van, maar het is minstens een hele periode ellendig. Je in elkaar gehaakte levens uit elkaar halen, een of twee keer een nieuwe thuis creëren, afspraken maken over de verdeling en de aanpak in de toekomst. Leren alleen zijn, wonden likken, de toekomst proberen te schetsen, nieuwe plannen of goede voornemens maken. Ik ben, zoals velen met mij, ervaringsdeskundige op het vlak van stukgelopen relaties, en ik wil er niet aan denken dat ik dat nog eens moet meemaken met een kind erbij. Maar ik weet heel goed dat het kan, dat het steeds vaker voorkomt, en vaker ook met jonge kinderen.

Is het onrust, rusteloosheid, ontevredenheid? Of niet meer naar het goede willen streven? En is het resultaat echt 'opgebrand', 'doodgebloed' of 'uitgedoofd'? Willen we te veel, of willen we niet genoeg? Hebben we te veel keuzevrijheid, die ons genot bezorgt maar geen geluk? Is het collectieve faalangst, angst voor een leven dat niet op alle vlakken perfect is? Met als opties actieve faalangst die je snel doet handelen en beslissen, of passieve faalangst die je in een depressie of eindeloze lethargie doet belanden? Of zijn het geluk en de energie gewoon opgebruikt op een bepaald moment en kan je dat maar beter erkennen?

Soms zie ik ook wel dat het je een heel ander, minder conventioneel leven bezorgt, dat het nieuwe kansen creëert, nieuwe mogelijkheden biedt. Zoals Rika Ponnet aangaf in De Standaard: voor sommige mensen is het idee heel aantrekkelijk om een week alle geneugten van de kinderen te hebben, en een andere week de vrijheid van een kinderloos bestaan, met tijd voor wilde afspraken, onverwachte etentjes, het werk, jezelf ... Maar geef mij, als ik mag kiezen, maar gewoon de banaliteit van het goede leven, zoals Verhaeghe suggereert.

Is het dat wat zoveel jonge ouders missen? Spanning, ontdekkingen, onvoorspelbaarheid? Of de drive om voor die oude bekende te blijven gaan? Is dat vroegere leven dan voorgoed voorbij, en staat de vader of moeder van je kind alle opties in de weg? Zeker als je weet dat kinderen ook opgroeien, zelfstandig worden, minder zorgtijd nodig zullen hebben ... Willen we minder dagelijkse ergernissen, minder vaste afspraken, minder alledaagsheid? En weegt dat verlangen op tegen een kind dat op twee plaatsen moet wonen, nieuwe lieven, nieuwe oma's, nieuwe gewoontes en karaktertrekken moet leren kennen?

Het klinkt belerend, zo'n opsomming van schijnbaar retorische vragen, maar zo is het niet bedoeld. Ik vraag het me allemaal af. Ik wil niets of niemand veroordelen, weet dat elke situatie particulier en onvoorspelbaar is, dat zulke beslissingen meestal niet zomaar genomen worden, dat mensen veranderen en elk hun eigen weg gaan, maar het confronteert me zo hard met de relativiteit van dat alles, van relaties, van geluk. Het jaagt me angst aan, zeker als ik dergelijke verhalen in contrast zie met dat prille geluk van een pasgeboren baby. Omdat het allebei in de beste families voorkomt ...

dinsdag 7 februari 2012

Gebouleverseerd

Thelma is toch een beetje van haar melk de laatste tijd. Hoewel ze zich theoretisch niets van de aanval kan herinneren, moeten het ziekenhuisbezoek en mijn bezorgdheid toch sporen hebben nagelaten. Ze slaapt minder goed, lees: ze is wakker om half zeven en doet middagdutjes van een uur, terwijl ze vroeger tot half acht, en soms half negen of half tien sliep, en dutjes deed van twee à drie uur. Ze komt ook veel meer aan mijn benen hangen en wil voortdurend op mijn arm zitten.

Vanmiddag heeft ze voor het eerst weer lang gemiddagdut, maar ze trok vanavond steeds weer haar beentjes op toen ik haar op de grond probeerde te zetten. Ze is ook angstiger, heeft het moeilijker als ik even naar boven ga om op te ruimen of naar buiten ga om iets uit de auto te halen. Ik gun het haar wel, die extra mamatijd, en ik geniet er ook van, want vermoedelijk is het zo weer voorbij.

Zelf moet ik er ook nog voortdurend aan denken. Gisteren heb ik haar voor het eerst weer opgehaald bij de onthaalmoeder, zaten we voor het eerst weer samen in de auto na een dagje weg, zijn we samen thuisgekomen in een opwarmend huis, aten we soep, lazen we in de zetel een boekje, net zoals toen. Blij dat het allemaal goed verlopen is. En morgen is ons beider bijna-dood-ervaring net een week voorbij, ook een eerste mijlpaal.

Ze doet me ook nog altijd schrikken. Thelma is altijd nogal theatraal geweest, maar als ze nu gekke bekken trekt, of ostentatief hoest, haar ogen samenknijpt, of voor zich uit staart en dan haar keel schraapt, wilde dieren nadoet enzovoort, staat mijn hart af en toe nog een milliseconde stil. Ik weet ondertussen dat het allemaal relatief is, dat het eigenlijk niet ernstig is, maar ik kan nog niet garanderen dat ik haar de volgende keer in alle rust en bedaardheid uit die stuip probeer te halen.

zaterdag 4 februari 2012

Spoed

En zo gaat dat dan. De 100 aan de lijn zegt: 'We gaan toch voor de zekerheid nog een ambulance sturen'. Ik akkoord. De ambulanciers zeggen: 'We gaan jullie toch voor alle zekerheid nog even naar de spoeddienst brengen'. Ik akkoord. De spoedarts zegt: 'We gaan haar toch voor 't zekerste een nachtje hier houden voor observatie'. En ik nogmaals akkoord. Bernard was niet meteen dolenthousiast, maar de arts van dienst voegde daar fijntjes aan toe: 'Dat is het verschil tussen wie het meegemaakt heeft en wie niet'.

En ik kon haar geen ongelijk geven. Ik zou thuis geen oog dicht gedaan hebben (in het ziekenhuis later ook niet, zo zou blijken), want ik zou haar zelf voortdurend hebben willen observeren. En een mama als hartslagmeter en apneumonitor is toch net iets minder efficiënt. Echt tof vond Thelma het niet, drie plakkers op haar lijf met draadjes aan, maar ze heeft ze snel aanvaard. En zo ging het met alles trouwens: aanvankelijk was ze onder de indruk van de spoeddienst en de tafel, en alle mensen die binnenkwamen, maar na een tijdje was ze in haar sas, als er tenminste geen vreemden aan haar lijf zaten.

Best wel gek dat ze al bij al zo goedgezind was tussen de onderzoeken door, want wie komt daar niet allemaal binnen? Eerst een man, verpleger of dokter, die ons naar een spoedhokje leidde en even naar het verhaal vroeg. Dan een vrouw, verpleegster besefte ik achteraf, die ook even kwam piepen en het zuurstof in haar bloed wou meten met zo'n klem op haar vingertje. Paniek! Dan de spoedarts, die Thelma's buik en longen beluisterde, haar oren bekeek en haar keel. Paniek! Geen oorontsteking volgens haar, wel een keelontsteking. Ik mocht weer het hele verhaal doen, moest zeggen hoe lang de aanval heeft geduurd (eigenlijk geen idee), en ze gaf me al de eerste tips voor de toekomst:
  • rustig blijven (haha), m.a.w. niet schudden en niet onder water houden (oef)
  • zorgen dat ze zich geen pijn kan doen
  • trui of kleedjes uitdoen zodat ze afkoelt
  • koortsremmer geven
  • wachten
  • eventueel de 100 bellen
Ik heb nu dus geleerd dat het niet levensbedreigend is, maar dat het er wel zo uitziet, en dat zou ik niet meer durven ontkennen. Ik heb er blijkbaar wel goed aan gedaan om ze mee naar buiten te nemen zodat ze kon afkoelen, want op schoot bij moeder komt er nog eens 37° lichaamswarmte bij. Misschien dat dat ook de druppel was toen de aanval begon? In elk geval weet ik nu ook dat ik ze niet bij mij in bed mag nemen als ze ziek is en koorts heeft. Veel te groot risico om de koorts snel te doen stijgen. Mijn tante, die een dochtertje had die meer dan eens koortsstuipen had, heeft nachten op een matras naast het bedje van haar piepke gelegen.

Daarna kwam de eerste verpleegster weer binnen om alle spullen voor een baxtertje klaar te leggen, maar gelukkig heeft de kinderarts dat verijdeld. Hij keek weer in haar oren, minutenlang, en vond nu wel een oorontsteking. Over de keelontsteking was ook geen twijfel meer en haar lelijke hoest had hij ook gehoord. De hoest waarvan de huisarts had gezegd dat die erger klonk dan-ie was. De kinderarts beval antibiotica, bloedafname, urinestaal. Lees: wachten op het labo om bloed te prikken, wachten op de verpleegster van pediatrie om een zakje in haar pamper te bevestigen, wachten op de medicatie.

Ik had zelf een boekje meegegrist, maar koekjes deden nog net iets beter hun werk. Het was al lang tijd voor haar fles, maar daar moest ze ook nog even op wachten, want standaard zit dat niet in mijn tas. Ze heeft dan maar de spoeddienst wat verkend, nog wat koekjes gegeten, getekend in mijn agenda, met mijn visbalpen gespeeld, met mijn klantenkaarten en lezerspassen, de tekeningen op het plafond bestudeerd, de plakkaten aan de muur, noem maar op. Bernard was ondertussen nog wat spullen gaan halen om te overnachten, een pot spaghettisaus uit de diepvries, extra speelgoed, maar het wachten bleef duren.

Na de komst van de verplegers van het lab en het bloedprikken, was het wachten op de superverpleegster van de nachtdienst, die ons naar de kamer bracht, de elektrodenplakkers alvast aanmat, het zakje voor de pipi vastplakte, antibiotica gaf en zag hoe vol leven Thelma zat na haar fles. Ze dacht dat ze nog lang niet zou slapen, maar rond kwart voor elf vond ik dat ze er toch wel aan toe was, dansen en springen of niet. En zie, ondanks de draadjes, het gepiep, het rare hoge bed, de slaapzak die niet aan mocht vanwege de koorts, is ze een paar minuten later in slaap gevallen, in een bolletje, met haar beentjes onder zich gekruld.

En ik probeerde hetzelfde, maar de beelden spookten door mijn hoofd, het gezoem van de monitor was te luid en ik werd telkens opgeschrikt door onregelmatig gepiep. Ik ben uiteindelijk rond kwart voor één in slaap gevallen, om rond kwart over twee weer wakker te worden toen ze Thelma's koorts kwamen nemen. Dat is gelukt zonder dat ze klaarwakker werd, en ze is pas bij de derde controle, rond vijf uur echt wakker geworden. En niet voor even.

Ik was zelf na half drie al niet meer in slaap gevallen door een stijve nek en de vreemde geluiden, en heb haar dus maar wat geëntertaind, om haar zo lang mogelijk aan de monitor te houden. Koekjes (opnieuw), boekjes, diertjes en uiteindelijk ook televisie, omdat ik dan toch een beetje kon gaan liggen en ze zelf misschien ook weer zou inslapen. Wat uiteindelijk ook gebeurde, rond zeven uur. Toen de bedrijvigheid op de afdeling al weer zo groot was, dat ze mijn ontbijt kwamen brengen, haar ontbijt kwamen brengen, de monitor kwamen checken, antibiotica kwamen klaarleggen, enzovoort, het bekende verhaal.

Ook typisch, wat ik me nog herinnerde uit Thelma's kraamtijd, is dat de kinderarts net dan binnenkomt als boorling of peuter eigenlijk heel dringend iets anders moest doen. Als pasgeborene lag ze bijvoorbeeld net eventjes goed aan, had ik de aanhappijn verbeten, en kwam de kinderarts langs voor de dagelijkse controle. Nu lag ze net te slapen toen we haar temperatuur moesten meten en kwam de kinderarts binnen toen ze met vereende krachten in slaap was gesust, amper een uurtje middagdut achter de rug had en compleet uitgeteld lag te slapen.

Maar soit, we mogen absoluut niet klagen. Supergoed verzorgd, een korte maar grondige check-up, een blij kind, gerustgestelde moeder, eind goed, al goed. En ik kan nog meer dan vroeger mijn ogen niet van haar afhouden. Ik bewonder, omarm, koester al dat leven. Ik sta versteld van wat ze zegt, wat ze begrijpt, wat ze aangeeft. Ik lach luid, lach stil, glimlach, duw mijn tranen weg. Mijn bloedje, mijn kindje, mijn onmetelijke schat.

vrijdag 3 februari 2012

Stuipen

Voilà, ik val met de deur in huis. Thelma heeft mij met haar koortsstuipen woensdagavond de daver op het lijf gejaagd. Nooit meer, dank u zeer. Totale paniek met zo'n quasistikkend en quasilevensloos kindje, ik kan het u verzekeren. Ik was alleen thuis, belde de 101 in plaats van de 100 of 112, ben naar buiten gelopen om hulp met haar in mijn armen, en wellicht heeft de koude haar weer bij bewustzijn gebracht.

Alles leek normaal toen ik haar bij de onthaalmoeder ging halen, behalve de twee felrode blosjes op haar wangen, maar dat kon ook van haar wollen kleedje komen of de zon die de kamertemperatuur tot 23° had doen oplopen. Haar eigen temperatuur was nog niet gemeten, maar ze stond te dansen en te zingen van 'nijntjeuh, nijntjeuh, nij-ij-ijntjeuh, kom'. Ik was haar met de auto gaan ophalen en niet met de fiets, want voor zoveel graden onder nul pas ik, zeker met mijn piepke achterop.

Dus dikke jas aan, muts, en de koude auto in, met de verwarming aan, en even in de file gestaan. Was het dat? In elk geval leek er toen nog niets aan de hand. Thuis was het huis nog niet opgewarmd, zo'n 17 graden, dus haar kleedje bleef uiteraard aan. Halfuurtje liedjes gezongen een boekjes gelezen, Petit Gervais'tje in de stoel, een peer na, en even haar koorts gemeten met de voorhoofdsthermometer. Tussen 38,5 en 37,9 graden gaf die aan. Tijd voor een koortsremmer dus.

Ik zette Thelma op de grond, liet haar wat stappen en ze begon te huilen. Niet uit boosheid, niet van de pijn, meer een soort onbehagen. Ik toonde de Nurofen, waarop ze meestal naar me toe komt gesneld, maar ze wou niet. Ik vond toch dat ze iets moest krijgen en nam haar op schoot, maar ze bleef huilen en wou absoluut niet. Ik gaf haar tegen haar wil toch een heel klein beetje, en toen begon het.

Haar hoofd schokte, haar stem haperde, haar lippen trilden alsof er elektriciteit op stond, de Nurofen liep uit haar mondhoek, haar oogjes vielen halfdicht en haar adem stokte. Ik dacht dat ik haar vergiftigd had, of dat ze in iets aan het stikken was, en nam haar in mijn armen mee naar het aanrecht, omdat ik dacht dat ze moest overgeven, maar ze viel helemaal slap en ademde niet meer. Ik ben dan met haar in mijn armen naar de telefoon gespurt om de 100 te bellen, maar ik belde uit gewoonte en paniek de 101. Met antwoordapparaat, want alle medewerkers waren in gesprek!

Ze werd lijkbleek en ook een beetje blauw. Ben dan in paniek naar buiten gelopen met nog steeds een schijndood mensje in mijn armen, om hulp te halen bij de buren, maar die wonen op het eerste, komen altijd traag de deur openen en alles leek nog donker daar. Weer mis dus. Ik kon alleen maar denken 'Ze sterft hier in mijn armen, omdat ik niet weet wat ik moet doen'. Ik prevelde 'kindje, kindje toch' en dacht dat ik ze kwijt was. Dat alle hulp te laat kwam.

En toen zag ik een Combo met Kaat uit de straat, ben ik naar haar toegelopen terwijl ik 'Help, stop, help, help' riep, trok ik het portier open en riep ik 'Ze ademt niet meer, ze ademt niet meer'. Haar eigen bloedjes op de achterbank moeten ook nogal geschrokken zijn. Kaat zei onmiddellijk 'ik bel een ambulance' en ik liep weer naar binnen, nog steeds met Thelma in mijn armen, om mijn sleutels halen en de deur toe te trekken, met het plan om alsnog bij Kaat in de auto te springen en ons naar de spoed te laten brengen.

En gelukkig begon Thelma binnen zachtjes te huilen en naar adem te happen, met haar ogen half gesloten. Ik ben gaan zitten, ben haar blijven observeren met de schrik om mijn hart, hopend dat het niet weer zou beginnen, maar durfde toen al een beetje geloven dat het ergste voorbij was. Ik had ze in elk geval nog even bij me en ze leek weer wat op het kindje dat ik kende.

En toen belde de politie terug en hebben ze me meteen met de 100 doorverbonden, die me vroegen om het hele verhaal te doen, maar al aan de telefoon konden horen dat ze weer bij bewustzijn was, omdat ze wat luider was beginnen te huilen. Oef. Ze gingen toch een ambulance sturen, wat ik alleen maar kon toejuichen. Kaat kon even haar auto gaan parkeren die ze midden op het kruispunt had laten staan, haar kindjes thuis gaan afzetten en mij assisteren. SIS-kaart, sleutels, portefeuille, dekentje voor Thelma, tot de ambulance er was.

Bernard ging gelukkig ook elk moment thuiskomen, even tussendoor, omdat er een gaatje in de tournee was. Hij belde toen Thelma net weer bij bewustzijn kwam en ik kon hem waarschuwen dat hij niet moest schrikken als hij een ambulance zou zien staan. De ambulance kwam aan, Kaat liet me achter in hun handen, en ik heb samen met de ambulanciers Thelma's koorts genomen en die was 38,1°. Niet erg hoog dus, maar koortsstuipen komen blijkbaar vooral als de koorts snel stijgt.

Vreemd wel, want ze leek bij de onthaalmoeder al koorts te hebben. Zou die dan gezakt zijn, om dan weer te stijgen? Geen idee. Thelma kreeg een dekentje om zich heen, want een jas is niet aangeraden bij koorts, en we klommen in de ambulance. Ze huilde de boel bijeen, wat raar is zei de ambulancier, omdat de meeste kindjes zo onder de indruk zijn van die speciale auto dat ze helemaal stil worden.

Thelma heeft nog veel gehuild. Ze haat een thermometer in haar poep en draait zich in duizend bochten om dat te vermijden, ze haat suppo's, ze haat een stethoscoop, ze haat dat oorkijkding, ze haat de spatel om in haar keel te kijken. Ze is meestal ontzettend moedig, maar daarvan wordt ze panisch. Zoals de meeste kindjes misschien, hoewel ze wel haar neus gedwee laat spoelen met fysiologisch water, ze maar heel even huilt als ze een spuitje heeft gekregen, nooit vreemd is geweest en ook niet echt bang is.

Een plakker krijgen nadat ze bloed hadden geprikt, vond ze dan wel weer fijn. De verpleger vroeg of ze een prinses wou, maar dat wou ze niet. Wat zijn dat trouwens, prinsessen? Ik vroeg of hij geen auto had, maar dat bleek er niet tussen te zitten. Winnie de Poeh dan weer wel, en dat was een voltreffer. Voor de eerste keer heb ik een Thelma gezien die glom van trots. En de rest van het verhaal vertel ik morgen.