Ik had eigenlijk niet meteen een idee waarover ik mijn mening eens passioneel of semi-professioneel zou verkondigen. Er staan al een paar overtuigingen op de blog:
hier en
hier en
hierzo, ik had nog wel een ideetje over
gegenderd speelgoed en het
schoonheidsideaal, maar een echte bevlogenheid zat daar voorlopig niet in. Tot ik vorige week de blog van
Bieke Purnelle ontdekte, waar veel interessants op te lezen valt, maar die me ook spontaan de oren deed spitsen. Ik ga met het meeste wat ze zegt akkoord, maar uiteraard niet met alles. Ah nee.
Eerst nog even dit: ik ben een verzoener, op elk vlak. Ik probeer koste wat het kost mensen met elkaar te verzoenen, brokken te lijmen, buren te doen opschieten, collega’s te sussen, studenten te verdedigen, soms tegen beter weten in. Vanwaar dat komt, weet ik niet. Mijn jeugd zeker? Alleen met mijn broer kon ik ruziemaken, omdat ik wist dat die band toch nooit verloren zou gaan en hij zich best wel kon verdedigen. En andere heerschappen genre Dirk Verhofstadt of Theodore Dalrymple kan ik rustig in hun ongelijk laten sudderen. Ik ben ook Moeder Theresa niet. En aanstellers (m/v) en roddelaars (m/v) kan ik sowieso niet luchten.
Maar ik heb dezelfde verzoenende neiging dus ook bij vrouwen en feministen. Aaargh! Vrouwen met elkaar verzoenen, laat staan feministen. Waar begin je in hemelsnaam aan? En wat heeft het voor zin? Want wat is een feministe anders dan een vrouw die ook nog eens met hand en tand haar eigen keuzes verdedigt en daar het liefst ook horden medestandsters voor wint? Of het nu cupcakes zijn of een carrière (ik gebruik de paradox bewust), gij zult vechten voor uw overtuiging! Het toppunt van een vrouw, met andere woorden, of je dat nu in goede of kwade zin duidt.
Vandaar dat ik mij niet kan inhouden als ik vind dat iemand onheus behandeld is die het op haar manier goed meent, als een overtuigde visie aangedikt is tot een karikatuur om ze makkelijker te kunnen ontkrachten. Reageren op fora doe ik al lang niet meer, want dat is je reinste tijdverlies en staat garant voor tonnen frustraties. Maar ik heb wel in blogland de feministische pornomaakster Jennifer Lyon Bell verdedigd tegen anti-porno-feministe Tikara, en ik vond Gita Deneckere oneerlijk aangepakt en wou dat toch even melden aan Bieke Purnelle. Wat ik vandaag nog even toelicht, als u het mij permitteert.
Het ging over thuisblijfmoeders versus kadervrouwen, over de huiselijke cocon versus topfuncties, over ‘luie en leeghoofdige loeders’ versus vrouwelijke academici, politici en ceo’s, met andere woorden: over verschillen tussen vrouwen en hun keuzes. Waarbij elke groep door de andere groep hun keuzes geminacht ziet, in woorden of in daden, en al dan niet terecht. Ik wil hier even pleiten voor vrijheid-blijheid, voor een kleine pauze om de situatie van de andere groep eens los van al die clichés te bekijken voor er allerlei vooroordelen in de strijd gegooid worden, voor de mogelijkheid dat ze misschien wel beide waardevol zijn en steun verdienen. Niet om het zogenaamd ultieme zusterschap te bepleiten, wel om het niet moeilijker te maken dan het is.
Ik kan de frustratie van thuisblijfmama’s volkomen begrijpen als hun gezinsvriendelijke werk thuis – maar vooral het maatschappelijk relevante vrijwilligerswerk dat ze ernaast verrichten – wordt verengd tot cupcakes bakken en nagels lakken, thuisblijven en nietsdoen,
the easy way out of niet willen wegen op de maatschappij. Dat hun keuzes als gemakzucht worden bestempeld in plaats van een alternatieve manier om maatschappelijke structuren te smeden door buurtwerk, integratie, ecologie, sociale cohesie, palliatieve zorg ...
Maar ik kan ook de frustraties begrijpen van vrouwen met een carrière. Vrouwen die professionele keuzes hebben gemaakt die henzelf en ook anderen gelukkig maken, en die andere vrouwen ongewild zien afhaken om hun plaats aan mindere mannen (boutade!) af te staan. Vrouwen die steeds weer te horen krijgen dat ze hun kinderen wellicht verwaarlozen, dat ze hun prioriteiten (status, geld of toch maar kinderen) niet op een rijtje hebben, dat ze meebouwen aan een kapitalistische mannenmaatschappij en als hamsters in het vrijemarktrad meedraaien zonder positieve impact op de wereld.
Het begrip dat cupcakemoeders (dichterlijke overdrijving!) niet krijgen van carrièremoeders is misschien heel vergelijkbaar met wat die laatsten niet krijgen van de thuisblijvers? Met dat verschil,
permettez-moi, dat vrouwen die het klassieke rollenpatroon willen volgen het misschien net iets makkelijker hebben om daarvoor te kiezen omdat het sociaal nog altijd meer aanvaard is? Of onderschat ik de tegenkanting die thuisblijfmoeders krijgen? Klopt het, zoals Verhaeghe stelt, dat hoogopgeleide ouders die radicaal voorrang geven aan hun ouderschap, vooral op hoongelach onthaald worden?
Kunnen we niet, om te beginnen theoretisch, beide opties voluit steunen zoals in Scandinavië? Langer ouderschapsverlof met daarna meer voltijds werkende vrouwen dan elders? En ondertussen het ene noch het andere verketteren of bombarderen tot het ware vrouw-zijn? Inzien dat tijd voor het gezin belangrijk is, maar werk toch ook wel een beetje? Dat loonarbeid niet per definitie jezelf afbeulen is onder het mom van zelfontplooiing en zelfmanagement? Dat je net door de combinatie van gezin, vrienden, vrije tijd én werk, of het betaald is of niet, jezelf leert kennen? En dat vrouwen niet meer dan mannen gedwongen zouden moeten worden om daartussen te kiezen?
Met dien verstande dat beide groepen moeders eigenlijk luxepaardjes zijn. Beide groepen kunnen zelf die keuzes maken, wat niet geldt voor vrouwen die noodgedwongen job en huishouden combineren, en geld hebben voor cupcakes noch nanny’s. Bieke Purnelle gaf dat zelf ook aan, maar schoof ondertussen Deneckere ideeën in de schoenen die volgens mij de hare niet zijn. Dat tegenstanders van kleuterinternaten (brrr) en nanny’s plots ouderwets, rechts en antifeministisch zouden zijn, was hoegenaamd niet wat Deneckere suggereerde.
Uiteraard weet Deneckere dat niet alle vrouwen topfuncties ambiëren, zich nanny’s kunnen veroorloven, of met hard werk en een goede planning een droomcarrière kunnen uitbouwen. Het ging er haar over dat de vrouwen die het kunnen en willen, die zonnefysica willen zijn of arts zonder grenzen, zich soms toch nog laten afschrikken door waanbeelden, sociale druk en de schrik dat hun kinderen onder hun carrière gaan lijden, niet andersom.
Ik denk trouwens ook niet dat kinderen per definitie liefde of aandacht tekort komen als hun moeder voltijds werkt en ’s avonds nog wat doorschrijft terwijl haar bloedjes in bed liggen, als papa voor het eten zorgt of oma hen van school afhaalt, als ze bij de beste onthaalmoeder ter wereld andere kindjes leren kennen. Net zoals ik ook niet denk dat de maatschappij eronder lijdt als moeders (maar ook vaders) uit de ratrace stappen, het kapitalisme in vraag stellen, vrijwilligerswerk doen, met hun stil verzet aangeven dat topfuncties niet per definitie maatschappelijk de meest relevante jobs zijn.
Ik heb altijd schrik dat het weer de moeders of vrouwen zijn die
aan het kortste eind gaan trekken. Geen betaald werk verrichten, geen
pensioen opbouwen en plots verlaten worden door je man. Wel betaald werk verrichten en met de neoliberale zonden van Israël overladen worden. Ik vind het frappant dat er net nu er meer vrouwen aan de slag zijn, stemmen opgaan dat onze maatschappij in een ethische crisis zit, al deel ik die analyse wel. Net nu er meer vrouwen in de politiek en het bedrijfsleven zitten, krijgen die sectoren minder aanzien. Net nu er meer vrouwelijk huisartsen en leerkrachten zijn, hebben die beroepen niet meer het prestige van weleer, al weet je natuurlijk niet wat de kip en het ei is.
Uiteraard moeten de zogenaamd vrouwelijke zorgtaken veel sterker gewaardeerd worden, maar tegelijk is niet elke topfunctie of voltijdse job maatschappelijk irrelevant en zijn er ook vrouwen die maatschappelijk relevante topfuncties bekleden. Het zou toch jammer zijn om daar de handen vanaf te trekken en dat enkel aan mannen over te laten? Om de aangeboren/opgedrongen neiging van sommige vrouwen om dat niet te durven ambiëren nog wat meer te stimuleren? Om vaders de zorgtaken (weer) uit handen te nemen?
***
En kunnen we dan meteen, nu we toch bezig zijn, ook stoppen met het feminisme enkel en alleen over te laten aan zelfverklaarde feministen als Badinter en Mees, en het zelf honderdvoudig opeisen, het op jouw voorwaarden toe-eigenen, omdat je er zelf ook wel een paar woordjes over kunt meespreken?
Feminisme heeft geen rechters of ultieme waarheden. Als feministen met een andere mening zich als feministe opwerpen en een forum krijgen, werp je dan met jouw mening ook als
feministe op, zonder het feminisme als geheel te gaan veroordelen. Een ander feminisme, maar even waar in jouw ogen.
Wellicht is dat voor de media iets te genuanceerd en houden veel journalisten nog meer van verbrande beha’s, sjakossengevechten en powervrouwen die de clichés tarten en de controverse voeden. Er zijn misschien niet evenveel feminismes als er vrouwen zijn, maar er zijn er ongetwijfeld meer dan de media opvoeren als het ware feminisme. Als het enige ware feminisme waar alle vrouwen zich eensgezind achter kunnen scharen bestond, waren we al lang allemaal feminist. Dan hadden we ook onder vrouwen niet langer discussies over quota, moederschapsrust, porno, de wil of onwil om dromen na te streven en talenten te benutten. En dan konden de clichés over kijvende wijven weer de stal in.
Meningsverschillen zijn er bij de vleet, mensen verschillen van elkaar, vrouwen evenzeer (dat toont de Wijvenweek als geen ander), maar als het over carrière, moederschap en feminisme gaat, worden vrouwen meteen als elkaars ergste vijand gezien. Waarom gebeurt dat niet bij mannen die van mening verschillen? Zijn dat ooit plots rollende boksers of kemphanen of speelt hun sekse daar geen rol? Stelt iemand ooit de vraag of een man wel onder een mannelijke baas kan werken? En waarom wordt het socialisme niet verketterd als twee socialisten plots een verschillende visie verkondigen?
Waarom worden verschillende visies op vrouw-zijn en moederschap en de keuzes die vrouwen moeten, kunnen of willen maken zo fel tegen elkaar afgezet, alsof vrouwen nooit overeen gaan komen? Moet er dan gekozen worden? Moet er overeen gekomen worden? Is er een ultieme waarheid die voor alle vrouwen moet gelden? Is het dat biologisch wonder dat vrouwen verdeelt en dat mannen naast zich neer kunnen leggen? Is het dat wat polariseert? Is het of-of, of kan het allebei?
Als je ervan uitgaat dat de argumenten voor onbezoldigd maatschappelijk werk de strijd voor quota verzwakken, dan kun je andere vrouwen met veel bombarie maar beter de mond snoeren. Als je ervan uitgaat dat de strijd tegen de ratrace niet gebaat is bij vrouwen die het glazen plafond ook belangrijk achten, kan je die strategisch ook maar beter een voetje lichten. Maar als je ervan uitgaat dat vrouwen verschillen in hun aspiraties en even veel vrijheid moeten hebben als mannen in dezelfde posities om voor hun keuzes te kunnen gaan, kan je toch maar beter geloven dat de waarheid in het midden ligt?
Dat vind ik in elk geval de beste optie: er zijn misschien gemiddelde verschillen tussen mannen en vrouwen, maar wat ben je individueel met die gemiddelden als je er zelf van afwijkt of van alles wat hebt? Er zijn volgens mij meer verschillen tussen vrouwen onderling, en uiteraard ook tussen mannen onderling. Er zijn vrouwen voor wie het moederschap ontzettend belangrijk is, maar er zijn er ook voor wie een goeie job, of die nu maatschappelijk relevant is of net het kapitalisme dient, van levensbelang is. En er zijn er nog veel meer voor wie het allebei belangrijk is, die niet willen kiezen en die zo goed mogelijk in staat moeten worden gesteld om het allebei te combineren.
Want wat zit niet allemaal tussen die uitersten? Zou het kunnen dat vrouwen die een carrière nastreven ook hun kinderen ontzettend graag zien? Dat zij die job niet alleen uitvoeren uit eigenbelang en uit verlangen naar een tweede hypotheek, suv of flatscreen, maar ook omdat hun man minder verdient, minder hard wil werken of meer zorgtaken wil opnemen? Of omdat zij op hun manier op de maatschappij willen wegen? En dan heb ik het alleen nog maar over witte middenklassevrouwen van een jaar of dertig, want als je andere perspectieven (klasse, leeftijd, etnie) erbij betrekt, krijg je nog veel meer dimensies.
En wat moet ik van mezelf dan denken als er zo gepolariseerd wordt? Dat ik een supervrouw ben? Ik dacht het niet. Ik ben bevallen zonder epidurale, heb borstvoeding gegeven, draagdoeken gebruikt, wasbare luiers, maar ik heb ook nog eens een A1-artikel afgewerkt toen Thelma pas drie weken was en gesolliciteerd toen ze acht weken was … Wat een anomalie moet ik wel niet zijn ...
Ik denk bovendien niet dat Thelma daar één greintje liefde minder om gekregen heeft en ik was er zelf nog blij mee ook. Uiteraard kan je het maatschappelijk belang van een academische carrière, of althans het begin daarvan, in vraag stellen. Maar door onder andere dat artikel zit ik vandaag nog op de plaats waar ik ook het onbetwist relevante onderdeel (namelijk onderwijs) nog kan uitvoeren, sta ik economisch op eigen benen en krijgt mijn dochter ’s avonds een blije mama te zien.
Mijn werk zit voorlopig nog in de fase waarin ik grotendeels zelf mag beslissen wat ik doe, waarin ik ook goed betaald word voor wat ik doe (typisch vrouwelijk om dat niet mee te rekenen in het hele plaatje), waar ik wat engagement in kwijt kan, waarin mijn verantwoordelijkheidsgevoel wordt aangesproken en mijn loyauteit groot is (de mosterd komt van bij Verhaeghe). Ik ga er alles aan proberen te doen om zo'n job te kunnen blijven uitoefenen, ook al moet ik er dan veel voor doen.
Want het hoger onderwijs evolueert ook naar een hyperconcurrentieel systeem waarin enkel productiviteit telt, waarvoor een meetsysteem is ontwikkeld (de befaamde A1's) en ik voornamelijk door kwalitatieve evaluaties word beoordeeld. Als ik wil blijven waar ik nu werk, zou ik me overigens moeten omscholen tot iemand die studenten kan klaarstomen voor het bedrijfsleven, terwijl ik mijn studenten vooral wil wijzen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en onder meer les geef over verborgen racisme, de genderproblematiek, het winstbejag van de media en het oorlogsdiscours in kranten.
***
Ik denk bij man-vrouwkwesties ook spontaan aan de schijnbare schizofrenie van Debora Ostrega, Maaike Neuville en anderen die er in interviews vaak prat op gaan dat ze zich beter amuseren met mannen dan vrouwen, die in de verf zetten dat ze even hard boeren en scheten kunnen laten, een libido hebben van hier tot in Tokyo, mannen onder tafel kunnen drinken en zich daarmee dus afzetten tegen vrouwen als groep.
Zij zijn zogezegd de uitzonderingen die de regel bevestigen dat vrouwen maar brave, gematigde moedertjes zijn. Ik vraag mij af hoe uitzonderlijk zij zijn, hoeveel mannen aan die clichés voldoen en wat dat zegt over de maatschappelijke waardering van clichématige mannelijkheid. Als dat is hoe je graag leeft, hoef je dat toch niet meteen als contrast met het ware, lees: ondergeschikte, vrouw-zijn voor te stellen, of als toonbeeld van de ware mannelijkheid?
Die karikaturen doen beide seksen onrecht aan. Als bron voor humor kunnen ze natuurlijk wel dienen, als je er dan echt iets grappigs mee zou doen. En ja, ik heb het tegen u, gij onnozele radiospot. Maar echt van dat binaire denken afstappen is blijkbaar nog altijd bijzonder moeilijk … De ene groep is zus, de andere zo. Er zijn wel wat uitzonderingen, maar structurele verschillen binnen één groep worden het liefst uitgevlakt en weggeredeneerd om de macht van het getal te laten doorwegen.
En toegegeven (maskers af, of zeg ik dat nu om indruk te maken?), ik heb zelf ook zo’n fase gehad waar ik de stoere toer opging om mijzelf zo’n beetje te bewijzen. Mannenpraat en vuile lollen verkopen, vlotjes leren parkeren, voorlopig motorrijbewijs behalen, volleyballen in een mannenploeg, badkamerwandje tegelen, de positie van AA Gent nauwgezet volgen, gyprocplafondje steken, pokeren, als eerste het koude water induiken, beamer feilloos in gang steken, zware dingen tillen, rood vlees eten, enzovoort. Alleen snel rijden heb ik altijd al immoreel gevonden. En roken vond ik net iets te evident als attribuut om indruk te maken of de stoere uit te hangen.
Ik wou de clichés ontkennen (schoenen, shoppen, chocolade, chicklit, romcoms) door andere clichés net te benadrukken, maar daarmee ga je natuurlijk voorbij aan de onderliggende waarheden die ons (m/v/i) in meer of mindere mate binden. Mijn visie nu is dat er plaats en appreciatie moet zijn voor een welverdiende mix van clichés, voor alle waarden achter de clichés, en bovendien nog los van de sekse die ze belichaamt. Dat zaken zoals ambitie, begrip, arbeid, humor en zorg ook op en top vrouwelijk of intrinsiek mannelijk kunnen zijn, geen voorrecht van vrouwen en ook geen dwangbuis voor mannen. En vice versa. Maar dat wist u natuurlijk al.
Idem voor meisjes die met auto’s spelen, moddergevechten houden, boomhutten maken: moeten zij meteen als halve jongens of ‘tomboys’ bestempeld worden, in plaats van gewoon rechtgeaarde meisjes te kunnen zijn? Het is ook écht eigen aan échte meisjes (maar misschien niet alle meisjes) om zulke dingen fijn te vinden, net zoals het ook echt eigen is aan meisjes en aan echte jongens om met poppen te spelen, of in een Ikeakeukentje koekjes te bakken. Zijn die jongens dan meteen ook minder echt? Verwijfd, te zacht voor deze wereld?
Nergens goed voor, als je ’t mij vraagt, dat hokjesdenken en die polarisering. ‘Feministen' zijn zus, 'echte vrouwen' zo, 'echte mannen' doen dit, de rest zijn watjes. Of daar moeten dringend nieuwe hokjes voor verzonnen worden: de ‘nieuwe man’, de ‘metroseksueel’, of laatst in De Standaard: ‘de nieuwe man is gewoon heel gewoon’. Stop eens met dat ‘echt’ en ‘onecht’, omarm de verschillen, aanbid de inconsequenties, laat mensen afwijken en evolueren, zo goed mogelijk hun wensen en noden ontdekken en probeer daar dan maatschappelijk en politiek de nodige ruimte voor te creëren. Dat denk ik zo. Maar ik kan mis zijn.