donderdag 28 maart 2013

Thelmataal (18)

We zijn vandaag voor het laatst naar Kind&Gezin geweest. Gisteren had ik Thelma nog uitgelegd dat we haar daar gingen meten en wegen, en dat we daarna een dokter en verpleegster zouden zien, maar vandaag had ik opeens de combinatie 'Kind&Gezin' laten vallen. Waardoor ze op de fiets voortdurend vroeg: 'Waar is Kind&Gezin?', 'Zijn we nu al bij Kind&Gezin?', 'Zijn er nog veel kinden bij Kind&Gezin?', 'Vind ik dat niet leuk bij Kind&Gezin?'

Onze fietsconversaties, I absolutely love 'm! Toen we een werftoilet voorbijreden, vroeg ze: 'Is dat een hondenhok?' en legde ik uit dat het een toilet was voor mensen die werken op straat en geen huis hebben in de buurt om naar toilet te gaan. Na nog wat vragen en uitleg zei ze dat ze pipi moest doen en antwoordde ik dat we bijna thuis waren, tot ze mij erop wees dat we toch net een toilet gepasseerd waren? Vandaag zei ze 'De zon volgt ons.' Die redeneringen, heerlijk!

Een groot contrast met de 'schoenen' en 'stoel' die ze in het boekje van Kind&Gezin moest aanduiden, en de 'bal', 'hond' en 'vrachtwagen' die ze moest benoemen om te zien hoe ver ze stond qua taal ... De verpleegster was al behoorlijk onder de indruk van die basiskennis (Vrachtwagen? Waw!), dus ik kon niet echt uitleggen hoezeer wij elke dag onder de indruk zijn. Onze wenkbrauwen schieten hier voortdurend de hoogte in. Toen ik drieënhalf was, heeft een vriend van mijn moeder ooit mijn gevleugelde uitspraak 'Varkentjes leggen ook vlees' op een button laten vereeuwigen, en ik ben daar nog altijd blij om.

Vandaar dat ik zelf nog eens een greep uit haar aanbod doe, voor haar supporters, voor het nageslacht en vooral voor haarzelf natuurlijk:
  • 'De boomverzorger heeft gefwommen in het fwembad' [over zichzelf, in Potchefstroom, waar ze boomverzorger wou worden]
  • 'Pauwen en fazanten moeten ook pipi doen' [op het potje]
  • 'Ons gaan pappies eet' [vlekkeloos Afrikaans voor 'We gaan havermoutpap eten']
  • 'Ons gaan België toe' [Afrikaans voor 'We gaan naar België']
  • 'Vat daardie een!' [Afrikaans voor 'Neem die daar!']
  • 'Kijk mama, een Duitsland! [toen ze een duizendpoot zag]
  • 'Ik wil nog een kieviet!' [kiwi]
  • 'Als er iets is!' [toen ze in bed lag en ik gezegd had dat ze maar moest roepen als er iets was]
  • 'Nee, dat was een fluitje uit mijn poep!' [toen we vroegen of zij die behoorlijk muzikale scheet had gelaten]
  • 'Ik heeft een kakaatje gedaan! In mijn broek! Nee. Ik maakt een grapje. Moet jij lachen met mijn grapjes?' [net voor we binnengingen bij Kind&Gezin, waar de verpleegster ook nog vroeg of Thelma al over zichzelf sprak, als in 'ikke doen' bijvoorbeeld]
  • 'Ik val om van de slaap' [toen ik net voor middernacht eens ging kijken waarom ze stilletjes lag te huilen]
  • 'Allemaal Belgiës?' [toen ik zei dat niet alleen oma en opa's huis in België stond, maar ook het onze, en de school, en dat van pepe Sam, en dat van oma en opa Zee]
  • 'Ik heeft dat nootje naar huis geknabbeld' [toen ze een nootje opat] 'Nu zit die bij zijn vriendjes.'

woensdag 6 maart 2013

Nieuwe school

Weinig tijd om hier een echte update te schrijven, want ons leven zit nog in dozen en valiezen, maar er wordt naarstig aan gewerkt. Thelma is maandag op haar nieuwe school begonnen en ze prijkt meteen al op de schoolblog van haar nieuwe juf Vanessa.

Toen we maandagochtend weggingen en nog een zoen wilden gooien, zei ze fel: 'Ik ben aan 't speeeelen', dus tijd voor knuffels was er niet. Eten en slapen doet ze elke dag een beetje beter, haar onderbroekjes blijven min of meer droog, maar de juffen waren danig onder de indruk van de twee driftbuien die ze 's namiddags tentoon heeft gespreid ... Zou je nochtans niet zeggen als je de foto's ziet, toch?

vrijdag 22 februari 2013

Muffins

Thelma trakteert

Thelma's laatste schooldag in Potchefstroom, en ze trakteert met bananenmuffins voor Luando, Shafin en de andere Asjassies. Shafin is haar zwarte vriendje 'Sjefeijn' en Luando is volgens Thelma 'Leuweendeuw', en o wee als je dat verkeerd uitspreekt!

woensdag 13 februari 2013

Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse (3): relaties

Niet dat ik er nu meteen alles over weet, over Zuid-Afrikaanse relaties en contacten, zeker niet met al die verschillende culturen hier, maar er valt toch wel heel wat op voor een Belgische zoals ik. En niet dat ik de witte gemeenschap in Potchefstroom als het hele Zuid-Afrika zie, maar er zal wellicht wel iets Zuid-Afrikaans zijn aan het leven hier.

Elkaar begroeten is in veel culturen anders. Je kent wellicht de onwennigheid als je Nederlanders of Fransen of Spanjaarden moet kussen: is het nu één, twee, drie of vier kussen? En meteen bij de eerste ontmoeting? Of het eerste afscheid? Wel, hier kust men niet. 't Is te zeggen: niet als men geen familie is. Bij de eerste ontmoeting krijg je een hand, maar onder vrienden geeft men 'drukkies': een soort hug zoals je politici wel eens ziet doen, maar dan aan één kant. Ik heb gehoord dat ze dat in Zweden en Noord-Duitsland ook doen, maar een 'drukkie' noemen ze dat daar wellicht niet.

Voor al dat gedruk zonder gekus moet er natuurlijk wel iets in de plaats komen, en dat is dan de kus op de mond. Alle familieleden doen het bij mijn weten: moeder, vader, kinderen, neven, nichten, kleinkinderen en oma's. Tenzij wij in een heel vooruitstrevende Zuid-Afrikaanse familie terecht zijn gekomen en mijn observaties niet kloppen natuurlijk. Dat moet ik nog even uitvissen volgende week, maar ik heb het toch best al vaak gezien.

Behalve de 'drukkies', zijn er ook de 'tannies'. Kennissen, vrienden of familieleden die een jaar of tien ouder zijn, worden uit beleefdheid ook niet aangesproken met 'meneer' of 'mevrouw', maar met 'oom' (spreek uit: 'oeum') en 'tannie'. Makkelijk in nieuw samengestelde gezinnen, want je hoeft niet meer te zoeken naar een betere term voor 'stiefouder', 'pappie' of 'plusmama': 'oom' en 'tannie' doen de job. Al zijn er ook veel vrouwen die er niet echt van houden. 't Is een beetje vergelijkbaar met 'juffrouw' bij ons, al slaat dat tegenwoordig vooral op 'jonge mevrouw'. Mij doet het nog altijd denken aan de tijd waarin enkel ongehuwde vrouwen werden gewezen op hun beschikbaarheid op de huwelijksmarkt, terwijl mannen veel sneller 'gemeneerd' werden.

Ik ben zelf ook al een duizendtal keer 'tannie' genoemd, onder meer tijdens de carnavalsstoet van de eerstejaars, die geld kwamen verzamelen voor hun jaarwerking. Echt niet goed voor je zelfbeeld. En één keer is er mij op de campus een auto voorbijgereden gevuld met een paar jonge gasten die luid: 'HELLO TANNIE' schreeuwden, om mij eens lekker om mijn plaats te zetten. Dat ik 'DAG OOMS' (of zo) had moeten roepen, kwam natuurlijk veel te laat in me op. Ik stond hen wellicht een beetje verbouwereerd-gechoqueerd en lacherig na te kijken en uit te vissen wat ze nu precies voor ogen hadden.

Tussen proffen en studenten gaat het er ook veel familiairder aan toe dan bij ons. De voornamen vliegen ons hier lustig om de oren: 'Hello prof Annette, hoe gaan dit?', 'Dankie prof Hein, lekker dag!' of 'Dankie Dr. Phil, tata!' zijn geen uitzonderingen. Merk wel dat de titel er altijd bijstaat, want titels, dat is iets om trots op te zijn. Ik word dus ook begroet met 'Môre Dr.! Hoe gaan dit?', waarop ik dan antwoord: 'Goed, dankie en jeself?', om daarna weer het standaardantwoord 'Lekker, dankie' te krijgen. Beetje zoals onze 'Hoe gaat het?', 'Goed, en met u?', maar dan iets langer.

En wat nog? Ah ja, de meeste mensen zijn hier veel religieuzer. Je hebt de katholieke kerk, de protestantse kerk, de calvinisten, de Hollandse Gereformeerde Kerk en wellicht nog een paar andere. Naar de mis gaan is hier nog heel gewoon, ook voor jongeren, en onze beste vrienden hier, in het geheel geen seuten of nerds, houden samen zelfs bijbelstudie op maandag. En op restaurant, of bij mijn promotor thuis, zie je mensen elkaars hand grijpen om voor het eten te bidden. Moet het nog gezegd dat er ook vaak geen seks is voor het huwelijk, en dat een koppel zonder toeschouwers zelfs in aparte slaapkamers slaapt voor de trouwerij? Baie tradisioneel!

En namen, da's nog zoiets. Heel vaak krijgt een nieuw geboren kind de naam van de vader van de vader, of de moeder van de moeder: Louis is bijvoorbeeld naar zijn grootvader genoemd. Soms wordt er wel wat aan geprutst om het wat te moderniseren, zoals 'Jaco' voor Jacques, of kiest men een dubbele naam als Pieter-Jacob om de kerk in het midden te houden. En soms worden die dubbele namen niet voluit gebruikt, maar neemt men enkel de initialen. Wij kennen hier dus een SJ (spreek uit: Esjé) die officieel Simon Johannes heet, een WD (spreek uit: Wieudieu) en DG (Dieugieu), wat in het begin als 'Deegje' klonk. Deegje, toch eens overwegen in België!

zaterdag 2 februari 2013

Countdown

Sinds begin januari is het zover: onze resterende tijd is niet langer in maanden uit te drukken, maar in weken: nog drie weken en een paar dagen en we moeten al terug ... Aaargh! Mijn ouders hadden de winterkleren mee, sinds ons kerstbezoek stop ik de vrienden die hier over de vloer komen extra reiskilo's of handbagage toe, en binnenkort kopen we een extra valies voor de dingen die we niet kunnen achterlaten ... Ik hou sinds vandaag de keukenkasten in het oog om te zien hoeveel pasta en soep we de volgende weken nog moeten opeten, zoek iemand om m'n fiets aan te verkopen, en probeer zoveel mogelijk afgewerkt te krijgen op het werk ... Het vertrek nadert!

En wat gaan we het missen. Uiteraard kijk ik ernaar uit om mijn familie en vrienden terug te zien, om weer een groter cultureel aanbod te hebben, toffere cafés dan de plaatselijke Overpoortstraat, eindelijk weer fietspaden, lekker brood, vegetarisch eten, maar het leven hier is zo aangenaam rustig met ons drieën ... Af en toe een barbecue bij vrienden, overdag werken, wat inkopen doen, beetje zwemmen 's avonds of in 't weekend, veel lezen ... Geen tijd moeten uittrekken om tien lagen kleren aan te trekken, want drie stuks en een paar sandalen volstaan, niet tien keer willen snoozen, want de zon schijnt al van half zes en 't is niet te koud om in de douche te springen ...

Om nog te zwijgen van het talenbad of de adembenemende natuur zodra je het 'dorp' uitrijdt: het wildpark op een dikke drie uur rijden, Johannesburg met het overweldigende Apartheid Museum, Kaapstad en Durban op vliegafstand ... Ik zou hier best wel kunnen wonen, ware het niet dat het zo ver is voor familie en vrienden om even op en af te komen. En het blijft natuurlijk ook een moeilijk land, een land met blijvende tegenstellingen tussen zwart en wit en arm en rijk, waar je voortdurend met je privileges geconfronteerd wordt, met corruptie en fraude, een zeer verdeeld en soms gebrekkig onderwijs, geen openbaar vervoer, vaak slechte infrastructuur, bureaucratie, veel waterverspilling en weinig milieubewustzijn ...

'Don't drink and drive' is een slogan die hier nu langzaam opkomt, maar de keren dat ik iemand met een pint in de hand in of uit een auto heb zien stappen, zijn niet te tellen. Drinken van 's ochtends tien à elf uur en 's avonds nog de wagen instappen: geen probleem. Glazen flessen van wijn of bier verdwijnen ook gewoon in de vuilnisbak, net als pmd, gft en papier. Statiegeld, iemand? Individueel wordt er wel wat moeite gedaan om te sorteren, maar vaak vliegt het toch weer allemaal dezelfde container in. Mijn voetafdruk die ik verkleind heb met wasbare luiers te gebruiken is vast alweer even groot nu.

Het ongezonde eten is nog zoiets. Ik heb al geschreven over de kaasmanie en de vleeszucht, over de friet- en hamburgercultuur en frisdrankobediëntie, maar ook op school en op verjaardagsfeestjes is het vet en suiker troef. Vanmorgen was Thelma uitgenodigd op het 'partijtjie' (partijkie) van onze buurjongen Louis en ze kregen allemaal een goodie bag met kaaschips, twee lolly's, twee Lange Jannen, mierezoete limonade en - je raadt het nooit - een snoeptandenborstel en snoeptandpasta, uiteraard in de meest giftige kleuren. Het feestje was van elf tot één en Thelma heeft na haar chips en lekstok ook nog een stuk taart met witte, blauwe en zilveren icing sugar gegeten. Hotdogs als middagmaal, daar kan ik nog mee leven, maar snoep?

Ik moest mijn best doen om mezelf wijs te maken dat het maar voor één keer was, maar het kostte me toch wat moeite om zoveel zoetigheid en kleurstoffen in dat kleine lijfje te zien verdwijnen. En ook op school is het van dat: trakteren mag met zo'n goodie bag, kinderen mogen chips meenemen als vieruurtje, of Aiki Noodles als middageten, en Thelma's drinkbus met water komt 's avonds netjes gevuld met kersensap of Ice-Tea terug. Probeer daar maar eens in je eentje tegenin te gaan ... Geen wonder natuurlijk dat de gym hier al om vijf uur 's ochtends opengaat en om zes uur 's ochtends volzit, want je moet die calorieën er toch ooit eens afkrijgen als je zelfs naar de gym met de auto gaat?

Het was in januari wat stiller op het blogfront, maar ik hoop mijn schade nog een beetje in te halen. Ik heb nog zoveel indrukken die ik wil vereeuwigen ... Maar ik wil natuurlijk ook zoveel mogelijk afwerken en genieten van onze laatste weken: enerzijds een artikel afwerken, een nieuw voorbereiden, een project aanvragen en een sollicitatie indienen, anderzijds nog een weekendje naar de Vaal, rustige avondjes op het terras, lezen in de zon ... Ik kan natuurlijk mijn blogpostjes nog in Belgie schrijven, maar denken dat ik daar plots extra tijd ga hebben, is vermoedelijk een illusie ...

vrijdag 18 januari 2013

Thelmataal (17)

  • 'Ik wil ook flauwballen. Ik lust dat!' (nadat ik net een kom muesli was gaan halen, omdat ik anders bijna zou flauwvallen)
  • 'Ik ben gefusteerd.' (in het zwembad, waar ze de hele tijd aan het zeuren was dat ze nog niet kon zwemmen en ik tegen Bernard zei dat ze gefrustreerd was omdat ze Louis en Pieter-Jacob zag)
  • 'Ik wil niet naar school, want dan kan mij jij niet zien.' (poging om mijn moederhart te vermurwen)
  • 'Mijn arm is een beetje gepluujd.' (toen ik haar om te spelen aan haar voeten van het bed trok -- en elke keer als ze een minipijntje aan haar arm heeft)
  • 'Als het regent, word ik groot.' (klopt natuurlijk, maar niet helemaal)
  • 'Papa is een gewone man.' (nadat ik gezegd had dat papa een 'soepenman' is, omdat hij zulke lekkere soep maakt)
  • 'Opa Johannesburg is een stad.' (Opa Johann + Johannesburg in een vreemd huwelijk)
  • En verder: ventilator, trampoline, plasticine, België, Nederlands, Bloemfontein, Kaapstad, Stellenbosch ... 
  • Maar ook: 'blablief' voor wablief, 'fwemmen' voor zwemmen, 'jonne' voor jongen, 'vinner' voor vinger, 'sozijntjes' voor rozijntjes.

donderdag 17 januari 2013

Hoedje af

Ik blijf het toch maar raar vinden, die ontgroeningsrituelen voor de eerstejaarsstudenten ... De zomervakantie is hier voorbij (al is dat niet aan de temperaturen te merken!), het academiejaar trekt zich traag op gang, en dat gebeurt traditiegetrouw met een 'ontgroeningsweek'. Geen braspartijen zoals in Gent, dat niet, want de eerstejaars mogen niet drinken. Ook geen witte kielen beplakt met mayonaise, kikkerdril en keukenzout, maar iets helemaal anders. Ik probeer het te beschrijven, maar dat is natuurlijk met de blik van een buitenstaander en die kan nooit snappen wat het eigenlijk echt is.

Adri, mijn allerliefste collega, had gezegd dat het nogal 'militair' getint was. En dat is niet eens overdreven. De eerstejaars lopen per 'squad' in een soort uniform van hun 'koshuis' rond. Voor de meisjes is dat een short, T-shirt en zo'n zonneklak of hoedje met een logo en een slogan, soms ook een rugzakje, voor de jongens een short, T-shirt en pet, met opnieuw een logo en een slogan. De kleuren verschillen van koshuis tot koshuis, maar dat is het zowat. Getooid in zo'n plunje moeten de studenten een hele week bevelen opvolgen, opdrachtjes voltooien, in slagorde staan en vooral terugschreeuwen.

Van ver klinkt dat behoorlijk beangstigend, die spreekkoren die hard en snel weerklinken over de hele campus, maar vandaag hoorde ik een groep meisjes het volgende schreeuwen: 'IK WIL JOU 'N DRUKKIE GEEF! MAAR IK MAG NIET! BOEHOE!' - mét bijhorende gebaren. De bevelen van de bevelhebsters heb ik nog nooit kunnen ontcijferen, en van de jongens heb ik al evenmin iets verstaan, behalve 'DAG DAMES!', als ze een meisjesgroep passeren. De jongens moeten ook de hele week hun pet oplichten als ze een vrouw of meisje zien. Stel het je maar eens voor: elke gast die je passeert, steekt zijn pet in de lucht, en als je een heel cordon passeert of het cordon passeert een groep vrouwen, gaan al die petjes elk om beurt omhoog, en dan weer terug.

Adri zegt dat het heel wat verbondenheid creëert, die ontgroeningsweek. Dat zal ook wel, als je een hele week met een groep van zestig in rijtjes van drie de campus doorkruist ... Maar ik ken er natuurlijk niets van, en vang enkel een glimp op van wat er overdag gebeurt. Ik hoor 's avonds ook wel de bevelen en antwoorden weergalmen vanop het rugbyveld hier vlakbij, maar veel concreters kan ik mij daar niet bij voorstellen. Er zullen ook wel wedstrijdjes onderling zijn, en geënsceneerde flirtpartijtjes, maar daar weet ik allemaal niets van. Toch nog maar eens navragen bij collega's die het zelf hebben meegemaakt.

De meeste studenten kijken er overigens echt naar uit, naar die ontgroeningsweek, want de NWU in Potchefstroom staat bekend om zijn hoge graad van studentikositeit en veel studenten kiezen gericht voor deze universiteit om haar bloeiende studentenleven. En het creëert natuurlijk ook een band tussen zwart en wit. De studenten worden onderverdeeld in kosthuizen, dragen een hele week dezelfde kleren, moeten dezelfde opdrachten doen en dezelfde liedjes schreeuwen, dus veel verschillen zie je niet meer na verloop van tijd, en naar men zegt, creëert het een band voor het leven.

Ik heb al een klein beetje last van vervangende schaamte, en zou er alles aan doen om aan die week-in-short-en-T-shirt te ontsnappen, zeker bij de aanvang van een universitair traject. Wat was ik blij dat we in de Germaanse door onze praeses Freek Braekman enkel maar collectief gedoopt zijn en geen bevelen en onnozele spelletjes moesten uitvoeren. Ik zou stilletjes al subversieve plannen beginnen te smeden om het gezag te ondermijnen. Maar dat doen zij misschien ook wel ...

woensdag 9 januari 2013

Thelmataal (16): Thelma goes meta

Thelma, op het potje: 'Waar is mijn onderbroek?'
ik: 'In de was.'
Thelma: '*IN* de was?'
ik: 'Ja ... In de was.'
Thelma: 'Niet *OP* de was?'
ik: 'Nee, niet op de was.'
Thelma: 'Ah ... En wat is een Hadeda?'
ik: 'Euh, een ibis. Een soort ibis.'
Thelma: 'Een ibis. Geen *abas*?'

Thelma, in haar bedje: 'Mama, hoe heet ik?'
ik, traag en duidelijk: 'Jij heet Thelma Lucia Cosemans.'
Thelma, traag en duidelijk: 'Ik heet Lucia Thelma Cosemans Aapje.'

maandag 31 december 2012

Calamiteiten in 2012

Is het wel het juiste moment om nu over calamiteiten te beginnen? Misschien wel, want dan kunnen we ze achterlaten in 2012. En het waren enkel materiële calamiteiten, dus erger dan een beetje gevloek en ik-kan-mezelf-wel-voor-de-kop-schieten, werd het niet. Ik beperk het overzicht tot de voorbije vier maanden, de tijd dat we in Zuid-Afrika zaten.

Zuid-Afrika wordt gepercipieerd als een gevaarlijk land. Een land met hoge criminaliteitscijfers, dodelijk verkeer, werkloosheid en armoede. Geweld hebben we gelukkig haast nog niet gezien of meegemaakt, en ik duim met vingers en tenen dat het zo blijft. We hebben in Houtbay een gevecht gezien tussen 'coloureds', maar dergelijk geweld hadden we de voorbije twee jaar op de Muide helaas ook meer dan genoeg gezien.

Ik heb een witte ploegbaas een zwarte werknemer achterna zien zitten met een ladder, en ik zag aan zijn vluchtgedrag dat die laatste er al vaker onzacht mee in aanraking was gekomen. Maar verder niets. Mijn vingers en tenen schieten nog wat verder in een kramp. Waar we ondertussen wel lichtjes onze buik van vol hebben, is diefstal en verlies. Meestal hebben we er zelf een klein aandeel in en kan je dus echt niet voorzichtig genoeg zijn, maar dat het ons zo vaak zou overkomen, hadden we niet gedacht.

Het begon met onze fietsen. Drie dagen na aankoop bleken ze 's ochtends plots van ons terras verdwenen. Oké, ze stonden niet op slot omdat Bernard niet dacht dat iemand in het donker een hele oprijlaan zou afgaan, het automatische hek zou omzeilen, de tuin zou doorkruisen, het hekje over zou springen om onze gloednieuwe fietsen erover te heisen en ermee weg te rijden. Wel dus. Ik kan alleen maar hopen dat de dief er zijn kinderen mee te eten heeft gegeven of het schoolgeld heeft betaald.

We hadden overigens ook Barbiesloten, dus veel had het niet uitgehaald. Een U-slot willen ze hier blijkbaar alleen maar verkopen aan fietsers na veel ooggerol en wat gegniffel, en bij voorkeur aan een man die een dag later kordaat teruggaat, omdat zijn vrouw de dag ervoor niet genoeg overtuigingskracht had. Mijn tweede fiets, die we gekocht hebben met het verzekeringstegoed van onze eerste twee fietsen, heeft dus een U-slot. En als ik vertel dat ik in België ook een brommerslot heb, omdat er zo veel fietsen worden gestolen, kijken ze je met grote ogen aan. 'Want wie steelt er dan in België? Daar zijn toch geen zwarten?' (ongelooflijk maar waar)

Ons tweede transportmiddel dat eraan moest geloven, was onze auto. Een tweedehands Golf, gekocht voor 4200 euro, met maar 85.000 km op de teller, beveiligd met immobiliser, stuurslot, pookslot, transponder in de sleutel en anti-carjackingknop. Bedoeld om weer te verkopen aan het eind van ons verblijf, maar zover is het niet gekomen. Ons eerste avondje uit zonder Thelma, toen mijn ouders hier waren, op het eindejaarsetentje van mijn werk, eindigde in mineur. Zo vreemd om naar je auto toe te stappen en dan enkel een leegte te zien. Blijkbaar een misdaadsyndicaat uit Johannesburg dat steelt op bestelling. En een witte Citi Golf is hier zo populair, dat het een geliefd doelwit is.

Gelukkig ook verzekerd, dus dat geld krijgen we terug met een vermindering van 10%, maar wat het nog minder maakt, is dat er ook een autostoel inzat, visgerief van Bernard, én zijn paspoort, internationaal rijbewijs en visum. We zijn dus al naar de Belgische ambassade in Johannesburg mogen rijden voor een nieuw paspoort en moeten binnenkort ook nog naar de Home Affairs in Potchefstroom.

En toen we een week later onze valiezen pakten voor Pilanesberg en we Bernards fleece zochten, beseften we dat die ook in de auto lag, samen met mijn lievelings leren vest, die ik hier hoegenaamd nog niet nodig had gehad, maar beter dan een fleece paste bij mijn outfit van die avond ... De diefstal van de auto heb ik stoïcijns aanhoord, maar mijn leren vest, dat hebben ze toch wel geweten hierboven! Met het verzekeringsgeld, dat voorlopig nog virtueel is, huren we nu af en toe een auto en met het oude tweepersoons-pick-up'je van Annette doen we boodschappen, brengt Bernard Thelma naar school en gaat hij soms vissen.

In ons eerste gasthuis in Kaapstad zijn Bernards Campers dan weer spoorloos verdwenen, wat we pas gemerkt hebben toen we inpakten na ons tweede Kaapse huis, en in Stellenbosch hebben we gemerkt dat onze tas met Nutella, koffie, Weet-Bix, muesli, amandelen, cashewnoten, gedroogde mango en wie-weet-wat-nog ook spoorloos verdwenen was. Misschien per abuis bij het vuilnis gezet, omdat het ook in een plastic zak zat, maar zeker niet achtergelaten. Het huis leek spic-en-span toen we vertrokken, we kregen er zelfs een compliment van de eigenares bovenop, die het nog eens helemaal had gecontroleerd.

Soit, erg was dat niet, alleen hopen we dat het eten niet op een vuilnisbelt is beland, maar in de magen van zij die het nodig hadden. We hebben in Stellenbosch opnieuw een gelijkaardige voorraad eten moeten kopen, voor drie dagen maar, en we hebben de rest dan maar weggegeven aan een parkingwachter op de luchthaven van Kaapstad. De twee gehavende jongeren met de winkelkar vol zakken en plastiek in Stellenbosch waren al te ver weg voor we hen konden roepen, en de zwarte man met zijn zakje sperzieboontjes uit de hand te koop stond langs een veel te drukke weg om te kunnen stoppen.

In de luchthaven van Johannesburg zijn we dan weer echt gerold. Ongelooflijk hoe dat is kunnen gebeuren met vier volwassenen in de buurt, maar lepe trucs, een tweejarig kind, een blij weerzien met vrienden en geen communicatie over zijn raar gedrag verklaren veel. Het was een zwarte man, netjes gekleed, die ons op de parking van de huurwagens zag zoeken naar onze huurauto. Hij nam ons op sleeptouw, greep een trolley voor de bagage hoewel de standplaats niet ver was en we met gemak zelf onze valiezen konden dragen of trekken, maar zo kon hij al eens kijken wat voor vlees hij in de kuip had.

In ons busje begon hij alle valiezen op de zetels te ploffen, omgekeerd en geheel onlogisch, zodat Isabelle en ik de handen vol hadden om alles een beetje beter te schikken. Ondertussen zat Thelma in haar buggy te kijken, keek ik Isabelle ongelovig aan en dacht ik dat het gewoon een uitslover was die moeite deed om een fooi te krijgen en geen kaas had gegeten van bagageschikking. Bernard zat ondertussen al aan het stuur wat paperassen door te nemen en Geert liep ook rond, dus iedereen dacht dat de rest wel een oogje in het zeil hield. Niet dus.

Hij had alle bagage, dus ook onze handtassen, in de auto gezet en was die blijkbaar haastig aan het doorzoeken, onder het alziend oog van ... niemand. Hij had er wel niet op gerekend dat mijn handtas zo vol zou zitten en mijn portefeuille niet zo makkelijk te vinden was, maar zelfs daarvoor had hij een snood plan ontwikkeld. Hij bood me met verwilderde blik mijn handtas aan, vroeg om een fooi ('Give me one euro!') en wist nadien dus mijn portefeuille te spotten. Ik hield mijn tas aanvankelijk bij me, en zei zelfs 'No, I'll keep my bag' toen hij die weer in de auto wou zetten, tot hij die min of meer uit mijn handen snokte en ik hem naïefweg liet doen. Als hij echt wou kiezen waar ik zat, gunde ik hem dat pleziertje wel.

Tot hij er bedaard vandoor ging, Isabelle een fotootje van Thelma uit mijn portefeuille op de grond van ons huurbusje zag liggen en ik op zoek ging naar mijn portefeuille om het terug te steken ... En langzaam maar zeker begon te denken dat hij er met mijn geld vandoor zou zijn ... En toen zelfs moest toegeven dat hij er met mijn hele portefeuille vandoor was! Gelukkig geen kredietkaarten, paspoort of bankkaart, enkel geld, een postzegel en een ander fotootje van Thelma. Mijn kassaticketjes die ik terugbetaald krijg van mijn werk had hij er ook nog uitgeschud, maar mijn groen leren vintage portefeuilleke had hij mee met 700 rand (70 euro) en zonder euro's.

Isabelle zat natuurlijk met de piepers om in haar sacoche te voelen, maar haar portefeuille zat er nog in. Gelukkig maar, want bij haar zaten al haar bankkaarten, lidkaarten, identiteitskaart, SIS-kaart, euro's, rands en wat-nog-al wel nog samen. En voor de rest was er niets weg. Vanaf nu neem ik dus de raad van doorgewinterde reisgezel Geert over dat er niemand aan zijn spullen komt de eerste dagen in een nieuw land en zeker niet in een luchthaven. Dat ik hier al vier maanden zit, had me dus wat nonchalanter gemaakt, zeker omdat zich 's ochtends in ons guest house vrijwel een gelijkaardig tafereel had afgespeeld, waarbij een nette man zeer hulpvaardig al onze valiezen in het shuttle busje had getild, zonder erg.

En het laatste euvel was onze eigen dikke fout, maar heeft een happy ending. Op de terugweg van de Cradle of Humankind, een grot met resten van het eerste leven op aarde, moest Thelma plots pipi doen. We stappen uit aan de kant van de weg, ik laat Thelma plassen en vraag aan Bernard een papieren zakdoekje uit mijn tas. Bernard kan niet meteen iets vinden, zet mijn tas op de koffer en zoekt verder, tot Isabelle een zakdoekje aanreikt. Bernard kruipt terug achter het stuur, ik zet Thelma terug in de autostoel, ga naast haar zitten, sla het portier dicht en we rijden verder. Tot ik vijf minuten later mijn Kindle wil nemen uit een tas die niet meer aan mijn voeten staat ...

Ik besef meteen dat mijn tas echt weg is, Bernard beseft dat hij die op de koffer heeft laten staan, en drie rechtsommekeren later vinden we het plekje waar Thelma heeft geplast, maar geen tas, tot Bernard een paar tiental meter verder mijn gecamoufleerde tas in het gras vindt ... Met alles erin en niets gebroken, wat een klein wonder is in Zuid-Afrika, waar velen zonder fiets of auto kilometers te voet langs de baan afleggen en zo'n goedgevulde tas op hun pad best wel hadden weten te appreciëren. Mijn Kindle was dus mijn redding, en ik ben blij dat ik niet even een dutje wou doen toen.

En dat was onze laatste calamiteit van 2012, en laten we het daar nu maar bij houden. Gelukkig 2013 allemaal, met hoogstens wat materieel verlies, wat meer onthechting, en geen lichamelijke of emotionele verliezen!

zondag 30 december 2012

Wowie

Ik zit op ons terras, en het geluid van de donder heeft de krekels verstomd. Thelma ligt in bed en haalt wat slaap van de voorbije dagen in. De zwembadpomp is hersteld en het water lijkt niet meer op erwtensoep, de wifi werkt weer nadat Bernard met ons bezoek de modem op het dak van de autobatterij heeft losgekoppeld, de 36 graden van vandaag worden stilletjes gehalveerd, en ik kijk tevreden terug op de administratieve Belgische berg die ik doorploeterd heb tijdens Thelma's middagdut. Nu nog mails inhalen, kerstkaartjes schrijven, het onderzoek van januari voorbereiden, een masterproef nalezen, uitgebreid bijskypen met het thuisfront.

Wat een maand was me dat. Twee weken Kaapstad, een paar dagen Stellenbosch, een nachtje Johannesburg en terug naar Potchefstroom met Belgisch bezoek voor Kerst en Nieuw. Kaapstad met eerst een paar dagen vakantie om de Tafelberg te verkennen, de stranden en haven te keuren, Cape Point te ontdekken, de botanische tuin te bezoeken, cafés en eethuisjes te leren kennen. En daarna drie archieven op het menu, wat ons na die paar volle vakantiedagen alleen na vijf uur wat tijd liet om samen de stad te verkennen. Gelukkig deed Thelma middagdutten van een uur of vier, zodat ze 's avonds mee uit eten kon. De haperende wifi in het surfersparadijs waar we eerst verbleven en het 3G-netwerk op ons volgende adres lieten ons weinig tijd en megabytes over om te bloggen, te skypen of te mailen, maar dat haal ik nu langzaam maar zeker in.

Kaapstad! Wat. Een. Stad. Als ik ooit een nieuwe bestemming voor mijn leven moet kiezen, wordt het Kaapstad. Zoals Berlijn niet Duitsland is, en New York niet de VS, zo is Kaapstad ook niet Zuid-Afrika, dat besef ik best. Het deed aan als een mix van Barcelona, Marrakesh en Hollywood, door de temperaturen, de stranden en de bergen, de straten vol kraampjes, de townships naast de fancy restaurants en cafés. Wat een sfeer, wat een eten, wat een diversiteit aan mensen, wat een natuur, wat een oceaan. Ben een beetje mijn hart verloren daar, zoals zovelen. Ik wil nu al terug!

Stellenbosch was zowat het Utrecht of Sint-Martens-Latem van Zuid-Afrika, maar dan met palmbomen en wijngaarden. Hele mooie huizen, water, terrasjes, restaurants, antiekwinkels en galerijen, een hele mooie campus, en ook een backpackers' waar we na een halfuur overleg toch maar weer zijn weggegaan. Kieskeurig zijn we niet, maar een kamertemperatuur van bijna 40 graden met een fan die je niet voelt, metalen latjes voor de ramen die alle kanten uitgeplooid zijn, uitzicht op een muur en een garage, een geur in de badkamer die je doet fronsen, een vuile frigo en geen bestek of handdoeken was te veel voor die 490 Rand (49 euro) die onze Trotter nochtans vol lof had aangeprezen.

We hebben dan maar snel wat adresjes gebeld en voor het dubbele van de prijs nog een vrije kamer gevonden in een chique spa, waar we verbleven in een soort koetshuis, de goedkoopste kamer van het hele guest house. Helaas zonder microgolf of keukentje, met een krakende vloer waarop er net wat plaats was om Thelma's tentje te zetten, en met een inloopdouche die meer leek op een uitloopdouche, wat het water betreft althans. Een heerlijk ontbijt, klein zwembad en een prachtige tuin, dat wel, maar niet echt een plek waar Bernard en Thelma makkelijk twee dagen konden doorbrengen terwijl ik aan het werk was. We hebben met mijn 3G-modempje de volgende dag dan maar weer iets anders gezocht én nog gevonden ook. Geen wonder dat die eerste backpackers' nog vrij was toen we maanden geleden reserveerden en de uitbater op zijn minst een beetje verrast klonk ...

Thelma is het ondertussen dus heel gewoon om telkens te verhuizen en kijkt met plezier uit naar het volgende huis waar we gaan blijven. Ik hoef de eerste nacht zelfs niet meer op haar kamer te zitten tot ze slaapt, zolang ze maar haar knuffels bij zich heeft en haar reistentje om zich heen. Ze doet ook niets liever dan op restaurant gaan, zegt nog steeds helleuw tegen Jan en alleman, en windt cafébazen en bazinnen probleemloos om haar vinger. Ze wil wel elke avond voorgelezen worden uit Big gaat logeren. Die regelmaat kiest ze zelf. En wij proberen natuurlijk ook om haar tussen al dat reizen door zoveel mogelijk structuur te bieden, haar lievelingslepel en favoriete speelgoed mee te nemen, en af en toe te trakteren op chocolademelk, frietjes, een trip naar de speeltuin of een duik in een fontein.

Ook toen we thuis kwamen met ons huidige bezoek en een paar dagen later alweer naar het wildpark in Pilanesberg vertrokken, was dat geheel naar haar zin. Voor vier uur in de auto zitten draait ze haar hand niet meer om. Een paar uur slapen, wat rondkijken, een boekje lezen, een banaan eten, haar drinkbus bestuderen, liedjes zingen, verhalen vertellen ... Ze doet het alsof het haar lust en haar leven is. Ze heeft wel eens een driftbui in de auto, maar dat vergeven we haar natuurlijk met oeverloos veel liefde, ze pikt een uitverkoren persoon uit die haar doekje en tuut telkens weer moet oprapen (en het is niet ondergetekende!), maar verder gaat het allemaal vlot. Ze slaapt soms wat moeilijker in 's avonds, door de vele indrukken, maar scènes hebben we niet echt meer meegemaakt.

Alleen de zindelijkheid is weer wat op zijn retour. Een droge-broekjes-kaart met twintig vakjes en een girafje als beloning bracht even soelaas, maar nu vindt ze dat toch de moeite niet meer om op tijd op het potje te gaan. Ze steekt liever haar poep achteruit, staat een beetje met haar kont te draaien en te kreunen, en als we dan ingrijpen is het na wat protest meestal al te laat. Doorgaans slechts een paar druppels, maar toch genoeg voor een nieuw onderbroekje, en af en toe een regelrechte ramp. Ik denk erover om haar 's nachts en tijdens haar dut ook geen pamper meer aan te doen zodat alles een beetje eenduidiger wordt, maar ik denk dat ik ga wachten op de Belgische regelmaat, na de kennismaking met haar nieuwe school en het weerzien met ons oude eigen huis.

Een bekende regelmaat die voor mij nog twee maanden mag wegblijven. Ik mis natuurlijk wel het echte contact met familie en vrienden, ik mis de cafés en de feestjes wel wat, de theatercultuur en het stadsleven, maar ik vind het nog steeds zo'n voorrecht om elke avond de krekels te mogen horen, overdag de palmbomen te zien en de zon te voelen, dat ik hier gerust nog een tijd met ons drietjes wil blijven wonen, zeker als we het redelijk saaie Potchefstroom mogen afwisselen met parels als Kaapstad en Stellenbosch, uitstapjes in de fantastische natuur eromheen, onderzoeksverblijven in Bloemfontein en Pretoria, of een paar dagen wilde dieren spotten in Pilanesberg. Ook al hebben we al best voor wat onaangename verrassingen gestaan (later meer!) of swingt de bureaucratie in staatsinstellingen hier de pan uit (later ook meer!).

zondag 2 december 2012

Thelmataal (15)

  • 'De hond blaft.' [wij: 't is een duif] 'De duif blaft.'
  • 'Waar is jouw gaatje?' [ik: hier in mijn trui, 't is nog niet genaaid] 'Moet 't naaien. Dokter?'
  • 'Oh, een tandpasta!' [toen ze een nieuwe tandenborstel kreeg]
  • 'Haha, die bollen op jouw buik!' [toen ze mij in kikvorsperspectief in bloot bovenlijf zag]
  • 'Papa heeft mijn teen gebroken.' [toen ze een minipijntje aan haar teen had]
  • 'Ik heeft met mijn blootje in bad gegaan.'
  • 'Is dit jouw zwembroek?' [ziet mijn bikinibroekje] 'En is dit jouw borstel?' [ziet mijn bovenstuk]
  • 'Dit zijn mijn borstelens.' [wijzend op haar bloot bovenlijfje]
  • 'Ik wil een hapje met zonder banaan.' [telkens als ze een hap Weet-Bix wil, zonder banaan]
  • 'Donkere wolken pakken samen aan de hemel.' [citaat uit Kikker is een held, toen de lucht betrok en er wat regen viel ...]
  • 'Ik heef mijn knopje weggedaan.' [toen ze geen zin meer had in een eetspelletje waarbij opa op een imaginair knopje duwde om haar mond te doen opengaan; inclusief veegbeweging]
  • 'Je moet niet kusjes geven op mijn jeuk.'
  • [ik, nog een beetje triest omdat mijn ouders net zijn vertrokken: 'Ik hou van jou ... En papa houdt ook van jou. En oma en opa ook.'; Thelma, blij verrast:] 'Alle mensen houden van mij.'

donderdag 29 november 2012

Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse (2): water

Het kraantjeswater smaakt en ruikt hier naar schimmel, en soms een beetje naar chloor. Aanvankelijk ging ik op zoek naar de schimmelhaard in badkamer en keuken, maar na een tijd heb ik beseft dat het dat water zelf was dat zo rook. Potchefstroom heeft dan wel een Blue Drop-label voor kwaliteitsvol water, maar ik ben toch blij met het aparte kraantje voor geurloos water dat in de keuken is geïnstalleerd.

Het belang van gewoon water wordt hier trouwens zwaar onderschat. Gewoon simpel spuitwater vind je moeilijker dan in België en tijdens de lunch zie je vooral grote cola's, cream soda's (groene mierzoete limonade, niet te drinken) of rock shandy's (limonade met spuitwater). In het eethuis op de campus en het studentencentrum is zelfs geen apart spuitwater te krijgen en ook het water in Thelma's drinkbus is na een dagje school telkens vervangen door kersensap of nectar.

Aan het kraantjeswater zit een reukje en aan het spuitwater zit haast altijd een smaakje: aardbei, litchi, papaya, appel, druif ... Het staat subtiel vermeld op de fles zodat je geheel onwetend de grootste rommel koopt. Vandaar dat we ooit onze dorst hebben moeten lessen met warmgeworden aardbeienwater toen we lichtjes verdwaald waren op zoek naar de kinderboerderij, en daardoor had ik ook bijna litchiwater meegegrist uit een tankstation op de terugweg van Bloemfontein.

Onze huisgenoot/bioloog Niels zegt dat Zuid-Afrika over tien jaar al in grote problemen zal raken door een nijpend tekort aan water, maar daar lijkt niemand zich voorlopig veel van aan te trekken. Rugbypleinen, grasmatten, gazonnen en bloemenperken worden hier overvloedig besproeid, lekkende kranen en toiletten lijken geen prioriteit en onze huisgenoot Johan staat met plezier een uurtje met een spuitende tuinslang in de hand de dingen te groeten.

Dit is een tweede postje in een reeks over dagelijkse bedenkingen zoals ik er nog honderden heb. Ik spaar ze niet op voor één onsamenhangende blogpost en laat ze niet oud worden op mijn eigen pc, maar geef ze af en toe eens tussendoor onder de titel 'Het Zuid-Afrikaanse ondermaanse'.