Dat is bij voorkeur zonder smartphone, tablet en laptop, dus geen updates van de Gentse Feesten of ons weekje Champagne. De Gentse Feesten blijven wat ze zijn: zalig, en daar kon u in blogland al genoeg over lezen, en een weekje Frankrijk met mooi weer, een opblaasbaar zwembad, en champagne à volonté kan u zich wellicht ook moeiteloos voorstellen.
We wilden eigenlijk nog een weekje kamperen nadien, maar de lichte stress die zich van ons meester maakt nu ons vertrek naar Zuid-Afrika nadert (27 augustus!), heeft ons doen besluiten dat er nog veel werk thuis ligt te lachen om in alle schoonheid, humhum, te kunnen vertrekken. We hebben wel bevestiging gekregen over ons huis daar, en dat klinkt niet minder dan paradijselijk. Maar het reisgestoef spat al van alle facebookpagina's dat ik er zelf geen schepje bovenop wil doen.
Thelma blijft last hebben van haar eigen opgroeien, maar de crises beperken zich voorlopig tot één aanval per dag. Onze creativiteit vaart er wel bij! 't Blijven de klassieke 'Thelma wil niet, Thelma wil wél': ook al vraag je drie keer of ze het appelsapje niet meer hoeft, net nadat je het zelf uit praktische overwegingen hebt opgedronken, is de wereld te klein voor zoveel onrecht. En probeer maar eens iets te herstellen aan een opgedronken appelsapje als je in een auto zit zónder extra appelsapjes!
Of een tuut tevoorschijn toveren die je 's ochtends in de vuilnisbak hebt gegooid, omdat je uiteindelijk toch nog een minder beproefd exemplaar hebt aangeschaft. Een gele tuut, aaargh, terwijl de vorige groen was. Een nieuwe dan nog, zo proper en hygiënisch, nee toch. En met een lief kikkertje op, aaargh, weg ermee, ook al is het exact dezelfde maat van hetzelfde merk als alle vorige ...
Opgroeien is lastig, dat vind zelfs een drieëndertigjarige nog, dus wat zou ik het haar kwalijk nemen? Zeker als de crises ook afgewisseld worden met sporadische knuffelsessies, een handje op mijn kaak, gewoel door mijn haar, een allesversmeltende blik. Hartje mijn kleintje.
maandag 30 juli 2012
zondag 15 juli 2012
Thelmataal (12): 1 2 3
Thelma was een schatje vandaag. We zijn na haar ellenlange middagdut naar Batabang afgezakt en ze was een modelpeuter. Nieuwsgierig, blij, sociaal, babbelachtig en content met het minste. 't Was zo fijn dat ik me even permitteer om over haar kleine identiteitscrises van de laatste dagen te schrijven. Wat er in haar hoofdje omgaat, weet ik niet precies, maar dat ze haar eigen weg zoekt, is zeker.
Vrijdag was Bernard bij zijn ouders en had hij zitten stoefen over hoe graag Thelma wel niet in de fietskar zit. Tarara, toen hij haar 's avonds weer wou meenemen, was ze met geen stokken in de kar te krijgen. Trucjes, streng eisen, boos worden, in de hoek, afspraken, beloftes, niets hielp. Het enige wat erop zat, was te voet gaan, of mij opbellen zodat ik met de fiets en het kinderstoeltje ter hulp kon snellen. Wat ik ook gedaan heb ...
Zaterdag van 't zelfde. Ik ging haar na een nachtje Gentse Feesten ophalen bij mijn ouders en ze wou NIET in de autostoel. Niet, niet, niet. 'Temma wil nie, è?', zegt ze dan lief. Tot ze bij een volgende poging weer krijsend weerstand biedt. Bernard had me geleerd dat hij dan gewoon wacht tot zij het wachten beu is en haar ondertussen uitlegt dat ze niet kunnen vertrekken als ze niet in de stoel zit. Simpeler kan het niet.
Ik heb hetzelfde geprobeerd en deed alsof ik ondertussen een dutje deed, tot ze zelf in de stoel zou kruipen. Gelukt, zo leek het op het eerste gezicht, tot ik haar gordels vast wou klikken. Opnieuw een scène tot en met, tot twee keer toe. En toen schoot me iets te binnen. Het simpelste trucje ever: tellen. 'Thelma, ik tel tot drie' en hups, ze zat in de stoel. 'Thelma, ik tel tot drie' en hups, de gordels zaten klikvast.
We moeten nu alleen zorgen dat het trucje niet devalueert door overmatig gebruik, want bij de 'hapje-voor-Pablo'-truc van de laatste weken, zei ze gisteren: 'Temma niet hapje-Pablo-Willeke, Temma nie hapje-oma-opa-mama-papa-Louise-pepeSam-tanteLien!'.
Vrijdag was Bernard bij zijn ouders en had hij zitten stoefen over hoe graag Thelma wel niet in de fietskar zit. Tarara, toen hij haar 's avonds weer wou meenemen, was ze met geen stokken in de kar te krijgen. Trucjes, streng eisen, boos worden, in de hoek, afspraken, beloftes, niets hielp. Het enige wat erop zat, was te voet gaan, of mij opbellen zodat ik met de fiets en het kinderstoeltje ter hulp kon snellen. Wat ik ook gedaan heb ...
Zaterdag van 't zelfde. Ik ging haar na een nachtje Gentse Feesten ophalen bij mijn ouders en ze wou NIET in de autostoel. Niet, niet, niet. 'Temma wil nie, è?', zegt ze dan lief. Tot ze bij een volgende poging weer krijsend weerstand biedt. Bernard had me geleerd dat hij dan gewoon wacht tot zij het wachten beu is en haar ondertussen uitlegt dat ze niet kunnen vertrekken als ze niet in de stoel zit. Simpeler kan het niet.
Ik heb hetzelfde geprobeerd en deed alsof ik ondertussen een dutje deed, tot ze zelf in de stoel zou kruipen. Gelukt, zo leek het op het eerste gezicht, tot ik haar gordels vast wou klikken. Opnieuw een scène tot en met, tot twee keer toe. En toen schoot me iets te binnen. Het simpelste trucje ever: tellen. 'Thelma, ik tel tot drie' en hups, ze zat in de stoel. 'Thelma, ik tel tot drie' en hups, de gordels zaten klikvast.
We moeten nu alleen zorgen dat het trucje niet devalueert door overmatig gebruik, want bij de 'hapje-voor-Pablo'-truc van de laatste weken, zei ze gisteren: 'Temma niet hapje-Pablo-Willeke, Temma nie hapje-oma-opa-mama-papa-Louise-pepeSam-tanteLien!'.
vrijdag 13 juli 2012
Summertime
dinsdag 10 juli 2012
Thelmataal (11): Twie jaar
'Temma twie jaar', zei ze stoer, met haar duim en wijsvinger in de lucht. 'Temma twie jaar', toen twee jongens van amper drie op de speeltuin riepen dat ze een vuile kaka was. Het raakte haar niet, want er was nog geen krul op haar kleine hoofdje dat eraan dacht dat het eventueel over haar kon gaan. En daarbij, 'Temma twie jaar', wie doet haar wat?
Ze is twee geworden, onze kleine meid met haar honderden woorden, haar schuine kopje, de vragen die zo mooi de hoogte in schieten. 'Papa beetje koffie?' in haar gloednieuwe keukentje. 'Beetje mek ebij, ook-e-beetje suiker in?' En hoe ze spontaan de vaat deed aan dat kleine aanrecht: kopjes in de spoelbak, kraan opendraaien en soppen maar. Handelingen die ik haar nog nooit heb zien doen. Aandoenlijk, in al haar oeverloze schattigheid.
'Amai!', 'spesjaal!', 'kijk nu!', 'leuk è!' becommentarieert ze haar wereld. 'Mamatjeuh?', 'wa-bén jeuh?', 'kom-e-keer!' of 'Temma sool eweest', als ze even met haar fietsje de woonkamer uitgereden is om in de keuken weer tevoorschijn te komen. 'Papa nie slangetje beetje op-e-buik Temma', als Bernard haar plaagt met een plastieken duizendpoot. 'Kijk maar, Temma beetje pijn edaan e-tafel è', als ze zachtjes tegen de tafel is gebotst.
Hoe perfect ze woorden zegt als 'fotodokter' uit het boek dat ze kreeg in het ziekenhuis, 'kruimeltjes' of 'eland', en hoezeer ze volhardt in 'tsjoebamme' voor boterham, 'wakajaja' voor vrachtwagen, 'tuwant' voor olifant en 'pape chute' voor tanden poetsen. Haar driftbuien, haar willetje, haar zelfverzonnen liedjes, haar oeverloze empathie ... Binnenkort eet ik haar op.
Ze is twee geworden, onze kleine meid met haar honderden woorden, haar schuine kopje, de vragen die zo mooi de hoogte in schieten. 'Papa beetje koffie?' in haar gloednieuwe keukentje. 'Beetje mek ebij, ook-e-beetje suiker in?' En hoe ze spontaan de vaat deed aan dat kleine aanrecht: kopjes in de spoelbak, kraan opendraaien en soppen maar. Handelingen die ik haar nog nooit heb zien doen. Aandoenlijk, in al haar oeverloze schattigheid.
'Amai!', 'spesjaal!', 'kijk nu!', 'leuk è!' becommentarieert ze haar wereld. 'Mamatjeuh?', 'wa-bén jeuh?', 'kom-e-keer!' of 'Temma sool eweest', als ze even met haar fietsje de woonkamer uitgereden is om in de keuken weer tevoorschijn te komen. 'Papa nie slangetje beetje op-e-buik Temma', als Bernard haar plaagt met een plastieken duizendpoot. 'Kijk maar, Temma beetje pijn edaan e-tafel è', als ze zachtjes tegen de tafel is gebotst.
Hoe perfect ze woorden zegt als 'fotodokter' uit het boek dat ze kreeg in het ziekenhuis, 'kruimeltjes' of 'eland', en hoezeer ze volhardt in 'tsjoebamme' voor boterham, 'wakajaja' voor vrachtwagen, 'tuwant' voor olifant en 'pape chute' voor tanden poetsen. Haar driftbuien, haar willetje, haar zelfverzonnen liedjes, haar oeverloze empathie ... Binnenkort eet ik haar op.
vrijdag 29 juni 2012
Vakantie
Onze onthaalmoeder is vandaag naar Mauritius vertrokken en Thelma heeft dus een maand vakantie. Ik moet nog twee weken werken, dus het is exclusieve papatijd voor Thelma. Niet te onderschatten, twee weken in je uppie een peuter enterainen, maar als we op vandaag afgaan, was het alvast bijzonder geslaagd. De patatjes waren niet echt een giller, maar dat is meestal zo de laatste tijd. Het dutje en de fruitsla waren wel heel welkom en het blitzbezoek bij Willeke was ook een voltreffer.
Tijdens haar slaapje heeft Bernard als volleerde huisman verse soep en een mediterraanse ovenschotel gemaakt, en vooraf is hij met haar inkopen gaan doen, dus het was heerlijk thuiskomen. Thelma heeft zich weer eens van haar beste kant laten zien, dus haar contraire fase is misschien weer even snel voorbij als die gekomen is (hoop doet leven). Ze vraagt nu 's morgens niet alleen: 'Goed geslaapt, papa? Goed geslaapt, mama?', maar ook sinds kort: 'Goed gedroomd, papa? Goed gedroomd, mama?'
En Bernard gaat de uitdaging aan om haar helemaal zindelijk te krijgen de volgende weken. Pamper uit, onderbroekje aan en een hele stapel broekjes die desgewenst 's avonds de wasmachine in vliegen. Ben heel benieuwd! Waarschijnlijk is het nu de korte pijn en doorbijten geblazen en moeten we haar voor de duidelijkheid ook geen pamper meer aandoen als we op stap gaan, al heb ik daar nog mijn twijfels over. Potje telkens meenemen of veel buiten op stap gaan en haar poepje in de wind laten waaien in hoge nood? Of voorkruipen als het echt heel dringend is?
Tijdens haar slaapje heeft Bernard als volleerde huisman verse soep en een mediterraanse ovenschotel gemaakt, en vooraf is hij met haar inkopen gaan doen, dus het was heerlijk thuiskomen. Thelma heeft zich weer eens van haar beste kant laten zien, dus haar contraire fase is misschien weer even snel voorbij als die gekomen is (hoop doet leven). Ze vraagt nu 's morgens niet alleen: 'Goed geslaapt, papa? Goed geslaapt, mama?', maar ook sinds kort: 'Goed gedroomd, papa? Goed gedroomd, mama?'
En Bernard gaat de uitdaging aan om haar helemaal zindelijk te krijgen de volgende weken. Pamper uit, onderbroekje aan en een hele stapel broekjes die desgewenst 's avonds de wasmachine in vliegen. Ben heel benieuwd! Waarschijnlijk is het nu de korte pijn en doorbijten geblazen en moeten we haar voor de duidelijkheid ook geen pamper meer aandoen als we op stap gaan, al heb ik daar nog mijn twijfels over. Potje telkens meenemen of veel buiten op stap gaan en haar poepje in de wind laten waaien in hoge nood? Of voorkruipen als het echt heel dringend is?
maandag 25 juni 2012
Thelmataal (10): Contrair
Olala, de peuterpuberteit heeft zich doorgezet. Een hele tijd geleden had Thelma ook al wat last van de grenzen waar een peuter tegenaan botst, maar nu is het menens. Na haar geweldige ja-fase en haar ik-test-traag-uit-waar-de-grens-ligt-fase zitten we nu ongetwijfeld in de nee-fase. Die soms geruisloos overgaat in de ja/nee-fase: als ze maar contrair kan zijn!
'Temma nie soep!' en dat honderd keer herhalen als een mantra die haar in een colèrige trance brengt, met tranen en snottebellen en de hik, ook al zeggen wij dat soep niet hoeft en bieden we iets anders aan (dan is het plots 'Temma wel soep!', ogenblikkelijk gevolgd door 'Temma nie soep!'). De kom soep blijft in de buurt, want we weten dat ze vaak toch overstag gaat en de soep gretig naar binnen smikkelt na het eerste hapje. Desnoods tussen de hagelslag, a.k.a. 'slamuisjes', door.
Ik noem dat eerste hapje tegenwoordig het Pablo-hapje, want ze laat haar koppigheid meestal even varen als ik vraag: 'Een hapje voor Pablo?' en zij dan in opperste vervoering even haar kwellingen vergeet. Daarna volgen, als het goed gaat, nog het Willeke-hapje, het oma-hapje, het opa-hapje, het pepe-Sam-hapje, het papa-hapje maar niet het mama-hapje, het Ramon-hapje, het Louise-hapje, het Mira-hapje, u kent het wel.
Ze is niet voor enige rede vatbaar als ze zo'n peutercrisis krijgt. Laat zich op de grond zakken, rolt heen en weer, roept alle peutergoden aan, strekt zich als een plank in je armen, wil zich desnoods van het verzorgingskussen gooien en huilt hartverscheurend. Supermarktscènes dus. Niets helpt, behalve laten uitrazen, maar het ging telkens zo crescendo dat een van ons tweeën toch spontaan ingreep. Of probeerde.
Haar stevig vastnemen en zachtjes wiegen helpt niet. Een liedje zingen helpt niet. Tegen haar praten helpt niet. Uitleg wil ze hoegenaamd niet horen, ook al weet ik dat ze die zou begrijpen. In de hoek al helemaal niet, daar beginnen we zelfs niet aan. In de gang vind ik te zielig. Radicaal afleiden, genre 'oh kijk daar!', is het enige wat helpt, maar ik vraag me af hoelang dat gaat duren ... Ik kijk al uit naar de waarom-fase!
Gisterenavond was het omdat we haar windpokken wilden aanstippen, ervoor omdat Bernard vond dat ze al te veel choco had gegeten 's ochtends en het tijd was voor soep, vanavond omdat ik haar wou wassen en haar pyjama wou aantrekken, daarna ook even omdat ze op het potje moest voor haar dagelijkse knol die ongetwijfeld stond te dringen, en zo gaat het maar door. 't Ging ook van 'nie oma opa' toen we haar gisteren afzetten bij mijn ouders, van 'nie Pasja' toen we naar de onthaalmoeder reden.
Ze is natuurlijk ook een beetje uit de haak door haar windpokken en haar onderbroken nachten, maar al bij al vallen haar windpokken erg goed mee. Een tiental op haar hoofd, en op haar gezicht een aantal bovenaan, onderaan, kleintjes rond haar neusje en oren. Ook een tiental op haar poep, wat op haar rug, vier op haar handjes ... Niet zoals de horrorverhalen van kindjes die bezaaid zijn tot op hun gehemelte, tong en voetjes toe.
En ze kan ook zo ontzettend empathisch zijn voor haar leeftijd. Ze kan met grote ogen zeggen 'Baby weent' als er een kleintje huilt of 'vogetjes nat ewordet' (= geworden) als het regent. Ze zegt 'papa top!' (stop) en daarna 'mama top!' als we discussiëren aan tafel, maar ze gaat ook verder. Donderdag zat ze met mijn moeder in de zetel toen mijn moeder vroeg: 'zit je gemakkelijk?' en Thelma antwoordde: 'Oma ook emakkelijk?' Of 's ochtends, out of the blue: 'Papa goed geslaapt?'
En 's avonds van 't zelfde aan tafel: 'mama lekker?', 'pepe Sam lekker?', 'papa lekker?', 'opa lekker?', 'oma lekker?', 'Tante Lien lekker?' En ze zegt ook plots lief-vragend 'mamaatjeuh' en 'papaatjeuh', naar analogie van 'Thelmaatje'. Geweldig vind ik dat, zo'n zichzelf-opvoedend kind. Ze zegt haast elke keer spontaan 'dank u' als ze iets krijgt van ons, ook al hebben we haar dat niet aangeleerd. Alleen die anger management, die moet ze nog wat beter onder de knie krijgen.
'Temma nie soep!' en dat honderd keer herhalen als een mantra die haar in een colèrige trance brengt, met tranen en snottebellen en de hik, ook al zeggen wij dat soep niet hoeft en bieden we iets anders aan (dan is het plots 'Temma wel soep!', ogenblikkelijk gevolgd door 'Temma nie soep!'). De kom soep blijft in de buurt, want we weten dat ze vaak toch overstag gaat en de soep gretig naar binnen smikkelt na het eerste hapje. Desnoods tussen de hagelslag, a.k.a. 'slamuisjes', door.
Ik noem dat eerste hapje tegenwoordig het Pablo-hapje, want ze laat haar koppigheid meestal even varen als ik vraag: 'Een hapje voor Pablo?' en zij dan in opperste vervoering even haar kwellingen vergeet. Daarna volgen, als het goed gaat, nog het Willeke-hapje, het oma-hapje, het opa-hapje, het pepe-Sam-hapje, het papa-hapje maar niet het mama-hapje, het Ramon-hapje, het Louise-hapje, het Mira-hapje, u kent het wel.
Ze is niet voor enige rede vatbaar als ze zo'n peutercrisis krijgt. Laat zich op de grond zakken, rolt heen en weer, roept alle peutergoden aan, strekt zich als een plank in je armen, wil zich desnoods van het verzorgingskussen gooien en huilt hartverscheurend. Supermarktscènes dus. Niets helpt, behalve laten uitrazen, maar het ging telkens zo crescendo dat een van ons tweeën toch spontaan ingreep. Of probeerde.
Haar stevig vastnemen en zachtjes wiegen helpt niet. Een liedje zingen helpt niet. Tegen haar praten helpt niet. Uitleg wil ze hoegenaamd niet horen, ook al weet ik dat ze die zou begrijpen. In de hoek al helemaal niet, daar beginnen we zelfs niet aan. In de gang vind ik te zielig. Radicaal afleiden, genre 'oh kijk daar!', is het enige wat helpt, maar ik vraag me af hoelang dat gaat duren ... Ik kijk al uit naar de waarom-fase!
Gisterenavond was het omdat we haar windpokken wilden aanstippen, ervoor omdat Bernard vond dat ze al te veel choco had gegeten 's ochtends en het tijd was voor soep, vanavond omdat ik haar wou wassen en haar pyjama wou aantrekken, daarna ook even omdat ze op het potje moest voor haar dagelijkse knol die ongetwijfeld stond te dringen, en zo gaat het maar door. 't Ging ook van 'nie oma opa' toen we haar gisteren afzetten bij mijn ouders, van 'nie Pasja' toen we naar de onthaalmoeder reden.
Ze is natuurlijk ook een beetje uit de haak door haar windpokken en haar onderbroken nachten, maar al bij al vallen haar windpokken erg goed mee. Een tiental op haar hoofd, en op haar gezicht een aantal bovenaan, onderaan, kleintjes rond haar neusje en oren. Ook een tiental op haar poep, wat op haar rug, vier op haar handjes ... Niet zoals de horrorverhalen van kindjes die bezaaid zijn tot op hun gehemelte, tong en voetjes toe.
En ze kan ook zo ontzettend empathisch zijn voor haar leeftijd. Ze kan met grote ogen zeggen 'Baby weent' als er een kleintje huilt of 'vogetjes nat ewordet' (= geworden) als het regent. Ze zegt 'papa top!' (stop) en daarna 'mama top!' als we discussiëren aan tafel, maar ze gaat ook verder. Donderdag zat ze met mijn moeder in de zetel toen mijn moeder vroeg: 'zit je gemakkelijk?' en Thelma antwoordde: 'Oma ook emakkelijk?' Of 's ochtends, out of the blue: 'Papa goed geslaapt?'
En 's avonds van 't zelfde aan tafel: 'mama lekker?', 'pepe Sam lekker?', 'papa lekker?', 'opa lekker?', 'oma lekker?', 'Tante Lien lekker?' En ze zegt ook plots lief-vragend 'mamaatjeuh' en 'papaatjeuh', naar analogie van 'Thelmaatje'. Geweldig vind ik dat, zo'n zichzelf-opvoedend kind. Ze zegt haast elke keer spontaan 'dank u' als ze iets krijgt van ons, ook al hebben we haar dat niet aangeleerd. Alleen die anger management, die moet ze nog wat beter onder de knie krijgen.
donderdag 21 juni 2012
Hypochonder
Ik dus. Ik heb nog drie windpokken-in-wording gespot op mijn buik, ik heb nog talloze ogenschijnlijke windpokken-in-spe gevonden op mijn rug, maar ik kan mezelf officieel windpokkenvrij verklaren, want behalve psychosomatische jeuk en rode vlekken voor mijn ogen was er uiteindelijk toch niet echt iets te zien. Houden zo!
Onze pasfoto's zijn dus eindelijk genomen, mijn reispas is aangevraagd, Bernards nieuwe identiteitskaart is aangevraagd want die zou verlopen in oktober, en zodra hij nu een 'attest verlies' te pakken heeft bij de politie, kan hij zijn reispas ook aanvragen. De pasfoto's voor de reispas van Thelma zijn begrijpelijkerwijs weer eventjes uitgesteld ...
Onze pasfoto's zijn dus eindelijk genomen, mijn reispas is aangevraagd, Bernards nieuwe identiteitskaart is aangevraagd want die zou verlopen in oktober, en zodra hij nu een 'attest verlies' te pakken heeft bij de politie, kan hij zijn reispas ook aanvragen. De pasfoto's voor de reispas van Thelma zijn begrijpelijkerwijs weer eventjes uitgesteld ...
woensdag 20 juni 2012
Windpokken
Hupla, Thelma heeft de windpokken. Ze was er al een paar keer aan ontsnapt toen haar nichtje Louise geveld was en heeft twee rondes bij de onthaalmoeder overgeslagen, maar nu is het menens. Ik zag een gestipte paddenstoel op me af komen vandaag en wist hoe laat het was. Ik weet meteen ook waarom ze de voorbije tien dagen bijna elke nacht wakker is geworden. Onder andere, want waarschijnlijk is het een samenloop van kwaaltjes en een willetje dat zich steeds feller doorzet.
Woensdagnacht weer concert, donderdagochtend opgestaan met een gigasnotneus, donderdagnacht idem, vrijdag niet, want toen was er weer een babysit en die moest studeren, dus oogjes dicht en snaveltjes toe. Zaterdagnacht koos ze voor feest van vijf tot zes, toen ik zelf nog maar even in bed lag, mooi geregeld dus, en maandagavond was het schaapje tot middernacht wakker met oor- en oor- en oorpijn.
En alsof zij al niet zielig genoeg is ten huize Olijfje, heb ik vanmorgen twee blaasjes in mijn nek ontdekt. Aaargh, hopelijk overdrijf ik. Maar aaargh nog aan toe, windpokken! Vanmorgen dacht ik aan een vervelende mug die in mijn haar was gekropen om op een plek te steken die nog nooit bestookt was. Vanmiddag dacht ik: Tiens, twee muggenbeten boven elkaar, vreemd. Vanavond dacht ik: Och mijn lieveke, hopelijk zijn je pokjes een beetje te doen. En daarna bekroop mij de gedachte: Aaargh. Aaargh!Muggenbeten. Blaasjes. Nee, niet nu, niet hier!
Ik heb meteen naar mijn ouders gebeld of ik de windpokken al gehad heb, want foto's zijn er niet, maar geen van beiden kon het mij met zekerheid vertellen. Ik zal nu dus nog maar wat overdrijven, over hoe weinig tijd ik heb om ziek te zijn op het einde van het academiejaar, hoe weinig zin ik heb in windpokken over heel mijn lijf, hoe zeer ik de hemeltergende jeuk vrees, hoe ongeschonden ik moet zijn voor de pasfoto's die we nog veel dringender dan drie weken geleden moeten laten nemen. Om dan morgen opgelucht te kunnen vertellen dat ik een hypochonder ben en er allemaal niets van aan is. Uiteraard.
Temma wil niet. Temma wil niet slapen. Temma grote bed. Temma flesje. Temma pipi kaka potje. Temma boekje leesse. Temma puusje (puzzel) maken. Mama nie aaien. Mama liedje zingen. Mama nie liedje zingen.Eerst dacht ik dat ze haar hele slaaproutine kwijt was, omdat ze haar middagdut had overgeslagen toen we op zaterdag naar het Magritte Museum waren geweest en ze 's avonds pas om tien uur de slaap kon vatten, maar zondagnacht was het ook van dat: zingen, babbelen, roepen en na een dik uur uiteindelijk huilen. Maandagnacht was het huilen en toch weer indommelen, dinsdag niets, want toen was er een babysit, en ja, dan doet men dat niet.
Woensdagnacht weer concert, donderdagochtend opgestaan met een gigasnotneus, donderdagnacht idem, vrijdag niet, want toen was er weer een babysit en die moest studeren, dus oogjes dicht en snaveltjes toe. Zaterdagnacht koos ze voor feest van vijf tot zes, toen ik zelf nog maar even in bed lag, mooi geregeld dus, en maandagavond was het schaapje tot middernacht wakker met oor- en oor- en oorpijn.
En alsof zij al niet zielig genoeg is ten huize Olijfje, heb ik vanmorgen twee blaasjes in mijn nek ontdekt. Aaargh, hopelijk overdrijf ik. Maar aaargh nog aan toe, windpokken! Vanmorgen dacht ik aan een vervelende mug die in mijn haar was gekropen om op een plek te steken die nog nooit bestookt was. Vanmiddag dacht ik: Tiens, twee muggenbeten boven elkaar, vreemd. Vanavond dacht ik: Och mijn lieveke, hopelijk zijn je pokjes een beetje te doen. En daarna bekroop mij de gedachte: Aaargh. Aaargh!
Ik heb meteen naar mijn ouders gebeld of ik de windpokken al gehad heb, want foto's zijn er niet, maar geen van beiden kon het mij met zekerheid vertellen. Ik zal nu dus nog maar wat overdrijven, over hoe weinig tijd ik heb om ziek te zijn op het einde van het academiejaar, hoe weinig zin ik heb in windpokken over heel mijn lijf, hoe zeer ik de hemeltergende jeuk vrees, hoe ongeschonden ik moet zijn voor de pasfoto's die we nog veel dringender dan drie weken geleden moeten laten nemen. Om dan morgen opgelucht te kunnen vertellen dat ik een hypochonder ben en er allemaal niets van aan is. Uiteraard.
maandag 18 juni 2012
Knust
Ik weet dat er drie slangen opstaan, daar linksboven in het blauw, en dat ik heel verrast was toen ze vertelde wat dat blauw daaronder met die cirkels en die puntjes was, maar ik weet het begot niet meer. Ik heb me al sufgepiekerd of het nu een mossel of een huis was, maar eigenlijk weet ik dat het geen van beiden was. Vermoedelijk dan toch een poes.
Eronder ziet u zonder enige twijfel een grijnzende vis, al sta ik het publiek toe om van een toevalstreffer te spreken, en ernaast bevindt zich een bloemenveld met enkele welriekende exemplaren in het groen en oranje. En nu ik wat beter kijk, zie ik onderaan in het geel ook nog een huppelend paard op twee benen. Cy Twombly verbleekt erbij.
Eronder ziet u zonder enige twijfel een grijnzende vis, al sta ik het publiek toe om van een toevalstreffer te spreken, en ernaast bevindt zich een bloemenveld met enkele welriekende exemplaren in het groen en oranje. En nu ik wat beter kijk, zie ik onderaan in het geel ook nog een huppelend paard op twee benen. Cy Twombly verbleekt erbij.
vrijdag 8 juni 2012
Omavis
We gaan dus naar Zuid-Afrika. De laatste handtekening is binnen, de vluchten zijn geboekt: 27 augustus om precies te zijn! Ons huis is bijna verhuurd, we wachten vol spanning op een stekje daar, het project is geschreven, de contacten zijn gelegd. Ik moet nog heel wat vooronderzoek doen, maar daar is voorlopig geen tijd voor. Ah neen, 't is superdruk op het werk met masterproeven, bachelorproeven, examens, een bundel die ik afwerk, een drukproef en doctoraat die wachten om gelezen te worden, een cursus die ik aan een collega moet doorgeven, en twee artikels die ik nog wil schrijven.
En naast dat eindejaarswerk, het huisverhuren en vluchtenboeken door, moeten we dringend pasfoto's laten maken voor onze paspoorten en visa, wat de voorbije tien dagen absoluut niet kon. Omdat ik met een kanjer van een blauw oog rondloop ... Volleybal in een mannenploeg: niet altijd even elegant. Ik was eigenlijk ook al van het veld, maar sprong nog even in voor een geblesseerde teamgenoot - met een elleboogstoot tot gevolg. Na die pasfoto's moeten we dringend naar de dokter voor intentingen, een medische check-up, radiologie van de longen, om nog niet te spreken over het bewijs van maandelijks inkomen, goed gedrag en zeden, ziekteverzekering, ... Noem maar op.
Voor Thelma is het nog helemaal onbekend terrein. We spreken al eens over Zuid-Afrika, maar wat zou ze zich daarbij voorstellen? We zeggen haar dat we met het vliegtuig gaan, maar ze kent voorlopig enkel auto en fiets. We hebben nog geen foto's getoond, omdat we ook nog niet weten waar we gaan wonen, en omdat drie maanden voor zo'n kind nog een eeuwigheid is. Ook over de opvang hebben we nog geen nieuws. Bernard is er om voor haar te zorgen tot we iets supergoeds en heel betrouwbaars hebben gevonden waar ze zich echt thuis voelt. Wellicht maar voor twee à drie dagen, zodat het ook voor haar iets speciaals wordt.
En voor daarna twijfelen we ook nog. Allez, ik toch. Eigenlijk mag ze naar school als we terug zijn, maar wordt dat niet veel ineens? Terug uit Zuid-Afrika en meteen weer aanpassen aan een nieuwe omgeving? Ik dacht aanvankelijk om haar nog een maandje naar de onthaalmoeder te laten gaan, omdat ze daar zo content is, maar iemand zei me onlangs dat ze ook daar weer zal moeten wennen, en dan een maand later weer moet veranderen. Hmm. Wat zouden jullie doen? We hoeven natuurlijk ook niet meteen te beslissen en kunnen nog wat afwachten tot we weten wat ze van Zuid-Afrika vindt, maar we moeten natuurlijk wel de onthaalmoeder en de school op tijd op de hoogte brengen.
Voorlopig speelt alles zich voor haar nog in het hier en nu af. Luid roepen dat ze een meisje is en ondertussen een megaboer laten, tot grote hilariteit van ons tweeën en tot haar eigen stijgende verbazing, of lezen met oma in een boekje, en bij het kleine visje zeggen 'Temmavis', bij de grotere vis 'mamavis', en bij de walvis ... 'omavis'! Tot licht ongenoegen van mijn moeder uiteraard ...
En naast dat eindejaarswerk, het huisverhuren en vluchtenboeken door, moeten we dringend pasfoto's laten maken voor onze paspoorten en visa, wat de voorbije tien dagen absoluut niet kon. Omdat ik met een kanjer van een blauw oog rondloop ... Volleybal in een mannenploeg: niet altijd even elegant. Ik was eigenlijk ook al van het veld, maar sprong nog even in voor een geblesseerde teamgenoot - met een elleboogstoot tot gevolg. Na die pasfoto's moeten we dringend naar de dokter voor intentingen, een medische check-up, radiologie van de longen, om nog niet te spreken over het bewijs van maandelijks inkomen, goed gedrag en zeden, ziekteverzekering, ... Noem maar op.
Voor Thelma is het nog helemaal onbekend terrein. We spreken al eens over Zuid-Afrika, maar wat zou ze zich daarbij voorstellen? We zeggen haar dat we met het vliegtuig gaan, maar ze kent voorlopig enkel auto en fiets. We hebben nog geen foto's getoond, omdat we ook nog niet weten waar we gaan wonen, en omdat drie maanden voor zo'n kind nog een eeuwigheid is. Ook over de opvang hebben we nog geen nieuws. Bernard is er om voor haar te zorgen tot we iets supergoeds en heel betrouwbaars hebben gevonden waar ze zich echt thuis voelt. Wellicht maar voor twee à drie dagen, zodat het ook voor haar iets speciaals wordt.
En voor daarna twijfelen we ook nog. Allez, ik toch. Eigenlijk mag ze naar school als we terug zijn, maar wordt dat niet veel ineens? Terug uit Zuid-Afrika en meteen weer aanpassen aan een nieuwe omgeving? Ik dacht aanvankelijk om haar nog een maandje naar de onthaalmoeder te laten gaan, omdat ze daar zo content is, maar iemand zei me onlangs dat ze ook daar weer zal moeten wennen, en dan een maand later weer moet veranderen. Hmm. Wat zouden jullie doen? We hoeven natuurlijk ook niet meteen te beslissen en kunnen nog wat afwachten tot we weten wat ze van Zuid-Afrika vindt, maar we moeten natuurlijk wel de onthaalmoeder en de school op tijd op de hoogte brengen.
Voorlopig speelt alles zich voor haar nog in het hier en nu af. Luid roepen dat ze een meisje is en ondertussen een megaboer laten, tot grote hilariteit van ons tweeën en tot haar eigen stijgende verbazing, of lezen met oma in een boekje, en bij het kleine visje zeggen 'Temmavis', bij de grotere vis 'mamavis', en bij de walvis ... 'omavis'! Tot licht ongenoegen van mijn moeder uiteraard ...
donderdag 31 mei 2012
Mama tout!
Om Thelma naar de onthaalmoeder te brengen, moeten we altijd het water kruisen. Omrijden kan ook, maar dat is een route waar je triest van wordt. Het fijne alternatief is een spoorwegbrug waar links en rechts voetgangers en fietsers kunnen lopen en fietsen. Kunnen, schrijf ik, want aan elke kant staat een verbodsbord, vier in totaal. Een of andere stupide anomalie, want als daar geen fietser of voetganger mag passeren, wat dan in hemelsnaam wel? Reeën of padden misschien tijdens de grote oversteek van het industrieterrein aan de ene kant naar de woonwijk aan de andere kant?
Soit. De spoorwegbrug met voet- en fietspad kan bijtijds ook wel eens negentig graden draaien om fraaie plezierboten en volgeladen vrachtschepen door te laten. Het eerstvolgende tijdstip waarop die brug voor een kwartiertje kan opengaan als er boten in de buurt zijn, staat altijd netjes aangegeven op een LED-lichtbord. Het water wordt niet erg druk bevaren, dus je moet al geluk hebben om een boot in actie te zien. Maar afgelopen dinsdag was het dus van dat.
Ik reed enigszins gehaast met Thelma langs het water, zag een boot liggen, keek snel naar het LED-bord, zag dat ik nog een volle vijf minuten had voor iets wat amper een halve minuut duurt, trapte wat harder op mijn pedalen, hoorde toen het geluidssignaal, met name een bel en luid gezoem, ondersteund door oranje knipperlichten, zag het fiets- en voetgangerslicht nog net op rood springen om aan te geven dat het menens was, maar dacht toch: 'dat haal ik wel'.
Ah ja. Ik had nog vijf minuten voor de brug zou opengaan. Ik was met de fiets. Ik reed gezwind. Maar neen. Het exacte tijdstip telt niet. Het geluidssignaal betekent 'stop', ook al is het licht nog groen. Een trage voetganger die het rode licht niet meer ziet, moet zijn plan maar trekken onderweg, en met snelle fietsers wordt al helemaal geen rekening gehouden.
En zo kwam het dat ik toch nog de brug opreed. En tijdens mijn flitsende actie het metalen poortje aan de overzijde zag dichtdraaien. Oeps. 't Is zo'n poortje waar geen fiets tussen past, en al zeker niet met een kind achterop. En toen ik omkeek, zag ik het metalen poortje aan de overkant ook dichtdraaien. Nogmaals oeps. Toch niet zo slim van mij, bij nader inzien. En hoewel ik al stilletjes uitkeek naar een bescheiden avontuur op een draaiende brug die perfect horizontaal zou blijven, een stevige reling had langs weerszijden en erop gebouwd was om een volledige trein te kunnen dragen, speelde mijn moederlijke schuldgevoel toch wat op.
Gelukkig was er vlak voor het poortje een grote betonnen boord waar ik mijn fiets netjes op kon dwarsen. Er was zelfs nog plaats voor een tweede fiets, mocht er nog iemand dezelfde onzalige oversteekdrang hebben gehad. De bel ging ondertussen nog steeds en het luide gezoem ook. Ik zei tegen Thelma dat we niet door konden en dus even moesten wachten tot de brug open en weer dicht was en het poortje ons opnieuw door zou laten.
Ook best spannend, want we zouden dat hele brug- en bootgebeuren van héél dichtbij meemaken. Thelma zat stevig in haar fietsstoel, de zon scheen, de vogeltjes floten, het alarm ging, en ik hield de fiets stevig vast. De brug zou iets omhoog gaan, rustig draaien, en kon ons op geen enkele manier raken. We zouden weliswaar vlak aan het water staan zonder reling, maar dat is langs het kanaal ook zo. En in nood zou ik wel over het poortje klimmen en Thelma uit de fietsstoel hijsen. Piece of cake, alles onder controle.
Maar dat was allemaal buiten Big Brother gerekend. Ik hoorde een mannenstem door een luidspreker en zag in mijn verbeelding de (vaste) camera's in mijn richting draaien. De stem gaf strenge bevelen, alleen kon ik die voor geen meter verstaan omdat het geluidssignaal vlakbij veel sterker was. Ik deed teken naar de camera's in de lucht dat ik er niets van verstond en hield mij van de domme. Ik zou gewoon wachten met Thelma tot het over was en legde haar nog eens uit wat er aan de hand was. Maar toen was er weer die strenge stem met zijn onbegrijpelijke bevelen, die klonken als een rockzanger onder water die zijn micro opat. Verloren moeite dus.
Tot ik zag dat het metalen poortje aan de overkant weer open was. Aan de overkant, want burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet beloond worden. Ik draaide dus mijn fiets in de juiste richting, reed gezwind maar licht beschaamd naar de overkant, en besloot om mij snel uit de voeten te maken. Het fietspad af, de Muidebrug over, de Muidepoort door, het Neuseplein af, de brug over de Nieuwe Vaart over, de Wiedauwkaai af, om Big Brother met zijn opzichtige camera's, flutluidsprekers en belachelijke geluidssignaal voorbij te rijden, terwijl het plezierbootje en het lange vrachtschip elkaar net kruisten. 'Mama is een beetje stout geweest', zei ik tegen Thelma, en dat heeft ze die dag nog een paar keer in mijn soep gedraaid.
Soit. De spoorwegbrug met voet- en fietspad kan bijtijds ook wel eens negentig graden draaien om fraaie plezierboten en volgeladen vrachtschepen door te laten. Het eerstvolgende tijdstip waarop die brug voor een kwartiertje kan opengaan als er boten in de buurt zijn, staat altijd netjes aangegeven op een LED-lichtbord. Het water wordt niet erg druk bevaren, dus je moet al geluk hebben om een boot in actie te zien. Maar afgelopen dinsdag was het dus van dat.
Ik reed enigszins gehaast met Thelma langs het water, zag een boot liggen, keek snel naar het LED-bord, zag dat ik nog een volle vijf minuten had voor iets wat amper een halve minuut duurt, trapte wat harder op mijn pedalen, hoorde toen het geluidssignaal, met name een bel en luid gezoem, ondersteund door oranje knipperlichten, zag het fiets- en voetgangerslicht nog net op rood springen om aan te geven dat het menens was, maar dacht toch: 'dat haal ik wel'.
Ah ja. Ik had nog vijf minuten voor de brug zou opengaan. Ik was met de fiets. Ik reed gezwind. Maar neen. Het exacte tijdstip telt niet. Het geluidssignaal betekent 'stop', ook al is het licht nog groen. Een trage voetganger die het rode licht niet meer ziet, moet zijn plan maar trekken onderweg, en met snelle fietsers wordt al helemaal geen rekening gehouden.
En zo kwam het dat ik toch nog de brug opreed. En tijdens mijn flitsende actie het metalen poortje aan de overzijde zag dichtdraaien. Oeps. 't Is zo'n poortje waar geen fiets tussen past, en al zeker niet met een kind achterop. En toen ik omkeek, zag ik het metalen poortje aan de overkant ook dichtdraaien. Nogmaals oeps. Toch niet zo slim van mij, bij nader inzien. En hoewel ik al stilletjes uitkeek naar een bescheiden avontuur op een draaiende brug die perfect horizontaal zou blijven, een stevige reling had langs weerszijden en erop gebouwd was om een volledige trein te kunnen dragen, speelde mijn moederlijke schuldgevoel toch wat op.
Gelukkig was er vlak voor het poortje een grote betonnen boord waar ik mijn fiets netjes op kon dwarsen. Er was zelfs nog plaats voor een tweede fiets, mocht er nog iemand dezelfde onzalige oversteekdrang hebben gehad. De bel ging ondertussen nog steeds en het luide gezoem ook. Ik zei tegen Thelma dat we niet door konden en dus even moesten wachten tot de brug open en weer dicht was en het poortje ons opnieuw door zou laten.
Ook best spannend, want we zouden dat hele brug- en bootgebeuren van héél dichtbij meemaken. Thelma zat stevig in haar fietsstoel, de zon scheen, de vogeltjes floten, het alarm ging, en ik hield de fiets stevig vast. De brug zou iets omhoog gaan, rustig draaien, en kon ons op geen enkele manier raken. We zouden weliswaar vlak aan het water staan zonder reling, maar dat is langs het kanaal ook zo. En in nood zou ik wel over het poortje klimmen en Thelma uit de fietsstoel hijsen. Piece of cake, alles onder controle.
Maar dat was allemaal buiten Big Brother gerekend. Ik hoorde een mannenstem door een luidspreker en zag in mijn verbeelding de (vaste) camera's in mijn richting draaien. De stem gaf strenge bevelen, alleen kon ik die voor geen meter verstaan omdat het geluidssignaal vlakbij veel sterker was. Ik deed teken naar de camera's in de lucht dat ik er niets van verstond en hield mij van de domme. Ik zou gewoon wachten met Thelma tot het over was en legde haar nog eens uit wat er aan de hand was. Maar toen was er weer die strenge stem met zijn onbegrijpelijke bevelen, die klonken als een rockzanger onder water die zijn micro opat. Verloren moeite dus.
Tot ik zag dat het metalen poortje aan de overkant weer open was. Aan de overkant, want burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet beloond worden. Ik draaide dus mijn fiets in de juiste richting, reed gezwind maar licht beschaamd naar de overkant, en besloot om mij snel uit de voeten te maken. Het fietspad af, de Muidebrug over, de Muidepoort door, het Neuseplein af, de brug over de Nieuwe Vaart over, de Wiedauwkaai af, om Big Brother met zijn opzichtige camera's, flutluidsprekers en belachelijke geluidssignaal voorbij te rijden, terwijl het plezierbootje en het lange vrachtschip elkaar net kruisten. 'Mama is een beetje stout geweest', zei ik tegen Thelma, en dat heeft ze die dag nog een paar keer in mijn soep gedraaid.
vrijdag 25 mei 2012
Vreemd
Thelma is nog nooit vreemd of eenkennig geweest: niet rond de gebruikelijke negen maanden, niet ervoor, niet erna. Tot nu. Maandag- en dinsdagochtend kwamen we bij de onthaalmoeder en klampte ze zich vast aan mijn benen. Toen haar lievelings-Patricia zei: 'Dag Thelma!', antwoordde ze verongelijkt: 'Nie Pemma'. Ik vroeg wie ze dan wel was, en ze zei: 'Ouisje'. En de volgende dag hetzelfde: 'Nie Pemma. Ouisje.' Patricia moest haar van me overnemen en ik moest me vlug uit de voeten maken, of het werd een scène uit de boekjes die het moederhart verscheurt.
Ook voor onze babysit Melis, die ze al maanden kent, had ze geen genade. Ze snelde niet naar de deur om open te doen, ze kroop weg toen ze binnenkwam en het heeft heel lang geduurd voor ze haar een blik gunde. Gelukkig hadden we ons wekelijkse filmavondje geruild voor een terrasje en konden we dus blijven zitten tot het ijs weer een beetje gebroken was. Maar toen we kordaat onze fietsen namen uit de tuin, kwamen er toch traantjes aan te pas. Ik heb nog aan de andere kant van de tuinmuur gewacht tot ik hoorde dat het goed was, maar ik zat toch met de kriebels. En dat terwijl Thelma ons vroeger haast geen blik waard achtte toen er een babysit kwam!
We hebben gelukkig een heel laconieke babysit. Ze heeft Thelma gewoon wat laten doen tot ze vanzelf weer binnenkwam. Of dat uit onhandigheid of intuïtief aanvoelen was, weet ik niet. Een ideale strategie was het wel, want aandringen heeft geen zin. Nieuw was ook dat Thelma op het potje gaat voor ze gaat slapen en *elke* avond een knol legt in de strijd tegen haar gebruikelijke constipatie. Ik wist niet of ze dat met de babysit ook zou doen, maar het droge, licht gegeneerde antwoord 'Ja. Van alles' toen ik 's nachts vroeg of ze ook pipi of kaka had gedaan, sprak boekdelen ...
Ook voor onze babysit Melis, die ze al maanden kent, had ze geen genade. Ze snelde niet naar de deur om open te doen, ze kroop weg toen ze binnenkwam en het heeft heel lang geduurd voor ze haar een blik gunde. Gelukkig hadden we ons wekelijkse filmavondje geruild voor een terrasje en konden we dus blijven zitten tot het ijs weer een beetje gebroken was. Maar toen we kordaat onze fietsen namen uit de tuin, kwamen er toch traantjes aan te pas. Ik heb nog aan de andere kant van de tuinmuur gewacht tot ik hoorde dat het goed was, maar ik zat toch met de kriebels. En dat terwijl Thelma ons vroeger haast geen blik waard achtte toen er een babysit kwam!
We hebben gelukkig een heel laconieke babysit. Ze heeft Thelma gewoon wat laten doen tot ze vanzelf weer binnenkwam. Of dat uit onhandigheid of intuïtief aanvoelen was, weet ik niet. Een ideale strategie was het wel, want aandringen heeft geen zin. Nieuw was ook dat Thelma op het potje gaat voor ze gaat slapen en *elke* avond een knol legt in de strijd tegen haar gebruikelijke constipatie. Ik wist niet of ze dat met de babysit ook zou doen, maar het droge, licht gegeneerde antwoord 'Ja. Van alles' toen ik 's nachts vroeg of ze ook pipi of kaka had gedaan, sprak boekdelen ...
Abonneren op:
Posts (Atom)

