Zoals beloofd nog een paar foto's van het konsert. Ik heb al spijt dat al mijn filmpjes niet langer duren en we niet nog meer foto's hebben gemaakt, maar we zaten op rij vijf en wisten niet goed hoe de kwaliteit zou zijn. Ik vreesde ook dat mijn toestel in een-twee-drie vol zou staan met filmpjes voor ik Thelma kon spotten en moest tussendoor zelfs af en toe een filmpje wissen omdat het geheugen van mijn toestel volraakte. Oh stress van jonge ouders die hun kroost willen vereeuwigen!
Er zaten bovendien ook twee professionele cameramannen in de zaal die ons via de school vast nog wel een dvd'tje zouden bezorgen, maar of dat ook effectief zo zal zijn, weten we nog niet. 't Zou wel tof zijn voor Thelma om echte beelden mee naar België te kunnen nemen die de obligate gaten in het geheugen van een tweejarige een beetje kunnen opvullen ...
Bij de foto's, die Bernard heeft gemaakt, was het aanvankelijk zoeken doordat het licht op scène steeds weer veranderde en de flits uiteraard niet ver genoeg reikte, maar na Thelma's optreden had hij het onder de knie. Gelukkig was er ook één lucky shot van Thelma bij, die er in haar lieflijk omajurkje met bloemetjeshoed en die chubby witte baby-armpjes om te stelen uitzag.
Voor het optreden begon, hebben we achter de schermen als volleerde paparazzi ook nog enkele beelden geschoten, toen de ukkies van Asjassies Witrand nog in openlucht stonden te popelen om de show te stelen. Thelma's afdeling van Asjassies zat toen al in het auditorium en konden we niet meer strikken voor een fotoshoot, maar ik betwijfel of die witte scheetjes wel even fotogeniek waren geweest ...
En wie zich vragen stelt over het kleurenpalet van de foto's: de overwegend zwarte kindjes zijn leerlingen van Witrand, no pun intended, de Engelstalige afdeling van Asjassies. In Thelma's afdeling is de voertaal Afrikaans en zijn er dus overwegend witte kindjes. De Apartheid mag dan al achttien jaar achter de rug zijn, de moedertaal en voertaal op school bepalen nog steeds het coloriet ...
woensdag 24 oktober 2012
dinsdag 23 oktober 2012
30th Extravaganza
Thelma heeft met haar twee jaar en drie maanden voor het eerst een podium beklommen. Samen met haar klasje Gansies vertolkte ze een van de vijftien scènes van de '30th Extravaganza'-show om het dertigjarige bestaan van haar eerste schooltje te vieren. Elke klas beeldde een memorabele gebeurtenis uit die een van de voorbije jaren kenmerkte: een geldinzameling waarbij iedereen verkleed liep, een bezoek van het leger, een kleuterkookwedstrijd, een uitstapje naar de brandweer, het eerste optreden in het auditorium van de universiteit ...
't Was een mix van dansjes en toneeltjes op de tonen van Grease, I'm a Train, Great Balls of Fire en ... Goggatjie oefen saam, het liedje van Thelma's klas. Echt extravagant kon je haar scène dus niet noemen, want ze moesten een uitstapje naar een rusthuis ('ouetehuis', spreek uit 'ouwe-tehuis') en de jaarlijkse grootouderdag in de verf zetten, door verkleed als opa's en oma's spelletjes uit die laatsten hun kindertijd na te doen. Dubbele bodems en metatheater, dat wel!
Thelma had er geen benul van dat er zevenhonderd mensen in de zaal zaten, en had twee dagen ervoor al gezegd dat ze geoefend hadden met 'de lampen' en 'gespeeld', want dat was het toch vooral voor haar: de glijbaan afglijden, op het hobbelpaard wippen, beetje rondlopen op het podium, verbaasd kijken naar een huilend maatjie (spreek uit 'moaikie': vriendje), terwijl vier andere kleuters op de voorgrond met de juf een dansje deden.
Om zes uur begon de show, om acht uur werd het hele spektakel afgerond met een gezamenlijk lied op het podium en we kregen dus een dolgedraaid en hondsmoe meisje mee naar huis. We hadden ze wel 's middags al van school afgehaald om haar 'n ruskansie te gee voor die konsert en daar had ze dankbaar gebruik van gemaakt, maar de adrenaline en lichte sterallures maakten het toch nog een heel karwei om haar rond tien uur in bed te krijgen.
't Was een mix van dansjes en toneeltjes op de tonen van Grease, I'm a Train, Great Balls of Fire en ... Goggatjie oefen saam, het liedje van Thelma's klas. Echt extravagant kon je haar scène dus niet noemen, want ze moesten een uitstapje naar een rusthuis ('ouetehuis', spreek uit 'ouwe-tehuis') en de jaarlijkse grootouderdag in de verf zetten, door verkleed als opa's en oma's spelletjes uit die laatsten hun kindertijd na te doen. Dubbele bodems en metatheater, dat wel!
Morgen zet ik een selectie foto's op de blog van de ruim driehonderd peuters, kleuters en eersteleerjaarderkes die aan de show meewerkten, vandaag enkel een filmpje met Thelma in een glansrol. Ah ja, zo hoort dat. En 't is ook een beetje overdreven hoor, die glansrol. Ze was een uitstekende figurant, op een hobbelpaard, laat ik het zo stellen. En jammer dat ik geen professionele cameravrouw ben, want anders had ik iets meer oog gehad voor het geheel ...
Thelma had er geen benul van dat er zevenhonderd mensen in de zaal zaten, en had twee dagen ervoor al gezegd dat ze geoefend hadden met 'de lampen' en 'gespeeld', want dat was het toch vooral voor haar: de glijbaan afglijden, op het hobbelpaard wippen, beetje rondlopen op het podium, verbaasd kijken naar een huilend maatjie (spreek uit 'moaikie': vriendje), terwijl vier andere kleuters op de voorgrond met de juf een dansje deden.
Om zes uur begon de show, om acht uur werd het hele spektakel afgerond met een gezamenlijk lied op het podium en we kregen dus een dolgedraaid en hondsmoe meisje mee naar huis. We hadden ze wel 's middags al van school afgehaald om haar 'n ruskansie te gee voor die konsert en daar had ze dankbaar gebruik van gemaakt, maar de adrenaline en lichte sterallures maakten het toch nog een heel karwei om haar rond tien uur in bed te krijgen.
zondag 14 oktober 2012
Smile
Als ik iets ga proberen mee te nemen uit Zuid-Afrika, behalve de hernieuwde liefde voor literatuur en de opgelaaide passie voor historisch onderzoek, is het de welgemeende smile die je hier overal krijgt. En hoezeer het ook een cliché mag zijn, de lach die ik 's middags krijg van de zwarte dienster met haar gouden tanden is allesbehalve een cliché. Het is elke keer opnieuw een nieuwsgierig-ontwapenende glimlach die mij nieuwsgierig-vragend doet teruglachen.
En mij aan het denken zet, ongelovige Belg als ik ben ... Is het zo welgemeend als het er elke keer uitziet? Hoeft ze daar helemaal geen moeite voor te doen? Heeft ze ooit een mindere dag? Does she fancy me? Zal het ooit voorbijgaan als ik de kaart wat beter leer kennen? Als ik nog wat vaker kom en niet meer denk dat soda ook gewoon spuitwater kan zijn zonder Coca-Cola- of Spritesiroop, en Ice-Tea gewoon bubbels bevat zonder het lemon- of peach-dilemma?
Mijn huisgenoot Niels was het ook al opgevallen, dus het is niet iets wat ze alleen voor mij etaleert. Maar het is zo aanstekelijk dat ik er iets van hoop te bewaren. Wij Belgen, die onzekerheid vaak maskeren met arrogantie, die onhandigheid verbergen door onopgemerkt (not) de andere kant uit te kijken, kunnen daar best nog wat van leren. Wij, die 'lachen' soms als een teken van domheid zien, zouden weleens gebaat kunnen zijn bij wat meer gezichtsgymnastiek. En ik pleit schuldig.
Ook de smile van David, onze tuinman, die ik net niet liet oversteken toen ik donderdag met de auto op weg was naar de universiteit (omdat dat hier de gewoonte niet is en op een T-punt alleen maar iemand 'in je gat' zou doen rijden), doe je onrecht aan door het een cliché te noemen. Ik leek wel een oud lief van hem dat hij altijd graag is blijven zien, of zijn moeder, die hij na maanden ontbering terugzag. En ik stak alleen mijn hand naar hem op terwijl ik de straat inreed.
En vandaag, toen we een pint gingen drinken op een terras dat alleen bij ingewijden bekend is, waar toeristen nooit een voet zouden zetten, omdat het in een oase annex tuincentrum ligt waar tijdelijke bezoekers niets te zoeken hebben, en de dienster naar de juiste Engelse woorden zocht en vroeg of ze mocht weten welke taal we met Thelma spraken, was het weer van dat. Een wit meisje deze keer, maar met een glimlach die even ontwapenend als zelfverzekerd was.
Akkoord, het is niet altijd zo: bij de douane in Johannesburg lijken ze er een sport van te maken om je zo emotieloos en kil mogelijk aan te kijken, bij de politie duurde het ook een hele tijd voor het ijs gebroken was, en de kranten en literatuur die ik hier lees, geven allerminst een fraai beeld van de Zuid-Afrikaanse Jan en alleman, maar in de dagelijkse omgang is het een hemelsbreed verschil met wat wij in België kennen en gewoon zijn.
En het blijft niet beperkt tot diensters en tuinmannen: donderdag had ik een even hartelijk als motiverend gesprek met de onderzoeksdirecteur, en vrijdagmiddag kwam ik terug van mijn lunch en botste ik in de gang op de directeur van het talencentrum. Hij was net bij me komen aankloppen om te vragen of alles naar mijn zin was, en of ik en mijn gezin gelukkig zijn in Potchefstroom. Ja dus.
En mij aan het denken zet, ongelovige Belg als ik ben ... Is het zo welgemeend als het er elke keer uitziet? Hoeft ze daar helemaal geen moeite voor te doen? Heeft ze ooit een mindere dag? Does she fancy me? Zal het ooit voorbijgaan als ik de kaart wat beter leer kennen? Als ik nog wat vaker kom en niet meer denk dat soda ook gewoon spuitwater kan zijn zonder Coca-Cola- of Spritesiroop, en Ice-Tea gewoon bubbels bevat zonder het lemon- of peach-dilemma?
Mijn huisgenoot Niels was het ook al opgevallen, dus het is niet iets wat ze alleen voor mij etaleert. Maar het is zo aanstekelijk dat ik er iets van hoop te bewaren. Wij Belgen, die onzekerheid vaak maskeren met arrogantie, die onhandigheid verbergen door onopgemerkt (not) de andere kant uit te kijken, kunnen daar best nog wat van leren. Wij, die 'lachen' soms als een teken van domheid zien, zouden weleens gebaat kunnen zijn bij wat meer gezichtsgymnastiek. En ik pleit schuldig.
Ook de smile van David, onze tuinman, die ik net niet liet oversteken toen ik donderdag met de auto op weg was naar de universiteit (omdat dat hier de gewoonte niet is en op een T-punt alleen maar iemand 'in je gat' zou doen rijden), doe je onrecht aan door het een cliché te noemen. Ik leek wel een oud lief van hem dat hij altijd graag is blijven zien, of zijn moeder, die hij na maanden ontbering terugzag. En ik stak alleen mijn hand naar hem op terwijl ik de straat inreed.
En vandaag, toen we een pint gingen drinken op een terras dat alleen bij ingewijden bekend is, waar toeristen nooit een voet zouden zetten, omdat het in een oase annex tuincentrum ligt waar tijdelijke bezoekers niets te zoeken hebben, en de dienster naar de juiste Engelse woorden zocht en vroeg of ze mocht weten welke taal we met Thelma spraken, was het weer van dat. Een wit meisje deze keer, maar met een glimlach die even ontwapenend als zelfverzekerd was.
Akkoord, het is niet altijd zo: bij de douane in Johannesburg lijken ze er een sport van te maken om je zo emotieloos en kil mogelijk aan te kijken, bij de politie duurde het ook een hele tijd voor het ijs gebroken was, en de kranten en literatuur die ik hier lees, geven allerminst een fraai beeld van de Zuid-Afrikaanse Jan en alleman, maar in de dagelijkse omgang is het een hemelsbreed verschil met wat wij in België kennen en gewoon zijn.
En het blijft niet beperkt tot diensters en tuinmannen: donderdag had ik een even hartelijk als motiverend gesprek met de onderzoeksdirecteur, en vrijdagmiddag kwam ik terug van mijn lunch en botste ik in de gang op de directeur van het talencentrum. Hij was net bij me komen aankloppen om te vragen of alles naar mijn zin was, en of ik en mijn gezin gelukkig zijn in Potchefstroom. Ja dus.
donderdag 11 oktober 2012
Onveiligheid in Zuid-Afrika
Onlangs nam ik 'n lifter mee, 'n zwarte jongeman die zwijgend naast me
kwam zitten. We reden 'n kilometer of tien, en toen we bijna in de stad
waren, zag ik zijn hand stilletjes in zijn broekzak glijden. Even
flitste het door mijn hoofd: 'n mes? Een revolver?
Hij heeft zitten twijfelen, en nu we bijna aangekomen zijn, moet hij zijn kans wagen ... Ik bedenk hoe ik moet reageren. Keihard op de rem gaan staan, of nee, gas geven en beginnen te zwalpen, en roepen dat-ie mee de gracht in gaat, met auto en al. Of nee, ik sla hem met mijn linkerhand keihard op zijn neus, doe 'n noodstop en ren uit de auto ...
Zijn hand zit in zijn broekzak, en hij haalt ze er nu stilletjes uit. Ik zie het briefje van 100 Rand (10 euro) tussen zijn vingers, en hij zegt aarzelend: 'I only have a hundred. Can you change?' Hij wil me betalen voor de lift. Ik voel me betrapt op mijn achterdocht. Belachelijk. Ik zeg hem dat hij niet hoeft te betalen, dat ik toch met de auto op weg was, waarop hij verrast reageert.
Omgekeerde wereld, de armen betalen de rijken. Hoewel, omgekeerd, is het niet altijd zo, jammer genoeg? Met 'n welgemeende 'God bless you' en 'n brede glimlach neemt hij afscheid... Onveiligheid? Waarschijnlijk wel, maar met paranoia zal het er niet op verbeteren.
Hij heeft zitten twijfelen, en nu we bijna aangekomen zijn, moet hij zijn kans wagen ... Ik bedenk hoe ik moet reageren. Keihard op de rem gaan staan, of nee, gas geven en beginnen te zwalpen, en roepen dat-ie mee de gracht in gaat, met auto en al. Of nee, ik sla hem met mijn linkerhand keihard op zijn neus, doe 'n noodstop en ren uit de auto ...
Zijn hand zit in zijn broekzak, en hij haalt ze er nu stilletjes uit. Ik zie het briefje van 100 Rand (10 euro) tussen zijn vingers, en hij zegt aarzelend: 'I only have a hundred. Can you change?' Hij wil me betalen voor de lift. Ik voel me betrapt op mijn achterdocht. Belachelijk. Ik zeg hem dat hij niet hoeft te betalen, dat ik toch met de auto op weg was, waarop hij verrast reageert.
Omgekeerde wereld, de armen betalen de rijken. Hoewel, omgekeerd, is het niet altijd zo, jammer genoeg? Met 'n welgemeende 'God bless you' en 'n brede glimlach neemt hij afscheid... Onveiligheid? Waarschijnlijk wel, maar met paranoia zal het er niet op verbeteren.
zondag 7 oktober 2012
Grmbl
Al een geluk dat er zoiets bestaat als The Terrible Two's, ik zou me anders serieus zorgen beginnen te maken. Dat onze opvoeding de mist ingaat, dat we een spoiled brat aan het kweken zijn, die overal de baas speelt en voor alles altijd een nieuwe uitleg klaar heeft, dat we altijd net het verkeerde doen en hoegenaamd niet tegen haar kuren, eisen en koppigheid opgewassen zijn ... Maar ik dwaal: het is de leeftijd! Ze wil helemaal niet stout zijn, tegenspreken of saboteren, ze heeft het gewoon moeilijk met haar groter wordende wereld ...
Ik dacht vroeger dat ik geen opvoedingsboekjes nodig zou hebben, dat het met liefde en duidelijkheid, zoals Adriaenssens zegt, en onze intuïtie wel zou werken, maar we krabben ons hier de laatste tijd soms echt in het haar. Om daarna weer het internet te consulteren op zoek naar de gouden tip, te lezen dat het steeds weer om rustig en consequent reageren draait, terwijl we maar al te goed beseffen dat elk kind en elke situatie anders is, en we het verder met onze pogingen tot consequentie zullen moeten rooien ... Zelfs mijn vier jaar ervaring bij de zes- en zevenjarigen in de jeugdbeweging, en alles wat ik opgepikt heb van mijn vader die jarenlang therapie aan kinderen heeft gegeven: het mag allemaal niet baten!
Vrijdag was Thelma uitgeslapen, poeslief, grappig, constructief, ontwapenend, maar gisteren en vandaag haalde ze bij momenten het bloed van onder onze nagels. Akkoord, gisteren was ze moe en dus hyper, waardoor ik wel een beetje coulanter ben en zie waar het gedrag vandaan komt, maar soms is ze zo onredelijk dat het echt niet meer mooi is. En dan zijn er theoretisch de volgende opties: terechtwijzen, negeren, afleiden, redeneren, pedagogisch kwaad worden, écht je geduld verliezen of al je geloof in je opvoedingscapaciteiten in rook zien opgaan ...
In zo'n noodgeval is het een kwestie van de juiste optie à la minute te selecteren, eventueel met trial and error, maar liever niet natuurlijk, desgewenst na kort overleg met je wederhelft (op fluistertoon of in een vreemde taal), tot je kordaat het heft in handen neemt om achteraf het resultaat van je actie te evalueren. En we hebben nog veel te evalueren! Want hoewel we weten dat de eerste drie opties de beste zijn, met optie vier erbij als ze weer gekalmeerd is, zie ik mijn geduld soms ook slinken en kan ik mijn kwaadheid niet altijd naar wens kanaliseren. 'Jij moet niet altijd alles zelf kiezen!', hoor ik mezelf kwaad zeggen, waarop Thelma simpelweg antwoordt: 'Wel kiezen!'. En wat doe je dan?
Ook al besef ik dat ze van onze kwaadheid dingen opsteekt, dat ze van onze kordate bevelen de essentie overneemt, en bij een volgende driftbui ook een vermanend vingertje opsteekt, me kwaad aankijkt, zegt dat het stout is wat ik doe, en dat ik weg moet, in de keuken, of streng gebiedt dat mama het moet doen (als papa iets wil doen), of papa het moet doen (als mama iets wil doen), of semi-volwassen stelt dat je haar gewoon efkes gerust moet laten, het lukt me niet altijd mijn gebruikelijke stoïcisme te bewaren ... Of mijn lach in te houden, dat soms ook.
Zaterdag waren we 's ochtends rond half tien naar een wildpark in Klerksdorp vertrokken, en had ze na onze rondrit van twee uur in een redelijk warme auto, waarbij ze de dieren niet allemaal even indrukwekkend vond, op de terugweg maar een uurtje geslapen, wat duidelijk te weinig was en de latere crises van die dag kon verklaren. We hadden 's namiddags ook gezwommen, waardoor ze hongeriger was dan normaal, en dat waren we uit het oog verloren tot ze als een wild dier de nootjes aanviel en wij er prompt een paar boterhammen achteraan gooiden. Maar vrijdag had ze lekker bijgeslapen, zaterdagochtend was ze niet extreem vroeg wakker, had ze stevig ontbeten, en keek ze uit naar de giraffen, de zebra's en de neushoorn die we in het park zouden zien ...
En toch zette ze het in dat vredevolle Zuid-Afrikaanse landschap op een brullen toen ze de drinkbus met de veel te grote teut na een paar volle teugen terug moest geven. Ze wou die drinkbus, en enkel en alleen die drinkbus, smeet haar eigen drinkbus weg, en vond mijn ingreep om mijn rechtmatige bezit om gegronde redenen (de reële kans op een nat kind in een autostoel en mijn overtuiging niet telkens al haar wensen in te willigen) terug te krijgen het grootste onrecht ooit. Toen ze hem na haar dutje nog eens kreeg en ik vooraf gezegd had dat ze hem daarna weer terug moest geven, ging ze wel helemaal akkoord. (Onthouden!)
En hoezeer we ook consequent proberen te zijn, het lukt niet altijd. Gisteren in de auto wel, omdat we door een godverlaten wildpark reden en alleen onze trommelvliezen het te verduren kregen, omdat ze vastzat in haar autostoel en zichzelf niets kon aandoen, en omdat er op het eind een grote antilope tevoorschijn kwam waarmee we haar konden afleiden terwijl we toch voet bij stuk hielden, maar op andere momenten is het soms echt moeilijk.
Als ze schreeuwend wil weglopen op een parking, als er nog medebewoners in ons huis aan het slapen zijn, als er publiek bij betrokken is dat het schijnbaar beter weet, als ze naar bed moet en ik geen zin heb in nog een scène, of als haar wens ons bij nader inzien nog niet zo slecht lijkt. We proberen ons dan niet van ons stuk te laten brengen, maar soms is een klein en instant compromis noodzakelijk, waarna we soms weer aan het twijfelen slaan of van mening verschillen.
En ze weet soms zelf ook niet wat ze wil, en wil gewoon het tegenovergestelde van wat wij willen. Dan wordt haar 'niet' plots een 'wel', haar 'uit' plots een 'in', haar 'nee' een 'ja', en dat kan zo wel even doorgaan, met een huilbui na elke keuzewissel. Probeer dan maar eens consequent te zijn, of haar duidelijk te maken dat het menens is. Je zou alles op voorhand moeten voorspellen, en inplannen, of afspreken, tot het gekkenwerk wordt. Als ze naar school moet, is het duidelijk wat er moet gebeuren, maar in het weekend steekt het niet zo nauw. En toch wil je dat er nog iets gebeurt en liefst niet na eindeloos dralen, of zeuren, of tien scènes, of honderd koerswijzigingen.
We zijn natuurlijk ook met twee, en hoezeer we ook proberen om dezelfde regels te volgen, je verschilt toch van elkaar, je geduld is niet in dezelfde hoeveelheden voorhanden, en veel situaties zijn nieuw en voor diverse interpretaties vatbaar. Je wil haar niet voortdurend haar zin geven, maar toch verdedig je haar recht op eigen keuzes, en kan je het eigenlijk wel begrijpen dat ze graag 's op tafel klimt, wil kiezen waar ze zit, zelf haar melk wil inschenken of cornflakes wil als ze halverwege haar Weet-Bix zit. En soms ben je moe van al dat nee-zeggen. Of denk je dat wat positieve aandacht de boel gaat ontmijnen, en krijgt ze toch een tussenoplossing die wel heel erg lijkt op wat zij wou. Keuzes en keuzestress!
Pas op, door dat hier zo op te sommen, lijkt het wel alsof het hier alle dagen kermis is en er geen land met ons bloedje te bezeilen is, maar het gaat natuurlijk vaker goed dan fout. En af en toe denken we dat het allemaal om zeep is, om dan een hele week nadien weer spontaan de juiste toon te vinden en in hemelse harmonie samen te leven. Maar vijf crises op een dag zijn soms echt te veel van het goeie, en soms heeft ze na een superdag ook weer een baaldag die de voorbije week en alle goeie voornemens helemaal doet vergeten.
Er zijn twee kanten aan haar gedrag die ons soms de muren doen oplopen, en ik verontschuldig mij nu al bij haar oudere zelf voor het openlijk fileren van haar gedrag hier. Een gedrag waarin ik ook wel dingen van mezelf herken, ik geef het toe ... Ik was ook een treuzelkont, ik denk er ook pas aan dat ik naar het toilet moet als we net vertrokken zijn, ik ben evenmin een ochtendmens, ik heb graag dat de dingen gebeuren zoals ik het wil, had ooit last van een paar dwangneuroses, en ik verander ook graag eens van gedacht of outfit op het allerlaatste nippertje.
Thelma doet alles vaak tergend langzaam, zeker als we haar gevraagd hebben om te komen, om haar kleren aan te doen, ingesmeerd te worden met zonnecrème, of in haar autostoel te kruipen. Dan ziet ze daar nog een boekje dat ze eerst absoluut in de kast wil leggen, en daar nog een beker die dringend op de rand van het bad moet staan, en daar een speelgoedje dat ze eerst nog eens goed moet onderzoeken, en daar een valiesje dat ze zonder tegenspraak open en dicht moet maken om er iets in te stoppen wat er eigenlijk niet in past. Procrastineren to the max!
En dan horen wij onszelf commanderen en gebieden en bevelen, maar lijkt dat simpelweg langs haar heen te gaan. Onze 'eerst' is ook bijlange niet zo sterk als haar 'eerst'. Als zij zegt 'eerst dit' dan doet ze dat eerst, en als wij zeggen 'eerst dit' en dan pas dat, soms met een beloning in het verschiet, dan werkt dat langs geen kanten. Dan wil ze eerst die beloning en zullen we dan wel weer zien. Ah ja, je reinste peuterlogica.
Waar wij uiteraard niet aan meedoen, tenzij we echt niet anders kunnen, denken we dan, daar heb je het weer. Afleiden en verwonderen lukken beter, maar je voelt je dan echt soms een slaaf van je kind. En het zou best kunnen dat al die aandacht net averechts werkt, denkt de neuroot in mij ... Maar wat dan? Blij zijn dat er zoiets is als de Terrible Two's, hopen dat het over een jaar weer overgaat, weten dat elke leeftijd zijn typische problemen heeft?
Het tweede soort gedrag is moord en brand schreeuwen als ze haar zin niet krijgt, als het niet de volgorde is die zij in gedachten had, als ik in de auto kom zitten terwijl ze dat niet wil. 'Mama moet weg', schreeuwde ze onlangs toen Bernard en Thelma me ophaalden bij het werk. De hele rit, tot we thuis waren, en daarna nog een poosje, ook al zei ik dat ik dat helemaal niet leuk vond, en zei Bernard dat ze daarmee moest ophouden. Met lange, diepe uithalen van frustratie, hoge schreeuwtonen, veel tranen en dikke snottebellen. Het kind.
Alleen maar omdat ze ten onrechte dacht dat de vrouw die eerst door het toegangspoortje kwam, mama was, maar ze uiteindelijk moest erkennen dat ik pas nadien tevoorschijn kwam. Oh ramp en onheil, dat was falen! En ze kon de situatie niet meer rechttrekken! En ook toen ze mij de volgende dag kwamen ophalen, leek alles peis en vree, tot ik de auto instapte en zij weer maar eens genoegen moest nemen met een situatie waar ze hoegenaamd niet om had gevraagd ... Ze heeft me ondertussen wel beloofd dat ze de volgende keer niet meer boos gaat zijn als ik instap, dus helemaal hopeloos is het nog niet.
En als huilen en schreeuwen niet genoeg indruk maken, begint ze soms ook te slaan of te roepen dat ik stout ben. Vaak nog een beetje schoorvoetend, zodat ik kan zien dat ze grenzen uittest, dat ze kijkt hoever ze kan gaan, wat mijn reactie zal zijn, wat de sanctie zal zijn, maar niettemin doet ze het toch. En hoezeer ik ook probeer om rustig maar kordaat te zijn, soms ook wel eens roep omdat het me echt tot daar zit ('mama is 't beu?', vraagt ze dan), haar af en toe straf omdat ik weet dat het louterend werkt, sommige zaken krijg ik haar gewoon niet diets gemaakt zoals het hoort.
Ik voel me soms echt gefrustreerd of falen in mijn opvoeding. Thelma is bijwijlen niet tot rede te brengen, en luistert gewoon niet naar wat we vragen. Ik heb hoegenaamd geen zin om haar te chanteren, te bedreigen, te straffen, en als ik daar al zin in zou hebben, dan werkt het vaak niet eens. Een time-out van een minuut in haar kamer werkt wel, en is het toppunt van negeren, maar dan moet je wel weer door een paar minuten pokkeherrie, een kind dat rood aanloopt en met zichzelf geen blijf weet. Ik ga dan om de minuut binnen om te vragen of ze gaat luisteren, tot ze capituleert. Frustrerend én meelijwekkend.
In de hoek werkt ook soms, als ze net haar tafeltje omver wil stoten, iets kapot wil gooien of ergens tegenaan slaat, en ik net op tijd ben om in te grijpen met een straf. Dan schreeuwt ze het uit, maar vindt ze snel nadien wel haar rust weer, draait ze zich om en zegt ze beduusd dat ze flink gaat zijn. 'Tafeltje omgooien mag niet, hè?' en dan komt ze doen wat ik gevraagd had. En even later hernieuwen we dan onze vriendschap, of begrijpen we elkaar dat constructief samenwerken toch veel fijner is, en nog een paar uur later zie ik haar de scène naspelen met haar knuffels.
Maar vermoeiend dat dat is! Niet alleen voor mij, maar vooral voor haar. Ik herken het ergens wel, zo kwaad of gefrustreerd zijn dat je met jezelf geen blijf weet en iets kapot wil gooien, maar het gaat hier om de dagelijkse dingen als kleren aandoen, mee naar beneden gaan of uit het bad komen. Doen wat wij vragen, kortom. Structuur en regelmaat helpen, maar alleen structuur is ook maar saai. Je wil haar ook eens iets laten zien, een beetje voortmaken door iets over te slaan, dingen doen zoals jij ze had gepland, leren dat het leven niet enkel uit regelmaat bestaat en haar een klein beetje wapenen tegen onvoorziene omstandigheden.
En op kwaaie momenten denk ik soms (niet geheel van ironie ontspeend): 'Je bent je kansen op een broertje of zusje hier gevoelig aan het verkleinen, mijn kind!' Terwijl ik hoop dat ze niet alleen blijft, al was het maar, denk ik dan, om niet aan het cliché van het verwende enig kind te voldoen. Omdat ze dan niet elke keer in het middelpunt van de belangstelling staat, de aandacht leert delen. Maar natuurlijk ook omdat ik hoop dat ze ooit het plezier en de waarde van een broer of zus mag leren kennen.
Omdat ik rationeel én emotioneel ontzettend graag een tweede kindje wil, ook al vindt Bernard het welletjes zo en vindt hij twee ouders met twee kinderen niet de evidentie zelve. En ook al wordt dat duo misschien ooit de echte Terrible Two, die elkaar andere dingen leren dan delen en samen spelen. Zoals bondgenootschappen tegen de wereld vormen en complotten smeden tegen hun ouders ... Of eeuwig en altijd ruziemaken en zo met z'n tweeën het bloed van onder hun ouders' nagels halen.
| Terrible Thelma |
Ik dacht vroeger dat ik geen opvoedingsboekjes nodig zou hebben, dat het met liefde en duidelijkheid, zoals Adriaenssens zegt, en onze intuïtie wel zou werken, maar we krabben ons hier de laatste tijd soms echt in het haar. Om daarna weer het internet te consulteren op zoek naar de gouden tip, te lezen dat het steeds weer om rustig en consequent reageren draait, terwijl we maar al te goed beseffen dat elk kind en elke situatie anders is, en we het verder met onze pogingen tot consequentie zullen moeten rooien ... Zelfs mijn vier jaar ervaring bij de zes- en zevenjarigen in de jeugdbeweging, en alles wat ik opgepikt heb van mijn vader die jarenlang therapie aan kinderen heeft gegeven: het mag allemaal niet baten!
Vrijdag was Thelma uitgeslapen, poeslief, grappig, constructief, ontwapenend, maar gisteren en vandaag haalde ze bij momenten het bloed van onder onze nagels. Akkoord, gisteren was ze moe en dus hyper, waardoor ik wel een beetje coulanter ben en zie waar het gedrag vandaan komt, maar soms is ze zo onredelijk dat het echt niet meer mooi is. En dan zijn er theoretisch de volgende opties: terechtwijzen, negeren, afleiden, redeneren, pedagogisch kwaad worden, écht je geduld verliezen of al je geloof in je opvoedingscapaciteiten in rook zien opgaan ...
In zo'n noodgeval is het een kwestie van de juiste optie à la minute te selecteren, eventueel met trial and error, maar liever niet natuurlijk, desgewenst na kort overleg met je wederhelft (op fluistertoon of in een vreemde taal), tot je kordaat het heft in handen neemt om achteraf het resultaat van je actie te evalueren. En we hebben nog veel te evalueren! Want hoewel we weten dat de eerste drie opties de beste zijn, met optie vier erbij als ze weer gekalmeerd is, zie ik mijn geduld soms ook slinken en kan ik mijn kwaadheid niet altijd naar wens kanaliseren. 'Jij moet niet altijd alles zelf kiezen!', hoor ik mezelf kwaad zeggen, waarop Thelma simpelweg antwoordt: 'Wel kiezen!'. En wat doe je dan?
Ook al besef ik dat ze van onze kwaadheid dingen opsteekt, dat ze van onze kordate bevelen de essentie overneemt, en bij een volgende driftbui ook een vermanend vingertje opsteekt, me kwaad aankijkt, zegt dat het stout is wat ik doe, en dat ik weg moet, in de keuken, of streng gebiedt dat mama het moet doen (als papa iets wil doen), of papa het moet doen (als mama iets wil doen), of semi-volwassen stelt dat je haar gewoon efkes gerust moet laten, het lukt me niet altijd mijn gebruikelijke stoïcisme te bewaren ... Of mijn lach in te houden, dat soms ook.
Zaterdag waren we 's ochtends rond half tien naar een wildpark in Klerksdorp vertrokken, en had ze na onze rondrit van twee uur in een redelijk warme auto, waarbij ze de dieren niet allemaal even indrukwekkend vond, op de terugweg maar een uurtje geslapen, wat duidelijk te weinig was en de latere crises van die dag kon verklaren. We hadden 's namiddags ook gezwommen, waardoor ze hongeriger was dan normaal, en dat waren we uit het oog verloren tot ze als een wild dier de nootjes aanviel en wij er prompt een paar boterhammen achteraan gooiden. Maar vrijdag had ze lekker bijgeslapen, zaterdagochtend was ze niet extreem vroeg wakker, had ze stevig ontbeten, en keek ze uit naar de giraffen, de zebra's en de neushoorn die we in het park zouden zien ...
En toch zette ze het in dat vredevolle Zuid-Afrikaanse landschap op een brullen toen ze de drinkbus met de veel te grote teut na een paar volle teugen terug moest geven. Ze wou die drinkbus, en enkel en alleen die drinkbus, smeet haar eigen drinkbus weg, en vond mijn ingreep om mijn rechtmatige bezit om gegronde redenen (de reële kans op een nat kind in een autostoel en mijn overtuiging niet telkens al haar wensen in te willigen) terug te krijgen het grootste onrecht ooit. Toen ze hem na haar dutje nog eens kreeg en ik vooraf gezegd had dat ze hem daarna weer terug moest geven, ging ze wel helemaal akkoord. (Onthouden!)
En hoezeer we ook consequent proberen te zijn, het lukt niet altijd. Gisteren in de auto wel, omdat we door een godverlaten wildpark reden en alleen onze trommelvliezen het te verduren kregen, omdat ze vastzat in haar autostoel en zichzelf niets kon aandoen, en omdat er op het eind een grote antilope tevoorschijn kwam waarmee we haar konden afleiden terwijl we toch voet bij stuk hielden, maar op andere momenten is het soms echt moeilijk.
Als ze schreeuwend wil weglopen op een parking, als er nog medebewoners in ons huis aan het slapen zijn, als er publiek bij betrokken is dat het schijnbaar beter weet, als ze naar bed moet en ik geen zin heb in nog een scène, of als haar wens ons bij nader inzien nog niet zo slecht lijkt. We proberen ons dan niet van ons stuk te laten brengen, maar soms is een klein en instant compromis noodzakelijk, waarna we soms weer aan het twijfelen slaan of van mening verschillen.
En ze weet soms zelf ook niet wat ze wil, en wil gewoon het tegenovergestelde van wat wij willen. Dan wordt haar 'niet' plots een 'wel', haar 'uit' plots een 'in', haar 'nee' een 'ja', en dat kan zo wel even doorgaan, met een huilbui na elke keuzewissel. Probeer dan maar eens consequent te zijn, of haar duidelijk te maken dat het menens is. Je zou alles op voorhand moeten voorspellen, en inplannen, of afspreken, tot het gekkenwerk wordt. Als ze naar school moet, is het duidelijk wat er moet gebeuren, maar in het weekend steekt het niet zo nauw. En toch wil je dat er nog iets gebeurt en liefst niet na eindeloos dralen, of zeuren, of tien scènes, of honderd koerswijzigingen.
We zijn natuurlijk ook met twee, en hoezeer we ook proberen om dezelfde regels te volgen, je verschilt toch van elkaar, je geduld is niet in dezelfde hoeveelheden voorhanden, en veel situaties zijn nieuw en voor diverse interpretaties vatbaar. Je wil haar niet voortdurend haar zin geven, maar toch verdedig je haar recht op eigen keuzes, en kan je het eigenlijk wel begrijpen dat ze graag 's op tafel klimt, wil kiezen waar ze zit, zelf haar melk wil inschenken of cornflakes wil als ze halverwege haar Weet-Bix zit. En soms ben je moe van al dat nee-zeggen. Of denk je dat wat positieve aandacht de boel gaat ontmijnen, en krijgt ze toch een tussenoplossing die wel heel erg lijkt op wat zij wou. Keuzes en keuzestress!
Pas op, door dat hier zo op te sommen, lijkt het wel alsof het hier alle dagen kermis is en er geen land met ons bloedje te bezeilen is, maar het gaat natuurlijk vaker goed dan fout. En af en toe denken we dat het allemaal om zeep is, om dan een hele week nadien weer spontaan de juiste toon te vinden en in hemelse harmonie samen te leven. Maar vijf crises op een dag zijn soms echt te veel van het goeie, en soms heeft ze na een superdag ook weer een baaldag die de voorbije week en alle goeie voornemens helemaal doet vergeten.
Er zijn twee kanten aan haar gedrag die ons soms de muren doen oplopen, en ik verontschuldig mij nu al bij haar oudere zelf voor het openlijk fileren van haar gedrag hier. Een gedrag waarin ik ook wel dingen van mezelf herken, ik geef het toe ... Ik was ook een treuzelkont, ik denk er ook pas aan dat ik naar het toilet moet als we net vertrokken zijn, ik ben evenmin een ochtendmens, ik heb graag dat de dingen gebeuren zoals ik het wil, had ooit last van een paar dwangneuroses, en ik verander ook graag eens van gedacht of outfit op het allerlaatste nippertje.
Thelma doet alles vaak tergend langzaam, zeker als we haar gevraagd hebben om te komen, om haar kleren aan te doen, ingesmeerd te worden met zonnecrème, of in haar autostoel te kruipen. Dan ziet ze daar nog een boekje dat ze eerst absoluut in de kast wil leggen, en daar nog een beker die dringend op de rand van het bad moet staan, en daar een speelgoedje dat ze eerst nog eens goed moet onderzoeken, en daar een valiesje dat ze zonder tegenspraak open en dicht moet maken om er iets in te stoppen wat er eigenlijk niet in past. Procrastineren to the max!
En dan horen wij onszelf commanderen en gebieden en bevelen, maar lijkt dat simpelweg langs haar heen te gaan. Onze 'eerst' is ook bijlange niet zo sterk als haar 'eerst'. Als zij zegt 'eerst dit' dan doet ze dat eerst, en als wij zeggen 'eerst dit' en dan pas dat, soms met een beloning in het verschiet, dan werkt dat langs geen kanten. Dan wil ze eerst die beloning en zullen we dan wel weer zien. Ah ja, je reinste peuterlogica.
Waar wij uiteraard niet aan meedoen, tenzij we echt niet anders kunnen, denken we dan, daar heb je het weer. Afleiden en verwonderen lukken beter, maar je voelt je dan echt soms een slaaf van je kind. En het zou best kunnen dat al die aandacht net averechts werkt, denkt de neuroot in mij ... Maar wat dan? Blij zijn dat er zoiets is als de Terrible Two's, hopen dat het over een jaar weer overgaat, weten dat elke leeftijd zijn typische problemen heeft?
Het tweede soort gedrag is moord en brand schreeuwen als ze haar zin niet krijgt, als het niet de volgorde is die zij in gedachten had, als ik in de auto kom zitten terwijl ze dat niet wil. 'Mama moet weg', schreeuwde ze onlangs toen Bernard en Thelma me ophaalden bij het werk. De hele rit, tot we thuis waren, en daarna nog een poosje, ook al zei ik dat ik dat helemaal niet leuk vond, en zei Bernard dat ze daarmee moest ophouden. Met lange, diepe uithalen van frustratie, hoge schreeuwtonen, veel tranen en dikke snottebellen. Het kind.
Alleen maar omdat ze ten onrechte dacht dat de vrouw die eerst door het toegangspoortje kwam, mama was, maar ze uiteindelijk moest erkennen dat ik pas nadien tevoorschijn kwam. Oh ramp en onheil, dat was falen! En ze kon de situatie niet meer rechttrekken! En ook toen ze mij de volgende dag kwamen ophalen, leek alles peis en vree, tot ik de auto instapte en zij weer maar eens genoegen moest nemen met een situatie waar ze hoegenaamd niet om had gevraagd ... Ze heeft me ondertussen wel beloofd dat ze de volgende keer niet meer boos gaat zijn als ik instap, dus helemaal hopeloos is het nog niet.
En als huilen en schreeuwen niet genoeg indruk maken, begint ze soms ook te slaan of te roepen dat ik stout ben. Vaak nog een beetje schoorvoetend, zodat ik kan zien dat ze grenzen uittest, dat ze kijkt hoever ze kan gaan, wat mijn reactie zal zijn, wat de sanctie zal zijn, maar niettemin doet ze het toch. En hoezeer ik ook probeer om rustig maar kordaat te zijn, soms ook wel eens roep omdat het me echt tot daar zit ('mama is 't beu?', vraagt ze dan), haar af en toe straf omdat ik weet dat het louterend werkt, sommige zaken krijg ik haar gewoon niet diets gemaakt zoals het hoort.
Ik voel me soms echt gefrustreerd of falen in mijn opvoeding. Thelma is bijwijlen niet tot rede te brengen, en luistert gewoon niet naar wat we vragen. Ik heb hoegenaamd geen zin om haar te chanteren, te bedreigen, te straffen, en als ik daar al zin in zou hebben, dan werkt het vaak niet eens. Een time-out van een minuut in haar kamer werkt wel, en is het toppunt van negeren, maar dan moet je wel weer door een paar minuten pokkeherrie, een kind dat rood aanloopt en met zichzelf geen blijf weet. Ik ga dan om de minuut binnen om te vragen of ze gaat luisteren, tot ze capituleert. Frustrerend én meelijwekkend.
In de hoek werkt ook soms, als ze net haar tafeltje omver wil stoten, iets kapot wil gooien of ergens tegenaan slaat, en ik net op tijd ben om in te grijpen met een straf. Dan schreeuwt ze het uit, maar vindt ze snel nadien wel haar rust weer, draait ze zich om en zegt ze beduusd dat ze flink gaat zijn. 'Tafeltje omgooien mag niet, hè?' en dan komt ze doen wat ik gevraagd had. En even later hernieuwen we dan onze vriendschap, of begrijpen we elkaar dat constructief samenwerken toch veel fijner is, en nog een paar uur later zie ik haar de scène naspelen met haar knuffels.
Maar vermoeiend dat dat is! Niet alleen voor mij, maar vooral voor haar. Ik herken het ergens wel, zo kwaad of gefrustreerd zijn dat je met jezelf geen blijf weet en iets kapot wil gooien, maar het gaat hier om de dagelijkse dingen als kleren aandoen, mee naar beneden gaan of uit het bad komen. Doen wat wij vragen, kortom. Structuur en regelmaat helpen, maar alleen structuur is ook maar saai. Je wil haar ook eens iets laten zien, een beetje voortmaken door iets over te slaan, dingen doen zoals jij ze had gepland, leren dat het leven niet enkel uit regelmaat bestaat en haar een klein beetje wapenen tegen onvoorziene omstandigheden.
En op kwaaie momenten denk ik soms (niet geheel van ironie ontspeend): 'Je bent je kansen op een broertje of zusje hier gevoelig aan het verkleinen, mijn kind!' Terwijl ik hoop dat ze niet alleen blijft, al was het maar, denk ik dan, om niet aan het cliché van het verwende enig kind te voldoen. Omdat ze dan niet elke keer in het middelpunt van de belangstelling staat, de aandacht leert delen. Maar natuurlijk ook omdat ik hoop dat ze ooit het plezier en de waarde van een broer of zus mag leren kennen.
Omdat ik rationeel én emotioneel ontzettend graag een tweede kindje wil, ook al vindt Bernard het welletjes zo en vindt hij twee ouders met twee kinderen niet de evidentie zelve. En ook al wordt dat duo misschien ooit de echte Terrible Two, die elkaar andere dingen leren dan delen en samen spelen. Zoals bondgenootschappen tegen de wereld vormen en complotten smeden tegen hun ouders ... Of eeuwig en altijd ruziemaken en zo met z'n tweeën het bloed van onder hun ouders' nagels halen.
zondag 30 september 2012
Asjassies / Allemachies
Donderdag was de laatste dag van het derde kwartaal in het Zuid-Afrikaanse onderwijssysteem. We hebben Thelma uiteindelijk toch niet laten overnachten en ook de 'nagmars' met 'flitslig' hebben we geskipt. Ik kwam net van een congres terug en we kregen vrienden over de vloer, dus het zou allemaal wat te hectisch worden. Thelma kreeg wel haar knutselwerkjes mee naar huis, samen met een brief van het schoolhoofd en haar juf om haar nog eens officieel welkom te heten bij Asjassies en tegelijk te verklaren waarom ze nog niet 'geassesseer' is ...
Twee jaar en al een eerste assessment, waar gaat dat heen? Voor mij hoeven ze dat echt niet te doen. Ik ben natuurlijk wel benieuwd naar wat er in zo'n kleuterrapportje staat, omdat het over Thelma gaat, maar dingen als 'knipvaardigheden', zoals Paul Verhaeghe soms aanhaalt, hoop ik er toch niet in tegen te komen. Vrijheid-blijheid zou ik zeggen. Laat de vergelijkingen, tekorten of remediëringen op zo'n jonge leeftijd nog maar even in de kast. In plaats van zo'n formele beoordeling was er nu wel het volgende mooie stukje, en daar ben ik al lang blij mee.
Thelma smeekt dus niet alleen meer om woorden maar ook al om letters en het lijkt wel alsof die bij een eerste aanblik al in haar geheugen gegrift staan. Gisteren heeft ze zelfs een L 'gekakt', zoals ze trots verkondigde, en vandaag wou ze ook de letter van de poes en het konijn leren kennen. Ik heb de P en de K met een tekeningetje erbij in haar boek gezet, maar ga nu toch even ophouden met dat letteraanbod. Straks leert ze zichzelf nog vroeger lezen dan haar nichtje Eva, die op vijf jaar al vlot de gebruiksaanwijzing van een broodmachine debiteerde ...
Ik begrijp ondertussen zelf ook vlot het ABC van het Afrikaans, vooral na het driedaagse taalbad tijdens het congres van de Afrikaanse Literatuur-Vereniging in Pretoria vorige week, waar alle lezingen en babbeltjes tussendoor in het Afrikaans waren. De basis van de taal is natuurlijk ook makkelijk te begrijpen, ik lees bovendien wel wat Afrikaans voor mijn onderzoek, en als je een beetje oplet voor onbekende woorden, gaat het snel. Populaire woorden hier zijn:
Twee jaar en al een eerste assessment, waar gaat dat heen? Voor mij hoeven ze dat echt niet te doen. Ik ben natuurlijk wel benieuwd naar wat er in zo'n kleuterrapportje staat, omdat het over Thelma gaat, maar dingen als 'knipvaardigheden', zoals Paul Verhaeghe soms aanhaalt, hoop ik er toch niet in tegen te komen. Vrijheid-blijheid zou ik zeggen. Laat de vergelijkingen, tekorten of remediëringen op zo'n jonge leeftijd nog maar even in de kast. In plaats van zo'n formele beoordeling was er nu wel het volgende mooie stukje, en daar ben ik al lang blij mee.
Die tydjie was te kort om formele assessering te doen maar ons noem graag dat Thelma a pragtige klein dogtertjie is wat baie vinnig aangepas het in die Gansie klas. Dit is elke dag 'n plesier om haar in my klas te hê.We zien trouwens thuis hoe snel ze vooruitgaat. [insert stoef-alert] Donderdagavond heeft ze tussen de lettermagneetjes op de diepvriezer haar eigen letter T gevonden ('dit is mijn naam è?') en haalde ze ook mijn letter L er moeiteloos tussenuit. En sindsdien heeft ze ook de B met zijn twee buikjes ontdekt en de N van Niels, onze huisgenoot. Gisteravond wou ze de letter van oma en opa leren kennen ('hoe noemt die letter?'), en kwam de C van haar meter Christine erbij omdat ze dacht dat dat ook een O was, en vandaag zit ze al aan de S van pépé Sam. Ze ziet ook dat een 5 en een S niet hetzelfde zijn, en een L en een omgekeerde 7 al evenmin.
Thelma smeekt dus niet alleen meer om woorden maar ook al om letters en het lijkt wel alsof die bij een eerste aanblik al in haar geheugen gegrift staan. Gisteren heeft ze zelfs een L 'gekakt', zoals ze trots verkondigde, en vandaag wou ze ook de letter van de poes en het konijn leren kennen. Ik heb de P en de K met een tekeningetje erbij in haar boek gezet, maar ga nu toch even ophouden met dat letteraanbod. Straks leert ze zichzelf nog vroeger lezen dan haar nichtje Eva, die op vijf jaar al vlot de gebruiksaanwijzing van een broodmachine debiteerde ...
Ik begrijp ondertussen zelf ook vlot het ABC van het Afrikaans, vooral na het driedaagse taalbad tijdens het congres van de Afrikaanse Literatuur-Vereniging in Pretoria vorige week, waar alle lezingen en babbeltjes tussendoor in het Afrikaans waren. De basis van de taal is natuurlijk ook makkelijk te begrijpen, ik lees bovendien wel wat Afrikaans voor mijn onderzoek, en als je een beetje oplet voor onbekende woorden, gaat het snel. Populaire woorden hier zijn:
- baie: heel (baie lekker! baie dankie!)
- 'n klomp: een hoop ('n klomp mense, 'n klompie geld)
- lekker: goed (lekker slaap!, lekker werk!, ek hoop jy het 'n lekker tyd in Suid-Afrika!)
- glad: helemaal (ek het dat glad nie gedoen!)
vrijdag 28 september 2012
Kleuterplaas
Maandag was het Heritage Day in Zuid-Afrika, een dag waarop de verschillende origines van de Zuid-Afrikanen in de verf worden gezet. Een vrije dag voor mij, want de universiteit was dicht, maar de meeste winkels waren open, de straatwerkers waren actief en het huispersoneel deed zaterdagdienst. Omdat het concept voor veel mensen nogal vaag blijft, heeft men het ondertussen in de volksmond National Braai Day genoemd, ofte nationale barbecuedag, een activiteit die alle Zuid-Afrikanen met elkaar moet verbinden ... Als ze tenminste vlees kunnen betalen, denk ik dan, of betaald vrijaf hebben ...
Zelf ben ik deel van de gefortuneerden, dat besef ik maar al te goed, maar een barbecue hebben we toch aan ons voorbij laten gaan. Het vlees op de befaamde braais hier is soms ook maar een flauw afkookseltje van onze bourgondische zevengangenbarbecues, al wil ik dat niet hardop gezegd hebben! De ribbetjes, worsten, steaks of koteletjes worden hier niet opgediend als ze net à point zijn, maar allemaal ineens gebakken, zo goed zelfs dat een medium van bij hen een ontzettende bien cuit is van bij ons. Daarna wordt het vlees op een schaal gelegd met flink wat zout erop en tussen de rest van het buffet geschoven. Even wennen dus voor de bleu chaud-liefhebbers die de meeste Belgen zijn. De bijgerechten waren wel overheerlijk tot dusver: aardappelen in de schil met avocado-olie, braaikruiden, boter en kaas onder de grill, of 'pap' (een soort couscous of sémoule), een groente-fruitslaatje (typische mix hier) en overheerlijke chutney.
Maar niet voor ons dus. Wij zijn op Heritage Day naar een Zuid-Afrikaanse kinderboerderij geweest, ook wel 'kleuterplaas' genoemd (spreek uit: 'kluterplaus'), want plaas = boerderij. Het heeft ons best wat moeite gekost om er te geraken. Twee dagen ervoor hadden we voor het eerst gebeld rond een uur of negen om te vragen of het open was, en toen zei een sympathieke vrouw aan de lijn dat ze eigenlijk naar Klerksdorp wilde gaan, maar dat ze gerust kon wachten tot na ons bezoek. Druk zou het er dus niet zijn ... We spraken om tien uur af, maar we zijn zozeer verkeerd gereden, bijna tot in Klerksdorp, en moesten via een zandweg terug, dat de enige impressionante dieren die we die dag gezien hebben, twee eenzame struisvogels waren, naast de gigantische kuddes grazende koeien, waar men hier goedkoop barbecuevlees van maakt.
Twee dagen later hebben we het dus nog een keer geprobeerd, en toen met meer succes. We zijn er zonder bellen naartoe gereden, werden vriendelijk uitgenodigd om te claxonneren voor het hek, en konden toen het domein oprijden. Het erf stond vol felgekleurde metalen speeltuigen, een autowrak met houten zeteltjes in, een glijbaan in een betonnen buis waar je via een zelfgemaakte loopbrug of een trap van boomstronken bij moest komen, een kabelliftje over een ondiep meer ... Avontuurlijke speeltuigen waar je in België waarschijnlijk twintig vergunningen voor moet aanvragen (om ze dan uiteindelijk niet te krijgen), maar authentiek én sympathiek. Hier moeten de kinderen geen cursus gaan volgen om weer buiten te leren spelen ...
Na de speeltuigen werd onze aandacht meteen getrokken door twee paarden, die elkaar in een helse vaart achterna zaten rond het meer. Geen braaf grazende paarden op deze kinderboerderij, maar een wilde kermiskoers waarbij we op de eerste rij zaten, weliswaar achter een hek. We mochten bij de paarden gaan, zo verzekerde men ons, maar we moesten Thelma wel op de arm houden, want de hengst durfde wel eens te stampen als we te dicht bij zijn merrie kwamen. Ik ben dus niet binnengegaan, wat dacht je? Paarden die je niet kent en die zo-even voorbijzoefden, een duo dat een kop groter is dan jezelf, waarvan de hengst nogal protectionistische trekjes heeft, vind ik niet meteen uitnodigend voor een bezoekje. Bernard is even wat actiefoto's gaan nemen, maar voelde toch ook de adrenaline toen ze hem rakelings voorbijscheerden.
Tussen de andere dieren hebben we uiteraard wel zorgeloos rondgelopen: de zwarte biggetjes die zich gewillig lieten krabben, de bokkende geiten die uit je hand aten, een kalkoen die zich voor je neervlijde om gestreeld te worden, nieuwsgierige kippen, hupse konijntjes, eenden, een troep landschildpadden ... Ik weet niet wie het allemaal het leukst vond: Thelma of ik. Er stond ook eten klaar voor de dieren: een emmer maïs die we aan eender welke dieren mochten geven, en een kom sla met aubergines voor de biggen. Thelma was aanvankelijk niet zo happig om mee te doen, omdat de mannetjeskalkoen toch iets te parmantig voorbijliep en zo'n zwart zwijntje tot halverwege haar benen kwam, maar toen een klein kleutertje van een jaar of drie haar op sleeptouw nam, was ze vertrokken.
'Het Pablootje' noemde ze hem, omdat hij haar deed denken aan het zoontje van vrienden uit Gent, maar eigenlijk heette hij Duncan. Een lief mannetje dat maar wat graag andere kinderen zijn boerderijtje toonde. Bruin vel, zwart piekhaar, vuile botten en een snotneus. Hij sprak een mengeling van Afrikaans en universele kleutertaal en leek helemaal niet op de witte maar getaande man die hem af en toe optilde. 'He's not our real child', vertrouwde de boer ons toe, 'his mother left him here'. Zijn moeder was een prostituee die hem niet meer hoefde, zijn vader was onbekend. Sinds december had het koppel hem bij zich en de procedure voor adoptie was in gang gezet. 'So we're old people with a young child now', voegde boer Bruce er nog aan toe, want hij had blijkbaar al twee dochters die het huis uit waren, en zelfs al een kleinkind.
Hij had grootse plannen met de boerderij. Ongeveer een jaar geleden hadden ze de boel overgenomen van een oude vrouw die de dieren nogal verwaarloosde. Ze kregen nu veel scholen over de vloer, soms tot 250 kinderen per keer, ze lieten hen vrij spelen met de dieren of op de speeltuin, lieten hen elk om beurt over het meertje glijden met de stoeltjeslift, of een rit maken met de pony die al vijftien jaar lang kinderen vervoert. Een mak beest dat Duncan gewillig achternaliep. Bruce ging ook nog een terrarium maken met wat slangen en andere reptielen, een klein terrasje om iets te kunnen drinken en zijn dochter, die lerares is, zou er het jaar nadien een play group beginnen voor kinderen van achttien maanden tot vijf jaar, waar Duncan bij kon aansluiten.
Het was een wonderlijke plek voor een kind om op te groeien, zei ik, en ik bewonderde hun keuze om dat jochie te adopteren, ook al waren ze ondertussen al aan kleinkinderen toe. Het was een ontzettend warme man, 'and Duncan was wonderful', zo zei hij. Misschien wat overenthousiast of bazig als hij andere kinderen 'zijn' dieren toonde, maar verder een echt schatje. En vlak voor we de auto instapten om naar huis toe te gaan, toen we wat geld gedoneerd hadden om zijn project te steunen en Bernard een uitnodiging op zak had om samen eens te gaan vissen, zei hij dat ze hun enige zoon waren verloren in een auto-ongeluk. Dertien was hij, en Duncan maakt een beetje van dat gemis goed. 'My wife feels very blessed having another son', en ik kon alleen maar zielsgelukkig zijn voor dat jochie om in zo'n nest te mogen opgroeien.
Zelf ben ik deel van de gefortuneerden, dat besef ik maar al te goed, maar een barbecue hebben we toch aan ons voorbij laten gaan. Het vlees op de befaamde braais hier is soms ook maar een flauw afkookseltje van onze bourgondische zevengangenbarbecues, al wil ik dat niet hardop gezegd hebben! De ribbetjes, worsten, steaks of koteletjes worden hier niet opgediend als ze net à point zijn, maar allemaal ineens gebakken, zo goed zelfs dat een medium van bij hen een ontzettende bien cuit is van bij ons. Daarna wordt het vlees op een schaal gelegd met flink wat zout erop en tussen de rest van het buffet geschoven. Even wennen dus voor de bleu chaud-liefhebbers die de meeste Belgen zijn. De bijgerechten waren wel overheerlijk tot dusver: aardappelen in de schil met avocado-olie, braaikruiden, boter en kaas onder de grill, of 'pap' (een soort couscous of sémoule), een groente-fruitslaatje (typische mix hier) en overheerlijke chutney.
Maar niet voor ons dus. Wij zijn op Heritage Day naar een Zuid-Afrikaanse kinderboerderij geweest, ook wel 'kleuterplaas' genoemd (spreek uit: 'kluterplaus'), want plaas = boerderij. Het heeft ons best wat moeite gekost om er te geraken. Twee dagen ervoor hadden we voor het eerst gebeld rond een uur of negen om te vragen of het open was, en toen zei een sympathieke vrouw aan de lijn dat ze eigenlijk naar Klerksdorp wilde gaan, maar dat ze gerust kon wachten tot na ons bezoek. Druk zou het er dus niet zijn ... We spraken om tien uur af, maar we zijn zozeer verkeerd gereden, bijna tot in Klerksdorp, en moesten via een zandweg terug, dat de enige impressionante dieren die we die dag gezien hebben, twee eenzame struisvogels waren, naast de gigantische kuddes grazende koeien, waar men hier goedkoop barbecuevlees van maakt.
Twee dagen later hebben we het dus nog een keer geprobeerd, en toen met meer succes. We zijn er zonder bellen naartoe gereden, werden vriendelijk uitgenodigd om te claxonneren voor het hek, en konden toen het domein oprijden. Het erf stond vol felgekleurde metalen speeltuigen, een autowrak met houten zeteltjes in, een glijbaan in een betonnen buis waar je via een zelfgemaakte loopbrug of een trap van boomstronken bij moest komen, een kabelliftje over een ondiep meer ... Avontuurlijke speeltuigen waar je in België waarschijnlijk twintig vergunningen voor moet aanvragen (om ze dan uiteindelijk niet te krijgen), maar authentiek én sympathiek. Hier moeten de kinderen geen cursus gaan volgen om weer buiten te leren spelen ...
Na de speeltuigen werd onze aandacht meteen getrokken door twee paarden, die elkaar in een helse vaart achterna zaten rond het meer. Geen braaf grazende paarden op deze kinderboerderij, maar een wilde kermiskoers waarbij we op de eerste rij zaten, weliswaar achter een hek. We mochten bij de paarden gaan, zo verzekerde men ons, maar we moesten Thelma wel op de arm houden, want de hengst durfde wel eens te stampen als we te dicht bij zijn merrie kwamen. Ik ben dus niet binnengegaan, wat dacht je? Paarden die je niet kent en die zo-even voorbijzoefden, een duo dat een kop groter is dan jezelf, waarvan de hengst nogal protectionistische trekjes heeft, vind ik niet meteen uitnodigend voor een bezoekje. Bernard is even wat actiefoto's gaan nemen, maar voelde toch ook de adrenaline toen ze hem rakelings voorbijscheerden.
Tussen de andere dieren hebben we uiteraard wel zorgeloos rondgelopen: de zwarte biggetjes die zich gewillig lieten krabben, de bokkende geiten die uit je hand aten, een kalkoen die zich voor je neervlijde om gestreeld te worden, nieuwsgierige kippen, hupse konijntjes, eenden, een troep landschildpadden ... Ik weet niet wie het allemaal het leukst vond: Thelma of ik. Er stond ook eten klaar voor de dieren: een emmer maïs die we aan eender welke dieren mochten geven, en een kom sla met aubergines voor de biggen. Thelma was aanvankelijk niet zo happig om mee te doen, omdat de mannetjeskalkoen toch iets te parmantig voorbijliep en zo'n zwart zwijntje tot halverwege haar benen kwam, maar toen een klein kleutertje van een jaar of drie haar op sleeptouw nam, was ze vertrokken.
'Het Pablootje' noemde ze hem, omdat hij haar deed denken aan het zoontje van vrienden uit Gent, maar eigenlijk heette hij Duncan. Een lief mannetje dat maar wat graag andere kinderen zijn boerderijtje toonde. Bruin vel, zwart piekhaar, vuile botten en een snotneus. Hij sprak een mengeling van Afrikaans en universele kleutertaal en leek helemaal niet op de witte maar getaande man die hem af en toe optilde. 'He's not our real child', vertrouwde de boer ons toe, 'his mother left him here'. Zijn moeder was een prostituee die hem niet meer hoefde, zijn vader was onbekend. Sinds december had het koppel hem bij zich en de procedure voor adoptie was in gang gezet. 'So we're old people with a young child now', voegde boer Bruce er nog aan toe, want hij had blijkbaar al twee dochters die het huis uit waren, en zelfs al een kleinkind.
Hij had grootse plannen met de boerderij. Ongeveer een jaar geleden hadden ze de boel overgenomen van een oude vrouw die de dieren nogal verwaarloosde. Ze kregen nu veel scholen over de vloer, soms tot 250 kinderen per keer, ze lieten hen vrij spelen met de dieren of op de speeltuin, lieten hen elk om beurt over het meertje glijden met de stoeltjeslift, of een rit maken met de pony die al vijftien jaar lang kinderen vervoert. Een mak beest dat Duncan gewillig achternaliep. Bruce ging ook nog een terrarium maken met wat slangen en andere reptielen, een klein terrasje om iets te kunnen drinken en zijn dochter, die lerares is, zou er het jaar nadien een play group beginnen voor kinderen van achttien maanden tot vijf jaar, waar Duncan bij kon aansluiten.
Het was een wonderlijke plek voor een kind om op te groeien, zei ik, en ik bewonderde hun keuze om dat jochie te adopteren, ook al waren ze ondertussen al aan kleinkinderen toe. Het was een ontzettend warme man, 'and Duncan was wonderful', zo zei hij. Misschien wat overenthousiast of bazig als hij andere kinderen 'zijn' dieren toonde, maar verder een echt schatje. En vlak voor we de auto instapten om naar huis toe te gaan, toen we wat geld gedoneerd hadden om zijn project te steunen en Bernard een uitnodiging op zak had om samen eens te gaan vissen, zei hij dat ze hun enige zoon waren verloren in een auto-ongeluk. Dertien was hij, en Duncan maakt een beetje van dat gemis goed. 'My wife feels very blessed having another son', en ik kon alleen maar zielsgelukkig zijn voor dat jochie om in zo'n nest te mogen opgroeien.
donderdag 20 september 2012
Gesetteld in Potch
Hoewel we ons hier sinds dag twee al thuis voelen, door die mix van nieuw en vertrouwd, krijgen we het steeds meer naar onze zin in Potch. Er is een zekere routine in onze handelingen geslopen. Ik loop bijna niet meer tegen mijn collega's aan als we gaan lunchen en ik de weg voorspel naar een nieuw eethuis, ik weet welke kant van de stad ik uitmoet om met een omweg van slechts een klein halfuur weer thuis te raken, ik weet wat er lekker is in welke supermarkten en waar je vooral geen melk moet kopen, en ik weet al beter wat je zoal te drinken kunt kiezen bij een lunch, zonder uit gewoonte de sparkling water te vragen die ze vreemd genoeg nooit hebben.
Een heel aangename karaktertrek van de Zuid-Afrikanen die we tot nu toe hebben ontmoet, is de gastvrijheid die bij hen blijkbaar ingebakken zit. We zijn op drie weken tijd al twee keer op een braai (Zuid-Afrikaanse BBQ) uitgenodigd, één keer op een verjaardagsfeest en één keer op een etentje. En we hebben nog een uitnodiging op zak! Alsof het de normaalste zaak is dat je buren of collega's die je nog maar een paar dagen kent, meteen bij je thuis vraagt voor een etentje, of je huurders gewoon verwacht op je 'verjaardagspartijtjie' (spreek uit 'partijkie') voor je 68ste verjaardag ... Onze zes maanden zijn dus met een blitzstart begonnen, waardoor we niet de spreekwoordelijke eerste maand nodig hebben om ons met fijne mensen te omringen.
De braais en feestjes verlopen ook heel informeel: iedereen zit met een bord op schoot in een tuinstoel of in een zetel voor tv. Je draagt gewoon je jeans, T-shirt en sandalen, geen gedoe met fancy dresses of gestreken hemden, en je bedient je lekker zelf van eten, wijn of bier. En dat is ook zo tof aan ons huis: we wonen dan wel in bij een gerenommeerde academica die hoge functies heeft bekleed, ze houdt van drukte, van leven, van een peuter in huis en ze kijkt niet op van het speelgoed dat rondslingert of de meningen die onze mini soms luid verkondigt. We werden op haar feest voorgesteld aan haar hele familie, maar evengoed aan de voormalige hoofdredacteur van de South African Journal of Science of een bariton uit een bekend orkest.
Werken aan de NWU lijkt ook goed op werken aan een universiteit of hogeschool in België. Je bent vrij om te beginnen en stoppen wanneer je wil zolang je onderzoek maar resultaten oplevert. Ik moet dus niet van 7 tot 15.30 uur werken, zoals ik eerst een beetje had gevreesd, maar deel mijn dag zelf in. Ik kom net als de meeste collega's tussen acht en half negen aan en werk tot een uur of vijf, want iets na zessen is het al donker en je wil toch nog een beetje zon meepikken. Gelukkig is het nu al warm genoeg om na zonsondergang op het terras te blijven zitten, want werken als het stralend weer is, knaagt zelfs in Zuid-Afrika een beetje. De universiteitsgebouwen zijn hier bovendien zo goed tegen de zon beschermd, dat het behoorlijk fris is in mijn bureau en ik met mijn fleece aan de studenten gadesla, die zich in shorts en topjes tegoed doen aan de 25 à 30 graden van dit moment.
Mijn onderzoek is ook eindelijk echt uit de startblokken geschoten, al dacht ik gisteren een vondst te hebben gedaan en bleek dat wellicht toch ijdele hoop. De ups and downs van archiefonderzoek ... Zes maanden is eigenlijk echt kort voor dergelijk exploratief onderzoek, maar ik vertrouw erop dat er toch genoeg materiaal te rapen zal vallen voor minstens twee artikels. Waaruit die precies zullen bestaan, is voorlopig nog een raadsel. Mijn Zuid-Afrikaanse promotor toont zich wel erg betrokken en wil elke week de voortgang van mijn onderzoek bespreken. Ik voel me dus een beetje een eerstejaarsdoctoraatsstudent, maar weet dat er ten minste één iemand is die vol ongeduld op het resultaat wacht ... Tussendoor werk ik nog een artikel over ouder onderzoek af en help ik een special issue redigeren, en ik heb net de laatste hand gelegd aan een hoofdstuk in een Nederlands boek en de inleiding van een Engelstalig boek dat ik mee op de markt breng.
Bernard trekt de wijde natuur in als ik aan het werk ben en Thelma op school zit. Hij is gisteren zes uur gaan jagen op gigantische katvissen in een hele brede rivier bij Schoemansdrift en heeft ondanks zijn pet en factor 30 toch een behoorlijke zonnesteek opgelopen. Verbrand is hij niet, maar hij was echt wel gaargekookt. Niet alleen van de zon in de lucht, maar blijkbaar ook van de reflectie in het water. Zijn haken en lijnen om op karpers of Zuid-Afrikaanse yellow fish te vissen zijn overigens ook te licht voor die monsters van soms wel twee meter lang, dus hij is zonder echte vangst naar huis gekomen, maar wel vol adrenaline van de spannende duels. Ben benieuwd naar zijn foto's als hij echt zo'n reus weet te vangen -- of als het hem een keer lukt om het aapje of de varaan die hij gezien heeft op de gevoelige plaat vast te leggen. (Bernard laat zijn vissen overigens meteen weer vrij na de vangst en roept niet de hele familie bij elkaar om elk om beurt eens met de vis te pronken.)
Thelma begint ook langzaam aan haar routine te wennen, hoewel ze zich bij momenten wel behoorlijk laat gelden. Klassiek blijkbaar dat kindjes die naar school gaan en zich daar van hun tofste, liefste en zelfstandigste kant tonen, thuis ook van alles te zeggen willen hebben. Thelma is meestal een suikerzoet schatje, maar soms gaat ze hoegenaamd niet akkoord met de orde van de dag. Als ze niet uit de winkelkar wil, als ze nog moe is en weer in haar kleine bedje wil, als we haar uiteindelijk weer in dat kleine bedje leggen, als ze in de autostoel moet of haar kleren moet aandoen, als ze in het grote bed wil dutten en dat mag niet, als ze niet wil slapen en nog een tweede keer naar beneden wil, als we door de voordeur binnengaan terwijl er ook een zijdeur is ... Ze wil vooral haar eigen zin en voor compromissen is er *geen* plaats.
Crises, scènes, onmetelijke drama's, waarbij niets haar nog kan troosten. Een stuk chocolade dat we ten einde raad hebben beloofd, wordt stante pede de grond op gekeild, haar fles wordt de kamer door gegooid, de afspraak om na een hoogst uitzonderlijk extra verhaaltje te gaan slapen, klinkt als het grootste onrecht ooit, elke vraag krijgt als antwoord 'nee!' ... De klassiekers kortom. Gelukkig kenden we die al van thuis, of we zouden ons hier behoorlijk schuldig beginnen te voelen ... Ze stelt het ook echt goed op school, krijgt nu toch warm eten mee voor 's middags en fruit voor na haar dutje, dus van die vitaminenkwesties en lunchbox worries zijn we ook weer af. Ze slaapt er wel maar een dik uur in plaats van de twee à drie uur thuis, dus je kunt het 's avonds zien dat ze een hele dag naar school is gegaan. Gelukkig zijn er de dins- en donderdagen en de weekends om weer helemaal bij te slapen. En uitgebreid in bad te gaan ...
Thelma heeft nog één week school en dan is er een week vakantie voor het vierde kwartaal begint. Het is dan ook Aardklop in Potch, met theater, muziek en allerlei andere optredens over de hele stad. De laatste avond voor de vakantieweek is er op Thelma's school een sleepover of 'uitslaapfunksie': een feestje met overnachting waarbij de peuters en kleuters samen avondeten, een 'nagmars' (nachtwandeling) met 'flitslig' (zaklamp) maken, een 'middernagfees' bijwonen en dan om acht uur in hun eigen klasje gaan slapen ... Ik dacht eerst dat het een grapje was, zo'n logeerpartijtje voor tweejarigen, maar heb nu het hele foldertje gelezen en de juffen doen er alles aan om de moeders en vaders toch maar te overtuigen:
Update: toch even overlegd met de juf en zij vond Thelma zelf nog wat te klein ... Bovendien is 'teambuilding' met de andere kleuters voor Thelma geen must, omdat zij in maart 2013 alweer in België is. Maar naar het 'aandete', de 'nagmars' en het 'middernagfees' kan ze wel, en samen ontbijten de volgende dag mag ook.
Een heel aangename karaktertrek van de Zuid-Afrikanen die we tot nu toe hebben ontmoet, is de gastvrijheid die bij hen blijkbaar ingebakken zit. We zijn op drie weken tijd al twee keer op een braai (Zuid-Afrikaanse BBQ) uitgenodigd, één keer op een verjaardagsfeest en één keer op een etentje. En we hebben nog een uitnodiging op zak! Alsof het de normaalste zaak is dat je buren of collega's die je nog maar een paar dagen kent, meteen bij je thuis vraagt voor een etentje, of je huurders gewoon verwacht op je 'verjaardagspartijtjie' (spreek uit 'partijkie') voor je 68ste verjaardag ... Onze zes maanden zijn dus met een blitzstart begonnen, waardoor we niet de spreekwoordelijke eerste maand nodig hebben om ons met fijne mensen te omringen.
De braais en feestjes verlopen ook heel informeel: iedereen zit met een bord op schoot in een tuinstoel of in een zetel voor tv. Je draagt gewoon je jeans, T-shirt en sandalen, geen gedoe met fancy dresses of gestreken hemden, en je bedient je lekker zelf van eten, wijn of bier. En dat is ook zo tof aan ons huis: we wonen dan wel in bij een gerenommeerde academica die hoge functies heeft bekleed, ze houdt van drukte, van leven, van een peuter in huis en ze kijkt niet op van het speelgoed dat rondslingert of de meningen die onze mini soms luid verkondigt. We werden op haar feest voorgesteld aan haar hele familie, maar evengoed aan de voormalige hoofdredacteur van de South African Journal of Science of een bariton uit een bekend orkest.
Werken aan de NWU lijkt ook goed op werken aan een universiteit of hogeschool in België. Je bent vrij om te beginnen en stoppen wanneer je wil zolang je onderzoek maar resultaten oplevert. Ik moet dus niet van 7 tot 15.30 uur werken, zoals ik eerst een beetje had gevreesd, maar deel mijn dag zelf in. Ik kom net als de meeste collega's tussen acht en half negen aan en werk tot een uur of vijf, want iets na zessen is het al donker en je wil toch nog een beetje zon meepikken. Gelukkig is het nu al warm genoeg om na zonsondergang op het terras te blijven zitten, want werken als het stralend weer is, knaagt zelfs in Zuid-Afrika een beetje. De universiteitsgebouwen zijn hier bovendien zo goed tegen de zon beschermd, dat het behoorlijk fris is in mijn bureau en ik met mijn fleece aan de studenten gadesla, die zich in shorts en topjes tegoed doen aan de 25 à 30 graden van dit moment.
Mijn onderzoek is ook eindelijk echt uit de startblokken geschoten, al dacht ik gisteren een vondst te hebben gedaan en bleek dat wellicht toch ijdele hoop. De ups and downs van archiefonderzoek ... Zes maanden is eigenlijk echt kort voor dergelijk exploratief onderzoek, maar ik vertrouw erop dat er toch genoeg materiaal te rapen zal vallen voor minstens twee artikels. Waaruit die precies zullen bestaan, is voorlopig nog een raadsel. Mijn Zuid-Afrikaanse promotor toont zich wel erg betrokken en wil elke week de voortgang van mijn onderzoek bespreken. Ik voel me dus een beetje een eerstejaarsdoctoraatsstudent, maar weet dat er ten minste één iemand is die vol ongeduld op het resultaat wacht ... Tussendoor werk ik nog een artikel over ouder onderzoek af en help ik een special issue redigeren, en ik heb net de laatste hand gelegd aan een hoofdstuk in een Nederlands boek en de inleiding van een Engelstalig boek dat ik mee op de markt breng.
Bernard trekt de wijde natuur in als ik aan het werk ben en Thelma op school zit. Hij is gisteren zes uur gaan jagen op gigantische katvissen in een hele brede rivier bij Schoemansdrift en heeft ondanks zijn pet en factor 30 toch een behoorlijke zonnesteek opgelopen. Verbrand is hij niet, maar hij was echt wel gaargekookt. Niet alleen van de zon in de lucht, maar blijkbaar ook van de reflectie in het water. Zijn haken en lijnen om op karpers of Zuid-Afrikaanse yellow fish te vissen zijn overigens ook te licht voor die monsters van soms wel twee meter lang, dus hij is zonder echte vangst naar huis gekomen, maar wel vol adrenaline van de spannende duels. Ben benieuwd naar zijn foto's als hij echt zo'n reus weet te vangen -- of als het hem een keer lukt om het aapje of de varaan die hij gezien heeft op de gevoelige plaat vast te leggen. (Bernard laat zijn vissen overigens meteen weer vrij na de vangst en roept niet de hele familie bij elkaar om elk om beurt eens met de vis te pronken.)
Thelma begint ook langzaam aan haar routine te wennen, hoewel ze zich bij momenten wel behoorlijk laat gelden. Klassiek blijkbaar dat kindjes die naar school gaan en zich daar van hun tofste, liefste en zelfstandigste kant tonen, thuis ook van alles te zeggen willen hebben. Thelma is meestal een suikerzoet schatje, maar soms gaat ze hoegenaamd niet akkoord met de orde van de dag. Als ze niet uit de winkelkar wil, als ze nog moe is en weer in haar kleine bedje wil, als we haar uiteindelijk weer in dat kleine bedje leggen, als ze in de autostoel moet of haar kleren moet aandoen, als ze in het grote bed wil dutten en dat mag niet, als ze niet wil slapen en nog een tweede keer naar beneden wil, als we door de voordeur binnengaan terwijl er ook een zijdeur is ... Ze wil vooral haar eigen zin en voor compromissen is er *geen* plaats.
Crises, scènes, onmetelijke drama's, waarbij niets haar nog kan troosten. Een stuk chocolade dat we ten einde raad hebben beloofd, wordt stante pede de grond op gekeild, haar fles wordt de kamer door gegooid, de afspraak om na een hoogst uitzonderlijk extra verhaaltje te gaan slapen, klinkt als het grootste onrecht ooit, elke vraag krijgt als antwoord 'nee!' ... De klassiekers kortom. Gelukkig kenden we die al van thuis, of we zouden ons hier behoorlijk schuldig beginnen te voelen ... Ze stelt het ook echt goed op school, krijgt nu toch warm eten mee voor 's middags en fruit voor na haar dutje, dus van die vitaminenkwesties en lunchbox worries zijn we ook weer af. Ze slaapt er wel maar een dik uur in plaats van de twee à drie uur thuis, dus je kunt het 's avonds zien dat ze een hele dag naar school is gegaan. Gelukkig zijn er de dins- en donderdagen en de weekends om weer helemaal bij te slapen. En uitgebreid in bad te gaan ...
| Thelma net uit bad |
Thelma heeft nog één week school en dan is er een week vakantie voor het vierde kwartaal begint. Het is dan ook Aardklop in Potch, met theater, muziek en allerlei andere optredens over de hele stad. De laatste avond voor de vakantieweek is er op Thelma's school een sleepover of 'uitslaapfunksie': een feestje met overnachting waarbij de peuters en kleuters samen avondeten, een 'nagmars' (nachtwandeling) met 'flitslig' (zaklamp) maken, een 'middernagfees' bijwonen en dan om acht uur in hun eigen klasje gaan slapen ... Ik dacht eerst dat het een grapje was, zo'n logeerpartijtje voor tweejarigen, maar heb nu het hele foldertje gelezen en de juffen doen er alles aan om de moeders en vaders toch maar te overtuigen:
Vir baie van ons kleuters sal dit 'n wonderlike maar onbekende ervaring wees, maar ouers wees verzeker dit gaan beslis 'n ervaring wees, wat hulle nooit sal vergeet nie. Ouers ons wil graag elke kleuter daardie aand by die skool hê. Moet asseblief nie dat die klein probleempies soos bednatmaak hulle weerhou van hierdie wonderlike ondervinding nie. Vir elke probleempie zal ons 'n oplossing hê. Ons onderwyseresse is bereid om enige iets te doen om dit moontlik te maak dat elke Asjassie by ons kan slaap. Mammas ons weet goed julle is die groot "sondebokke" wat skugter gaan wees om julle kleuters vir ons te leen. Ons sal baie mooi na hulle kyk, want onthou ons is net so lief vir al ons Asjassies. Dus vra ons asseblief, wees positief en moedig die kleuters wel aan.Ik herinner me hoe ik destijds heb gezaagd en gezaagd om naar de jeugdbeweging te mogen tot het me in het derde leerjaar ook eindelijk gelukt is, en hoe ik elk jaar zonder de geringste twijfel mee op kamp wou, dus ik ben ergens wel geneigd om Thelma naar de sleepover te laten gaan. Maar er is natuurlijk een groot verschil tussen een zevenjarig schoolkind en een kleuter van twee ... En toch: Thelma gaat graag op avontuur, er zijn tien ouders die helpen, de juffen hebben ervaring, weten hoe fijn de kinderen het vorig jaar vonden en bellen meteen mocht er toch iets niet pluis zijn. Ik twijfel dus nog. Of ik zelf zou kunnen slapen weet ik niet, maar ik zou in elk geval niets drinken om meteen in mijn auto te kunnen springen om haar op te halen, mocht het toch niet lukken met dat slapen buitenshuis ...
Update: toch even overlegd met de juf en zij vond Thelma zelf nog wat te klein ... Bovendien is 'teambuilding' met de andere kleuters voor Thelma geen must, omdat zij in maart 2013 alweer in België is. Maar naar het 'aandete', de 'nagmars' en het 'middernagfees' kan ze wel, en samen ontbijten de volgende dag mag ook.
woensdag 12 september 2012
School!
Thelma is voor het eerst naar school geweest, voor echt! Op 9/11 en exact op de dag dat ze twee jaar en twee maanden is geworden. Toegegeven, ze was in haar fantasie al honderd keer naar school geweest. Af en toe zei ze immers: 'Thelma is weg!', om even later terug te komen met de mededeling: 'Thelma efkes sool geweest'. Sinds de opendeurdag van De Loods en de bijhorende zon en zandbak heeft 'school' wel heel fijne connotaties: vriendjes, een glijbaan en 'zand met schepjes'.
Het was dan ook een gelukkig toeval dat haar nieuwe Zuid-Afrikaanse school Asjassies ook een zandbak had. De kindjes uit haar klas, de Gansies (in het Afrikaans) of Teddies (in het Engels), zaten er net in en Thelma werd er gezellig bijgezet. We konden de kinderen gadeslaan en zien hoe rustig ze met elkaar speelden, we konden een babbeltje slaan met juf Maryka (spreek uit 'Marijke', of 'Raika' voor de ukkies) en nog wat info krijgen van de directrice. 'Asjassies' betekent zoveel als 'vlegeltjes' of 'deugnieten'. Het enkelvoud 'asjas' is onbetrouwbaar persoon, maar verkleind is het een koosnaam.
We hadden er meteen ook een veel beter gevoel bij dan bij de play group 'Suikerbekkies' waar we eerder waren langsgegaan. Een 'suikerbekkie' is overigens een vogel en geen suikerjunk, voor wie mocht twijfelen ... Zo'n speelgroep is te vergelijken met een onthaalmoeder die thuis kindjes opvangt, zo hadden we ons laten vertellen, en heeft minder structuur en personeel dan een school, maar de groep die wij hebben bezocht, bestond ondertussen uit meer dan vijftig kinderen, uiteraard met de nodige begeleidsters, en er zaten er al vijf te veel ... De speelplaats was te klein, alle leeftijden liepen er door elkaar en het was er pokkedruk.
Niet zo bij Asjassies. Daar zit elke leeftijd in een aparte groep, van drie maanden tot zeven jaar. Het is dus eigenlijk een mix tussen de crèches die wij kennen en de kleuterklas in België, en de middagdutjes voor Thelma's groep zijn nog verplicht. In Zuid-Afrika is het kleuteronderwijs overigens net als in België niet verplicht, maar in tegenstelling tot België is het hier wel betalend, al is dat omgerekend maar 3,5 euro per dag. Duurder dan een Belgische school, maar veel goedkoper dan een onthaalmoeder of crèche uiteraard. Je kunt kiezen tussen half-day (8-12) en full-day (8-16) en voorlopig gaat Thelma op maandag, woensdag en vrijdag een hele dag.
Hoewel Thelma nog maar net twee jaar is en dus best klein om al naar een echte school te gaan, hadden we toch het gevoel dat het een goede keuze was. Ze is mondig, sociaal en ondertussen ook zindelijk, hoewel ze dat op school nog niet echt bewezen heeft en met twee natte pakketjes naar huis is gekomen ... Maar na een week bij mama en papa, en daarna een week bij papa omdat ik al was gaan werken, was het in elk geval duidelijk tijd voor andere input, andere regels en kindjes van haar leeftijd om zich heen. Thelma werd brutaal, hoewel ze dat zelf niet echt besefte, hangerig en soms ont-zet-tend tegendraads.
We hielden ons hart al vast wat het ging geven als ze 's ochtends wakker zou worden gemaakt (een van de eerste keren ooit), en dan ook nog eens zonder dralen haar kleren moest aandoen en moest luisteren, maar zie: alle crises bleven uit. Ik heb zelfs nog nooit zo'n blije peuter gezien 's ochtends. Gezwind uit bed toen ze hoorde dat ze naar school mocht, geen gedoe bij het aankleden, brooddoos goedgekeurd, nieuwe rugzak begroet, zonder morren op het potje, de fiets op en het klasje binnen. Even naar oma en opa gebeld met de speelgoedtelefoon en moeder en vader konden beschikken ...
We hebben wel een nieuwigheid geïntroduceerd: ze krijgt haar fles melk meteen na het opstaan, als ze nog in haar pyjama zit en langzaam wakker kan worden. En dat lijkt een gouden zet: de laatste weken stond Thelma telkens vrolijk op, maar sloeg dat in een mum van tijd om toen we haar na een tijdje wilden aankleden. Ofwel lijkt ze op haar moeder (goed om kunnen met grote veranderingen, maar last hebben met kleine wissels en daardoor *lichtjes* geneigd zijn om alles te bestendigen of vertragen), ofwel had ze tegen dan al zo'n honger dat ze helemaal de moed verloor om aan de dag te beginnen.
Wat in dat licht ook heel handig is aan Asjassies, is dat de kinderen op school samen ontbijten. Thelma hoeft dus enkel haar fles te drinken en kan meteen de fiets op, zonder het tijdrovende ontbijt met een boterham die maar niet schuiven wil of cornflakes waar ze eindeloos van kan blijven eten. Bij Victor Carpentier zou dat ook zo zijn geweest, en dat leek me eigenlijk wel een handige zet, maar bij haar toekomstige school De Loods moet ze al gegeten hebben, wat na enig zoekwerk ook wel weer zal lukken.
Wat nu wel nog puzzelen is voor ons, is het eetschema en de brooddozen die we moeten meegeven. Inderdaad: brooddozen. Ze openen de eerste doos rond elf uur en de tweede rond drie uur, want warm eten kan er helaas niet. Thelma is tot nu toe gewoon om rond elf uur 'patatjes' te eten, rond vier uur fruit en een koek, en rond zes uur soep met brood, maar dat wordt dus een beetje omgegooid. Waar en wanneer ze genoeg groenten, fruit, vlees of vis moet halen, is voorlopig nog een beetje zoeken, want we willen haar het liefst ook wat vroeger in bed steken nu ze naar school gaat, en gaan slapen met een volle maag door soep, warm eten en een fles op korte tijd is niet meteen een aanrader denk ik.
We zijn er ook nog helemaal niet uit wat er dan in die twee dozen kan of moet. In die van 11 uur zaten de eerste halve dag twee boterhammen, twee kerstomaatjes, een Babybel en een yoghurt, waar Thelma uiteraard enkel het yoghurtje van heeft opgegeten ... De doos van 's namiddags moet iets substantiëler zijn, maar wat ze daar dan mee bedoelen, weet ik niet. Vandaag was het boterham / banaan / yoghurt in de a.m.-doos, en twee boterhammen / Babybel / stukjes appel in de p.m.-doos. De banaan en de yoghurt waren op, de boterhammen en de appel halfweg en de Babybel-in-stukjes is onaangeroerd gebleven. Tips heel welkom!
Het gemak waarmee je hier een plekje kunt versieren in een school, is dan weer verbazingwekkend als je net uit Gent komt. Geen anderhalf jaar op voorhand scholen bezoeken, geen vingers kruisen voor een plaatsje, geen wachtlijsten. Gewoon op maandag de boel inspecteren en op dinsdag een inschrijfformulier samen met je kind afgeven. Pas op, er is ook wel over nagedacht: ik had van een collega op de NWU gehoord dat haar dochtertje van twee er dolgelukkig was en de school was onafhankelijk daarvan nog eens aangeraden door een ander. Maar dat het dus zo vlot kan gaan en er ook nog eens vanzelf een 'gezonde mix' is, doet mij toch wel even knipperen.
En wat mij ook gaat doen knipperen, is het schoolfeest eind oktober. Het schooljaar loopt hier op z'n eind, de school bestaat dit jaar ook dertig jaar, en naar aanleiding daarvan geven ze een grote show in het auditorium van de North West University. Thelma zal dus over een paar weken al meteen mogen meedoen aan het schooltoneel ... Al zal ze vooral als decorstuk fungeren en zijn de hoofd- en bijrollen al lang verdeeld, ik zal toch met een krop in de keel en plaatsvervangende zenuwen zitten als ik haar zo ver van mij op een echt podium zal zien. Ik neem me nu alvast voor om niet te gaan zwaaien of roepen en braaf op mijn toegewezen stoel te blijven zitten ...
Het was dan ook een gelukkig toeval dat haar nieuwe Zuid-Afrikaanse school Asjassies ook een zandbak had. De kindjes uit haar klas, de Gansies (in het Afrikaans) of Teddies (in het Engels), zaten er net in en Thelma werd er gezellig bijgezet. We konden de kinderen gadeslaan en zien hoe rustig ze met elkaar speelden, we konden een babbeltje slaan met juf Maryka (spreek uit 'Marijke', of 'Raika' voor de ukkies) en nog wat info krijgen van de directrice. 'Asjassies' betekent zoveel als 'vlegeltjes' of 'deugnieten'. Het enkelvoud 'asjas' is onbetrouwbaar persoon, maar verkleind is het een koosnaam.
We hadden er meteen ook een veel beter gevoel bij dan bij de play group 'Suikerbekkies' waar we eerder waren langsgegaan. Een 'suikerbekkie' is overigens een vogel en geen suikerjunk, voor wie mocht twijfelen ... Zo'n speelgroep is te vergelijken met een onthaalmoeder die thuis kindjes opvangt, zo hadden we ons laten vertellen, en heeft minder structuur en personeel dan een school, maar de groep die wij hebben bezocht, bestond ondertussen uit meer dan vijftig kinderen, uiteraard met de nodige begeleidsters, en er zaten er al vijf te veel ... De speelplaats was te klein, alle leeftijden liepen er door elkaar en het was er pokkedruk.
Niet zo bij Asjassies. Daar zit elke leeftijd in een aparte groep, van drie maanden tot zeven jaar. Het is dus eigenlijk een mix tussen de crèches die wij kennen en de kleuterklas in België, en de middagdutjes voor Thelma's groep zijn nog verplicht. In Zuid-Afrika is het kleuteronderwijs overigens net als in België niet verplicht, maar in tegenstelling tot België is het hier wel betalend, al is dat omgerekend maar 3,5 euro per dag. Duurder dan een Belgische school, maar veel goedkoper dan een onthaalmoeder of crèche uiteraard. Je kunt kiezen tussen half-day (8-12) en full-day (8-16) en voorlopig gaat Thelma op maandag, woensdag en vrijdag een hele dag.
Hoewel Thelma nog maar net twee jaar is en dus best klein om al naar een echte school te gaan, hadden we toch het gevoel dat het een goede keuze was. Ze is mondig, sociaal en ondertussen ook zindelijk, hoewel ze dat op school nog niet echt bewezen heeft en met twee natte pakketjes naar huis is gekomen ... Maar na een week bij mama en papa, en daarna een week bij papa omdat ik al was gaan werken, was het in elk geval duidelijk tijd voor andere input, andere regels en kindjes van haar leeftijd om zich heen. Thelma werd brutaal, hoewel ze dat zelf niet echt besefte, hangerig en soms ont-zet-tend tegendraads.
We hielden ons hart al vast wat het ging geven als ze 's ochtends wakker zou worden gemaakt (een van de eerste keren ooit), en dan ook nog eens zonder dralen haar kleren moest aandoen en moest luisteren, maar zie: alle crises bleven uit. Ik heb zelfs nog nooit zo'n blije peuter gezien 's ochtends. Gezwind uit bed toen ze hoorde dat ze naar school mocht, geen gedoe bij het aankleden, brooddoos goedgekeurd, nieuwe rugzak begroet, zonder morren op het potje, de fiets op en het klasje binnen. Even naar oma en opa gebeld met de speelgoedtelefoon en moeder en vader konden beschikken ...
We hebben wel een nieuwigheid geïntroduceerd: ze krijgt haar fles melk meteen na het opstaan, als ze nog in haar pyjama zit en langzaam wakker kan worden. En dat lijkt een gouden zet: de laatste weken stond Thelma telkens vrolijk op, maar sloeg dat in een mum van tijd om toen we haar na een tijdje wilden aankleden. Ofwel lijkt ze op haar moeder (goed om kunnen met grote veranderingen, maar last hebben met kleine wissels en daardoor *lichtjes* geneigd zijn om alles te bestendigen of vertragen), ofwel had ze tegen dan al zo'n honger dat ze helemaal de moed verloor om aan de dag te beginnen.
Wat in dat licht ook heel handig is aan Asjassies, is dat de kinderen op school samen ontbijten. Thelma hoeft dus enkel haar fles te drinken en kan meteen de fiets op, zonder het tijdrovende ontbijt met een boterham die maar niet schuiven wil of cornflakes waar ze eindeloos van kan blijven eten. Bij Victor Carpentier zou dat ook zo zijn geweest, en dat leek me eigenlijk wel een handige zet, maar bij haar toekomstige school De Loods moet ze al gegeten hebben, wat na enig zoekwerk ook wel weer zal lukken.
Wat nu wel nog puzzelen is voor ons, is het eetschema en de brooddozen die we moeten meegeven. Inderdaad: brooddozen. Ze openen de eerste doos rond elf uur en de tweede rond drie uur, want warm eten kan er helaas niet. Thelma is tot nu toe gewoon om rond elf uur 'patatjes' te eten, rond vier uur fruit en een koek, en rond zes uur soep met brood, maar dat wordt dus een beetje omgegooid. Waar en wanneer ze genoeg groenten, fruit, vlees of vis moet halen, is voorlopig nog een beetje zoeken, want we willen haar het liefst ook wat vroeger in bed steken nu ze naar school gaat, en gaan slapen met een volle maag door soep, warm eten en een fles op korte tijd is niet meteen een aanrader denk ik.
We zijn er ook nog helemaal niet uit wat er dan in die twee dozen kan of moet. In die van 11 uur zaten de eerste halve dag twee boterhammen, twee kerstomaatjes, een Babybel en een yoghurt, waar Thelma uiteraard enkel het yoghurtje van heeft opgegeten ... De doos van 's namiddags moet iets substantiëler zijn, maar wat ze daar dan mee bedoelen, weet ik niet. Vandaag was het boterham / banaan / yoghurt in de a.m.-doos, en twee boterhammen / Babybel / stukjes appel in de p.m.-doos. De banaan en de yoghurt waren op, de boterhammen en de appel halfweg en de Babybel-in-stukjes is onaangeroerd gebleven. Tips heel welkom!
Het gemak waarmee je hier een plekje kunt versieren in een school, is dan weer verbazingwekkend als je net uit Gent komt. Geen anderhalf jaar op voorhand scholen bezoeken, geen vingers kruisen voor een plaatsje, geen wachtlijsten. Gewoon op maandag de boel inspecteren en op dinsdag een inschrijfformulier samen met je kind afgeven. Pas op, er is ook wel over nagedacht: ik had van een collega op de NWU gehoord dat haar dochtertje van twee er dolgelukkig was en de school was onafhankelijk daarvan nog eens aangeraden door een ander. Maar dat het dus zo vlot kan gaan en er ook nog eens vanzelf een 'gezonde mix' is, doet mij toch wel even knipperen.
En wat mij ook gaat doen knipperen, is het schoolfeest eind oktober. Het schooljaar loopt hier op z'n eind, de school bestaat dit jaar ook dertig jaar, en naar aanleiding daarvan geven ze een grote show in het auditorium van de North West University. Thelma zal dus over een paar weken al meteen mogen meedoen aan het schooltoneel ... Al zal ze vooral als decorstuk fungeren en zijn de hoofd- en bijrollen al lang verdeeld, ik zal toch met een krop in de keel en plaatsvervangende zenuwen zitten als ik haar zo ver van mij op een echt podium zal zien. Ik neem me nu alvast voor om niet te gaan zwaaien of roepen en braaf op mijn toegewezen stoel te blijven zitten ...
donderdag 6 september 2012
Our house
'Dáár zitten oma en opa', zei Thelma terwijl ze wees naar de linkermuisknop. Ze had net het gesprek met oma en opa op Skype afgesloten met een simpele klik. En ze weet dat ze op datzelfde knopje moet klikken als ze hen weer tevoorschijn wil halen. Ze begrijpt het niet helemaal, dat ze haar pindanootje niet kunnen aannemen als ze het aanreikt, en dat ze haar kussen niet kunnen voelen als ze de webcam kust, maar ze weet wel donders goed dat oma en opa er nog altijd zijn, maar dan in 'Beggië'. Als ze papaja eet, wil ze opa ook een stukje laten proeven en als we naar een cafeetje gaan, vraagt ze: 'Oma, opa ook?'
Een echt gemis voelt ze waarschijnlijk niet, doordat mama en papa er zijn en veel over haar grootouders praten, door skype, door een magnifiek fotoboekje dat mijn vader heeft gemaakt voor haar, maar ook doordat er in ons huis twee vervangoma's en één vervangopa rondlopen. Het Zuid-Afrikaanse koppel dat hier woont tot hun huis in Pretoria verkocht is en ze een nieuw huis kunnen kopen in Potchefstroom is stapelgek op haar. Ze moeten hun eigen kleinkinderen missen en zijn telkens weer gecharmeerd door de sweety pie Thelma, aldus Oma'Cilla (Priscilla), of 'princessie Thelma', zoals Opa Johan haar noemt.
De tweede oma is Oma'Nette, ofwel Annette, de land lady bij wie we inwonen. Het is een wonderlijke vrouw, gekend bij iedereen in Potch, van de car salesman tot de directeur van de Skool vir tale waar ik werk. Ze is nog campusrector geweest na haar loopbaan als professor Engelse literatuur, heeft de universiteit naar hogere standaarden getild en is nu, op 67-jarige leeftijd, nog steeds aan het werk als 'Director International Liaison and Institutional Advancement'. Mijn collega noemt haar 'de coolste vrouw' van Potch, iemand naar wie iedereen opkijkt, en blijkbaar is ze ooit ook uitgeroepen tot een van de vijftig machtigste vrouwen in Afrika door een magazine voor hogeropgeleiden zoals Time Magazine.
Oma'Nette is om zes uur 's ochtends al in de weer, loopt door het huis met haar iPhone in de aanslag, rijdt van vergadering naar lezing naar diner, en vindt tussendoor nog de tijd om voor ons een auto te huren bij de universiteit, mij aan alle collega's voor te stellen, ons drieën naar een autoverkoper of de shopping mall te brengen, of verse papaja's en ontbijt in te slaan ... Ze is ook ondervoorzitter van het Aardklop Nationale Kunstefees in oktober én ze heeft tijdens de laatste Wereldbeker voetbal in Zuid-Afrika het hele Spaanse team opgevangen in het huis waar wij nu ook wonen. We zijn dus zonder het te weten met ons gat in de Zuid-Afrikaanse boter gevallen!
The talk of the town de laatste tijd is de musical Grease, waarin Oma'Nette vorige week een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld. Zingen kon ze niet, zo had ze gewaarschuwd, maar een rol waarbij ze over het podium moest dansen heeft ze blijkbaar niet kunnen weigeren. De studenten en oud-studenten vonden het hilarisch én gedurfd: dat zij, met haar reputatie van strenge maar rechtvaardige tante, voor wie iedereen ontzag en respect heeft, en die tegelijk ook heel menselijk is en vol humor zit, uit de bol ging op het podium. De foto hieronder staat op de affiches die je her en der in de stad ziet. En als je goed kijkt, zie je Thelma's reflectie in het glas terwijl ze op haar nieuwe brommer zit.
We hebben hier dus een hele extended family, die ons de weg wijst, ons op sleeptouw neemt, en de fijne plekjes in Potch leert kennen. Behalve de iets oudere generatie hierboven, zijn er ook nog Niels en Christiana, uit Duitsland, de 'servants' Sylvia en Annie, en Steve en Joël, en 'Danny de poes', die als stand-in fungeert voor onze kat Charlot. Op mijn werk kan ik het supergoed vinden met Adrie en Phil, die Afrikaanse taalkunde en literatuur doceren en mij de universiteit leren kennen, en krijg ik het hele Erasmusgevoel weer te pakken, waarbij de nieuwe mensen, fijne ervaringen en dito plaatsen zich zomaar komen aanbieden.
We moeten de meeste plekkies nog eens in ons eentje gaan verkennen, maar voorlopig wachten we nog steeds op bestelde fietsen en zijn we nog op zoek naar een auto. De Golf van de NWU waarmee ik rijd, is tot Bernards grote frustratie enkel verzekerd als ik ermee rijd, dus hij moet braaf naast mij zitten en kijken hoe ik beetje bij beetje weer leer rijden met een auto zonder servostuur, een hele late koppeling, en een stroeve versnellingspook die aan mijn linkerkant zit. Ze rijden hier niet alleen links, het stuur zit logischerwijs ook rechts en de versnellingspook staat in het midden, te bedienen met de linkerhand. Gelukkig zit de ontkoppeling nog steeds links en het gaspedaal rechts ... En al bij al, gaat het goed.
Zodra we een auto hebben, of een degelijke fiets, kunnen we Thelma ook naar een play group brengen, want daarvoor is het stilletjes aan wel tijd aan het worden. Thelma's taal is er weer maar eens met rasse schreden op vooruitgegaan door met zoveel volwassenen omringd te zijn, maar ze krijgt ook behoorlijk veel noten op haar zang! Ze zegt ons na, ook al zijn we kwaad, windt ons om haar vinger met haar 'één koekje maar, één kokoladekoekje, laatste, voor Thelma, dan slapen, affeproken?' Het zal haar deugd doen om weer onder kindjes van haar leeftijd te komen, te kunnen spelen met kleintjes die ook een eigen willetje hebben, en niet telkens een gedroomd publiek te vinden voor al haar fratsen.
Een echt gemis voelt ze waarschijnlijk niet, doordat mama en papa er zijn en veel over haar grootouders praten, door skype, door een magnifiek fotoboekje dat mijn vader heeft gemaakt voor haar, maar ook doordat er in ons huis twee vervangoma's en één vervangopa rondlopen. Het Zuid-Afrikaanse koppel dat hier woont tot hun huis in Pretoria verkocht is en ze een nieuw huis kunnen kopen in Potchefstroom is stapelgek op haar. Ze moeten hun eigen kleinkinderen missen en zijn telkens weer gecharmeerd door de sweety pie Thelma, aldus Oma'Cilla (Priscilla), of 'princessie Thelma', zoals Opa Johan haar noemt.
De tweede oma is Oma'Nette, ofwel Annette, de land lady bij wie we inwonen. Het is een wonderlijke vrouw, gekend bij iedereen in Potch, van de car salesman tot de directeur van de Skool vir tale waar ik werk. Ze is nog campusrector geweest na haar loopbaan als professor Engelse literatuur, heeft de universiteit naar hogere standaarden getild en is nu, op 67-jarige leeftijd, nog steeds aan het werk als 'Director International Liaison and Institutional Advancement'. Mijn collega noemt haar 'de coolste vrouw' van Potch, iemand naar wie iedereen opkijkt, en blijkbaar is ze ooit ook uitgeroepen tot een van de vijftig machtigste vrouwen in Afrika door een magazine voor hogeropgeleiden zoals Time Magazine.
Oma'Nette is om zes uur 's ochtends al in de weer, loopt door het huis met haar iPhone in de aanslag, rijdt van vergadering naar lezing naar diner, en vindt tussendoor nog de tijd om voor ons een auto te huren bij de universiteit, mij aan alle collega's voor te stellen, ons drieën naar een autoverkoper of de shopping mall te brengen, of verse papaja's en ontbijt in te slaan ... Ze is ook ondervoorzitter van het Aardklop Nationale Kunstefees in oktober én ze heeft tijdens de laatste Wereldbeker voetbal in Zuid-Afrika het hele Spaanse team opgevangen in het huis waar wij nu ook wonen. We zijn dus zonder het te weten met ons gat in de Zuid-Afrikaanse boter gevallen!
The talk of the town de laatste tijd is de musical Grease, waarin Oma'Nette vorige week een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld. Zingen kon ze niet, zo had ze gewaarschuwd, maar een rol waarbij ze over het podium moest dansen heeft ze blijkbaar niet kunnen weigeren. De studenten en oud-studenten vonden het hilarisch én gedurfd: dat zij, met haar reputatie van strenge maar rechtvaardige tante, voor wie iedereen ontzag en respect heeft, en die tegelijk ook heel menselijk is en vol humor zit, uit de bol ging op het podium. De foto hieronder staat op de affiches die je her en der in de stad ziet. En als je goed kijkt, zie je Thelma's reflectie in het glas terwijl ze op haar nieuwe brommer zit.
| Oma'Nette in Grease |
We moeten de meeste plekkies nog eens in ons eentje gaan verkennen, maar voorlopig wachten we nog steeds op bestelde fietsen en zijn we nog op zoek naar een auto. De Golf van de NWU waarmee ik rijd, is tot Bernards grote frustratie enkel verzekerd als ik ermee rijd, dus hij moet braaf naast mij zitten en kijken hoe ik beetje bij beetje weer leer rijden met een auto zonder servostuur, een hele late koppeling, en een stroeve versnellingspook die aan mijn linkerkant zit. Ze rijden hier niet alleen links, het stuur zit logischerwijs ook rechts en de versnellingspook staat in het midden, te bedienen met de linkerhand. Gelukkig zit de ontkoppeling nog steeds links en het gaspedaal rechts ... En al bij al, gaat het goed.
Zodra we een auto hebben, of een degelijke fiets, kunnen we Thelma ook naar een play group brengen, want daarvoor is het stilletjes aan wel tijd aan het worden. Thelma's taal is er weer maar eens met rasse schreden op vooruitgegaan door met zoveel volwassenen omringd te zijn, maar ze krijgt ook behoorlijk veel noten op haar zang! Ze zegt ons na, ook al zijn we kwaad, windt ons om haar vinger met haar 'één koekje maar, één kokoladekoekje, laatste, voor Thelma, dan slapen, affeproken?' Het zal haar deugd doen om weer onder kindjes van haar leeftijd te komen, te kunnen spelen met kleintjes die ook een eigen willetje hebben, en niet telkens een gedroomd publiek te vinden voor al haar fratsen.
donderdag 30 augustus 2012
Olijfje in Zuid-Afrika ...
Het leven van Olijfje in Zuid-Afrika is definitief begonnen! Thelma heeft gevlogen alsof ze nooit iets anders heeft gedaan: ze keek haar ogen uit op de luchthaven, papte aan met de obers in het Gordon Ramsey Restaurant in Heathrow, zwaaide naar haar medepassagiers en sliep op het ritme van de straalmotoren van één tot zeven. We hadden geluk dat we op de vlucht van Londen naar Johannesburg een rij van vier zetels voor ons alleen hadden, zodat Thelma languit kon liggen.
Om oorpijn te vermijden tijdens het stijgen en dalen, wilden we haar aan het slikken houden. Thelma wist waarschijnlijk niet wat haar overkwam: eerst mocht ze een hele chocomelk uitdrinken, die uiteraard op was toen we nog maar net aan het taxiën waren, daarna kreeg ze berensnoepjes à volonté, Smarties zoveel ze opkon en een fles fruitsap -- weliswaar verdeeld over twee keer stijgen (Brussel & Londen) en één keer dalen (in Londen). Bij de landing in Johannesburg zat er gelukkig al een korte nacht tussen al dat gesnoep.
Zodra Thelma's enthousiasme hoog in de lucht een beetje gekelderd was en ze het beu was om in en uit de zetel te kruipen en staand te proberen te slapen, de koptelefoon in het juiste gaatje te stoppen of de touchscreen op de stoel voor haar uit te testen, is ze naast me in slaap gevallen, heb ik haar gordel vastgeklikt, een dekentje over haar gelegd en heb ik zelf geprobeerd de slaap te vatten. Proberen, zeg wel, want slapen in een vliegtuig is niet mijn sterkste kant blijkbaar, hoewel ik de twee nachten ervoor ook amper drie uur had geslapen.
We sliepen vorig weekend bij mijn ouders om iets relaxter te kunnen vertrekken en ons huis half leeg en helemaal schoon te kunnen maken voor de nieuwe huurders, maar ik kon maar niet slapen doordat Thelma de eerste nacht feestvierde in onze kamer, door mijn eigen piekersessies, drie Europese muggenbeten die jeukten als de pest, een kussen dat dringend afgekeurd moet worden voor buikslapers zoals ik, en de krakende vloer die ik niet meer durfde te betreden omdat Thelma weer wakker zou worden -- ook al moest ik zo nodig en had ik eigenlijk te koud om in slaap te vallen.
Gelukkig heb ik hier, in Potchefstroom, zalig geslapen. 't Was ook met Thelma in één bed, omdat ze iets na middernacht wakker is geworden, Bernard haar even naast me had gelegd om zelf naar het toilet te gaan en zag dat ze al in slaap gevallen was toen hij terugkeerde. Hij is dan zelf maar in onze gastenkamer gaan slapen en moeder en dochter hebben de nacht samen doorgebracht. Thuis in België is dat uitzonderlijk, omdat Thelma niet te warm mag hebben door haar stuipen van weleer, én omdat ze meestal alle hoeken van het bed verkent, of net dicht tegen me aankruipt, of op mijn arm gaat liggen, of mijn gezicht streelt en mij zo een nacht lang uit mijn slaap houdt.
En zie: Thelma heeft hier ook zalig geslapen. Zonder krioelen, zonder huilen, wakker geworden rond zeven en weer in slaap gevallen tot negen. En nu ligt ze in haar eigen bed te slapen als een roosje. 't Zal de rust zijn van ons 'geleeg', de vermoeidheid van de voorbije dagen en het feit dat het al om zes uur donker is en afkoelt. Overdag is het al dik in de twintig graden met een stralende zon, ook al is het nog winter, maar 's nachts koelt het flink af. In oktober begint het regenseizoen, maar september zal voor ons een geweldige indian summer worden.
Thelma kijkt haar ogen uit en geeft haar oren de kost. Heel veel dingen zien er vertrouwd uit, zoals de keuken, de living, het terras, de supermarkt, het speeltuintje in de tuin, het houten bedje waarin ze mag slapen, de brandweerhelm en het hobbelpaard annex waterski van de jongetjes die ook op het domein wonen, maar andere dingen zijn dan weer helemaal anders. Zo graast er een bruine merrie bij de buren, maar lopen er daarnaast ook drie springbokken rond. Dat het huis en de tuin zo gigantisch zijn, neemt ze er zonder problemen bij!
Ook de vogels vallen hier op: de meeste zien er hetzelfde uit -- behalve de twee ibis-achtigen met blinkende blauwe vleugels, hoge poten en een lange gekrulde bek die hier vanmiddag even zijn geland -- maar ze klinken en vliegen anders dan de duiven, kraaien en mussen die we in België kennen. 'Vogel roept hè', zegt Thelma, en dat is nog licht uitgedrukt ... Onze buurt lijkt misschien niet op het idyllische Zuid-Afrika uit de boekjes, maar zo klinkt het hier in elk geval wel.
Voor ons zijn er ook vertrouwde dingen en minder vertrouwde. Het landschap op weg naar Potchefstroom doet Andalusisch aan, is weids, dor en stoffig, maar je rijdt er natuurlijk ook langs de townships die je in Europa niet ziet. Toen onze chauffeur even halt hield in een buitenwijk op weg naar Johannesburg om in een tankstation de weg te vragen, wisten we toch even niet of we nu bang moesten zijn of niet. Hier rijden de SUV's naast oude wrakken op een autosnelweg zonder middenberm, en flitsen mountainbikes de oude mannen op krakkemikkige minifietsjes voorbij.
We zijn nog niet in het centrum geraakt, omdat we er een drietal kilometer vandaan wonen en we nog geen fietsen of auto hebben, maar Bernard hoorde van een jonge visser aan de rivier dat het echt een wijze stad is. Veel studenten weliswaar die soms het varken uithangen en zich lazarus zuipen, maar ook veel andere vormen van vertier. Van 't weekend is er bijvoorbeeld een kleinschalig festival in het centrum en dat lijkt ons de ideale manier om de stad te leren kennen. In oktober is er overigens het bekende Aardklopfestival met theater, film, optredens -- een mini Gentse feesten stel ik me voor ...
Gisteren leek onze eerste wandeling buiten de muren van ons domein niet zo aantrekkelijk: de plaatselijke supermarkt liep vol met Die Antwoord-adepten, zo leek het toch, met studenten die een zwarte bedelaar aankeken als het vuil van de straat; we liepen over een stoffige weg met snel verkeer met een oud buggy'tje vol eten en een peuter op de arm, moe van het lange reizen ... Het leek ons absurd om een half jaar aan de andere kant van de wereld te komen wonen en werken, en wel hier.
De buurt waarin we wonen is niet echt mooi te noemen. Brits van architectuur, Spaans van klimaat, met ook behoorlijk wat afval en armoede, wat we natuurlijk al kenden van onze geliefde buurt de Muide ... Maar vandaag hebben we na een verkwikkende nacht al onze spullen geïnstalleerd, een muziekje opgezet, genoten van de zon, de rust, het terras, Thelma's kamertje versierd met vlagjes en dieren op de muur, de andere mensen ontmoet die in dit gigantische huis wonen, gewandeld naar de rivier die grenst aan de tuin, en we zien het helemaal zitten.
En de meeste mensen zijn hier, oh cliché, ont-zet-tend vriendelijk. Er stond lunch klaar toen we aankwamen, koffie, thee en koekjes, een fles fruitsap en melk in onze frigo op de kamer, verse bloemen en vers fruit ... Er werd meteen een kinderbed aangedragen en verduisterende gordijnen, en we werden geëscorteerd tot de dichtstbijzijnde supermarkt, met name de 'friendly grocer'! Bernard heeft vandaag zelfs een fiets meegekregen van een fietsenmaker zonder dat hij zelfs maar zijn identiteitskaart moest bovenhalen of een waarborg moest betalen ...
Er is ook vriendelijkheid van een andere aard natuurlijk, al leek die tot dusver wel even gemeend. In het huis waar wij verblijven, wonen behalve onze huisbazin-professor, ook een Duits koppel en twee Zuid-Afrikaanse studenten, die allemaal op hun wenken bediend worden door twee tuin- en klusjesmannen en twee schoonmaaksters. Wij doen voorlopig nog onze afwas zelf, omdat we het echt niet over ons hart krijgen om de vaat gewoon op het aanrecht te laten staan, maar onze was en strijk wordt door hen overgenomen en onze bedden worden elke dag gemaakt ...
Wat er mij aan doet denken om dringend eens mijn bed op te zoeken!
Om oorpijn te vermijden tijdens het stijgen en dalen, wilden we haar aan het slikken houden. Thelma wist waarschijnlijk niet wat haar overkwam: eerst mocht ze een hele chocomelk uitdrinken, die uiteraard op was toen we nog maar net aan het taxiën waren, daarna kreeg ze berensnoepjes à volonté, Smarties zoveel ze opkon en een fles fruitsap -- weliswaar verdeeld over twee keer stijgen (Brussel & Londen) en één keer dalen (in Londen). Bij de landing in Johannesburg zat er gelukkig al een korte nacht tussen al dat gesnoep.
Zodra Thelma's enthousiasme hoog in de lucht een beetje gekelderd was en ze het beu was om in en uit de zetel te kruipen en staand te proberen te slapen, de koptelefoon in het juiste gaatje te stoppen of de touchscreen op de stoel voor haar uit te testen, is ze naast me in slaap gevallen, heb ik haar gordel vastgeklikt, een dekentje over haar gelegd en heb ik zelf geprobeerd de slaap te vatten. Proberen, zeg wel, want slapen in een vliegtuig is niet mijn sterkste kant blijkbaar, hoewel ik de twee nachten ervoor ook amper drie uur had geslapen.
We sliepen vorig weekend bij mijn ouders om iets relaxter te kunnen vertrekken en ons huis half leeg en helemaal schoon te kunnen maken voor de nieuwe huurders, maar ik kon maar niet slapen doordat Thelma de eerste nacht feestvierde in onze kamer, door mijn eigen piekersessies, drie Europese muggenbeten die jeukten als de pest, een kussen dat dringend afgekeurd moet worden voor buikslapers zoals ik, en de krakende vloer die ik niet meer durfde te betreden omdat Thelma weer wakker zou worden -- ook al moest ik zo nodig en had ik eigenlijk te koud om in slaap te vallen.
Gelukkig heb ik hier, in Potchefstroom, zalig geslapen. 't Was ook met Thelma in één bed, omdat ze iets na middernacht wakker is geworden, Bernard haar even naast me had gelegd om zelf naar het toilet te gaan en zag dat ze al in slaap gevallen was toen hij terugkeerde. Hij is dan zelf maar in onze gastenkamer gaan slapen en moeder en dochter hebben de nacht samen doorgebracht. Thuis in België is dat uitzonderlijk, omdat Thelma niet te warm mag hebben door haar stuipen van weleer, én omdat ze meestal alle hoeken van het bed verkent, of net dicht tegen me aankruipt, of op mijn arm gaat liggen, of mijn gezicht streelt en mij zo een nacht lang uit mijn slaap houdt.
En zie: Thelma heeft hier ook zalig geslapen. Zonder krioelen, zonder huilen, wakker geworden rond zeven en weer in slaap gevallen tot negen. En nu ligt ze in haar eigen bed te slapen als een roosje. 't Zal de rust zijn van ons 'geleeg', de vermoeidheid van de voorbije dagen en het feit dat het al om zes uur donker is en afkoelt. Overdag is het al dik in de twintig graden met een stralende zon, ook al is het nog winter, maar 's nachts koelt het flink af. In oktober begint het regenseizoen, maar september zal voor ons een geweldige indian summer worden.
Thelma kijkt haar ogen uit en geeft haar oren de kost. Heel veel dingen zien er vertrouwd uit, zoals de keuken, de living, het terras, de supermarkt, het speeltuintje in de tuin, het houten bedje waarin ze mag slapen, de brandweerhelm en het hobbelpaard annex waterski van de jongetjes die ook op het domein wonen, maar andere dingen zijn dan weer helemaal anders. Zo graast er een bruine merrie bij de buren, maar lopen er daarnaast ook drie springbokken rond. Dat het huis en de tuin zo gigantisch zijn, neemt ze er zonder problemen bij!
Ook de vogels vallen hier op: de meeste zien er hetzelfde uit -- behalve de twee ibis-achtigen met blinkende blauwe vleugels, hoge poten en een lange gekrulde bek die hier vanmiddag even zijn geland -- maar ze klinken en vliegen anders dan de duiven, kraaien en mussen die we in België kennen. 'Vogel roept hè', zegt Thelma, en dat is nog licht uitgedrukt ... Onze buurt lijkt misschien niet op het idyllische Zuid-Afrika uit de boekjes, maar zo klinkt het hier in elk geval wel.
Voor ons zijn er ook vertrouwde dingen en minder vertrouwde. Het landschap op weg naar Potchefstroom doet Andalusisch aan, is weids, dor en stoffig, maar je rijdt er natuurlijk ook langs de townships die je in Europa niet ziet. Toen onze chauffeur even halt hield in een buitenwijk op weg naar Johannesburg om in een tankstation de weg te vragen, wisten we toch even niet of we nu bang moesten zijn of niet. Hier rijden de SUV's naast oude wrakken op een autosnelweg zonder middenberm, en flitsen mountainbikes de oude mannen op krakkemikkige minifietsjes voorbij.
We zijn nog niet in het centrum geraakt, omdat we er een drietal kilometer vandaan wonen en we nog geen fietsen of auto hebben, maar Bernard hoorde van een jonge visser aan de rivier dat het echt een wijze stad is. Veel studenten weliswaar die soms het varken uithangen en zich lazarus zuipen, maar ook veel andere vormen van vertier. Van 't weekend is er bijvoorbeeld een kleinschalig festival in het centrum en dat lijkt ons de ideale manier om de stad te leren kennen. In oktober is er overigens het bekende Aardklopfestival met theater, film, optredens -- een mini Gentse feesten stel ik me voor ...
Gisteren leek onze eerste wandeling buiten de muren van ons domein niet zo aantrekkelijk: de plaatselijke supermarkt liep vol met Die Antwoord-adepten, zo leek het toch, met studenten die een zwarte bedelaar aankeken als het vuil van de straat; we liepen over een stoffige weg met snel verkeer met een oud buggy'tje vol eten en een peuter op de arm, moe van het lange reizen ... Het leek ons absurd om een half jaar aan de andere kant van de wereld te komen wonen en werken, en wel hier.
De buurt waarin we wonen is niet echt mooi te noemen. Brits van architectuur, Spaans van klimaat, met ook behoorlijk wat afval en armoede, wat we natuurlijk al kenden van onze geliefde buurt de Muide ... Maar vandaag hebben we na een verkwikkende nacht al onze spullen geïnstalleerd, een muziekje opgezet, genoten van de zon, de rust, het terras, Thelma's kamertje versierd met vlagjes en dieren op de muur, de andere mensen ontmoet die in dit gigantische huis wonen, gewandeld naar de rivier die grenst aan de tuin, en we zien het helemaal zitten.
En de meeste mensen zijn hier, oh cliché, ont-zet-tend vriendelijk. Er stond lunch klaar toen we aankwamen, koffie, thee en koekjes, een fles fruitsap en melk in onze frigo op de kamer, verse bloemen en vers fruit ... Er werd meteen een kinderbed aangedragen en verduisterende gordijnen, en we werden geëscorteerd tot de dichtstbijzijnde supermarkt, met name de 'friendly grocer'! Bernard heeft vandaag zelfs een fiets meegekregen van een fietsenmaker zonder dat hij zelfs maar zijn identiteitskaart moest bovenhalen of een waarborg moest betalen ...
Er is ook vriendelijkheid van een andere aard natuurlijk, al leek die tot dusver wel even gemeend. In het huis waar wij verblijven, wonen behalve onze huisbazin-professor, ook een Duits koppel en twee Zuid-Afrikaanse studenten, die allemaal op hun wenken bediend worden door twee tuin- en klusjesmannen en twee schoonmaaksters. Wij doen voorlopig nog onze afwas zelf, omdat we het echt niet over ons hart krijgen om de vaat gewoon op het aanrecht te laten staan, maar onze was en strijk wordt door hen overgenomen en onze bedden worden elke dag gemaakt ...
Wat er mij aan doet denken om dringend eens mijn bed op te zoeken!
donderdag 23 augustus 2012
Ode aan Pasja
Tijd voor een ode. Een ode aan Thelma's onthaalmoeder Patricia. Een ode aan een fantastische vrouw die twee jaar lang, maar met jaren ervaring, het beste van zichzelf heeft geschonken om Thelma de tijd van haar leven te geven. Met eindeloos veel geduld en oeverloos veel liefde voedt zij haar kindjes op. Ze weet dat kinderen vooral liefde nodig hebben, en duidelijkheid, maar ze geeft ze zoveel meer. Eten en drinken, dat spreekt, maar dat is bij haar slechts de basis.
Daarbovenop komt liefde in duizend vormen. Liefde als dikke knuffels, liefde vermomd als een knutselwerk, plakkertjes op knieën die geschaafd zijn, stickerblaadjes voor de kindjes die ze zindelijk helpt worden, super-de-luxe-kronen voor de jarigen, nieuwe thema's die elk seizoen aan de muur prijken, de boeken die ze samen met hen leest, de kleuren die ze hen een voor een leert, de vaat die samen geleegd wordt, het dekentje waarin ze ondergestopt worden, de spelletjes die ze hen samen leert spelen. De zonnemelk op hun snoetjes, de zonnehoedjes erbij, de windpokken die met liefde worden aangestipt.
Ik had al van overal lof gehoord toen ik Thelma bij haar inschreef, maar je voelt dat pas zelf als je je eigen kindje bij haar ziet groeien en bloeien. Je ziet de foto's en bedankkaartjes van jaren ver hangen en er komen er telkens nog bij, maar het is pas als je eigen kind staat te springen om te gaan dat je weet hoe goed het daar is. Je hoort het aan de liedjes die ze mee naar huis nemen, je hoort het aan de verhalen, je ziet het aan de geruste tred waarmee je kind de wereld verkent.
Patricia, je bent één uit de duizend. Ik ben nog altijd zielsgelukkig dat er net over het water, vlak bij ons huis, nog dat ene plekje vrij was. Thelma gaat nu een half jaar vroeger weg, de wereld verkennen, maar ze zal dat doen met een vertrouwen waarvan jij een groot deel hebt opgebouwd. Ze neemt de woorden en de dansjes van je mee, ze houdt je knuffels in gedachten, en ze bewaart er vast ook een voor de lente volgend jaar, als we samen onze grote verhalen aan de nieuwe hummeltjes komen vertellen.
Bedankt voor je bovenste-beste zorgen!
Daarbovenop komt liefde in duizend vormen. Liefde als dikke knuffels, liefde vermomd als een knutselwerk, plakkertjes op knieën die geschaafd zijn, stickerblaadjes voor de kindjes die ze zindelijk helpt worden, super-de-luxe-kronen voor de jarigen, nieuwe thema's die elk seizoen aan de muur prijken, de boeken die ze samen met hen leest, de kleuren die ze hen een voor een leert, de vaat die samen geleegd wordt, het dekentje waarin ze ondergestopt worden, de spelletjes die ze hen samen leert spelen. De zonnemelk op hun snoetjes, de zonnehoedjes erbij, de windpokken die met liefde worden aangestipt.
Ik had al van overal lof gehoord toen ik Thelma bij haar inschreef, maar je voelt dat pas zelf als je je eigen kindje bij haar ziet groeien en bloeien. Je ziet de foto's en bedankkaartjes van jaren ver hangen en er komen er telkens nog bij, maar het is pas als je eigen kind staat te springen om te gaan dat je weet hoe goed het daar is. Je hoort het aan de liedjes die ze mee naar huis nemen, je hoort het aan de verhalen, je ziet het aan de geruste tred waarmee je kind de wereld verkent.
Patricia, je bent één uit de duizend. Ik ben nog altijd zielsgelukkig dat er net over het water, vlak bij ons huis, nog dat ene plekje vrij was. Thelma gaat nu een half jaar vroeger weg, de wereld verkennen, maar ze zal dat doen met een vertrouwen waarvan jij een groot deel hebt opgebouwd. Ze neemt de woorden en de dansjes van je mee, ze houdt je knuffels in gedachten, en ze bewaart er vast ook een voor de lente volgend jaar, als we samen onze grote verhalen aan de nieuwe hummeltjes komen vertellen.
Bedankt voor je bovenste-beste zorgen!
Abonneren op:
Posts (Atom)