Meestal slaapt ze na een verse luier en een fles meteen weer in, maar gisteren was dat niet het geval. 't Was voor haar ook weekend natuurlijk. Ik lag ongeveer anderhalf uur in bed na het lichtfestival en kon pas een dik uur later op de zetel beneden weer indommelen. Met Thelma aan mijn zijde, want vader begon vandaag aan een tournee en had zo mogelijk nog een grotere slaapachterstand.
Er zijn geen gegronde redenen te melden voor dat gewijzigd slaappatroon: geen ziekte, geen recente spuitjes, geen tandjes, geen lawaai. Wel een natte luier en honger -- al zou ik die honger volgens Het Grote Opvoedboek 's nachts moeten negeren. Vroeger werd ze ook al wakker van een volle Pamper, toen ik nog wegwerp gebruikte, maar blijkbaar zit ze bij de katoenen luiers nu ook aan haar limiet. Ik test dus volgende week wat dingen uit: haar melk 's avonds wat indikken, een superabsorberende nachtinlegger of een ander soort luier, en hopen dat ze weer bijdraait. Of gewoon dit bericht al schrijven, want zodra ik mijn observaties vereeuwig, geeft Thelma er weer een draai aan. Kwestie van het efemere karakter van de schriftelijke bronnen nog maar eens in de verf te zetten.
Als je een ding leert kennen met kinderen, dan zijn het wel de grenzen van de flexibiliteit. Kinderen hebben zelf regelmaat nodig, maar als tegenhanger geven ze je een portie onvoorspelbaarheid cadeau. Je weet nooit wat de nacht zal brengen, je weet nooit hoeveel tijd je krijgt tijdens een slaapje om eens echt aan iets door te werken, je kunt niet voorspellen of ze de groentenpap helemaal gaan opeten of liever links laten liggen. En dan is Thelma nog niet eens een keertje ziek geweest. Wie dus graag tegen de klok werkt om net die deadline voorbij te horen zoeven, kan er dus maar beter een paar uur aftrekken om de eindmeet niet te ver in het verleden te zien blinken.
En lieve lezer, dat ze onvoorspelbaar zou zijn, ook dat klopt niet helemaal, want je ziet aan haar oogjes dat ze moe is, je ziet aan haar vuistjes die in haar ogen wrijven dat ze naar bed wil, en je hoort aan haar gezeur dat het menens is. En je ziet aan haar glinsterende blik dat ze die fles wil, je hoort aan haar gretig gefluister dat ze nog wil en je krijgt het water in de mond als ze luid smakkend haar fruitpap eet. En als ze lacht ... dan is het een klein verliefd lachje dat je even doet smelten, een grote glimlach die je nog wat voort doet dansen, of een schaterlach die je nog eens van het muisje doet spelen dat langs de tenen over haar lijfje in haar nekje kruipt.


