zondag 28 februari 2016

Back in Potch

Na drie jaar zijn we terug in Potchefstroom! En het is de 'best maternity leave ever' tot dusver. Als ik thuis vier uur kraamzorg had per week, heb ik dat hier elke dag. Er zijn hier drie vrouwen die voor iedereen de was doen, het huis schoonmaken, de kamers opruimen ... De troeven van een guesthouse, of restanten van het koloniale systeem van weleer? Iets wat trouwens dubbele gevoelens met zich meebrengt, al verlicht onze huisbazin die scheeftrekking zo goed als ze kan: ze betaalt hen het dubbele van het minimumloon, helpt hen uit de nood als ze in financiële problemen zitten, stimuleert de ene tuinman om in de politiek te gaan ...

We wonen in een ander huis dan toen, dit keer samen met Alice, een PhD-studente uit Kenia, en Oma'Nette, en wel op hetzelfde domein als in 2012. Toen hebben we daar zes maanden gewoond omdat ik werkte aan de North-West Universiteit, en nu komen we een kleine zes weken om volop te genieten van elkaar, de rust, de warmte, de vrienden van weleer. Thelma hoeft niet naar school, Bernard hoeft niet te werken en winkelt en kookt, ik doe ongeveer hetzelfde als thuis: borstvoeden, baby verschonen, in slaap wiegen, zelf eens douchen en wat eten tussendoor, af en toe naar de winkel of bij vrienden op bezoek, maar dat alles met een geweldig uitzicht en weg van het koude België.

Ik kreeg zoveel meer gedaan in de eerste weken van mijn moederschapsrust dan in de weken voor ons vertrek. Martha was een 'low maintenance baby' in het begin: slapen en eten, zonder veel poeha, maar is in een 'high maintenance baby' veranderd. Voor de krokusvakantie is ze 's nachts plots wakker beginnen te worden tussen de voedingen door of viel ze gewoon niet meer in slaap. Je geeft eten om drie uur, hoopt vurig tegen vier uur terug in slaap te vallen, maar dat wordt uiteindelijk een uur of zes ... En dat zeven dagen op rij.

Vreselijk als je al met een gigantisch slaaptekort zit en de wekker al gaat om kwart voor zeven om Thelma naar school te brengen. Bijslapen is dan helemaal niet meer aan de orde: je haalt dat gewoon onmogelijk in, ook al slaap je één à twee uur overdag. s' Avonds tussen negen en twaalf was al altijd moeilijk en onrustig geweest, maar zulke slechte nachten erbij, dat was nieuw.

Ik dacht dat het niet abnormaal was, tot mijn gynaecologe toch aanraadde om eens bij een osteopaat langs te gaan. Geen idee waarom ik daar niet eerder aan had gedacht. Omdat het in de eerste weken goed ging? Ik meen me zelfs te herinneren dat de vroedvrouwen dat hadden aangeraden, maar het drong precies niet tot me door. Met het aankomende verblijf in een gedeeld huis leek het me toch goed om het nachtelijk gehuil tot een minimum te beperken ...

De osteopate vond het meer dan tijd dat ik langskwam en heeft haar de twee dagen voor vertrek twee keer behandeld. Ze zat volgens haar helemaal vast. Het zou komen doordat ze driemaal in de navelstreng was gewikkeld bij haar geboorte en een soort 'fight to flight' had ontwikkeld omdat ze zo beklemd had gezeten. Daardoor was ze zo onrustig 's nachts elke keer als ik haar in de co-sleeper legde en het licht uitdeed, en zocht ze beschutting bij mij aan de borst.

Ze wou enkel in mijn armen slapen, dicht bij me, met mijn adem haast in haar gezicht. Als ze in slaap viel aan de borst en ik legde haar een halve meter verder, werd ze tien minuten later geheid wakker van haar molenwiekende armpjes. Ik dacht dan telkens dat ze nog honger had, maar dat was het wellicht ook niet, en ik nam ze toen maar in mijn armen, gestut door een berg kussens, om zelf ook nog wat te kunnen slapen.

De ingreep van de osteopate heeft precies effect gehad: overdag merkten we al verschil, maar het kon ook wishful thinking zijn. En de eerste avond na ons bezoek was vrij stressvol, maar de nacht was goed. De nacht op het vliegtuig was zelfs een mirakel, maar daar zitten het geluid en de trillingen zeker voor iets tussen. En het feit dat ze op mijn schoot lag natuurlijk. Ze sliep en sliep en sliep, en werd maar af en toe wakker om te drinken.

En de dagen nadien gingen ook goed: ze valt nog niet alleen in slaap, wordt nog geregeld wakker, maar de grote onrust is verdwenen. En later meer over Zuid-Afrika!

vrijdag 29 januari 2016

Martha (Tom Waits)

Op ons kaartje staat een citaat uit 'Martha', de song van Tom Waits die hij in 1973 uitbracht op 'Closing Time'. Het is al sinds mijn tiende mijn lievelingsnummer van Waits. Ik grapte vroeger weleens dat ik grootgebracht ben met Tom Waits en Duvel, twee van mijn moeders favorieten, en ik kreeg al vrij vroeg haar platen mét bijhorende platenspeler -- de Duvels bleven haar bezit. Tot mijn broer plotseling vond dat het zijn beurt was om plaatjes te draaien, de platenspeler na een tijdje in zijn bezit sneuvelde en ik niet langer met Waits en vrienden in slaap viel ...

Het citaat op ons kaartje is 'Those were the days of roses, poetry, and prose' en gaat in het lied verder met 'and, Martha, all I had was you and all you had was me'. Toen mijn kennis van Engels nog niet optimaal was, vroeg ik aan alle vrienden van mijn ouders wat hij nu eigenlijk zong daar in die zin, en tot mijn grote consternatie kon niemand me daarop antwoorden. Er was uiteraard nog geen internet, en Waits heeft ook niet de gewoonte om zijn songteksten op zijn albums te zetten, waardoor het lange tijd een raadsel is gebleven.


Ondertussen heb ik het zelf ontcijferd en vond ik het best wel passen als citaat, nu we toch bij Martha waren uitgekomen en de rozen op het kaartje. De zin verwijst in onze babycontext naar een rooskleurige periode, wat we natuurlijk nog moesten afwachten toen we het kaartje ontwierpen, maar ook naar een langverwachte en al fel gekoesterde zwangerschap, mocht de roze wolk toch doorkruist worden door ellenlange huilbuien, onvindbare ziektes of ondraaglijke vermoeidheid.

Bij Waits is het helemaal iets anders: hij verwijst in een bui van opperste melancholie naar een oud liefje Martha en de roze wolk waarop zij samen zweefden. Al wijzen 'proza' en 'prozaïsch' misschien ook wel een beetje naar de moeilijkheden die ervoor gezorgd hebben dat ze niet samen oud zijn geworden, zoals Adèle in haar eigenste telefoongesprek-song 'Hello' nog eens dunnetjes heeft overgedaan.

Maar wij gaan -- als alle Goden het believen -- wel samen oud worden, mijn lieve Martha! En afgezien van de voorbije twee nachten waarin ze klaarwakker was van drie tot een uur of half zes, lijkt het hier tot dusver behoorlijk op een roze wolk waarin ik overloop van liefde voor dat kleine muisje:
  • voor haar camouflagekreetje als ze moet niezen en dat plots niet blijkt te gaan
  • voor haar oogjes die wegdraaien als ze indommelt
  • voor haar hulpeloos-dankbare blik met haar mondje stil maar nog op huilstand als ik haar opneem na een huilbui
  • voor haar gefronste kinnetje en opeengeklemd mondje als ze net bij me gedronken heeft
  • voor haar scherpe nageltjes die mijn haar of mijn vel vastgrijpen
  • voor haar indringende blik
  • en, nog even, voor die totale overgave ...

zondag 10 januari 2016

Kaartje

Kaartjes, ik vind dat tof. Om te sturen, maar ook om te krijgen: de postbode af te wachten, de postbus te openen, om de afzender te raden aan de hand van het handschrift, om het analoge, de herinnering aan vroeger. En bij geboortekaartjes komt er nog eens het ritueel bij van de teruggestuurde kaartjes allemaal een plaats te geven in je huis, als ode aan het nieuwe leven. Ik heb dan ook veel geboortekaartjes verstuurd, ook al omdat ik het kaartje zelf zo ontzettend mooi vond.

Ik moest kiezen tussen 250 of 500 kaartjes, en had er net iets meer nodig dan 250 ... Ik had geen criterium vooropgesteld van wie wel en wie niet iets te sturen en heb gewoon de lijst van Thelma aangevuld met mensen aan wie ik nog dacht. Ik ben ondertussen twee keer veranderd van job en heb telkens een grote groep toffe collega's achtergelaten, en vond dit het ideale moment om nog eens iets van mij te laten horen. Ik heb ook de entourage van mijn ouders op de hoogte gebracht, en vrienden en familie, en zo kwam ik al gauw aan een aantal dat de meesten associëren met een professionele mailing van een bedrijf ...

Het prijsverschil voor beide oplages was niet bijster groot, en als ik 300 kaartjes zou bestellen, werden er wellicht toch 500 gedrukt en werden de resterende weggegooid. Ik ben dus voor 500 gegaan, tot lichte verbijstering van Bernard die dat nogal megalomaan vond ... We hebben ze uiteraard niet allemaal verstuurd, en hebben al slingers gemaakt met de resterende kaartjes, bakjes versierd, Martha's spaarpot ...


Thelma's kaartje was wit en glanzend, met een gestileerde rode opiumachtige bloem en zwarte letters. Voor Martha wou ik iets soortgelijks, maar het is uiteindelijk een heel eigen interpretatie geworden. Ik had aanvankelijk enkel mijn eerste idee mee naar Gunther, vriend en vormgever: een stuk behang uit onze woonkamer met ouderwetse rozen. Het andere idee dat ik al tijdelijk had laten varen, was een tekening van Thelma met aapjes, giraffen, leeuwen, libellen, dolfijnen -- telkens met een groot dier en een kleintje.

Het stuk behang met enkel haar naam bleek uiteindelijk te oubollig. Toen ik 's avonds de tekeningen van Thelma doorstuurde en Gunther het fiat kreeg om een avondje loos te gaan, was dit het resultaat:

In het echt zijn de hoeken afgerond, en is het een soort matfluwelen 'velvet' voorkant en een gladde achterkant. Heel geslaagd, al zeg ik het zelf. En als je nog meer van dit moois wil zien, één adres: Gunther Fobe.

zaterdag 2 januari 2016

Bijna twee weken


Bijna twee weken oud! Tweede kindjes zijn vaak rustiger, maar de tijd lijkt nog sneller te gaan ... Ik kan het alleen maar dubbel beamen. Ik geniet van elk moment, maar het gaat zo snel. Cliché! Ik kan me niet voorstellen dat de bevalling al bijna twee weken geleden is, maar tegelijk ben ik al zo op mijn plooi dat het ook al langer lijkt.

Martha laat me ook echt veel tijd. Ze slaapt veel (overdag dan toch) en eet goed (vooral 's nachts), is makkelijk te troosten, maakt haast geen kleedjes vuil door melk terug te geven of iets naast haar pamper te plegen. Alleen plassen doet ze plichtsgetrouw als haar pamper uit is, maar daar zijn we ondertussen op voorbereid. Meestal.

Ik zou de gegeven tijd overdag nog iets beter kunnen benutten door bij te slapen, want voorlopig is mijn nacht verdeeld in drie blokjes slaap van één, twee of drie uur, maar ik moet overdag ook vaak kolven, en ik ben zo graag wakker met Thelma, om bezoek te ontvangen, op te ruimen, snel naar de stad te gaan, te bloggen of te haken.

En ik voel me ook helemaal niet moe. Adrenaline wellicht? Gisteren ben ik eens om negen uur in bed gekropen na een fijne oudejaarsnacht, maar de avonden voordien was het telkens pas tussen één en twee uur 's nachts. Je bioritme bedot je niet! We aten ook vaak laat doordat Thelma eerst in bad en bed moest, en nadat mijn eten wat was gezakt, was er nog heel wat opruimwerk, moest ik nog kolfonderdelen en flesjes steriliseren, Martha nog eens eten geven, nog eens kolven en ga zo maar door.

Update: ik krijg ondertussen 's avonds steeds vaker 'mijn klop', maar moet nog leren onthouden dat Martha dan net wakker wordt. Omgekeerd dag-nachtritme nog voorlopig, en ik vind het zo'n zonde om haar overdag te wekken uit een diepe slaap om aan dat ritme een beetje te morrelen ... Maar ik vermoed ondertussen dat ze overdag te weinig eten binnenkrijgt door dat vele slapen en ga misschien toch eens met zachte hand de raad van de vroedvrouw opvolgen en haar om de drie uur wakker maken.

Martha lijkt echt op Thelma toen ze klein was, alleen haar neusje is opvallend anders. Thelma had een echt rond opstaand mopsneusje en Martha's is wat langer en platter. Haar mond en ogen zijn echt die van twee zusjes: grote amandelvormige ogen en volle lippen. Ik vermoed dat Thelma iets meer op Bernard leek, met zijn wat forsere neus en grote ogen, en Martha iets meer op mij, met een fijnere neus en amandelvormige ogen. Time will tell!

vrijdag 1 januari 2016

Martha & Risjaar

Mijn kleine lieve schattige Martha heeft al tandjes. Yep! Geboren met tandjes zoals de beruchte 'Risjaar Modderfokker den Derde' van Shakespeare / Tom Lanoye. Ik had het meteen na de bevalling gezien, zei zachtjes tegen de vroedvrouw dat ze precies al tandjes had, en zij antwoordde wat routineus: 'Ja, dat is de tandenboog, hè, die je ziet'. Maar dat was het niet!

Het waren onmiskenbaar twee tandjes. Ze zaten nog een beetje verscholen onder een laagje tandvlees, maar ze waren er niettemin. En de voorbije dagen zijn ze doorgekomen ook. Het was de eerste keer dat de vroedvrouwen dat zagen. Ze gaven bij nader inzien aan dat ze er wel degelijk zijn, en ofwel nog zullen uitvallen, ofwel gewoon gaan blijven. Ik wed erop dat ze zullen blijven. Oordeel zelf maar!

Hierzie!

Huiliefoto, enkel voor het bewijs

En niet dat het onderstaande enige voorspellende waarde heeft, of ook maar enigszins overeenstemt met de realiteit, maar ik wil het stukje theatertekst toch niet laten liggen. Risjaar boezemde de zittende koning Henry VI doodsangsten in. Die laatste vervloekte Risjaar met onderstaande woorden:
Het uur van Uw geboorte is gehaat
Een kerkuil kraste, pest en plagen ruikend
Uw moeder voelde meer dan moederpijnen
Maar minder dan de hoop des moeders
Een onbestemde vormeloze klomp
En niet de vrucht van een zo rijke stam
U had al tanden voor Uw eerste schreeuw
Ten teken dat U kwam om ons te bijten.
Risjaar zelf, voordien Gloucester genaamd, vond die beschrijving een hele eer, en terwijl hij de zittende vorst neerstak, sprak hij zelf de volgende woorden:
That I was born, mijn horrelvoet vooruit
De vroedvrouw kokhalsde, the nuns were crying
Protect us Lord, een boreling met tanden!
And boy, did I have teeth! And hair! And nails!
Een everzwijn to be, een weerwolfjong
Dat grommen moet dat grauwen moet en bijten!
Martha knort hooguit een beetje als haar neusje verstopt zit, maar verder is elke gelijkenis met het bovenstaande puur toeval. En haar heeft ze ook al niet te veel!
(met dank aan Caroline voor de verwijzing naar Risjaar)

Thelma heeft ondertussen ook al in een razend tempo twee tanden gewisseld. Ze zei dat haar tand los stond en ik dacht routineus 'ja, ja, zal wel', maar toen ik voelde stond die al meer dan los. Er zat zelfs al een andere tand klaar. Een week later was de melktand eruit en schoof de nieuwe tand gezapig op naar zijn nieuwe plekje. En nog een week later was de tweede al aan de beurt. Dentale demarrage noemen ze dat!

woensdag 30 december 2015

M.A.R.T.H.A.

M eisje
A gaatje
R ebelletje van dons
T eder
H erautje
A ard maar bij ons
(het mooiste naamdicht van mijn immer dichtende collega sdp)

maandag 28 december 2015

Martha!

Op dinsdagochtend 22 december is, in de langste nacht van het jaar, onze tweede dochter Martha geboren. Ze is geboren in onze woonkamer, onder het alziende oog van drie wijze vroedvrouwen van 't Geboortehuis, en een apetrotse Bernard. Ze woog 3,320 kg en was 48 cm lang. Morgen is ze een week oud, en het is een absolute droombaby, zoals ze volgens mij alleen in sprookjes bestaan.

Het uitgebreide bevallingsverhaal volgt later; laat ik het er nu op houden dat het pittig was, en veel heftiger dan mijn eerste, quasi pijnloze bevalling van Thelma -- nochtans ook zonder prik. Borstvoeding loopt allesbehalve van een leien dakje, maar je kunt niet alles willen. Ik ben in elk geval overgelukkig met het langverwachte en al intens gekoesterde geschenk.

Net na de geboorte



Met een fiere grote zus op dag vier

zaterdag 19 december 2015

Besef

'En? Beseft ze het al?' vragen mensen soms als ze zien dat ik zwanger ben en hen vertel dat mijn oudste dochter al vijf is. Of ze het al beseft? Grappig om net dat te vragen over een kind dat aan de kapper uitlegt dat een vulkaan is ontstaan door aardplaten die tegen elkaar botsen. Dat je slapende vulkanen hebt, maar ook vulkanen die uitbarsten, en dat er dan hete lava vrijkomt uit het diepste van de aarde.

Ik doe dan altijd alsof mijn neus bloedt en antwoord gewoon dat ze gynaecologe wil worden sinds ze is meegegaan op consultatie. Gynaecologe of vroedvrouw, soms twijfelt ze nog. Het doet me denken aan de verpleegster van Kind & Gezin die ooit vroeg of ze al 'ikke doen' zei, nadat ik net een heel relaas over haar talenkennis had gebracht, met perfecte zinsconstructies van acht woorden en meer.

En of ze het al beseft!

Thelma's grote ambachtelijke baby-aftelkalender

woensdag 9 december 2015

U-turn

Joehoe! Ze is gedraaid! En wel op 36,5 weken, maar niet op eigen houtje. Mijn gynaecologe heeft veel goede ervaringen met externe manuele keringen en heeft me overgehaald. Ik was niet helemaal overtuigd, maar ben er dan toch voor gegaan. 'Baat het niet, dan schaadt het niet' gold niet echt in dit geval, want er is altijd een klein risico dat de bevalling op gang komt, en dan uiteindelijk toch met keizersnede moet -- en wie weet wat er nog allemaal mis kon gaan.

Ik was er niet gerust op, heb de nacht voordien slecht geslapen en had er eigenlijk geen rekening mee gehouden dat het ook kon lukken, zo bedacht ik achteraf. Ik was bezig met valiezen en keizersnedes en verplicht blijven in het ziekenhuis, niet met een gelukte kering die een risicovoller keizersnede of stuitbevalling zou uitsluiten. Ik vond het ook wat paradoxaal om in te grijpen in een proces dat ik verder zo natuurlijk mogelijk wil laten verlopen, maar ik ben natuurlijk heel blij nu.

Heftig was het wel, al had ik veel heftiger verhalen gehoord van mijn collega's (vooral door de toenmalige weeënremmers die hartkloppingen als bijwerking gaven), afgewisseld met recente ervaringen van fluitjes-van-een-cent bij anderen. Ik heb vooraf cranio-sacraaltherapie geprobeerd (diepe relaxatie kan nooit kwaad) en zou na de niet-gelukte kering ook nog osteopathie proberen, misschien zelfs de aangeraden moxatherapie of acupunctuur, maar zover hoefde het allemaal niet te komen.

Ik mocht om 8.30 uur nuchter binnengaan, lag een halfuurtje aan de monitor, kreeg toen een instant misselijkmakende weeënremmer, die gelukkig ook even snel weer verdween, en toen kon mijn gynaecologe eraan beginnen. Gelukkig zat Bernard aan mijn hoofdeind om mijn hand vast te houden en door mijn haar te woelen, want pijnloos was het niet. En het moeilijke was dat je niet kunt ontspannen door op je ademhaling te letten, omdat er iemand genadeloos lijkt te porren in je linkerzij.

De eerste helft was het pijnlijkst: poepje opheffen en beginnen duwen -- een beetje zoals een kinesist een verkleefd litteken van een spier probeert af te krijgen. Het moet spectaculair geweest zijn om te zien, zo zei Bernard: een dikke blob die naar rechts werd geduwd en dan helemaal dwars kwam te liggen. Ik heb er uiteraard niets van gezien, want ik kon alleen maar proberen om met gesloten ogen zo veel mogelijk te ontspannen en de experten hun werk te laten doen.

De gynaecologe dacht dat het in een keer zou lukken omdat ons piepke goed op weg was om haar U-turn ineens te maken, maar ze kreeg haar toen toch niet meteen helemaal rondgedraaid. Er werd tussendoor telkens ook een echografie gemaakt, om te zien of alles nog in orde was. En vooraf hadden ze natuurlijk ook gekeken of er geen placenta of navelstreng in de weg zat en geen andere tegenindicaties waren.

De tweede helft was draaglijker, maar het heeft daarna toch nog een halfuur geduurd tot ik besefte dat het goed was, en bedacht dat ik de gynaecologe misschien eens kon bedanken! Ik moest nadien opnieuw een halfuur aan de monitor liggen, en mijn baby'tje lag stil te slapen, terwijl ze anders zo actief is. Ze was wellicht ook zelf behoorlijk overdonderd en nog aan het wennen aan haar nieuwe perspectief op de wereld.

Ik mocht nadien ontbijten in het ziekenhuis, uit voorzorg, mocht er toch nog iets gebeuren, en moest daarna nog een derde halfuur aan de monitor liggen en een inenting krijgen zoals na mijn val met de fiets. Na de middag was ik weer tiptop, zijn we Sinterklaascadeautjes gaan kopen voor Thelma en twee wollen truitjes voor het piepke, hebben we de baby laten erkennen, ongehuwde ouders die we zijn, heb ik zelfs al een kerstcadeautje gekocht voor mijn moeder en vier bollen wol voor een eerste truitje.

Op de consultatie enkele dagen later vertelde de gynaecologe dat ze blij was dat ze haar zo goed geleerd hebben hoe ze zo'n kering moet uitvoeren. Aanvankelijk deed ze dat nooit, maar ze vond het zo'n zonde om telkens meteen tot keizersnede te besluiten bij een stuitligging. In Nederland worden blijkbaar alle baby's gedraaid, of wordt er toch een poging ondernomen, meestal met goed resultaat, en haar ervaringen zijn ook alleen maar positief.

Sinds ze gedraaid is, heb ik wel veel meer last van voorweeën. Haar hoofdje duwt nu op de baarmoederhals en dat geeft beenweeën in mijn rechterlies die me bijna doen dichtklappen. Zitten en liggen is geen probleem, maar staan en stappen was donderdag en de dagen daarna heel pijnlijk. Ik ben dus ook gestopt met werken, officieel dan toch, want ik werk deze week nog alles af van thuis uit om hopelijk vrijdag echt te kunnen uitkijken naar de geboorte, zo ergens in de volgende vier weken.

dinsdag 10 november 2015

Stuitje

Op 28 weken van twee vroedvrouwen te horen krijgen dat je piepke al goed ligt, om op 32 weken van de gynaecologe te horen dat ze gedraaid is en dus in stuit ligt: toch wel even schrikken. Niet tijdens het consult bij de gynaecologe, want ik weet dat 32 weken nog wel wat perspectieven biedt, ook niet toen ze het obligate scenario moest schetsen, maar wel achteraf, als de onrust willens nillens toch een beetje binnensloop ...

Mijn ingebakken optimisme bij Externe Onvoorzienigheden kon aanvankelijk wel weg met het stramien: nieuwe echo op 35 weken, daarna manuele kering proberen, indien geen ommekeer: radiologische bekkenmeting, nog een aantal parameters controleren om te zien of een natuurlijke bevalling überhaupt toegestaan is, nagaan of ik het zelf zie zitten om natuurlijk van een stuit te bevallen, en indien niet: keizerlijke snede. Het zou allemaal zo'n vaart niet lopen ...

Maar een dag later moest ik toegeven dat ik het toch niet zo tof vond. Mijn lief had het eerder zien aankomen, het feit dat het me toch zou bekruipen. Hij weet dat ik eigenlijk niet zo goed om kan met Idiosyncrasieën die de boel niet doen lopen zoals gepland of gewenst. Als ik er meteen een mouw aan kan passen en de dingen kan omgooien, geen probleem, maar nu: gewoon maar afwachten, niet veel kunnen doen behalve elke ochtend checken waar haar hoofdje ligt, en dan telkens weer lichtjes teleurgesteld zijn.

Ik heb ontzettend veel geduld, maar ik weet niet waarom het nu een beetje op lijkt te zijn. Ik voel het aan als een soort boycot of sabotage en kan er onbewust een beetje kregelig van worden. Daar gaat mijn mogelijke plan om thuis te bevallen als er niets verandert. Daar gaat mijn voornemen om medische interventies tot een minimum te beperken. En dat ze nu met haar hoofdje tegen mijn maag aanzit, met alle harde buiken vandien, en met haar voetjes stevig in mijn blaas port als was het een trampoline, heeft er ook wel wat mee te maken.

Bewegen dat dat kleintje doet! En sterk dat ze lijkt. Bij Thelma kon ik de laatste weken mijn buik wat op en neer zien gaan en zachtjes van links naar rechts bewegen, en was het één hieltje dat me af en toe wat pijn deed, maar nu is het in maand zeven al een gestommel, geduw en getrek van jewelste. Als het een jongen was geweest, ik zou nog in intrinsieke aangeboren verschillen gaan geloven! Bernard zegt dat het wellicht goed is, dat ze zoveel beweegt, want dat wil zeggen dat ze een van de volgende weken misschien wel een koprol maakt naar links, maar ik voel toch een beetje wrevel om zoveel gestoei zonder gewenst resultaat.

Ik denk ook dat mijn werk ermee te maken heeft, want het recept om haar te laten draaien is natuurlijk rusten, en dat zit er, driewerf helaas, nog niet meteen in. Rusten, beetje wrijven in wijzerzin, positief denken, én de kind- of kathouding uit de yogalessen elke dag toepassen. Daar zit ik dan, als ik even wegloop van mijn pc, met mijn poep in de lucht en steunend op mijn ellebogen of handen. Elke dag, voor een minuut of twintig, om maximaal de plaats en de kans te geven om te draaien. Onder het bekende adagium 'baat het niet, dan schaadt het niet'.

Ik moet ook meer drinken, want ik heb weinig vruchtwater, en echt bevorderlijk voor een paar onderwatersalto's is dat ook niet. Weinig vruchtwater is op zich geen probleem als de groei goed zit, en dat is gelukkig het geval, maar méér is in dit geval beter. Ik heb in mijn leven al massa's pogingen ondernomen om meer te drinken: fancy waterflessen, een nieuwe thermos, lijstjes bijhouden, een camelbak overwegen, een glas water neerzetten dat uit moet zijn voor het uur om is, maar niets werd ooit een gewoonte. Ik heb gewoon nooit dorst, zelfs niet na een dag wandelen.

Nu heb ik een app geïnstalleerd, hoe kan het ook anders in 2015, en dat lijkt grappig genoeg wel te werken. Op tijd en stond een remindertje, een mooi ontworpen keuzebord en een simpele statistiek met de resultaten per dag of maand. Ik raak aan 78% à 92% van mijn dagelijkse doel van twee liter en begin al wat patronen te zien: als ik 's voormiddags drie grote koppen thee toevoeg aan mijn traditionele koffie van 's ochtends en 's namiddags niet al mijn drinken uitstel tot 's avonds, lijkt het haalbaar om een van de dagen eens echt een 2000 cc'tje te scoren. Of meer misschien, na verloop van tijd?

Ik spreek mezelf ondertussen ook vermanend toe dat er veel ergere dingen zijn, dat het wel een reden zal hebben, dat ik volgende week misschien veel heisa heb gemaakt om niets, dat het misschien goed is om het allebei eens mee te maken, en dat ik het vooral gewoon los moet laten, maar loslaten is dit allemaal niet echt. Slapen, drinken, poep in de lucht, dat moet het nieuwe mantra worden, zoiets.

zaterdag 7 november 2015

Val

Val: niet het nieuwe boek van die Vlaamse schrijver R.S., die de Duitse schrijfster Charlotte Roche eens zo seksistisch-stompzinnig heeft afgekraakt in Knack, maar zo'n haastige val met de fiets die je liever niet wil meemaken als je zeven maanden zwanger bent.

Het was zo'n ochtend waarop ik wist dat ik eigenlijk al vertrokken had moeten zijn om netjes een kwartiertje voor tijd in de aula aan te komen, maar waarop ik toch mijn hele les nog eens wou bekijken vooraf, omdat ik nog een minuutje hier en een minuutje daar kon winnen. Niet slim, wist ik eigenlijk al bij voorbaat.

Het was zo'n ochtend waarop ik dacht een snellere weg te nemen dan de gebruikelijke (die maar liefst vier spoorwegovergangen telt), en dacht wat tijd te winnen door een shortcut over de Dampoort te nemen. Een dag waarop ik de onduidelijke situatie aan de Dampoort in mijn nadeel liet spreken en mij liet verleiden om het onzekere voor het zekere te nemen.

Er is namelijk zo'n stukje fietspad tussen Afrikalaan/Koopvaardijlaan en de Antwerpsesteenweg, waar het nogal onduidelijk is of je er in twee richtingen mag rijden. Op de twee aangrenzende oversteekplaatsen voor fietsers staan dubbele pijlen, maar het fietspad zelf dat ertussen ligt, heeft maar een enkele pijl. Het is ook te smal voor twee fietsers, zeker door alle pendelaars die daar op bus 3 en co. staan te wachten, maar ja, nood breekt wet, zo hield ik me toch voor.

Ik heb een paar dagen geleden gezien dat er wel degelijk één pijl staat op het fietspad, in de tegenovergestelde richting, maar waarom er dan twee staan op de oversteekplaats was mij op het moment van de botsing een raadsel. De enige legale optie daar, dacht ik, is (terug) de Koopvaardijlaan in te rijden, maar wie wil daar nu een U-turn maken? Ondertussen weet ik dat het om de fietsers moet gaan die van Dok-Zuid komen, maar op het moment van de feiten dacht ik daar hoegenaamd nog niet aan. Moedwillige vergetelheid zullen we het maar noemen.

Op de andere oversteekplaats staat de dubbele pijl er voor de fietsers die uit de Antwerpsesteenweg komen en richting Dendermondsesteenweg of Land van Waaslaan willen, al lijkt me dat ook niet echt logisch, want dan was je toch al eerder overgestoken? Anyway, in fietspadland is weinig echt logisch, en wat ik ondertussen wel weet, is dat ik daar eigenlijk toch niet had mogen rijden.

Het was het eerste wat mijn aanrijdster zei: 'Moogt gij hier eigenlijk wel ...?!' tot ik vanonder mijn fiets zei dat ik zeven maanden zwanger was. Twee hulpvaardige mensen wilden me meteen rechthelpen, maar ik zag echt sterretjes en wou even mijn staat van zijn opmaken ... Ken je dat? Die luttele seconden waarin het tot je doordringt dat je wel degelijk tegen de grond ligt, en waarin je wil nagaan waar het allemaal een beetje kapot is.

Maar tot mijn verbazing voelde ik nergens pijn. Wellicht mijn dikke jas? Het feit dat we allebei in de remmen waren gevlogen toen zij de hoek om kwam gesjeesd en de brug onder dook? In elk geval kwam ik er met de schrik vanaf, hebben we nog even gepraat over de onduidelijke situatie daar, al hield zij vol dat ik daar niet had mogen rijden. Fair enough. Ik ben wat verder gestapt, ben toen toch weer mijn fiets opgekropen en ging nog net op tijd aan mijn les in de aula kunnen beginnen, dacht ik.

Tot ik het voorvalletje in de docentenkamer even terloops aan twee collega's wou vertellen en daarbij tranen en trillen niet kon tegenhouden. Uitgestelde shock of zoiets? Mijn ene collega ging meteen mijn studenten verwittigen dat mijn les 10 minuten later zou beginnen, mijn andere collega begon een overtuigingsoffensief dat ik toch echt wel naar het ziekenhuis moest voor controle, ook al voelde ik geen pijn en had ik de baby al weer voelen bewegen, en welke excuses ook die ik ter plekke verzon om die les toch nog zelf te kunnen geven.

Mijn directeur stond er toevallig bij en vroeg wie die les nog gaf, en heeft meteen collega Stijn opgevorderd om de les over te nemen. Welke les is het eigenlijk, riep hij al op weg, en met de woorden 'talige interactie' trok hij ten strijde. Mijn studenten vonden het overigens een geweldige les, zo'n improvisatie (door een hoogst ervaren natuurtalent moet ik wel zeggen).

De collega met de missie mij naar het verloskwartier te krijgen, zette haar offensief voort en werd gesteund door de twee andere collega's, en zij overtuigden de aanwezige directeur en coördinator in mijn plaats. Een vierde collega was uitzonderlijk vrij het lesuur nadien en was voor het eerst met de auto, en zij zou me zelfs meteen kunnen brengen. En zo gezegd, zo gedaan.

Ik weet ondertussen dat ik me in die kwesties niet moet laten leiden door mijn eigen intuïtie en dat ik beter naar mijn omgeving kan luisteren. Ik zou me minder ongerust voelen -- maar ik was niet ongerust, zo zei ik. En toch. Ik ben blij dat ik geweest ben. Halfuurtje monitor, maar ook bloedcontrole, want aangezien ik A- ben, en dat vrij uitzonderlijk is, is de kans groot dat mijn dochter een andere bloedgroep heeft. En als er door de val toch een of ander contact zou zijn tussen ons beider bloed, kon ik antistoffen aanmaken en de baby misschien wel afstoten ... Wist ik veel!

Ik heb dus een bloedstaal gegeven en een preventieve inspuiting gekregen, en kon me na een bezoekje aan de spoed (want mijn pols en enkel deden toch ook wel een heel klein beetje pijn) met een steunverband en de goede raad om nog een dagje thuis te blijven om de onvermijdelijke stijfheid op te vangen, laten ophalen en thuisbrengen.

En toen herinnerde ik me weer de raad van Kind & Gezin en mijn eigen vroedvrouw om bij elke val tijdens de zwangerschap naar het verloskwartier te gaan, bedacht ik me dat ik zonder controle toch ongerust zou zijn geworden tegen 's avonds, en wist ik weer dat ietsje meer over die broodnodige zelfzorg waar ik het vaak zo moeilijk mee heb. Win-win!

zondag 11 oktober 2015

Ironie in Helsinki

Oh ironie. Ben ik op 'zakenreis', vind ik eindelijk nog wat tijd om te bloggen ... Mijn voornemen om er weer eens goed in te vliegen met Olijfje, is faliekant de mist ingegaan. Ik heb me blijkbaar toch weer een beetje 'mispakt' en mezelf en de rest voorgelogen dat het dit jaar beter zou gaan. Mooi niet, dus. En zowel mijn oudste als mijn ongeboren dochter herinnerden mij daar fijntjes aan de voorbije twee weken.

Mijn lief vraagt of ik dat stoer vind, zo hard werken, of ik er misschien iets mee hoop te bewijzen? Nee dus, het mag echt wel eens gaan veranderen. Ik weet alleen niet hoe. We hadden het er onlangs over met een paar collega's: zouden we dit van onze partner aanvaarden? Zoveel werken, zoveel koken en kinderzorg naar de wederhelft doorschuiven? Nee, hoegenaamd niet. Ik werk samen met heel gemotiveerde collega's, die er alles voor doen om het goed te doen, maar te veel is gewoon te veel, zoals hier veel beter staat.

En als je het grotere plaatje uit het oog verliest, begin je te twijfelen aan je efficiëntie, aan je vermogen om af te bakenen, goed te plannen, maar daar gaat het allemaal al lang niet meer over. Het gaat niet over verliezen in details, over een te grote drang om het perfect te doen, over de beste willen zijn en het beste voor je studenten willen. Het is gewoon te veel. Structureel te veel.

Als je in het weekend een tiental uur vrijkoopt van je lief die al zoveel op zich neemt, als je drie à vier avonden tot middernacht doorwerkt en daarna nog niet het gevoel hebt dat je meer dan het hoogst noodzakelijke gedaan hebt, zit er structureel iets grondig fout. Weekendwerk en avondwerk horen bij de job, dat weten we maar al te goed, maar als je met dat weekendwerk en avondwerk erbij niet eens een beetje rondkomt, klopt er iets niet.

Als collega's die 80% werken wat werk van je overnemen omdat ze heel goed beseffen hoe dringend het is, en weten dat je er zelf alles aan doet om het rond te krijgen, dan ben je structureel onderbemand en overbevraagd. Als collega's die 100% werken maar geen kinderen of lief hebben, nog wat meer op hun kar laden dan ze al deden, en jij dan nog steeds aan iedereen begrip moet vragen voor werk dat nog op de plank ligt en eigenlijk tegen gisteren, eergisteren of de week voordien al af had moeten zijn, dan loopt er iets grondig mis.

Het werk dat verdeeld wordt over alle collega's in 100 en 80 en 50 procenten neemt elk jaar toe, want het aantal beschikbare lesgevers volgt niet. En je doet je job graag, het werk is vlakbij, het wordt goed betaald, en het is vooral zinvol werk, dus je neemt het allemaal maar aan, maar je beseft dat het zo niet hoort. De taart wordt netjes verdeeld onder alle werkers, maar dat de taart elk jaar een beetje groter wordt, lijkt niemand te zien. Of ja, wij zien het wel, de leidinggevenden vragen begrip en roeien met de riemen die er zijn, maar de overheid blijft blind en bespaart maar door.

Als je dan ook thuis moet zeggen dat je probeert af te bakenen, dat je echt niet méér doet dan het hoogst noodzakelijke, maar dat het hoogst noodzakelijke al zo'n berg is, dat je heus wel weet dat dit niet de normale gang van zaken is, of hoort te zijn, zit je gekneld. Zo gekneld dat 80% werken geen optie is, want dat verschil zou je niet eens voelen, alleen in je portemonnee. 80% werken doen mijn collega's alleen om zonder schuldgevoel het weekend werkvrij te kunnen houden en met een beetje geluk een woensdagnamiddag, maar van echte 100%'en en 80%'en is er al lang geen sprake meer.

Gelukkig krijg ik een fijne collega bij van november tot juli, die halftijds (en meer) aan de slag gaat om mijn drie maanden zwangerschapsverlof en drie maanden (voltijds/halftijds) ouderschapsverlof op te vangen. Het moet mijn overbelaste eerste semester en mijn iets minderbedeelde tweede semester wat compenseren en zou mij wat meer tijd moeten laten voor het nieuwe onderzoeksproject waarvoor ik deze week in Helsinki zit, maar hopen op meer vrije tijd durf ik voorlopig niet. Ik zou me wel eens kunnen vergissen.

En zo kwam het, onder meer, dat Thelma vruchteloos op moeder of vader bleef wachten in de opvang, en uiteindelijk meegegeven is met een heel bereidwillige papa en diens twee bloedjes. Voor haar gelukkig geen traumatische ervaring, want ze wil bijna altijd zo lang mogelijk blijven in de opvang, en vroeg 'Nu al?!' toen ik haar in zeven haasten kwam 'redden', maar mijn moederhart heeft toch meer dan twee tellen stilgestaan en mijn hoofd is aan het denken gegaan.

Het zat zo. Mijn moeder gaat Thelma altijd halen op woensdagmiddag, maar was die dag op reis vertrokken naar Hongarije. Ik had Thelma netjes ingeschreven in de opvang, maar had dat enkel in mijn persoonlijke agenda gezet. In de gemeenschappelijke agenda stond 'H&I op reis', maar uit gewoonte reed Bernard op woensdagavond toch naar mijn ouderlijk huis om daar vooral géén Thelma aan te treffen.

Toen hij uit de badkamer riep dat hij Thelma ging halen, had ik nog vanuit mijn bureau geroepen of ik het niet moest doen (dan had ik toch een beetje frisse lucht binnen, zo dacht ik), maar hij wist dat ik druk doende was en zag niet goed waarom we zo plotseling de rollen zouden omkeren. Een dik uur later vond ik het tijd om toch eens naar beneden te gaan en niet te wachten tot ze me zouden roepen voor het eten, maar mijn verbazing was groot, en sloeg om in verbijstering, toen ik Bernard niet beneden aantrof, maar in een auto zónder Thelma zag aankomen.

Waar is Thelma? Waar is ze? WAAR IS THELMA? Had hij ze afgezet thuis om naar de winkel te gaan, was er iets gebeurd, en had ik dat niet gemerkt? Ik zag dat Bernard kwaad was, wist dat mijn ouders weg waren, wist dat de opvang al een uur gesloten was, dus ik kon maar niet bedenken waar ze zou kunnen zijn. Bernard zweeg, want hij was kwaad. Maar was ze dan? Vertel het mij!

Bernard had iets voor zessen telefoon gekregen van de opvang dat Thelma nog niet was opgehaald. Hij stond ondertussen al in Gentbrugge met de sleutel in zijn hand, toen hij tegelijk besefte dat Thelma daar onmogelijk kon zijn. De begeleiders van de opvang hadden mij al gebeld, maar hadden geen gehoor gevonden. Bernard probeerde mij daarop ook te bellen om snel nog langs de school te gaan, maar enkel mijn voicemail bleek paraat. Mijn iPhone kreeg immers net zijn halfjaarlijkse update en was zo onbereikbaar als wat.

Hij liet de vaste lijn minutenlang rinkelen, maar ik moet zo in mijn werk verzonken zijn geweest dat ik die niet heb gehoord. Bernard kreeg ondertussen ook telefoon van de bereidwillige papa die aan mijn deur stond, aanbelde, maar niemand thuis vond. Ook dat had ik niet gehoord, en er speelde nochtans geen muziek in mijn bureau. Ik was er zo op gebrand om nog zoveel mogelijk werk af te krijgen voor ze thuis waren, dat ik van de buitenwereld afgesloten leek. Geen gsm, geen vaste lijn, geen deurbel die me kon bereiken.

Tom, de bereidwillige vader, was dan maar weer naar zijn eigen huis getrokken om de drie kinderen allemaal een boterham te geven, Bernard was door zoveel onbereikbaarheid van mijn kant in zeven haasten teruggereden, en ik was me van geen kwaad bewust. Toen ik wist hoe de vork aan de steel zat, ben ik op mijn beurt naar Thelma gerend, die het gelukkig allemaal een fijne verrassing vond zo op een doordeweekse avond. Ook Tom had alle begrip, maar ten huize Olijfje is er toch nog een duchtig woordje over gesproken.

En nu zijn er ruwweg twee opties: 1) een nieuwe deurbel met parlofoon installeren, een vast toestel op de tweede verdieping zetten, mijn iPhone niet updaten overdag, duidelijker communiceren wie waarheen gaat en dubbelchecken of het in de agenda staat, of 2) een beetje meer uit mijn ivoren toren a.k.a. werkhol komen en op aarde nederdalen. We hebben ten node voor het eerste gekozen in de hoop de discussie ten gronde nog wat te kunnen uitstellen tot betere tijden, maar beter is het er voorlopig nog niet op geworden.

Meer zelfs, mijn ongeboren dochter heeft mij er op haar beurt aan herinnerd in de vorm van harde buiken en ongemakken allerhande. Omdat ik in september nog eens af en toe ging liggen overdag, dacht ik dat dat misschien de reden was voor mijn achterstand op werkvlak. Ik heb de voorbije week daarom geen uur laten voorbijgaan en klopte makkelijk dagen van 9 uur 's ochtends tot 12 uur 's nachts -- en dan nog sloeg ik enkel mijn pc dicht uit principe, niet omdat ik klaar was met wat er op de planning stond, laat staan dat ik wat op de zaken vooruit had kunnen lopen.

Ik zit toch vooral voor mijn pc, da's toch ook rusten? Niet dus. En ik volg toch anderhalf uur zwangerschapsyoga op dinsdag en anderhalf uur mindful bevallen met Bernard op donderdag? Niet genoeg. De hele voorbije week vraag ik me al af of de elastiek van mijn broek te hard spant, of dit nu harde buiken zijn die pijn doen en dus om rust vragen (maar ik zit toch neer?), of mijn andere broek nu ook al te hard spant, of ik te ver gefietst heb zaterdag met Thelma in de Follow-me, tot ik donderdagavond pas echt heb beseft dat ik gewoon wat meer moet liggen tussendoor. Dat is waar je lijf om vraagt en je zwangere lijf moet je gehoorzamen.

Op vrijdag was het zelfs nog erger: buikkrampen op de fiets, buikkrampen tijdens het lesgeven, buikkrampen tijdens het eten. Ik overwoog zelfs even om de volgende dag niet naar Helsinki te vertrekken als het niet beterde, en mijn moeder spelde mij duchtig de les. Gelukkig bleken het darmkrampen van darmen die nu op plaatsen zitten waarvan ik de locatie nooit eerder had vermoed. Ik ben dus goedgemutst en geheel pijnvrij vertrokken, heb een prima vlucht achter de rug en vond tussen mijn bezoekjes aan oude vrienden die hier wonen en het werkoverleg de volgende dagen tijd om wat te rusten én weer eens te bloggen.