zaterdag 10 december 2011

Thelmataal (2): Jaasj & Jaasj

'Jaasj & Jaasj', die kent u toch? De ene heeft een lange witte baard, rode mantel, rode mijter en een staf in zijn hand, de andere is zwart, met een pofbroek en een pluim op zijn 'pit'. Een 'pit', dat kent u toch? Dat is een muts, slimmie. Voor als het niet 'wam' is en je gaat fietsen op een 'fiet'. En als je terugkomt, krijg je een lekker glaasje 'babap', liefst van appelsienen, mmm, zo 'kakor'!

'Kakor' lijkt op 'waker', en dat zit ook in een 'wesch'. Als je er wat melkpoeder bij doet, heb je een heerlijk drankje. Vaak eten kindjes daarbij ook een boterham met 'daasch'. Of liever nog het plakje 'daasch' apart: boterhammen zijn handiger met 'okko' of confituur. Of met 'baan' en bruine suiker. En na het ontbijt lekker 'keken' op papier, met een balpen of een gekleurde 'tit', liefst uitwasbaar.

Tot het 'daan' is, en we gaan 'ape' met de 'bee' en de 'nch-nch' (het konijn, duidelijk toch?). Wel nog even de haren 'kam', tandjes 'poetaah', en de 'ap' uitdoen zodat het lekker donker is.

zaterdag 3 december 2011

Thelmataal (1): Jaaah

Thelma zit in haar ja-fase. Geweldig, ik moet het u niet zeggen. Haast op elke vraag zegt ze 'jaaah', behalve als ik vraag of ze een nieuwe pamper aan wil. Maar dat vraag ik dus niet meer, dat zeg ik met klem. Ook schoenen aandoen is een twijfelgeval. Meestal is de eerste schoen geen probleem, maar als ze die ene aanheeft, komt er af en toe hevig protest.

Maar verder enkel: 'wil je soep?' Jaaah! Gaan we in bad? Jaaah! Wil je een koek? Jaaah! Gaan we naar papa? Jaaah! Wil je melk? Jaaah! Wil je een peer? Jaaah! Gaan we naar de dokter? Jaaah! Gaan we slapen? Jaaah! (en ze legt haar hoofd op tafel) Gaan we je slab aandoen? Jaaah! Wil je op mijn schoot zitten? Jaaah!

Ik ben nu zo'n beetje energie aan het opdoen voor als ze in haar nee-fase komt, dat spreekt.

dinsdag 29 november 2011

Fluo

Ik fietste vandaag van het werk naar huis met mijn fluohesje aan, dat ik normaal alleen draag als ik met Thelma achterop rijd. Ik vroeg me af waarom ik het ook zonder haar had aangetrokken, nu Thelma met een zware hoest twee dagen niet naar de onthaalmoeder mag en dus gezellig thuis bij papa zat.

Ik bedacht me dat ik nu een grotere verantwoordelijkheid draag, dat ik er eeuwig en altijd wil zijn voor mijn kleine meid. En zoals dat dikwijls gaat op de fiets, als je toch niets anders te doen hebt, denk ik dan nog een stapje verder, en vraag ik me dan af wie er Thelma over mij gaat vertellen als ik er niet meer zou zijn.

Wie gaat haar zeggen dat ik zo ontzettend veel van haar hou? Dat ik zo ontzettend trots ben op alles wat ze doet en denkt? Wie gaat haar zeggen, tonen en leren dat ze bovenal zichzelf moet zijn, authentiek, en niet te lief en te mooi en te braaf en te elegant. Niet te veel prinses of dame. En ook niet te empathisch, daar verlies je te veel tijd mee.

En dan bedacht ik dat ze wellicht mijn schrijfsels op deze blog zou lezen en een piepklein beetje zou weten wie ik was. En daarna vroeg ik me af of ze daaruit zou kunnen afleiden hoeveel ze voor mij betekent. En of ik dat niet wat vaker moet schrijven: dat ik niet zonder haar kan, dat ik haar meermaals per dag wil opeten, dat ze mij verwondert en vertedert met al haar schattigheid, met haar rake observaties, met haar hoofdje dat ze schuin houdt als ze mij iets vraagt.

En toen was ik thuis en kwam ze aangelopen, riep ze 'mama', wou ze helemaal alleen de schuifdeur openduwen, en kon ik haar eens heel goed vastnemen. En haar zachtjes de dagelijkse dosis kussen geven, en de verse broccolisoep die papa had gemaakt. En ook die vieze neusdruppels om haar infectie te lijf te gaan. Waarop ze even heel erg boos was, om dan toch weer in mijn armen getroost te worden.

Och kindje, wat hou ik toch zielsveel van jou.

woensdag 23 november 2011

Ragebol

Thelma heeft krulletjes. Van die megaschattige pluimpjes die om je vingers krullen. Wellicht geen babykrullen die na een poos weer zullen verdwijnen, maar echte levenslange. Dat kan ook moeilijk anders natuurlijk, met een moeder die ook haar hele leven al fijne krullen heeft, de ene dag al eens fijner dan de andere, en een vader die gezegend is met een dik pak waar ook wel wat beweging in zit.

Als ze pas uit bad komt en er nog niet te veel mutsen aan te pas zijn gekomen, is het een plezier om te zien. Minikrullen die naast en door elkaar een pracht van een patroon vormen. Maar o wee na een nacht slapen op haar rug, zeker als het de avond voordien niet gewassen is. Dan lijkt het meer op een geföhnde kippenkont dan op dansende pluimpjes. Stroachtig, horizontaal gepositioneerd, met het liefst een paar hardnekkige knopen erin. Geen enkele krul meer te ontwaren, enkel een pak statisch haar.

Vorige week liep ze bovendien nog eens rond met twee minidreadlocks in die warboel, die oma er vakkundig uitgekamd heeft. Want hoewel ik zelf wel wat ervaring heb met weerbarstig haar dat in de knoop ligt, wist ik toch niet meteen wat ik daarmee zou aanvangen, een dochter die alles zélf wil doen indachtig. Ik ging ze er wellicht uitgeknipt hebben, ware het niet dat Thelma een heel weekend overgeleverd was aan de goeie zorgen van mama I en mama H,* en de knopen zondagavond netjes ontward waren.

* = oma en opa: Thelma zegt nog altijd 'mama' tegen Bernard, maar ondertussen ook tegen mij, jochei!, en tegen oma en opa. En ook tegen een flesje Jupiler, want dat associeert ze met papa, die ze dus mama noemt, en ook tegen een glas wijn, dat ze dan weer met de echte mama associeert, hoewel ik zeker niet meer wijn drink dan Bernard en ook niet minder pinten. Zou er dan toch iets intrinsiek mannelijks zitten in bier en vrouwelijks in wijn dat zo'n kleine uk al associaties maakt?

Ik weet nu ook weer wat mijn moeder deed met mij: eerst gewoon mijn haar wassen en dan superzachte conditioner erop om alle knopen in een mum van tijd te ontwarren. Klinkt goed, maar ik vond het toch maar niets vroeger en probeerde dat oponthoud elke keer weer uit te stellen. We hadden geen douche en ik moest dus over het bad hangen om mijn haar te laten wassen. Ik had natuurlijk wel betere dingen te doen.

En nu ik het bedenk: daar gaat je haar natuurlijk ook van in de war zitten natuurlijk: krullen ondersteboven laten hangen en water erover, een beter recept voor een capillair haakwerk is er volgens mij niet te vinden. Maar ik weet het nu dus weer: wassen, crèmespoeling erop en hopen dat ze binnenkort groot genoeg is om even stil te zitten tot de knopen eruit zijn.

Tot zover het geblaat van Tante Kaat.

woensdag 16 november 2011

Zelf

Thelma heeft zichzelf ontdekt en wijst sinds kort naar het kleine guitige meisje in ons midden als we haar vragen waar Thelma is. Maar ze heeft meer ontdekt. Ze kan ook van alles zelf. Zélf. Zélf. Zélf. Zonder hulp met andere woorden. Wat zeg ik? Zonder!

Ook al komt er haast geen druppel soep in haar lepel als papa het kommetje niet een beetje scheef houdt, ook al wordt haar ene arm moe en wiebelig en zit er lucht in haar fles, ook al staan haar slofjes te blinken op haar grote teen in plaats van aan haar voeten, ze doet lekker alles zelf.

En o wee als we toch maar een vinger uitsteken. O wee als we toch maar proberen ongemerkt te helpen of iets voor te doen. Ze gooit haar fles uit de zetel, gooit haar lepel door de ruimte, smijt zich op de grond, laat haar handen en hoofd op de grond zakken alsof ze een vreemde godheid aanbidt, blijft een kleine minuut zo zitten, schreeuwt het uit, en laat de dikke tranen over haar wangen biggelen.

Haar ouders houden haar onder de knoet! Ze geven haar geen ruimte! Ze beknotten haar vrijheid! Ze stellen grenzen die verstikkend zijn! Ze belemmeren haar ontwikkeling! Ze doen het expres! Ze willen haar vooruitgang fnuiken! Wat een onrecht.

Wat we nu wel in een snel tempo leren, is negeren. Erop ingaan werkt voor geen meter; doen alsof er niets aan de hand is, en ondertussen toch een beetje onze lach inhouden om al die misplaatste woede, doet de bui meestal passeren.

En gelukkig is het ook niet de hele tijd door van 't zelfde. We leren de intervallen kennen waarin het euvel net uit haar geheugen is verdwenen, doen dan alsof er helemaal niets aan de hand was en het verleden niet heeft bestaan, en verrassend vaak speelt ze dan het spelletje mee.

Alsof ze ook beseft dat het best vermoeiend is, zo alles zelf willen doen. Alsof het een geheim van ons drieën is dat ze al groot is, maar af en toe nog even mag spelen van baby.

woensdag 9 november 2011

Zeepijn

We hebben een weekendje Oostende cadeau gekregen voor de geboorte van Thelma en hebben dat vorig weekend verzilverd. Maar wat een rustig uitwaaiweekendje moest worden, is net een tikkeltje anders uitgedraaid, dankzij: Oostende-kermis! Ook wel de Oktoberfoor genoemd, zelfs in het weekend van 6 en 7 november ... Dat betekent vijf weekends plezier in plaats van vier, fantastisch toch?

Het appartementje lag op het Wapenplein. Op de tweede verdieping. Enkel glas. Slaapkamer aan de voorkant. Het hele plein stond vol met eendjeskramen, paardenmolens, de Take Off, de G-Force, Luna Parks, oliebollenkramen, en een paar schietkramen. Vlak voor het appartement stond een would-be stand-up comedian die met behulp van alleen maar een micro zoveel mogelijk onschuldige klanten naar zijn kraam moest lokken. Een ge-wel-dig kraam, met miniatuurauto's, quads, telegeleide helicopters, fietsen, de hele bazaar. Te krijg in ruil voor een paar tientallen bonnen.

Allez meneer, een cadeauke voor uw vrouwke! Ge moet u geld toch niet op de bank laten staan? Dat brengt niet op! Ah, de mannen van tegenwoordig, die verrassen hun vrouwkes niet meer. Allez, waag uw kans! 't Is 't laatste weekend. De grote prijzen zitten erin, en ze moeten eruit! En dat dus duizend keer. Gelukkig werd hij ook af en toe eens afgelost door zijn vrouw en zoon, die veel minder verbale kwaliteiten hadden. En die ook beseften dat heen en weer schuiven met de volumeknop niet echt mensen lokt.

De kermis zou maar tot tien uur duren, zo was ons verteld, maar dat was toch een kleine misvatting. Wat wou je ook, het laatste weekend? Uiteindelijk was er tot half twaalf een mélange van discomuziek, duust beats per minute, het gejengel van de paardenmolen, de aanmoedigende woorden van de uitbaatster van de G-Force, een paar jingles van 'oh la la la' en de 'yeah baby' van de Austin Powers. En daarbovenop de versleten stand-upper tot na middernacht. Hij zat allicht nog niet aan zijn quotum van twaalf ontevreden klanten.

Thelma heeft zich de eerste avond in slaap geprotesteerd na tienen, maar was er gelukkig de volgende dag al aan gewend. Niet voor haar middagdut weliswaar, die ze dus zoals in de goede oude tijd in de buggy heeft doorgebracht. Veel korter dan anders, dat spreekt. En onze nachtrust was dus ook flink ingekort. En zodoende zitten we hier alledrie een beetje te suffen, met keelpijn en een snotneus, en een geweldige hoest voor Thelma.

We hebben er wel het beste van gemaakt, voor het hier allemaal kommer en kwel lijkt, maar het zelfmedelijden was toch soms niet veraf. We hebben een klein jaar ontzettend veel dag- en nachtlawaai gehad in onze buurt, gelukkig nu al een tweetal maanden geleden geleden, en de stress van toen was in een mum van tijd terug. Stemmen in je huis, muziek waar je niet voor kiest, volumeknoppen die luider gezet worden, geclaxonneer, gegil van kinderen, geroep van stoere mannen, gelach van vrouwen ... Niet rustig een boek kunnen lezen, de tv die overstemd wordt, niet kunnen kiezen wanneer je gaat slapen. Brrr, weg ermee, en snel!

Maar we hebben Thelma dus ook eendjes laten vissen, alle knuffels benoemd in het Luna Park, zijn samen op de paardenmolen gegaan, bij mijn grootouders op bezoek geweest, hebben de pier afgelopen en de dijk, naar het pluchen aapje gezwaaid bij het draaiorgel, uitgebreid geaperitiefd in Hotel du Parc, de obligate pannenkoeken gegeten ... En ik heb vrijdagavond appelbeignets gehaald om onze ellende weg te eten. En ik ben op de Break Dance geweest. Want eigenlijk ben ik ook een beetje een kermisslet (zegt Bruno). Maar liefst wanneer ik het wil en not in my front yard.

dinsdag 1 november 2011

Schreeuwlelijk

't Is geen schreeuwlelijkerd hoor, onze Thelma, integendeel (wie zou dat nu zeggen van haar eigen kind?), maar ze heeft de laatste tijd haar stembanden en het effect ervan duidelijk ontdekt. Als we achter haar aangaan, is het nog grappig, zo'n klein meisje dat wegrent en luid schreeuwt om zich uiteindelijk toch te laten kriebelen.

Als ze de poes uit de zetel gilt, vind ik het ook nog amusant, hoewel ik best wel wat medelijden krijg met onze kat. Die is sowieso niet happig op kinderen en ze voerde het voorbije jaar vooral een gedoogbeleid. Toen we in juli 2010 binnenkwamen met onze kersverse boorling maakte ze zich vlug uit de voeten, maar langzamerhand besefte ze dat die kleine baby zou blijven en dat een stilliggende of hoogstens rollende baby nog niet zo erg was als grotere kinderen die meteen enthousiast achter haar aangingen.

Later leerde Thelma kruipen en kwam het gevaar dichter. Ze kroop naar de zetel, trok zich recht en gilde de kat de zetel uit. En nu kan ze dus lopen en loopt ze er af en toe een eindje achteraan. Met één luide gil en dan gegniffel jaagt ze de kat probleemloos een ruimte verder.

En de stap van doelgericht gillen naar zomaar eens hoog krijsen, liefst tien keer na elkaar, is niet zo groot. Het is soms grappig om te zien, zo'n klein meisje dat met gebalde vuistjes een gil de wereld instuurt en je dan met pretoogjes aankijkt, maar we proberen het toch maar te negeren. Voor je het weet, zit je met een schreeuwlelijkerd opgescheept.

En gisteren bij vrienden op bezoek, was het ook aandoenlijk om te zien hoe Thelma en Pablo tegen elkaar op schreeuwden in de gang. Ze gingen achter elkaar aan, liepen elkaar bijna omver en gilden dat het een lieve lust was. Thelma was plotseling een echt kindje dat speelde en op de man afging en haar plaats opeiste aan de speelgoedpiano.

Het was weer eens een mijlpaal. Ik zie haar af en toe spelen bij de onthaalmoeder, maar meestal komt ze als laatste toe en is ze een van de laatste kindjes om naar huis te gaan, waardoor ik ze nooit lang kan observeren. Gisteren heb ik haar samen met Pablo met de auto's zien spelen, achter elkaar aan zien lopen, poppetjes zien doorgeven en blikken van verstandhouding zien uitwisselen aan tafel. Wow.

maandag 31 oktober 2011

Mama

Thelma vermeed het dus een hele tijd om 'mama' te zeggen tegen mij. Wel 'mamama', 'mamamama', om mij ervan te verzekeren dat ze het kon, maar het gewoon nog even uitstelde. En ze keek ook naar mij als we vroegen waar mama was, dus ze wist wel van mijn bestaan af. Ook speeltjes kwamen vlot mijn kant uit als we vroegen om ze even naar mama te brengen. En ze kon de twee lettergrepen ook apart zeggen, en dan zei ze 'mama' tegen een deur, of een speeltje, of langsglijdende huizen vanuit de buggy. Maar nooit tegen mij.

Mijn moeder zei vorige week langs haar neus weg dat ik dat ook niet deed toen ik zo klein was, dus dat verklaart al een en ander. Ik zei als peuter trouwens ook 'Hugo' en 'Ingrid' tegen mijn ouders, niet 'mama' en 'papa', tot groot ongenoegen van mijn onthaalmoeder. Dat kwam natuurlijk omdat mijn ouders ook vooral elkaars voornamen zeiden, afgewisseld met de koosnamen 'bonus' en 'schete', omdat ze lichtjes allergisch waren aan ouders die ook tegen elkaar 'mama' en 'papa' zeiden.

Soit, Thelma zegt de laatste week opeens heel vlot 'mama'. En weet je tegen wie? Tegen papa.

Tegen mij zegt ze nu ook af en toe 'papa', gelukkig maar. Ik wil de vaderrol met plezier op mij nemen. Waar een genderkritische opvoeding al niet toe kan leiden, nietwaar?

zaterdag 29 oktober 2011

Writers' blog

Mijn eerste kleine writers' block op deze blog. Ik had een viertal berichten in mijn hoofd, maar het kwam er niet van, en nu lijken ze allemaal verdwenen. Ze waren in elk geval niet van die aard om hier samen te plaatsen in een coherent verhaal. Incoherent dan maar ...

Mijn eerste drempel kwam er bij mijn grote verwondering over hoezeer Thelma vooruitgaat en mijn idee om daar nog eens iets over te schrijven. De woordjes, de 'movekes', haar reacties, de links die ze legt. Maar ja, staat niet elke ouder compleet versteld van wat haar kleine kan?

En is dat wel zo interessant voor andere ouders, van kleintjes in dezelfde fase, van grote die aan vroeger herinnerd worden, voor mensen zonder kinderen? Wordt het dan niet het grote stoefboek? Zoals de oma die meekwam naar Muziek op Schoot en aan iedereen vertelde hoe fantastisch haar kleinzoon was, terwijl we allemaal zelf met zo'n prachtexemplaar in huis liepen, dat even fantastische dingen deed?

Mijn tweede drempel was een zwaar bericht over de redenen waarom je kinderen wil. We spraken erover op het werk en een collega met supertoffe kinderen van 16 en 18 zei dat daar helemaal niets rationeels voor te bedenken was: ze vragen energie, ze kosten geld, ze benemen je tijd, ze vreten aan je slaap (ook als ze pubers zijn), ze maken je ongerust...

Maar zelf had ik bijvoorbeeld geen tikkende oerklok, en vond ik het dus best wel een behoorlijk rationele beslissing. Ik had eigenlijk wel voldoende twijfels om dat engagement aan te gaan: je zet kinderen op de wereld die daar zelf niet voor kiezen, je weet niet hoe de wereld gaat evolueren, je weet niet hoezeer ze daartegen gewapend zullen zijn.

En geef toe, het is al bij al niet zo gezellig op deze opwarmende aardkloot met al haar oorlogen en financiële rampen, en de bevolking swingt nu al de pan uit. Je stuurt ze zelf maar mooi het leven in, de kleuterklas door, de lagere school, het middelbaar ... Het huiswerk, de keuzes, de vriendjes, de levensvragen, de emotionele ontdekkingstocht ... En ondertussen hopen dat er zich geen echte rampen gaan voltrekken.

Maar ik wist wel dat ik nooit 'nee' zou kunnen kiezen, dat ik heel veel liefde te geven had, dat we een redelijk kansrijk nest hadden om zo'n kleintje aan te bieden. Een warm nest met veel basisveiligheid, veel mondigheid, net genoeg geld en tijd, een gezellige thuis waar huiswerk maken niet zo'n opgave is en dat hopelijk altijd de juiste opvang kan bieden. En mijn broer zei op een bepaald moment dat de wereld er dertig jaar geleden niet veel beter uitzag, en zie, wij staan ook nog altijd recht.

Een ander argumenten dat vaak opduikt, is dat kinderen je jong houden: je beleeft je eigen kindertijd opnieuw, je puberteit ... En dat kinderen je beletten om te verstarren, zo zei mijn eigen moeder, dat ze je telkens opnieuw in vraag stellen. En dat je emoties zoveel verder reiken als je kinderen hebt: zowel naar de ene als naar de andere kant van het spectrum.

Maar elk argument heeft natuurlijk ook zijn tegenhanger: je blijft ook jong als je kunt blijven uitgaan zoveel je wil, als je wanneer dan ook kunt uitslapen, als je hyperimpulsief kunt blijven. Je verstart ook niet als je veel kunt gaan reizen, nieuwe mensen ontmoet, de boel eender wanneer kunt omgooien.

Alleen dat van de emoties vind ik echt kloppen, maar ik weet niet of dat wel zo'n troef is. Mijn hoofd lijkt soms een visbokaal met de tranen tot net aan de rand. Een tranenmeer waarvan af en toe een laag verdampt als het mooi weer is en waar in de herfst een paar extra golven komen aangerold ...

Dat was vroeger ook zo, maar nu duikt die emotionaliteit te pas en te onpas op, bij de meest cheesy momenten, zoals het trouwfeest bij de Bulgaarse buren in onze straat, toen het stijlloze geluk van de dansende Sleepstraatkleedjes afdroop, de dikke en magere lijven in veel blingbling gevangen zaten, een gehavend gebit de pret niet kon drukken ...

En dan ben je zo verwonderd door de sublieme schoonheid van zo'n kleintje, voel je de liefde haast fysiek, is het 'graag-zien' in de overtreffende trap, kan je intens gelukkig worden als je haar bezig ziet de wereld ontdekken. Is het zo'n irrationele oerkracht waar je van versteld staat en die je probeert op te vangen met al de rationaliteit die je in huis hebt, om dan uiteindelijk te beseffen dat het gewoon niet te vatten valt ...

En o ja, for the record, als ik 'Thelma' zegt, wijst ze sinds vandaag met een gekromd tikkend vingertje naar zichzelf. Ze heeft zichzelf ontdekt. De show kan beginnen.

dinsdag 18 oktober 2011

Een dagje ponnekeblom


Thelma is een dagje gaan spelen bij de familie Ponnekeblom en ze had de tijd van haar leven! Stappen tot je beseft dat je stapt, dan snel doen alsof je al lang van plan was om te gaan zitten (want ze had iets heel interessants gezien onder tafel), koekjes graaien (en later ook nog pannekoeken smullen), lekker onderuit schuiven in de zetel, fruitpap al dansend, buiken vergelijken, het kon niet op!

maandag 10 oktober 2011

Thelma stapt!

Uit gewoonte neemt ze nog altijd een vinger vast, maar ze kan het! Zeven, acht, negen stappen zonder haar evenwicht te verliezen. Om daarna wel uitgeput en trots in onze armen te vallen. Goed voor vader, die morgen voor twee weken op tournee vertrekt en bij terugkomst niet gaat moeten vaststellen dat ze helemaal zonder handjes kan stappen.

Ondertussen loop ik van huisarts naar radioloog naar huisarts naar de osteopaat om iets te laten fiksen dat sinds de bevalling pijn doet. Mijn staartbeen met name. Toen ik tijdens mijn arbeid nog thuis was om de weeën op te vangen, heb ik een enorme pijnscheut gevoeld, waarop de vroedvrouw me geruststelde dat het gewoon Thelma's hoofdje was dat passeerde. Miljaar! Gelukkig ging die pijn toen snel weer weg, en kon ik me op het echte werk concentreren.

Maar de pijn nam de laatste tijd toe. Blijkbaar kennen wel meer vrouwen dat. Een vriendin van mij had er ook last van gehad, en mijn schoonzus had ook een enorme krak gehoord tijdens haar bevalling, maar zij hebben er niets aan gedaan. Bij de eerste is het na anderhalf jaar vanzelf weggegaan, de tweede leert er zo goed als het kan mee leven.

Mijn eerste idee was dus ook om het nog even af te wachten. Het zag er echter niet naar uit dat het over een drietal maanden vanzelf zou weggaan, dus ging ik toch maar naar de huisarts. Die voelde zelfs niet eens waar mijn staartbeentje zat en dacht dat het naar binnen was gericht. Zeker geen gevolg van de bevalling dus, want dan zou het naar buiten staan. Wat wel kon, is dat ik ooit mijn staartbeen heb ontwricht en dat mijn lieve Thelma bij de bevalling de ligamenten heeft beschadigd.

Wanneer ik dat staartbeen ooit kan hebben ontwricht, weet ik wel: twintig jaar geleden ben ik met een vriendinnetje gaan muurklimmen, en koppig als ik was heb ik zo lang mogelijk mijn romp en benen in een hoek van 90° laten staan bij het afdalen. Tot ik tien centimeter boven de vloer hing en mijn vriendin me voor de grap liet vallen door de touwen los te laten ... Niet hoog, maar wel heel pijnlijk. Maar kennelijk niet zo pijnlijk, toch niet langdurig, om toen een hele reeks dokters af te lopen.

Wel een plausibel verhaal als je 't mij vraagt: vallen in zithouding en daar een ontwricht staartbeen aan overhouden. Maar toch voor alle zekerheid naar de radioloog, aldus de huisarts. De radioloog schrok van de beelden en zei dat mijn ligamenten waarschijnlijk ooit gescheurd zijn, min of meer zijn vastgegroeid en dan weer onzacht uitgerekt zijn bij de bevalling.

Dus weer met de foto's naar de huisarts, die ook best schrok en zich afvroeg waarom ik zolang had gewacht om te komen: je kon gewoon zien dat het wel pijn moest doen. Hij wou eerst een second opinion bij een chirurg, maar zei ook dat er misschien een pin in moest, of dat het misschien wel verwijderd kon worden, aangezien je dat eigenlijk toch niet nodig hebt, zo'n voorhistorisch uitsteeksel.

Maar de geconsulteerde chirurg was daar helemaal niet voor te vinden: het blijft tenslotte het einde van je ruggengraat, er komen heel wat zenuwen in uit, en allerlei spieren hangen eraan vast. De osteopaat dan maar, die vandaag zag dat mijn staartbeen niet louter ontwricht was, maar gewoon ooit in tweeën gebroken.

Hij heeft het dus ook niet op zijn plaats kunnen duwen, maar probeert het wel weer mobiel te krijgen. Hij was ook niet te vinden voor een operatie, tenzij er echt niets anders op zat, maar hij had er geen goeie ervaringen mee en het littekenweefsel zou enkel tot complicaties leiden ... Weg mijn stoer verhaal van de pin in het staartbeen (gelukkig maar).

De huisarts had gezegd dat ik het een keer zonder verdoving moest ondergaan als test (wel met Dafalgan van 1 g een uur op voorhand), en dat ik plaatselijke verdoving zou krijgen als het zonder verdoving niet lukte. Maar om een lang verhaal kort te maken: mijn grote schrik voor oeverloos veel pijn is voorbarig gebleken.

Met een Dafalgan ging het zonder enig probleem. Net zoals bij de bevalling: vrezen dat het veel pijn zou doen en dan uiteindelijk opgelucht ademhalen. Nu alleen maar hopen dat de nawerkingen niet zoveel last veroorzaken als toen in de kraamkliniek, want dat was toch wel meer dan doorbijten. Volgende week op controle en hopen dat het beentje zich in al zijn hernieuwde mobiliteit staande heeft gehouden.

dinsdag 4 oktober 2011

Bellenblazen

Thelma kan bellenblazen! Oké, we houden het ringetje zelf op de juiste afstand van haar mond, want anders eet ze het bijna op, we houden het flesje zelf vast, om niet de hele living in een sopje te zetten, maar dan blaast ze zacht een hele reeks blinkende bellen. En is ze ontzettend kwaad als we ermee ophouden. Verongelijkt, ontgoocheld, diep gekwetst, in de steek gelaten, met luid geschreeuw en dikke biggelende tranen die dat moeten illustreren.

Ze heeft al lang een obsessie met blazen: als we in de tuin aankomen met de fiets, moet ik altijd het plastieken groene strandwindmolentje in gang blazen en dan giert ze het uit, als er paardenbloemen in de tuin staan, wil ze die omver blazen, als ik in haar gezicht blaas, knijpt ze lachend haar ogen dicht. Alleen voor haar eerste kaarsje was ze nog net niet klaar, maar schattig waren die pogingen wel.

Ze staat natuurlijk ook al weer drie maanden verder. Drie maanden, waarin ze een drietal pasjes alleen zet met haar nieuwe schoenen, waarin ze een paar nieuwe woordjes kent, zoals 'kaka' voor het welbekende fenomeen, 'iesch' voor 'vis' en 'op' voor 'deksel op de pot' en 'alles is op'.

En dierengeluiden natuurlijk. 'K(w)aak' zegt ze voor een kikker, 'mui' voor een koe en 'iiiiiiiiiiiii' voor een paard. Als ze die toevallig ergens ziet, dat spreekt, want het spelletje 'wat zegt de hond/poes/koe/olifant?' speelt ze voorlopig nog niet mee.

Haar eerste woord was 'tsch' voor 'poes', maar dat is ondertussen 'pfff' geworden. 'Tuut' is 'th-tjh' geworden, en 'ik wil nog' was eerst 'ko' en is nu 'kù', liefst op een vragend toontje. Een hond is nog altijd 'ouwouf', gelukkig maar, anders raken we helemaal de draad kwijt. 'Edaaa' voor 'daag' zegt ze niet meer, en 'baba' voor om het even welk familielid is ook verdwenen. 'Papa' zegt ze eigenlijk ook, maar het is nog altijd 'pepà' en het liefst tien keer na elkaar.

'Mama' vooralsnog niet. Ik wacht geduldig af!