donderdag 22 december 2011

Thelmataal (3): De zin van het leven

Thelma heeft haar eerste zin geproduceerd, en wel het literaire hoogstandje 'ap aan', waarmee ze uiteraard bedoelt dat de lamp aan is, dat het licht brandt, dat deze wereld en ons hele universum verlicht is. Of toch bijna, positief blijven. Hoera dus.

Verder zegt ze ondertussen ook keischattig 'hapjie' en 'beetjie', terwijl ze haar hoofd schuin houdt, en is 'babap' nu uitgebreid tot melk, omdat ze dat uit een gelijkaardig glaasje als haar fruitsap krijgt.

En de meeste woorden hebben nu ook een giga-Gentse 'r' achteraan gekregen: 'aar' voor haar, 'beer' voor beer en 'oor' voor oor. Een Gentse 'r' waar ik zelfs moeite voor moet doen, kun je nagaan!

dinsdag 20 december 2011

School in zicht?

Ik ben vanmorgen op schoolbezoek geweest bij de enige twee buurtscholen van Muide-Meulestede: Victor Carpentier en De Loods. Het is inhaalweek op de hogeschool en ik heb vorige week keihard aan een congres gewerkt, dus ik heb mezelf dat hoogst verantwoorde pleziertje toegestaan. De uitnodiging kwam van School in Zicht, het initiatief dat uit Antwerpen en Brussel is overgewaaid naar Gent. Ze willen ouders van kansrijke kindjes motiveren om hen in groep in een buurtschool in te schrijven, om zo de sociale mix van de school wat 'gezonder' te krijgen.

Beetje gek dat De Loods erbij zit, want daar is de mix 'gezond', lees: 45% GOK-kindjes en 55% niet-GOK. 'GOK' staat voor Gelijke OnderwijsKansen. Voor kinderen die aan een bepaald criterium voldoen, krijgt een school meer ondersteuning in de vorm van brugfiguren, zorgcoördinatoren en extra juffen of meesters, die uitdagingen bieden op maat, zowel voor achterblijvers als haantje-de-voorstes. Bij Victor Carpentier zitten er 40% kinderen met Turkse roots, 40% kinderen van uiteenlopende origines en 20% 'witte' kindjes. De school is een echte concentratieschool geweest met niet zo'n beste reputatie, maar het tij is langzaam aan het keren.

Ik ben daar heel sterk voor te vinden, voor een buurtschool. Je kind leert kinderen uit de buurt kennen, voelt zich beter thuis in de omgeving, kan misschien doorstromen naar een lokale jeugdbeweging, leert omgaan met diversiteit. En zelf leer je natuurlijk ook nieuwe buren kennen, hoef je niet naar verjaardagsfeestjes in Oostakker of De Pinte te rijden, kan je te voet of met de fiets naar school, wat de files vermindert en je voetafdruk verkleint ... En als de stad dan een duwtje in de rug geeft met zo'n School in Zichtproject, is het al helemaal mooi.

Maar ... Er is een grote  'maar'. En dat is niet de 'ongezonde' sociale mix die een buurtschool als Victor Carpentier nu heeft, zoals je misschien zou vermoeden. Ik geloof namelijk al die onderzoeken die aantonen dat de resultaten en het welbevinden van kinderen daar niet minder goed zijn, dat kinderen met een rijke thuistaal daar niet op hun honger zitten, dat er genoeg gediversifieerd wordt en talige kindjes meer uitdagingen krijgen, dat ze leren van diversiteit ... En als u mij niet gelooft, probeert u dan hier eens aan te weerstaan.

Soit, dat is dus niet het probleem. Het probleem is dat er bij die twee buurtscholen uit onze wijk (en een kleuterschool aan de Afrikalaan die zou opgaan in een nieuwe school bij de Oude Dokken) maar 79 plaatsen zijn voor ... en ik laat u even in spanning wachten ... 115 kinderen die in 2010 in Muide-Meulestede-Afrikalaan geboren zijn! Dus dan kan je nog zozeer in het buurtscholenproject willen instappen, de kans bestaat dat je kind geen plaats krijgt in de eigen buurt ...

Ik moet daar eerlijkheidshalve wel aan toevoegen dat ik scholen in de naburige wijk Tolhuis-Sluizeken-Ham, zoals De Triangel (13 plaatsen) of Sint-Salvator (40 plaatsen), mentaal al net weer te ver uit de buurt vind liggen om de stap te wagen en vol idealisme de mix 'gezonder' te maken. De Mozaïek en De Toverfluit zijn dan weer enkel kleuterscholen en liggen ook iets verder. En daar zijn er natuurlijk weer andere ouders die dichterbij wonen. Hoewel mijn mentale voorbehoud misschien van dezelfde drempelvrees getuigt als die waarom andere ouders buiten de eigen wijk een witte school gaan zoeken ... Misschien toch nog een nieuw schoolbezoekje plannen dan?

Anders moet ik hopen dat er een 50-tal ouders uit de buurt de moeite gaan nemen om hun kind naar de Afrikalaan, een buurtschool in een andere wijk of een witte school in een randgemeente te brengen. Omdat ze zelf zo graag een wittere school willen of omdat de broertjes of zusjes er al gaan. Of moet ik hopen op een plaatsje in scholen die nu nog niet bestaan en waarvoor je ook nog niet kan inschrijven, maar waar zogezegd hard aan gewerkt wordt om ze in 2013, 2014, 2015 klaar te stomen? Scholen die overigens ingepland zijn in grootschalige huisvestingsprojecten, die op zich al veel extra bewoners met kinderen met zich mee zullen brengen ...

Of klink ik nu te zuur? Thelma heeft natuurlijk voorrang in Victor Carpentier omdat we thuis Nederlands spreken, omdat ik meer dan genoeg diploma's heb, omdat ze godzijduizendmaaldank niet in een pleeggezin of instelling is opgenomen, omdat we geen trekkende bevolking zijn en niet van een leefloon leven, maar er zullen toch nog ouders in dat geval zijn? (Ik mag het hopen) En dan geldt de afstand tot de school en zijn er 30 plaatsen te verdelen ...

Moet ik dan hopen dat er geen 30 kansrijke gezinnen dichter bij Victor Carpentier wonen dan wij, die ook geïnteresseerd zijn in een buurtschool? Of zie ik het te somber? Of mis ik iets? Want 115 kinderen, dat is toch ontzettend veel? Of wonen die allemaal op de Afrikalaan? Bij die 115 moeten toch heel wat geïnteresseerden uit de buurt zitten? Zelfs als je daarvan alle kinderen aftrekt die hun broertjes of zusjes volgen naar een school buiten de wijk, omdat er vroeger nog geen zo'n buurtschoolproject was ... En zelfs als je daarvan de kinderen aftrekt bij wie De Loods op nummer 1 staat, die dichter bij De Loods wonen en daar een van de 18 plaatsjes krijgen ... Kom je dan niet aan meer dan 30?

Of ken ik mijn buurt niet? Wellicht niet, want als je de cijfers nagaat, zijn er gemiddeld 70% GOK-gezinnen in onze buurt en 30% niet-GOK ... Van die 115 instappertjes zouden er dus theoretisch 80 GOK-kindjes zijn en 35 niet-GOK, als de percentages waarin er in 2010 kinderen op de wereld gezet zijn tenminste overeenstemmen met de achtergrond van de ouders die er nu wonen ... Moeilijk na te gaan voor 2010 in elk geval, zeker als je ook de Afrikalanertjes eraf trekt en de mensen die werken op Meulestede erbij telt. Het blijft dus een GOK, pun intended.

Bij De Loods geldt er trouwens geen enkele voorrangsregel, voor GOK noch niet-GOK, en telt dus enkel de afstand tot de school om die 18 plaatsen te verdelen. Daar wordt in 2013 ook een zogenaamde eenmalige meeschuivende 'bubbelklas' ingericht op bevel van het ministerie om de hoogste nood te lenigen, lees: 12 plaatsen extra te creëren, want anders waren er zelfs maar 6 plaatsen over. De directrice was niet echt gelukkig met die bubbelklas. Misschien door de grote instroom van Roma in de omliggende straten, omdat louter de afstand tot de school als criterium geldt en het dus weleens een GOK-jaar zou kunnen worden voor De Loods?

De directrice van Victor Carpentier was overigens ook niet zo tevreden met die capaciteitsverhoging van De Loods, omdat ze vreesde dat de kansrijke kinderen toch weer eerder voor De Loods zouden kiezen en de opwaartse trend bij hen weer zou stagneren, als je het al in die termen mag zien. Wat natuurlijk wel weer in het voordeel zou pleiten van het aantal kansrijke plaatsjes in Carpentier ... Niettemin lijkt het me echt vreemd dat er minder dan 30 kansrijke gezinnen geïnteresseerd zouden zijn in Carpentier, maar als je de cijfers bekijkt, kan het dus wel kloppen.

Misschien zijn er zelfs niet genoeg geïnteresseerden om het verschil te maken en School in Zicht geslaagd te noemen? Afgaande op het aantal ouders dat al langsgegaan is in de school, zou dat wel kunnen kloppen. Er zijn al vier 'kansrijke' broertjes en zusjes ingeschreven, maar er stonden nog maar weinig andere geïnteresseerden op de lijst en er is nog maar één bezoekdag na vandaag.

Of is het dan weer niet goed? Ach en wee en oh. Of vinden veel mensen het niet de moeite om daar tijd voor te maken? Of hebben ze al gekozen op basis van andere criteria dan een openschooldag? Of laat ik mij begoochelen door die honderd kleuters op de dool? Misschien toch nog eens naar School in Zicht bellen met mijn vragen ...

Ik ben wel heel benieuwd naar wat het zal worden. De twee scholen vielen in elk geval heel goed mee. Victor Carpentier zelfs zozeer dat de hoge concentratie GOK-kindjes haast geen issue meer is, tenzij Thelma vrijwel helemaal alleen zou zitten natuurlijk. Maar dat zou zelfs ook voor De Loods kunnen gelden, omdat daar zoveel Romagezinnen vlakbij zijn komen wonen.

De buurtscholen op Muide-Meulestede komen dus zeker op 1 en 2, en over plaats 3, 4 en 5 moet ik dan nog een eindje denken. Want welk criterium neem je dan? Toch maar een buurtschool aan de andere kant van de ring in een buurt die niet echt de jouwe is, of gokken op een methodeschool die wellicht al vol zit, of op een school waar de kinderen van vrienden gaan, of een school bij mijn werk waar ik maar een tijdelijk contract heb en niet meer dan 25 % van de plaatsen is voorbehouden voor werknemers uit de buurt? Oh boy. Mijn blogpostje is een beetje langer uitgevallen dan gedacht ...

Op 3 januari is er nog een terugkomavond met alle niet-GOK-ouders die wel geïnteresseerd zijn in een buurtschool, op 13 januari gaat Bernard nog eens op bezoek bij de twee scholen, en dan is het inschrijven geblazen. Misschien valt het al bij al wel mee. Over het tekort aan crèches en onthaalmoeders in Gent was er ook een heel gedoe, en zie, we waren toch wel net op tijd zeker om het laatste plaatsje bij de dichtste en beste onthaalmoeder te krijgen? Misschien geldt hier wel hetzelfde en zijn het prescolaire zorgen om niets? Wordt ongetwijfeld vervolgd!

zaterdag 10 december 2011

Thelmataal (2): Jaasj & Jaasj

'Jaasj & Jaasj', die kent u toch? De ene heeft een lange witte baard, rode mantel, rode mijter en een staf in zijn hand, de andere is zwart, met een pofbroek en een pluim op zijn 'pit'. Een 'pit', dat kent u toch? Dat is een muts, slimmie. Voor als het niet 'wam' is en je gaat fietsen op een 'fiet'. En als je terugkomt, krijg je een lekker glaasje 'babap', liefst van appelsienen, mmm, zo 'kakor'!

'Kakor' lijkt op 'waker', en dat zit ook in een 'wesch'. Als je er wat melkpoeder bij doet, heb je een heerlijk drankje. Vaak eten kindjes daarbij ook een boterham met 'daasch'. Of liever nog het plakje 'daasch' apart: boterhammen zijn handiger met 'okko' of confituur. Of met 'baan' en bruine suiker. En na het ontbijt lekker 'keken' op papier, met een balpen of een gekleurde 'tit', liefst uitwasbaar.

Tot het 'daan' is, en we gaan 'ape' met de 'bee' en de 'nch-nch' (het konijn, duidelijk toch?). Wel nog even de haren 'kam', tandjes 'poetaah', en de 'ap' uitdoen zodat het lekker donker is.

zaterdag 3 december 2011

Thelmataal (1): Jaaah

Thelma zit in haar ja-fase. Geweldig, ik moet het u niet zeggen. Haast op elke vraag zegt ze 'jaaah', behalve als ik vraag of ze een nieuwe pamper aan wil. Maar dat vraag ik dus niet meer, dat zeg ik met klem. Ook schoenen aandoen is een twijfelgeval. Meestal is de eerste schoen geen probleem, maar als ze die ene aanheeft, komt er af en toe hevig protest.

Maar verder enkel: 'wil je soep?' Jaaah! Gaan we in bad? Jaaah! Wil je een koek? Jaaah! Gaan we naar papa? Jaaah! Wil je melk? Jaaah! Wil je een peer? Jaaah! Gaan we naar de dokter? Jaaah! Gaan we slapen? Jaaah! (en ze legt haar hoofd op tafel) Gaan we je slab aandoen? Jaaah! Wil je op mijn schoot zitten? Jaaah!

Ik ben nu zo'n beetje energie aan het opdoen voor als ze in haar nee-fase komt, dat spreekt.

dinsdag 29 november 2011

Fluo

Ik fietste vandaag van het werk naar huis met mijn fluohesje aan, dat ik normaal alleen draag als ik met Thelma achterop rijd. Ik vroeg me af waarom ik het ook zonder haar had aangetrokken, nu Thelma met een zware hoest twee dagen niet naar de onthaalmoeder mag en dus gezellig thuis bij papa zat.

Ik bedacht me dat ik nu een grotere verantwoordelijkheid draag, dat ik er eeuwig en altijd wil zijn voor mijn kleine meid. En zoals dat dikwijls gaat op de fiets, als je toch niets anders te doen hebt, denk ik dan nog een stapje verder, en vraag ik me dan af wie er Thelma over mij gaat vertellen als ik er niet meer zou zijn.

Wie gaat haar zeggen dat ik zo ontzettend veel van haar hou? Dat ik zo ontzettend trots ben op alles wat ze doet en denkt? Wie gaat haar zeggen, tonen en leren dat ze bovenal zichzelf moet zijn, authentiek, en niet te lief en te mooi en te braaf en te elegant. Niet te veel prinses of dame. En ook niet te empathisch, daar verlies je te veel tijd mee.

En dan bedacht ik dat ze wellicht mijn schrijfsels op deze blog zou lezen en een piepklein beetje zou weten wie ik was. En daarna vroeg ik me af of ze daaruit zou kunnen afleiden hoeveel ze voor mij betekent. En of ik dat niet wat vaker moet schrijven: dat ik niet zonder haar kan, dat ik haar meermaals per dag wil opeten, dat ze mij verwondert en vertedert met al haar schattigheid, met haar rake observaties, met haar hoofdje dat ze schuin houdt als ze mij iets vraagt.

En toen was ik thuis en kwam ze aangelopen, riep ze 'mama', wou ze helemaal alleen de schuifdeur openduwen, en kon ik haar eens heel goed vastnemen. En haar zachtjes de dagelijkse dosis kussen geven, en de verse broccolisoep die papa had gemaakt. En ook die vieze neusdruppels om haar infectie te lijf te gaan. Waarop ze even heel erg boos was, om dan toch weer in mijn armen getroost te worden.

Och kindje, wat hou ik toch zielsveel van jou.

woensdag 23 november 2011

Ragebol

Thelma heeft krulletjes. Van die megaschattige pluimpjes die om je vingers krullen. Wellicht geen babykrullen die na een poos weer zullen verdwijnen, maar echte levenslange. Dat kan ook moeilijk anders natuurlijk, met een moeder die ook haar hele leven al fijne krullen heeft, de ene dag al eens fijner dan de andere, en een vader die gezegend is met een dik pak waar ook wel wat beweging in zit.

Als ze pas uit bad komt en er nog niet te veel mutsen aan te pas zijn gekomen, is het een plezier om te zien. Minikrullen die naast en door elkaar een pracht van een patroon vormen. Maar o wee na een nacht slapen op haar rug, zeker als het de avond voordien niet gewassen is. Dan lijkt het meer op een geföhnde kippenkont dan op dansende pluimpjes. Stroachtig, horizontaal gepositioneerd, met het liefst een paar hardnekkige knopen erin. Geen enkele krul meer te ontwaren, enkel een pak statisch haar.

Vorige week liep ze bovendien nog eens rond met twee minidreadlocks in die warboel, die oma er vakkundig uitgekamd heeft. Want hoewel ik zelf wel wat ervaring heb met weerbarstig haar dat in de knoop ligt, wist ik toch niet meteen wat ik daarmee zou aanvangen, een dochter die alles zélf wil doen indachtig. Ik ging ze er wellicht uitgeknipt hebben, ware het niet dat Thelma een heel weekend overgeleverd was aan de goeie zorgen van mama I en mama H,* en de knopen zondagavond netjes ontward waren.

* = oma en opa: Thelma zegt nog altijd 'mama' tegen Bernard, maar ondertussen ook tegen mij, jochei!, en tegen oma en opa. En ook tegen een flesje Jupiler, want dat associeert ze met papa, die ze dus mama noemt, en ook tegen een glas wijn, dat ze dan weer met de echte mama associeert, hoewel ik zeker niet meer wijn drink dan Bernard en ook niet minder pinten. Zou er dan toch iets intrinsiek mannelijks zitten in bier en vrouwelijks in wijn dat zo'n kleine uk al associaties maakt?

Ik weet nu ook weer wat mijn moeder deed met mij: eerst gewoon mijn haar wassen en dan superzachte conditioner erop om alle knopen in een mum van tijd te ontwarren. Klinkt goed, maar ik vond het toch maar niets vroeger en probeerde dat oponthoud elke keer weer uit te stellen. We hadden geen douche en ik moest dus over het bad hangen om mijn haar te laten wassen. Ik had natuurlijk wel betere dingen te doen.

En nu ik het bedenk: daar gaat je haar natuurlijk ook van in de war zitten natuurlijk: krullen ondersteboven laten hangen en water erover, een beter recept voor een capillair haakwerk is er volgens mij niet te vinden. Maar ik weet het nu dus weer: wassen, crèmespoeling erop en hopen dat ze binnenkort groot genoeg is om even stil te zitten tot de knopen eruit zijn.

Tot zover het geblaat van Tante Kaat.

woensdag 16 november 2011

Zelf

Thelma heeft zichzelf ontdekt en wijst sinds kort naar het kleine guitige meisje in ons midden als we haar vragen waar Thelma is. Maar ze heeft meer ontdekt. Ze kan ook van alles zelf. Zélf. Zélf. Zélf. Zonder hulp met andere woorden. Wat zeg ik? Zonder!

Ook al komt er haast geen druppel soep in haar lepel als papa het kommetje niet een beetje scheef houdt, ook al wordt haar ene arm moe en wiebelig en zit er lucht in haar fles, ook al staan haar slofjes te blinken op haar grote teen in plaats van aan haar voeten, ze doet lekker alles zelf.

En o wee als we toch maar een vinger uitsteken. O wee als we toch maar proberen ongemerkt te helpen of iets voor te doen. Ze gooit haar fles uit de zetel, gooit haar lepel door de ruimte, smijt zich op de grond, laat haar handen en hoofd op de grond zakken alsof ze een vreemde godheid aanbidt, blijft een kleine minuut zo zitten, schreeuwt het uit, en laat de dikke tranen over haar wangen biggelen.

Haar ouders houden haar onder de knoet! Ze geven haar geen ruimte! Ze beknotten haar vrijheid! Ze stellen grenzen die verstikkend zijn! Ze belemmeren haar ontwikkeling! Ze doen het expres! Ze willen haar vooruitgang fnuiken! Wat een onrecht.

Wat we nu wel in een snel tempo leren, is negeren. Erop ingaan werkt voor geen meter; doen alsof er niets aan de hand is, en ondertussen toch een beetje onze lach inhouden om al die misplaatste woede, doet de bui meestal passeren.

En gelukkig is het ook niet de hele tijd door van 't zelfde. We leren de intervallen kennen waarin het euvel net uit haar geheugen is verdwenen, doen dan alsof er helemaal niets aan de hand was en het verleden niet heeft bestaan, en verrassend vaak speelt ze dan het spelletje mee.

Alsof ze ook beseft dat het best vermoeiend is, zo alles zelf willen doen. Alsof het een geheim van ons drieën is dat ze al groot is, maar af en toe nog even mag spelen van baby.

woensdag 9 november 2011

Zeepijn

We hebben een weekendje Oostende cadeau gekregen voor de geboorte van Thelma en hebben dat vorig weekend verzilverd. Maar wat een rustig uitwaaiweekendje moest worden, is net een tikkeltje anders uitgedraaid, dankzij: Oostende-kermis! Ook wel de Oktoberfoor genoemd, zelfs in het weekend van 6 en 7 november ... Dat betekent vijf weekends plezier in plaats van vier, fantastisch toch?

Het appartementje lag op het Wapenplein. Op de tweede verdieping. Enkel glas. Slaapkamer aan de voorkant. Het hele plein stond vol met eendjeskramen, paardenmolens, de Take Off, de G-Force, Luna Parks, oliebollenkramen, en een paar schietkramen. Vlak voor het appartement stond een would-be stand-up comedian die met behulp van alleen maar een micro zoveel mogelijk onschuldige klanten naar zijn kraam moest lokken. Een ge-wel-dig kraam, met miniatuurauto's, quads, telegeleide helicopters, fietsen, de hele bazaar. Te krijg in ruil voor een paar tientallen bonnen.

Allez meneer, een cadeauke voor uw vrouwke! Ge moet u geld toch niet op de bank laten staan? Dat brengt niet op! Ah, de mannen van tegenwoordig, die verrassen hun vrouwkes niet meer. Allez, waag uw kans! 't Is 't laatste weekend. De grote prijzen zitten erin, en ze moeten eruit! En dat dus duizend keer. Gelukkig werd hij ook af en toe eens afgelost door zijn vrouw en zoon, die veel minder verbale kwaliteiten hadden. En die ook beseften dat heen en weer schuiven met de volumeknop niet echt mensen lokt.

De kermis zou maar tot tien uur duren, zo was ons verteld, maar dat was toch een kleine misvatting. Wat wou je ook, het laatste weekend? Uiteindelijk was er tot half twaalf een mélange van discomuziek, duust beats per minute, het gejengel van de paardenmolen, de aanmoedigende woorden van de uitbaatster van de G-Force, een paar jingles van 'oh la la la' en de 'yeah baby' van de Austin Powers. En daarbovenop de versleten stand-upper tot na middernacht. Hij zat allicht nog niet aan zijn quotum van twaalf ontevreden klanten.

Thelma heeft zich de eerste avond in slaap geprotesteerd na tienen, maar was er gelukkig de volgende dag al aan gewend. Niet voor haar middagdut weliswaar, die ze dus zoals in de goede oude tijd in de buggy heeft doorgebracht. Veel korter dan anders, dat spreekt. En onze nachtrust was dus ook flink ingekort. En zodoende zitten we hier alledrie een beetje te suffen, met keelpijn en een snotneus, en een geweldige hoest voor Thelma.

We hebben er wel het beste van gemaakt, voor het hier allemaal kommer en kwel lijkt, maar het zelfmedelijden was toch soms niet veraf. We hebben een klein jaar ontzettend veel dag- en nachtlawaai gehad in onze buurt, gelukkig nu al een tweetal maanden geleden geleden, en de stress van toen was in een mum van tijd terug. Stemmen in je huis, muziek waar je niet voor kiest, volumeknoppen die luider gezet worden, geclaxonneer, gegil van kinderen, geroep van stoere mannen, gelach van vrouwen ... Niet rustig een boek kunnen lezen, de tv die overstemd wordt, niet kunnen kiezen wanneer je gaat slapen. Brrr, weg ermee, en snel!

Maar we hebben Thelma dus ook eendjes laten vissen, alle knuffels benoemd in het Luna Park, zijn samen op de paardenmolen gegaan, bij mijn grootouders op bezoek geweest, hebben de pier afgelopen en de dijk, naar het pluchen aapje gezwaaid bij het draaiorgel, uitgebreid geaperitiefd in Hotel du Parc, de obligate pannenkoeken gegeten ... En ik heb vrijdagavond appelbeignets gehaald om onze ellende weg te eten. En ik ben op de Break Dance geweest. Want eigenlijk ben ik ook een beetje een kermisslet (zegt Bruno). Maar liefst wanneer ik het wil en not in my front yard.

dinsdag 1 november 2011

Schreeuwlelijk

't Is geen schreeuwlelijkerd hoor, onze Thelma, integendeel (wie zou dat nu zeggen van haar eigen kind?), maar ze heeft de laatste tijd haar stembanden en het effect ervan duidelijk ontdekt. Als we achter haar aangaan, is het nog grappig, zo'n klein meisje dat wegrent en luid schreeuwt om zich uiteindelijk toch te laten kriebelen.

Als ze de poes uit de zetel gilt, vind ik het ook nog amusant, hoewel ik best wel wat medelijden krijg met onze kat. Die is sowieso niet happig op kinderen en ze voerde het voorbije jaar vooral een gedoogbeleid. Toen we in juli 2010 binnenkwamen met onze kersverse boorling maakte ze zich vlug uit de voeten, maar langzamerhand besefte ze dat die kleine baby zou blijven en dat een stilliggende of hoogstens rollende baby nog niet zo erg was als grotere kinderen die meteen enthousiast achter haar aangingen.

Later leerde Thelma kruipen en kwam het gevaar dichter. Ze kroop naar de zetel, trok zich recht en gilde de kat de zetel uit. En nu kan ze dus lopen en loopt ze er af en toe een eindje achteraan. Met één luide gil en dan gegniffel jaagt ze de kat probleemloos een ruimte verder.

En de stap van doelgericht gillen naar zomaar eens hoog krijsen, liefst tien keer na elkaar, is niet zo groot. Het is soms grappig om te zien, zo'n klein meisje dat met gebalde vuistjes een gil de wereld instuurt en je dan met pretoogjes aankijkt, maar we proberen het toch maar te negeren. Voor je het weet, zit je met een schreeuwlelijkerd opgescheept.

En gisteren bij vrienden op bezoek, was het ook aandoenlijk om te zien hoe Thelma en Pablo tegen elkaar op schreeuwden in de gang. Ze gingen achter elkaar aan, liepen elkaar bijna omver en gilden dat het een lieve lust was. Thelma was plotseling een echt kindje dat speelde en op de man afging en haar plaats opeiste aan de speelgoedpiano.

Het was weer eens een mijlpaal. Ik zie haar af en toe spelen bij de onthaalmoeder, maar meestal komt ze als laatste toe en is ze een van de laatste kindjes om naar huis te gaan, waardoor ik ze nooit lang kan observeren. Gisteren heb ik haar samen met Pablo met de auto's zien spelen, achter elkaar aan zien lopen, poppetjes zien doorgeven en blikken van verstandhouding zien uitwisselen aan tafel. Wow.

maandag 31 oktober 2011

Mama

Thelma vermeed het dus een hele tijd om 'mama' te zeggen tegen mij. Wel 'mamama', 'mamamama', om mij ervan te verzekeren dat ze het kon, maar het gewoon nog even uitstelde. En ze keek ook naar mij als we vroegen waar mama was, dus ze wist wel van mijn bestaan af. Ook speeltjes kwamen vlot mijn kant uit als we vroegen om ze even naar mama te brengen. En ze kon de twee lettergrepen ook apart zeggen, en dan zei ze 'mama' tegen een deur, of een speeltje, of langsglijdende huizen vanuit de buggy. Maar nooit tegen mij.

Mijn moeder zei vorige week langs haar neus weg dat ik dat ook niet deed toen ik zo klein was, dus dat verklaart al een en ander. Ik zei als peuter trouwens ook 'Hugo' en 'Ingrid' tegen mijn ouders, niet 'mama' en 'papa', tot groot ongenoegen van mijn onthaalmoeder. Dat kwam natuurlijk omdat mijn ouders ook vooral elkaars voornamen zeiden, afgewisseld met de koosnamen 'bonus' en 'schete', omdat ze lichtjes allergisch waren aan ouders die ook tegen elkaar 'mama' en 'papa' zeiden.

Soit, Thelma zegt de laatste week opeens heel vlot 'mama'. En weet je tegen wie? Tegen papa.

Tegen mij zegt ze nu ook af en toe 'papa', gelukkig maar. Ik wil de vaderrol met plezier op mij nemen. Waar een genderkritische opvoeding al niet toe kan leiden, nietwaar?

zaterdag 29 oktober 2011

Writers' blog

Mijn eerste kleine writers' block op deze blog. Ik had een viertal berichten in mijn hoofd, maar het kwam er niet van, en nu lijken ze allemaal verdwenen. Ze waren in elk geval niet van die aard om hier samen te plaatsen in een coherent verhaal. Incoherent dan maar ...

Mijn eerste drempel kwam er bij mijn grote verwondering over hoezeer Thelma vooruitgaat en mijn idee om daar nog eens iets over te schrijven. De woordjes, de 'movekes', haar reacties, de links die ze legt. Maar ja, staat niet elke ouder compleet versteld van wat haar kleine kan?

En is dat wel zo interessant voor andere ouders, van kleintjes in dezelfde fase, van grote die aan vroeger herinnerd worden, voor mensen zonder kinderen? Wordt het dan niet het grote stoefboek? Zoals de oma die meekwam naar Muziek op Schoot en aan iedereen vertelde hoe fantastisch haar kleinzoon was, terwijl we allemaal zelf met zo'n prachtexemplaar in huis liepen, dat even fantastische dingen deed?

Mijn tweede drempel was een zwaar bericht over de redenen waarom je kinderen wil. We spraken erover op het werk en een collega met supertoffe kinderen van 16 en 18 zei dat daar helemaal niets rationeels voor te bedenken was: ze vragen energie, ze kosten geld, ze benemen je tijd, ze vreten aan je slaap (ook als ze pubers zijn), ze maken je ongerust...

Maar zelf had ik bijvoorbeeld geen tikkende oerklok, en vond ik het dus best wel een behoorlijk rationele beslissing. Ik had eigenlijk wel voldoende twijfels om dat engagement aan te gaan: je zet kinderen op de wereld die daar zelf niet voor kiezen, je weet niet hoe de wereld gaat evolueren, je weet niet hoezeer ze daartegen gewapend zullen zijn.

En geef toe, het is al bij al niet zo gezellig op deze opwarmende aardkloot met al haar oorlogen en financiële rampen, en de bevolking swingt nu al de pan uit. Je stuurt ze zelf maar mooi het leven in, de kleuterklas door, de lagere school, het middelbaar ... Het huiswerk, de keuzes, de vriendjes, de levensvragen, de emotionele ontdekkingstocht ... En ondertussen hopen dat er zich geen echte rampen gaan voltrekken.

Maar ik wist wel dat ik nooit 'nee' zou kunnen kiezen, dat ik heel veel liefde te geven had, dat we een redelijk kansrijk nest hadden om zo'n kleintje aan te bieden. Een warm nest met veel basisveiligheid, veel mondigheid, net genoeg geld en tijd, een gezellige thuis waar huiswerk maken niet zo'n opgave is en dat hopelijk altijd de juiste opvang kan bieden. En mijn broer zei op een bepaald moment dat de wereld er dertig jaar geleden niet veel beter uitzag, en zie, wij staan ook nog altijd recht.

Een ander argumenten dat vaak opduikt, is dat kinderen je jong houden: je beleeft je eigen kindertijd opnieuw, je puberteit ... En dat kinderen je beletten om te verstarren, zo zei mijn eigen moeder, dat ze je telkens opnieuw in vraag stellen. En dat je emoties zoveel verder reiken als je kinderen hebt: zowel naar de ene als naar de andere kant van het spectrum.

Maar elk argument heeft natuurlijk ook zijn tegenhanger: je blijft ook jong als je kunt blijven uitgaan zoveel je wil, als je wanneer dan ook kunt uitslapen, als je hyperimpulsief kunt blijven. Je verstart ook niet als je veel kunt gaan reizen, nieuwe mensen ontmoet, de boel eender wanneer kunt omgooien.

Alleen dat van de emoties vind ik echt kloppen, maar ik weet niet of dat wel zo'n troef is. Mijn hoofd lijkt soms een visbokaal met de tranen tot net aan de rand. Een tranenmeer waarvan af en toe een laag verdampt als het mooi weer is en waar in de herfst een paar extra golven komen aangerold ...

Dat was vroeger ook zo, maar nu duikt die emotionaliteit te pas en te onpas op, bij de meest cheesy momenten, zoals het trouwfeest bij de Bulgaarse buren in onze straat, toen het stijlloze geluk van de dansende Sleepstraatkleedjes afdroop, de dikke en magere lijven in veel blingbling gevangen zaten, een gehavend gebit de pret niet kon drukken ...

En dan ben je zo verwonderd door de sublieme schoonheid van zo'n kleintje, voel je de liefde haast fysiek, is het 'graag-zien' in de overtreffende trap, kan je intens gelukkig worden als je haar bezig ziet de wereld ontdekken. Is het zo'n irrationele oerkracht waar je van versteld staat en die je probeert op te vangen met al de rationaliteit die je in huis hebt, om dan uiteindelijk te beseffen dat het gewoon niet te vatten valt ...

En o ja, for the record, als ik 'Thelma' zegt, wijst ze sinds vandaag met een gekromd tikkend vingertje naar zichzelf. Ze heeft zichzelf ontdekt. De show kan beginnen.

dinsdag 18 oktober 2011

Een dagje ponnekeblom


Thelma is een dagje gaan spelen bij de familie Ponnekeblom en ze had de tijd van haar leven! Stappen tot je beseft dat je stapt, dan snel doen alsof je al lang van plan was om te gaan zitten (want ze had iets heel interessants gezien onder tafel), koekjes graaien (en later ook nog pannekoeken smullen), lekker onderuit schuiven in de zetel, fruitpap al dansend, buiken vergelijken, het kon niet op!