Onze onthaalmoeder is vandaag naar Mauritius vertrokken en Thelma heeft dus een maand vakantie. Ik moet nog twee weken werken, dus het is exclusieve papatijd voor Thelma. Niet te onderschatten, twee weken in je uppie een peuter enterainen, maar als we op vandaag afgaan, was het alvast bijzonder geslaagd. De patatjes waren niet echt een giller, maar dat is meestal zo de laatste tijd. Het dutje en de fruitsla waren wel heel welkom en het blitzbezoek bij Willeke was ook een voltreffer.
Tijdens haar slaapje heeft Bernard als volleerde huisman verse soep en een mediterraanse ovenschotel gemaakt, en vooraf is hij met haar inkopen gaan doen, dus het was heerlijk thuiskomen. Thelma heeft zich weer eens van haar beste kant laten zien, dus haar contraire fase is misschien weer even snel voorbij als die gekomen is (hoop doet leven). Ze vraagt nu 's morgens niet alleen: 'Goed geslaapt, papa? Goed geslaapt, mama?', maar ook sinds kort: 'Goed gedroomd, papa? Goed gedroomd, mama?'
En Bernard gaat de uitdaging aan om haar helemaal zindelijk te krijgen de volgende weken. Pamper uit, onderbroekje aan en een hele stapel broekjes die desgewenst 's avonds de wasmachine in vliegen. Ben heel benieuwd! Waarschijnlijk is het nu de korte pijn en doorbijten geblazen en moeten we haar voor de duidelijkheid ook geen pamper meer aandoen als we op stap gaan, al heb ik daar nog mijn twijfels over. Potje telkens meenemen of veel buiten op stap gaan en haar poepje in de wind laten waaien in hoge nood? Of voorkruipen als het echt heel dringend is?
vrijdag 29 juni 2012
maandag 25 juni 2012
Thelmataal (10): Contrair
Olala, de peuterpuberteit heeft zich doorgezet. Een hele tijd geleden had Thelma ook al wat last van de grenzen waar een peuter tegenaan botst, maar nu is het menens. Na haar geweldige ja-fase en haar ik-test-traag-uit-waar-de-grens-ligt-fase zitten we nu ongetwijfeld in de nee-fase. Die soms geruisloos overgaat in de ja/nee-fase: als ze maar contrair kan zijn!
'Temma nie soep!' en dat honderd keer herhalen als een mantra die haar in een colèrige trance brengt, met tranen en snottebellen en de hik, ook al zeggen wij dat soep niet hoeft en bieden we iets anders aan (dan is het plots 'Temma wel soep!', ogenblikkelijk gevolgd door 'Temma nie soep!'). De kom soep blijft in de buurt, want we weten dat ze vaak toch overstag gaat en de soep gretig naar binnen smikkelt na het eerste hapje. Desnoods tussen de hagelslag, a.k.a. 'slamuisjes', door.
Ik noem dat eerste hapje tegenwoordig het Pablo-hapje, want ze laat haar koppigheid meestal even varen als ik vraag: 'Een hapje voor Pablo?' en zij dan in opperste vervoering even haar kwellingen vergeet. Daarna volgen, als het goed gaat, nog het Willeke-hapje, het oma-hapje, het opa-hapje, het pepe-Sam-hapje, het papa-hapje maar niet het mama-hapje, het Ramon-hapje, het Louise-hapje, het Mira-hapje, u kent het wel.
Ze is niet voor enige rede vatbaar als ze zo'n peutercrisis krijgt. Laat zich op de grond zakken, rolt heen en weer, roept alle peutergoden aan, strekt zich als een plank in je armen, wil zich desnoods van het verzorgingskussen gooien en huilt hartverscheurend. Supermarktscènes dus. Niets helpt, behalve laten uitrazen, maar het ging telkens zo crescendo dat een van ons tweeën toch spontaan ingreep. Of probeerde.
Haar stevig vastnemen en zachtjes wiegen helpt niet. Een liedje zingen helpt niet. Tegen haar praten helpt niet. Uitleg wil ze hoegenaamd niet horen, ook al weet ik dat ze die zou begrijpen. In de hoek al helemaal niet, daar beginnen we zelfs niet aan. In de gang vind ik te zielig. Radicaal afleiden, genre 'oh kijk daar!', is het enige wat helpt, maar ik vraag me af hoelang dat gaat duren ... Ik kijk al uit naar de waarom-fase!
Gisterenavond was het omdat we haar windpokken wilden aanstippen, ervoor omdat Bernard vond dat ze al te veel choco had gegeten 's ochtends en het tijd was voor soep, vanavond omdat ik haar wou wassen en haar pyjama wou aantrekken, daarna ook even omdat ze op het potje moest voor haar dagelijkse knol die ongetwijfeld stond te dringen, en zo gaat het maar door. 't Ging ook van 'nie oma opa' toen we haar gisteren afzetten bij mijn ouders, van 'nie Pasja' toen we naar de onthaalmoeder reden.
Ze is natuurlijk ook een beetje uit de haak door haar windpokken en haar onderbroken nachten, maar al bij al vallen haar windpokken erg goed mee. Een tiental op haar hoofd, en op haar gezicht een aantal bovenaan, onderaan, kleintjes rond haar neusje en oren. Ook een tiental op haar poep, wat op haar rug, vier op haar handjes ... Niet zoals de horrorverhalen van kindjes die bezaaid zijn tot op hun gehemelte, tong en voetjes toe.
En ze kan ook zo ontzettend empathisch zijn voor haar leeftijd. Ze kan met grote ogen zeggen 'Baby weent' als er een kleintje huilt of 'vogetjes nat ewordet' (= geworden) als het regent. Ze zegt 'papa top!' (stop) en daarna 'mama top!' als we discussiëren aan tafel, maar ze gaat ook verder. Donderdag zat ze met mijn moeder in de zetel toen mijn moeder vroeg: 'zit je gemakkelijk?' en Thelma antwoordde: 'Oma ook emakkelijk?' Of 's ochtends, out of the blue: 'Papa goed geslaapt?'
En 's avonds van 't zelfde aan tafel: 'mama lekker?', 'pepe Sam lekker?', 'papa lekker?', 'opa lekker?', 'oma lekker?', 'Tante Lien lekker?' En ze zegt ook plots lief-vragend 'mamaatjeuh' en 'papaatjeuh', naar analogie van 'Thelmaatje'. Geweldig vind ik dat, zo'n zichzelf-opvoedend kind. Ze zegt haast elke keer spontaan 'dank u' als ze iets krijgt van ons, ook al hebben we haar dat niet aangeleerd. Alleen die anger management, die moet ze nog wat beter onder de knie krijgen.
'Temma nie soep!' en dat honderd keer herhalen als een mantra die haar in een colèrige trance brengt, met tranen en snottebellen en de hik, ook al zeggen wij dat soep niet hoeft en bieden we iets anders aan (dan is het plots 'Temma wel soep!', ogenblikkelijk gevolgd door 'Temma nie soep!'). De kom soep blijft in de buurt, want we weten dat ze vaak toch overstag gaat en de soep gretig naar binnen smikkelt na het eerste hapje. Desnoods tussen de hagelslag, a.k.a. 'slamuisjes', door.
Ik noem dat eerste hapje tegenwoordig het Pablo-hapje, want ze laat haar koppigheid meestal even varen als ik vraag: 'Een hapje voor Pablo?' en zij dan in opperste vervoering even haar kwellingen vergeet. Daarna volgen, als het goed gaat, nog het Willeke-hapje, het oma-hapje, het opa-hapje, het pepe-Sam-hapje, het papa-hapje maar niet het mama-hapje, het Ramon-hapje, het Louise-hapje, het Mira-hapje, u kent het wel.
Ze is niet voor enige rede vatbaar als ze zo'n peutercrisis krijgt. Laat zich op de grond zakken, rolt heen en weer, roept alle peutergoden aan, strekt zich als een plank in je armen, wil zich desnoods van het verzorgingskussen gooien en huilt hartverscheurend. Supermarktscènes dus. Niets helpt, behalve laten uitrazen, maar het ging telkens zo crescendo dat een van ons tweeën toch spontaan ingreep. Of probeerde.
Haar stevig vastnemen en zachtjes wiegen helpt niet. Een liedje zingen helpt niet. Tegen haar praten helpt niet. Uitleg wil ze hoegenaamd niet horen, ook al weet ik dat ze die zou begrijpen. In de hoek al helemaal niet, daar beginnen we zelfs niet aan. In de gang vind ik te zielig. Radicaal afleiden, genre 'oh kijk daar!', is het enige wat helpt, maar ik vraag me af hoelang dat gaat duren ... Ik kijk al uit naar de waarom-fase!
Gisterenavond was het omdat we haar windpokken wilden aanstippen, ervoor omdat Bernard vond dat ze al te veel choco had gegeten 's ochtends en het tijd was voor soep, vanavond omdat ik haar wou wassen en haar pyjama wou aantrekken, daarna ook even omdat ze op het potje moest voor haar dagelijkse knol die ongetwijfeld stond te dringen, en zo gaat het maar door. 't Ging ook van 'nie oma opa' toen we haar gisteren afzetten bij mijn ouders, van 'nie Pasja' toen we naar de onthaalmoeder reden.
Ze is natuurlijk ook een beetje uit de haak door haar windpokken en haar onderbroken nachten, maar al bij al vallen haar windpokken erg goed mee. Een tiental op haar hoofd, en op haar gezicht een aantal bovenaan, onderaan, kleintjes rond haar neusje en oren. Ook een tiental op haar poep, wat op haar rug, vier op haar handjes ... Niet zoals de horrorverhalen van kindjes die bezaaid zijn tot op hun gehemelte, tong en voetjes toe.
En ze kan ook zo ontzettend empathisch zijn voor haar leeftijd. Ze kan met grote ogen zeggen 'Baby weent' als er een kleintje huilt of 'vogetjes nat ewordet' (= geworden) als het regent. Ze zegt 'papa top!' (stop) en daarna 'mama top!' als we discussiëren aan tafel, maar ze gaat ook verder. Donderdag zat ze met mijn moeder in de zetel toen mijn moeder vroeg: 'zit je gemakkelijk?' en Thelma antwoordde: 'Oma ook emakkelijk?' Of 's ochtends, out of the blue: 'Papa goed geslaapt?'
En 's avonds van 't zelfde aan tafel: 'mama lekker?', 'pepe Sam lekker?', 'papa lekker?', 'opa lekker?', 'oma lekker?', 'Tante Lien lekker?' En ze zegt ook plots lief-vragend 'mamaatjeuh' en 'papaatjeuh', naar analogie van 'Thelmaatje'. Geweldig vind ik dat, zo'n zichzelf-opvoedend kind. Ze zegt haast elke keer spontaan 'dank u' als ze iets krijgt van ons, ook al hebben we haar dat niet aangeleerd. Alleen die anger management, die moet ze nog wat beter onder de knie krijgen.
donderdag 21 juni 2012
Hypochonder
Ik dus. Ik heb nog drie windpokken-in-wording gespot op mijn buik, ik heb nog talloze ogenschijnlijke windpokken-in-spe gevonden op mijn rug, maar ik kan mezelf officieel windpokkenvrij verklaren, want behalve psychosomatische jeuk en rode vlekken voor mijn ogen was er uiteindelijk toch niet echt iets te zien. Houden zo!
Onze pasfoto's zijn dus eindelijk genomen, mijn reispas is aangevraagd, Bernards nieuwe identiteitskaart is aangevraagd want die zou verlopen in oktober, en zodra hij nu een 'attest verlies' te pakken heeft bij de politie, kan hij zijn reispas ook aanvragen. De pasfoto's voor de reispas van Thelma zijn begrijpelijkerwijs weer eventjes uitgesteld ...
Onze pasfoto's zijn dus eindelijk genomen, mijn reispas is aangevraagd, Bernards nieuwe identiteitskaart is aangevraagd want die zou verlopen in oktober, en zodra hij nu een 'attest verlies' te pakken heeft bij de politie, kan hij zijn reispas ook aanvragen. De pasfoto's voor de reispas van Thelma zijn begrijpelijkerwijs weer eventjes uitgesteld ...
woensdag 20 juni 2012
Windpokken
Hupla, Thelma heeft de windpokken. Ze was er al een paar keer aan ontsnapt toen haar nichtje Louise geveld was en heeft twee rondes bij de onthaalmoeder overgeslagen, maar nu is het menens. Ik zag een gestipte paddenstoel op me af komen vandaag en wist hoe laat het was. Ik weet meteen ook waarom ze de voorbije tien dagen bijna elke nacht wakker is geworden. Onder andere, want waarschijnlijk is het een samenloop van kwaaltjes en een willetje dat zich steeds feller doorzet.
Woensdagnacht weer concert, donderdagochtend opgestaan met een gigasnotneus, donderdagnacht idem, vrijdag niet, want toen was er weer een babysit en die moest studeren, dus oogjes dicht en snaveltjes toe. Zaterdagnacht koos ze voor feest van vijf tot zes, toen ik zelf nog maar even in bed lag, mooi geregeld dus, en maandagavond was het schaapje tot middernacht wakker met oor- en oor- en oorpijn.
En alsof zij al niet zielig genoeg is ten huize Olijfje, heb ik vanmorgen twee blaasjes in mijn nek ontdekt. Aaargh, hopelijk overdrijf ik. Maar aaargh nog aan toe, windpokken! Vanmorgen dacht ik aan een vervelende mug die in mijn haar was gekropen om op een plek te steken die nog nooit bestookt was. Vanmiddag dacht ik: Tiens, twee muggenbeten boven elkaar, vreemd. Vanavond dacht ik: Och mijn lieveke, hopelijk zijn je pokjes een beetje te doen. En daarna bekroop mij de gedachte: Aaargh. Aaargh!Muggenbeten. Blaasjes. Nee, niet nu, niet hier!
Ik heb meteen naar mijn ouders gebeld of ik de windpokken al gehad heb, want foto's zijn er niet, maar geen van beiden kon het mij met zekerheid vertellen. Ik zal nu dus nog maar wat overdrijven, over hoe weinig tijd ik heb om ziek te zijn op het einde van het academiejaar, hoe weinig zin ik heb in windpokken over heel mijn lijf, hoe zeer ik de hemeltergende jeuk vrees, hoe ongeschonden ik moet zijn voor de pasfoto's die we nog veel dringender dan drie weken geleden moeten laten nemen. Om dan morgen opgelucht te kunnen vertellen dat ik een hypochonder ben en er allemaal niets van aan is. Uiteraard.
Temma wil niet. Temma wil niet slapen. Temma grote bed. Temma flesje. Temma pipi kaka potje. Temma boekje leesse. Temma puusje (puzzel) maken. Mama nie aaien. Mama liedje zingen. Mama nie liedje zingen.Eerst dacht ik dat ze haar hele slaaproutine kwijt was, omdat ze haar middagdut had overgeslagen toen we op zaterdag naar het Magritte Museum waren geweest en ze 's avonds pas om tien uur de slaap kon vatten, maar zondagnacht was het ook van dat: zingen, babbelen, roepen en na een dik uur uiteindelijk huilen. Maandagnacht was het huilen en toch weer indommelen, dinsdag niets, want toen was er een babysit, en ja, dan doet men dat niet.
Woensdagnacht weer concert, donderdagochtend opgestaan met een gigasnotneus, donderdagnacht idem, vrijdag niet, want toen was er weer een babysit en die moest studeren, dus oogjes dicht en snaveltjes toe. Zaterdagnacht koos ze voor feest van vijf tot zes, toen ik zelf nog maar even in bed lag, mooi geregeld dus, en maandagavond was het schaapje tot middernacht wakker met oor- en oor- en oorpijn.
En alsof zij al niet zielig genoeg is ten huize Olijfje, heb ik vanmorgen twee blaasjes in mijn nek ontdekt. Aaargh, hopelijk overdrijf ik. Maar aaargh nog aan toe, windpokken! Vanmorgen dacht ik aan een vervelende mug die in mijn haar was gekropen om op een plek te steken die nog nooit bestookt was. Vanmiddag dacht ik: Tiens, twee muggenbeten boven elkaar, vreemd. Vanavond dacht ik: Och mijn lieveke, hopelijk zijn je pokjes een beetje te doen. En daarna bekroop mij de gedachte: Aaargh. Aaargh!
Ik heb meteen naar mijn ouders gebeld of ik de windpokken al gehad heb, want foto's zijn er niet, maar geen van beiden kon het mij met zekerheid vertellen. Ik zal nu dus nog maar wat overdrijven, over hoe weinig tijd ik heb om ziek te zijn op het einde van het academiejaar, hoe weinig zin ik heb in windpokken over heel mijn lijf, hoe zeer ik de hemeltergende jeuk vrees, hoe ongeschonden ik moet zijn voor de pasfoto's die we nog veel dringender dan drie weken geleden moeten laten nemen. Om dan morgen opgelucht te kunnen vertellen dat ik een hypochonder ben en er allemaal niets van aan is. Uiteraard.
maandag 18 juni 2012
Knust
Ik weet dat er drie slangen opstaan, daar linksboven in het blauw, en dat ik heel verrast was toen ze vertelde wat dat blauw daaronder met die cirkels en die puntjes was, maar ik weet het begot niet meer. Ik heb me al sufgepiekerd of het nu een mossel of een huis was, maar eigenlijk weet ik dat het geen van beiden was. Vermoedelijk dan toch een poes.
Eronder ziet u zonder enige twijfel een grijnzende vis, al sta ik het publiek toe om van een toevalstreffer te spreken, en ernaast bevindt zich een bloemenveld met enkele welriekende exemplaren in het groen en oranje. En nu ik wat beter kijk, zie ik onderaan in het geel ook nog een huppelend paard op twee benen. Cy Twombly verbleekt erbij.
Eronder ziet u zonder enige twijfel een grijnzende vis, al sta ik het publiek toe om van een toevalstreffer te spreken, en ernaast bevindt zich een bloemenveld met enkele welriekende exemplaren in het groen en oranje. En nu ik wat beter kijk, zie ik onderaan in het geel ook nog een huppelend paard op twee benen. Cy Twombly verbleekt erbij.
vrijdag 8 juni 2012
Omavis
We gaan dus naar Zuid-Afrika. De laatste handtekening is binnen, de vluchten zijn geboekt: 27 augustus om precies te zijn! Ons huis is bijna verhuurd, we wachten vol spanning op een stekje daar, het project is geschreven, de contacten zijn gelegd. Ik moet nog heel wat vooronderzoek doen, maar daar is voorlopig geen tijd voor. Ah neen, 't is superdruk op het werk met masterproeven, bachelorproeven, examens, een bundel die ik afwerk, een drukproef en doctoraat die wachten om gelezen te worden, een cursus die ik aan een collega moet doorgeven, en twee artikels die ik nog wil schrijven.
En naast dat eindejaarswerk, het huisverhuren en vluchtenboeken door, moeten we dringend pasfoto's laten maken voor onze paspoorten en visa, wat de voorbije tien dagen absoluut niet kon. Omdat ik met een kanjer van een blauw oog rondloop ... Volleybal in een mannenploeg: niet altijd even elegant. Ik was eigenlijk ook al van het veld, maar sprong nog even in voor een geblesseerde teamgenoot - met een elleboogstoot tot gevolg. Na die pasfoto's moeten we dringend naar de dokter voor intentingen, een medische check-up, radiologie van de longen, om nog niet te spreken over het bewijs van maandelijks inkomen, goed gedrag en zeden, ziekteverzekering, ... Noem maar op.
Voor Thelma is het nog helemaal onbekend terrein. We spreken al eens over Zuid-Afrika, maar wat zou ze zich daarbij voorstellen? We zeggen haar dat we met het vliegtuig gaan, maar ze kent voorlopig enkel auto en fiets. We hebben nog geen foto's getoond, omdat we ook nog niet weten waar we gaan wonen, en omdat drie maanden voor zo'n kind nog een eeuwigheid is. Ook over de opvang hebben we nog geen nieuws. Bernard is er om voor haar te zorgen tot we iets supergoeds en heel betrouwbaars hebben gevonden waar ze zich echt thuis voelt. Wellicht maar voor twee à drie dagen, zodat het ook voor haar iets speciaals wordt.
En voor daarna twijfelen we ook nog. Allez, ik toch. Eigenlijk mag ze naar school als we terug zijn, maar wordt dat niet veel ineens? Terug uit Zuid-Afrika en meteen weer aanpassen aan een nieuwe omgeving? Ik dacht aanvankelijk om haar nog een maandje naar de onthaalmoeder te laten gaan, omdat ze daar zo content is, maar iemand zei me onlangs dat ze ook daar weer zal moeten wennen, en dan een maand later weer moet veranderen. Hmm. Wat zouden jullie doen? We hoeven natuurlijk ook niet meteen te beslissen en kunnen nog wat afwachten tot we weten wat ze van Zuid-Afrika vindt, maar we moeten natuurlijk wel de onthaalmoeder en de school op tijd op de hoogte brengen.
Voorlopig speelt alles zich voor haar nog in het hier en nu af. Luid roepen dat ze een meisje is en ondertussen een megaboer laten, tot grote hilariteit van ons tweeën en tot haar eigen stijgende verbazing, of lezen met oma in een boekje, en bij het kleine visje zeggen 'Temmavis', bij de grotere vis 'mamavis', en bij de walvis ... 'omavis'! Tot licht ongenoegen van mijn moeder uiteraard ...
En naast dat eindejaarswerk, het huisverhuren en vluchtenboeken door, moeten we dringend pasfoto's laten maken voor onze paspoorten en visa, wat de voorbije tien dagen absoluut niet kon. Omdat ik met een kanjer van een blauw oog rondloop ... Volleybal in een mannenploeg: niet altijd even elegant. Ik was eigenlijk ook al van het veld, maar sprong nog even in voor een geblesseerde teamgenoot - met een elleboogstoot tot gevolg. Na die pasfoto's moeten we dringend naar de dokter voor intentingen, een medische check-up, radiologie van de longen, om nog niet te spreken over het bewijs van maandelijks inkomen, goed gedrag en zeden, ziekteverzekering, ... Noem maar op.
Voor Thelma is het nog helemaal onbekend terrein. We spreken al eens over Zuid-Afrika, maar wat zou ze zich daarbij voorstellen? We zeggen haar dat we met het vliegtuig gaan, maar ze kent voorlopig enkel auto en fiets. We hebben nog geen foto's getoond, omdat we ook nog niet weten waar we gaan wonen, en omdat drie maanden voor zo'n kind nog een eeuwigheid is. Ook over de opvang hebben we nog geen nieuws. Bernard is er om voor haar te zorgen tot we iets supergoeds en heel betrouwbaars hebben gevonden waar ze zich echt thuis voelt. Wellicht maar voor twee à drie dagen, zodat het ook voor haar iets speciaals wordt.
En voor daarna twijfelen we ook nog. Allez, ik toch. Eigenlijk mag ze naar school als we terug zijn, maar wordt dat niet veel ineens? Terug uit Zuid-Afrika en meteen weer aanpassen aan een nieuwe omgeving? Ik dacht aanvankelijk om haar nog een maandje naar de onthaalmoeder te laten gaan, omdat ze daar zo content is, maar iemand zei me onlangs dat ze ook daar weer zal moeten wennen, en dan een maand later weer moet veranderen. Hmm. Wat zouden jullie doen? We hoeven natuurlijk ook niet meteen te beslissen en kunnen nog wat afwachten tot we weten wat ze van Zuid-Afrika vindt, maar we moeten natuurlijk wel de onthaalmoeder en de school op tijd op de hoogte brengen.
Voorlopig speelt alles zich voor haar nog in het hier en nu af. Luid roepen dat ze een meisje is en ondertussen een megaboer laten, tot grote hilariteit van ons tweeën en tot haar eigen stijgende verbazing, of lezen met oma in een boekje, en bij het kleine visje zeggen 'Temmavis', bij de grotere vis 'mamavis', en bij de walvis ... 'omavis'! Tot licht ongenoegen van mijn moeder uiteraard ...
donderdag 31 mei 2012
Mama tout!
Om Thelma naar de onthaalmoeder te brengen, moeten we altijd het water kruisen. Omrijden kan ook, maar dat is een route waar je triest van wordt. Het fijne alternatief is een spoorwegbrug waar links en rechts voetgangers en fietsers kunnen lopen en fietsen. Kunnen, schrijf ik, want aan elke kant staat een verbodsbord, vier in totaal. Een of andere stupide anomalie, want als daar geen fietser of voetganger mag passeren, wat dan in hemelsnaam wel? Reeën of padden misschien tijdens de grote oversteek van het industrieterrein aan de ene kant naar de woonwijk aan de andere kant?
Soit. De spoorwegbrug met voet- en fietspad kan bijtijds ook wel eens negentig graden draaien om fraaie plezierboten en volgeladen vrachtschepen door te laten. Het eerstvolgende tijdstip waarop die brug voor een kwartiertje kan opengaan als er boten in de buurt zijn, staat altijd netjes aangegeven op een LED-lichtbord. Het water wordt niet erg druk bevaren, dus je moet al geluk hebben om een boot in actie te zien. Maar afgelopen dinsdag was het dus van dat.
Ik reed enigszins gehaast met Thelma langs het water, zag een boot liggen, keek snel naar het LED-bord, zag dat ik nog een volle vijf minuten had voor iets wat amper een halve minuut duurt, trapte wat harder op mijn pedalen, hoorde toen het geluidssignaal, met name een bel en luid gezoem, ondersteund door oranje knipperlichten, zag het fiets- en voetgangerslicht nog net op rood springen om aan te geven dat het menens was, maar dacht toch: 'dat haal ik wel'.
Ah ja. Ik had nog vijf minuten voor de brug zou opengaan. Ik was met de fiets. Ik reed gezwind. Maar neen. Het exacte tijdstip telt niet. Het geluidssignaal betekent 'stop', ook al is het licht nog groen. Een trage voetganger die het rode licht niet meer ziet, moet zijn plan maar trekken onderweg, en met snelle fietsers wordt al helemaal geen rekening gehouden.
En zo kwam het dat ik toch nog de brug opreed. En tijdens mijn flitsende actie het metalen poortje aan de overzijde zag dichtdraaien. Oeps. 't Is zo'n poortje waar geen fiets tussen past, en al zeker niet met een kind achterop. En toen ik omkeek, zag ik het metalen poortje aan de overkant ook dichtdraaien. Nogmaals oeps. Toch niet zo slim van mij, bij nader inzien. En hoewel ik al stilletjes uitkeek naar een bescheiden avontuur op een draaiende brug die perfect horizontaal zou blijven, een stevige reling had langs weerszijden en erop gebouwd was om een volledige trein te kunnen dragen, speelde mijn moederlijke schuldgevoel toch wat op.
Gelukkig was er vlak voor het poortje een grote betonnen boord waar ik mijn fiets netjes op kon dwarsen. Er was zelfs nog plaats voor een tweede fiets, mocht er nog iemand dezelfde onzalige oversteekdrang hebben gehad. De bel ging ondertussen nog steeds en het luide gezoem ook. Ik zei tegen Thelma dat we niet door konden en dus even moesten wachten tot de brug open en weer dicht was en het poortje ons opnieuw door zou laten.
Ook best spannend, want we zouden dat hele brug- en bootgebeuren van héél dichtbij meemaken. Thelma zat stevig in haar fietsstoel, de zon scheen, de vogeltjes floten, het alarm ging, en ik hield de fiets stevig vast. De brug zou iets omhoog gaan, rustig draaien, en kon ons op geen enkele manier raken. We zouden weliswaar vlak aan het water staan zonder reling, maar dat is langs het kanaal ook zo. En in nood zou ik wel over het poortje klimmen en Thelma uit de fietsstoel hijsen. Piece of cake, alles onder controle.
Maar dat was allemaal buiten Big Brother gerekend. Ik hoorde een mannenstem door een luidspreker en zag in mijn verbeelding de (vaste) camera's in mijn richting draaien. De stem gaf strenge bevelen, alleen kon ik die voor geen meter verstaan omdat het geluidssignaal vlakbij veel sterker was. Ik deed teken naar de camera's in de lucht dat ik er niets van verstond en hield mij van de domme. Ik zou gewoon wachten met Thelma tot het over was en legde haar nog eens uit wat er aan de hand was. Maar toen was er weer die strenge stem met zijn onbegrijpelijke bevelen, die klonken als een rockzanger onder water die zijn micro opat. Verloren moeite dus.
Tot ik zag dat het metalen poortje aan de overkant weer open was. Aan de overkant, want burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet beloond worden. Ik draaide dus mijn fiets in de juiste richting, reed gezwind maar licht beschaamd naar de overkant, en besloot om mij snel uit de voeten te maken. Het fietspad af, de Muidebrug over, de Muidepoort door, het Neuseplein af, de brug over de Nieuwe Vaart over, de Wiedauwkaai af, om Big Brother met zijn opzichtige camera's, flutluidsprekers en belachelijke geluidssignaal voorbij te rijden, terwijl het plezierbootje en het lange vrachtschip elkaar net kruisten. 'Mama is een beetje stout geweest', zei ik tegen Thelma, en dat heeft ze die dag nog een paar keer in mijn soep gedraaid.
Soit. De spoorwegbrug met voet- en fietspad kan bijtijds ook wel eens negentig graden draaien om fraaie plezierboten en volgeladen vrachtschepen door te laten. Het eerstvolgende tijdstip waarop die brug voor een kwartiertje kan opengaan als er boten in de buurt zijn, staat altijd netjes aangegeven op een LED-lichtbord. Het water wordt niet erg druk bevaren, dus je moet al geluk hebben om een boot in actie te zien. Maar afgelopen dinsdag was het dus van dat.
Ik reed enigszins gehaast met Thelma langs het water, zag een boot liggen, keek snel naar het LED-bord, zag dat ik nog een volle vijf minuten had voor iets wat amper een halve minuut duurt, trapte wat harder op mijn pedalen, hoorde toen het geluidssignaal, met name een bel en luid gezoem, ondersteund door oranje knipperlichten, zag het fiets- en voetgangerslicht nog net op rood springen om aan te geven dat het menens was, maar dacht toch: 'dat haal ik wel'.
Ah ja. Ik had nog vijf minuten voor de brug zou opengaan. Ik was met de fiets. Ik reed gezwind. Maar neen. Het exacte tijdstip telt niet. Het geluidssignaal betekent 'stop', ook al is het licht nog groen. Een trage voetganger die het rode licht niet meer ziet, moet zijn plan maar trekken onderweg, en met snelle fietsers wordt al helemaal geen rekening gehouden.
En zo kwam het dat ik toch nog de brug opreed. En tijdens mijn flitsende actie het metalen poortje aan de overzijde zag dichtdraaien. Oeps. 't Is zo'n poortje waar geen fiets tussen past, en al zeker niet met een kind achterop. En toen ik omkeek, zag ik het metalen poortje aan de overkant ook dichtdraaien. Nogmaals oeps. Toch niet zo slim van mij, bij nader inzien. En hoewel ik al stilletjes uitkeek naar een bescheiden avontuur op een draaiende brug die perfect horizontaal zou blijven, een stevige reling had langs weerszijden en erop gebouwd was om een volledige trein te kunnen dragen, speelde mijn moederlijke schuldgevoel toch wat op.
Gelukkig was er vlak voor het poortje een grote betonnen boord waar ik mijn fiets netjes op kon dwarsen. Er was zelfs nog plaats voor een tweede fiets, mocht er nog iemand dezelfde onzalige oversteekdrang hebben gehad. De bel ging ondertussen nog steeds en het luide gezoem ook. Ik zei tegen Thelma dat we niet door konden en dus even moesten wachten tot de brug open en weer dicht was en het poortje ons opnieuw door zou laten.
Ook best spannend, want we zouden dat hele brug- en bootgebeuren van héél dichtbij meemaken. Thelma zat stevig in haar fietsstoel, de zon scheen, de vogeltjes floten, het alarm ging, en ik hield de fiets stevig vast. De brug zou iets omhoog gaan, rustig draaien, en kon ons op geen enkele manier raken. We zouden weliswaar vlak aan het water staan zonder reling, maar dat is langs het kanaal ook zo. En in nood zou ik wel over het poortje klimmen en Thelma uit de fietsstoel hijsen. Piece of cake, alles onder controle.
Maar dat was allemaal buiten Big Brother gerekend. Ik hoorde een mannenstem door een luidspreker en zag in mijn verbeelding de (vaste) camera's in mijn richting draaien. De stem gaf strenge bevelen, alleen kon ik die voor geen meter verstaan omdat het geluidssignaal vlakbij veel sterker was. Ik deed teken naar de camera's in de lucht dat ik er niets van verstond en hield mij van de domme. Ik zou gewoon wachten met Thelma tot het over was en legde haar nog eens uit wat er aan de hand was. Maar toen was er weer die strenge stem met zijn onbegrijpelijke bevelen, die klonken als een rockzanger onder water die zijn micro opat. Verloren moeite dus.
Tot ik zag dat het metalen poortje aan de overkant weer open was. Aan de overkant, want burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet beloond worden. Ik draaide dus mijn fiets in de juiste richting, reed gezwind maar licht beschaamd naar de overkant, en besloot om mij snel uit de voeten te maken. Het fietspad af, de Muidebrug over, de Muidepoort door, het Neuseplein af, de brug over de Nieuwe Vaart over, de Wiedauwkaai af, om Big Brother met zijn opzichtige camera's, flutluidsprekers en belachelijke geluidssignaal voorbij te rijden, terwijl het plezierbootje en het lange vrachtschip elkaar net kruisten. 'Mama is een beetje stout geweest', zei ik tegen Thelma, en dat heeft ze die dag nog een paar keer in mijn soep gedraaid.
vrijdag 25 mei 2012
Vreemd
Thelma is nog nooit vreemd of eenkennig geweest: niet rond de gebruikelijke negen maanden, niet ervoor, niet erna. Tot nu. Maandag- en dinsdagochtend kwamen we bij de onthaalmoeder en klampte ze zich vast aan mijn benen. Toen haar lievelings-Patricia zei: 'Dag Thelma!', antwoordde ze verongelijkt: 'Nie Pemma'. Ik vroeg wie ze dan wel was, en ze zei: 'Ouisje'. En de volgende dag hetzelfde: 'Nie Pemma. Ouisje.' Patricia moest haar van me overnemen en ik moest me vlug uit de voeten maken, of het werd een scène uit de boekjes die het moederhart verscheurt.
Ook voor onze babysit Melis, die ze al maanden kent, had ze geen genade. Ze snelde niet naar de deur om open te doen, ze kroop weg toen ze binnenkwam en het heeft heel lang geduurd voor ze haar een blik gunde. Gelukkig hadden we ons wekelijkse filmavondje geruild voor een terrasje en konden we dus blijven zitten tot het ijs weer een beetje gebroken was. Maar toen we kordaat onze fietsen namen uit de tuin, kwamen er toch traantjes aan te pas. Ik heb nog aan de andere kant van de tuinmuur gewacht tot ik hoorde dat het goed was, maar ik zat toch met de kriebels. En dat terwijl Thelma ons vroeger haast geen blik waard achtte toen er een babysit kwam!
We hebben gelukkig een heel laconieke babysit. Ze heeft Thelma gewoon wat laten doen tot ze vanzelf weer binnenkwam. Of dat uit onhandigheid of intuïtief aanvoelen was, weet ik niet. Een ideale strategie was het wel, want aandringen heeft geen zin. Nieuw was ook dat Thelma op het potje gaat voor ze gaat slapen en *elke* avond een knol legt in de strijd tegen haar gebruikelijke constipatie. Ik wist niet of ze dat met de babysit ook zou doen, maar het droge, licht gegeneerde antwoord 'Ja. Van alles' toen ik 's nachts vroeg of ze ook pipi of kaka had gedaan, sprak boekdelen ...
Ook voor onze babysit Melis, die ze al maanden kent, had ze geen genade. Ze snelde niet naar de deur om open te doen, ze kroop weg toen ze binnenkwam en het heeft heel lang geduurd voor ze haar een blik gunde. Gelukkig hadden we ons wekelijkse filmavondje geruild voor een terrasje en konden we dus blijven zitten tot het ijs weer een beetje gebroken was. Maar toen we kordaat onze fietsen namen uit de tuin, kwamen er toch traantjes aan te pas. Ik heb nog aan de andere kant van de tuinmuur gewacht tot ik hoorde dat het goed was, maar ik zat toch met de kriebels. En dat terwijl Thelma ons vroeger haast geen blik waard achtte toen er een babysit kwam!
We hebben gelukkig een heel laconieke babysit. Ze heeft Thelma gewoon wat laten doen tot ze vanzelf weer binnenkwam. Of dat uit onhandigheid of intuïtief aanvoelen was, weet ik niet. Een ideale strategie was het wel, want aandringen heeft geen zin. Nieuw was ook dat Thelma op het potje gaat voor ze gaat slapen en *elke* avond een knol legt in de strijd tegen haar gebruikelijke constipatie. Ik wist niet of ze dat met de babysit ook zou doen, maar het droge, licht gegeneerde antwoord 'Ja. Van alles' toen ik 's nachts vroeg of ze ook pipi of kaka had gedaan, sprak boekdelen ...
dinsdag 15 mei 2012
zaterdag 12 mei 2012
Slaapwel
Thelma ligt net in bed. En wat horen we? 'POESJEUH! HONDJEUH! (korte pauze) POESJEUH! HONDJEUH! (korte pauze) POESJE NIET! POESJE NIET! En: AAPJEUH! AAPJEUH! En ook: MAMAAA! PAPAA! (pauze) PAPAAA! MAMAAA! PEMMAAA! en: AAAAAAAH! AAAAAH! AAAAAAH! Geen gehuil omdat ze niet wil slapen, geen gezang om zichzelf in slaap te sussen, maar strenge bevelen die keihard door de babyfoon schallen. Hopelijk lukt het binnenkort eens om er een mp3'tje van te maken!
maandag 7 mei 2012
Nederlandse les
Een kleine taalkundige update van de voorbije weken:
- Thelma heeft nieuwe verbuigingen ontdekt, met name de verkleinwoorden. Ze snapt dat je met een achtervoegsel zoals '-tje' verkleinwoorden kan maken: haar slaapdoekje dat ze 'koekje' noemt, wordt dan 'koekjetje' als ze echt heel lief wil zijn. Hoewel we verkleinwoorden vermijden als ze niet echt nodig zijn, sluipen er toch een paar binnen en die maakt ze dan naar believen nog kleiner.
- Om haar af te leren om 'Toel. Toel. Toel. Toel' of 'Fesje. Fesje. Fesje' of 'Oepjeuh. Oepjeuh. Oepjeuh' te debiteren (ze zaagt dus toch bij momenten, Lies!'), hebben we haar geleerd dat ze 'Mag ik (op de stoel), (een flesje), (een snoepje)?' moet vragen. Ze zegt dus vanaf nu met een hoog stemmetje 'Makik toel?', 'Makik fesje?', 'Makik oepje?'. Maar ze zegt ook: 'Pemma makik tsjoebamme (=boterham) okko?'. Heel grappig.
- Ze heeft ook de voltooid deelwoorden ontdekt. Als ze haar armen door de mouwen van haar jas steekt en vraagt om de randen om te 'pooien', zegt ze daarna triomfantelijk: 'epooid'! En zo zegt ze ook 'maken' -- 'emaakt' en 'pakken' -- 'epakt'. 'Edaan' en 'evajje' kende ze al, maar die verbindt ze natuurlijk in geen honderd jaar met 'doen' of 'vallen'. Gelukkig maar.
- Andere schattigheden die ze uit het hoofd kent: 'wakajaja' = vrachtwagen, 'sjalu' = salut, 'sjeet' = scheet, 'omaatje' = tomaat, 'kohie' = koffie, 'papaaje' = papegaai, 'mool' = mol, 'ehel' = egel, 'het' = hert, 'seepaatje' = zeepaardje.
- Vogels zijn ondertussen opgesplitst in meeuwen, duiven, eenden en pinguins, en onderwaterdieren, vroeger vissen genaamd, zijn nu dolfijnen, krabben, haaien en zeesterren. Ongelofeloos.
dinsdag 1 mei 2012
Jongetje
Op drie dagen tijd hebben drie mensen tegen Thelma 'manneke', 'voor hem gaat dat nog een beetje moeilijk zijn' of 'jongetje' gezegd. Drie generaties: een puber, een collega van mijn leeftijd en een oudere vrouw. Wellicht omdat Thelma zwarte botjes, een jeansbroek en een felrode jas met felblauwe mouwomslagen aanhad. Erg vind ik dat niet, anders zou ik haar wel roze en geel aantrekken, maar raar vind ik het wel.
Felrood en felblauw zijn blijkbaar al zo 'gegendered' dat het meteen aan jongens doet denken. Toegegeven, vrijdagavond had ze ook haar lievelingsauto vast, maar toch. Ik vind dat een vreemde evolutie. Ik wil mijn kind niet in een of andere richting duwen, ik laat haar ook in jurkjes en pofrokjes rondlopen en heb zomerschoentjes gekocht met een bandje over de wreef, maar voor schoenen en jassen probeer ik toch een beetje neutrale kleuren te kiezen.
Ik ben niet tegen roze en pinkels en prinsessen, maar ik wil toch ergens de grenzen bewaken. In de V.S. bijvoorbeeld lijkt het mij echt de pan uit te swingen met kleuren die gelimiteerd zijn tot een of andere sekse: daar zijn er blauw/rood/grijze M&M's voor jongens en wit/groen/roze M&M's voor meisjes. Daar is de prinsessencultuur en de rozecultus buitenaardse proporties aan het aannemen, met hakken, strings en schoonheidsbehandelingen voor kleuters.
Ik lak Luce haar nageltjes als ze komt spelen, ik schmink kindjes naar believen in prinsessen, ik wrijf Thelma helemaal in met bodylotion als ze uit bad komt, maar ik zou hetzelfde doen als ik een zoon had en hij daarom vroeg. Ik weet nog altijd ontzettend goed hoe blij Berend was, een zoontje van vrienden, met zijn T-shirt met 'pailletjes' en de ketting van zijn mama. Kinderen moeten vooral veel keuze hebben, veel vrijheid en niet te veel maatschappelijk opgelegde grenzen, al weet ik dat het hier in België nog niet zo'n vaart loopt.
Gelukkig is er in de V.S. ook een tegenbeweging op gang die ingaat tegen Toddlers & Tiara's en andere missverkiezingen voor dotjes van amper drie jaar oud. Pigtail Pals, bijvoorbeeld, is zo'n moeder van een meisje van zes die ervoor ijvert om dochters wat minder grenzen op te leggen. Ze is anti-limitation zoals ze het zelf stelt en ze kan het verdomd goed uitleggen. Ze ijvert voor een echte kindertijd voor kinderen en gaat in tegen de steeds vroegere seksualisering van kinderen.
Ze is niet anti-pink of anti-princess, maar ze wil aantonen dat er ontzettend veel manieren zijn om een meisje te zijn, ze wil meisjes meer zelfvertrouwen geven en laten geloven in zichzelf. Ze gaat ook in tegen Fat Talk en geeft moeders tips om hun eigen negatieve lichaamsbeeld niet op hun kinderen over te dragen. Moet wel, in een land waarin kinderen vanaf acht jaar zich al zorgen maken over hun gewicht.
Ze wil kinderen ook weerbaar maken tegen ongewenste aanrakingen. Haar strijd komt vanuit haar eigen verleden waarin ze is verkracht en ze leert haar kinderen daarom 'the rules of their body': dat bijvoorbeeld alleen ouders en dokters iets over hun lichaam mogen zeggen of hen aanraken, en verder niemand, en dat ze ook dan steeds hun buikgevoel moeten volgen. Dat het nooit fout kan zijn om veel kabaal te maken als iemand anders ongewild aan hun lichaam zit.
En wat ze haar dochter daarom onder meer leert, zijn alle juiste benamingen van haar lichaamsdelen, om ze van schaamte te ontdoen en haar dochter onbeschroomd te laten spreken over haar eigen lijf. Ook bijvoorbeeld 'vagina'. Ik snap wat ze bedoelt en wil bereiken, maar ik vind het toch niet zo simpel om dat te doen. Thelma kent ondertussen haast alle delen van haar lichaam, maar bij haar 'vagina' twijfelen we toch altijd. Dat klinkt echt te volwassen. Niet dat ik wil wachten tot ze volwassen is om daarover te spreken, maar toch.
'Muisje' dan maar? Dat vind ik lief, maar dat associeert zij natuurlijk met iets anders. En 'blijf van mijn muisje', daarmee maak je geen indruk, niet? 'Spleetje' dan maar? Dat zeiden ze vroeger bij mij op school en vond ik maar raar. 'Kutje' heb ik thuis geleerd, misschien wel vanuit een gelijkaardige overtuiging, maar 'kut' heeft zo'n negatieve lading gekregen de laatste jaren, dat het ook niet echt een optie is. 'Mietje' zeggen vrienden van ons, maar dat heeft ook een rare bijklank. Ik kan natuurlijk altijd eens te rade gaan bij Jules Deelder, maar wat denken jullie?
Felrood en felblauw zijn blijkbaar al zo 'gegendered' dat het meteen aan jongens doet denken. Toegegeven, vrijdagavond had ze ook haar lievelingsauto vast, maar toch. Ik vind dat een vreemde evolutie. Ik wil mijn kind niet in een of andere richting duwen, ik laat haar ook in jurkjes en pofrokjes rondlopen en heb zomerschoentjes gekocht met een bandje over de wreef, maar voor schoenen en jassen probeer ik toch een beetje neutrale kleuren te kiezen.
Ik ben niet tegen roze en pinkels en prinsessen, maar ik wil toch ergens de grenzen bewaken. In de V.S. bijvoorbeeld lijkt het mij echt de pan uit te swingen met kleuren die gelimiteerd zijn tot een of andere sekse: daar zijn er blauw/rood/grijze M&M's voor jongens en wit/groen/roze M&M's voor meisjes. Daar is de prinsessencultuur en de rozecultus buitenaardse proporties aan het aannemen, met hakken, strings en schoonheidsbehandelingen voor kleuters.
Ik lak Luce haar nageltjes als ze komt spelen, ik schmink kindjes naar believen in prinsessen, ik wrijf Thelma helemaal in met bodylotion als ze uit bad komt, maar ik zou hetzelfde doen als ik een zoon had en hij daarom vroeg. Ik weet nog altijd ontzettend goed hoe blij Berend was, een zoontje van vrienden, met zijn T-shirt met 'pailletjes' en de ketting van zijn mama. Kinderen moeten vooral veel keuze hebben, veel vrijheid en niet te veel maatschappelijk opgelegde grenzen, al weet ik dat het hier in België nog niet zo'n vaart loopt.
Gelukkig is er in de V.S. ook een tegenbeweging op gang die ingaat tegen Toddlers & Tiara's en andere missverkiezingen voor dotjes van amper drie jaar oud. Pigtail Pals, bijvoorbeeld, is zo'n moeder van een meisje van zes die ervoor ijvert om dochters wat minder grenzen op te leggen. Ze is anti-limitation zoals ze het zelf stelt en ze kan het verdomd goed uitleggen. Ze ijvert voor een echte kindertijd voor kinderen en gaat in tegen de steeds vroegere seksualisering van kinderen.
Ze is niet anti-pink of anti-princess, maar ze wil aantonen dat er ontzettend veel manieren zijn om een meisje te zijn, ze wil meisjes meer zelfvertrouwen geven en laten geloven in zichzelf. Ze gaat ook in tegen Fat Talk en geeft moeders tips om hun eigen negatieve lichaamsbeeld niet op hun kinderen over te dragen. Moet wel, in een land waarin kinderen vanaf acht jaar zich al zorgen maken over hun gewicht.
Ze wil kinderen ook weerbaar maken tegen ongewenste aanrakingen. Haar strijd komt vanuit haar eigen verleden waarin ze is verkracht en ze leert haar kinderen daarom 'the rules of their body': dat bijvoorbeeld alleen ouders en dokters iets over hun lichaam mogen zeggen of hen aanraken, en verder niemand, en dat ze ook dan steeds hun buikgevoel moeten volgen. Dat het nooit fout kan zijn om veel kabaal te maken als iemand anders ongewild aan hun lichaam zit.
En wat ze haar dochter daarom onder meer leert, zijn alle juiste benamingen van haar lichaamsdelen, om ze van schaamte te ontdoen en haar dochter onbeschroomd te laten spreken over haar eigen lijf. Ook bijvoorbeeld 'vagina'. Ik snap wat ze bedoelt en wil bereiken, maar ik vind het toch niet zo simpel om dat te doen. Thelma kent ondertussen haast alle delen van haar lichaam, maar bij haar 'vagina' twijfelen we toch altijd. Dat klinkt echt te volwassen. Niet dat ik wil wachten tot ze volwassen is om daarover te spreken, maar toch.
'Muisje' dan maar? Dat vind ik lief, maar dat associeert zij natuurlijk met iets anders. En 'blijf van mijn muisje', daarmee maak je geen indruk, niet? 'Spleetje' dan maar? Dat zeiden ze vroeger bij mij op school en vond ik maar raar. 'Kutje' heb ik thuis geleerd, misschien wel vanuit een gelijkaardige overtuiging, maar 'kut' heeft zo'n negatieve lading gekregen de laatste jaren, dat het ook niet echt een optie is. 'Mietje' zeggen vrienden van ons, maar dat heeft ook een rare bijklank. Ik kan natuurlijk altijd eens te rade gaan bij Jules Deelder, maar wat denken jullie?
Abonneren op:
Posts (Atom)
